Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte

Weesgedichten update!

Adopteer een gedicht

.

Toen ik begin februari, tijdens de Poëzieweek 2023, mijn zorgen uitte over hoe het nu verder moet met de Poëzieweek in Nederland, refereerde ik aan het prachtige Vlaamse initiatief Weesgedichten. En hoe mooi het zou zijn als zo’n initiatief de grens zou over kunnen steken. Nu 11 maanden later is het zover, Weesgedichten heeft Nederland bereikt dankzij stichting De Zoek naar Schittering.

Jiske Foppe, directeur van de Zoek naar Schittering ging in gesprek met de initiatiefnemer uit Aalst. Ik werd gevraagd (omdat ik bij een bibliotheek werk en lid ben van de Raad van Toezicht van de stichting) om deel te nemen aan dit gesprek. Ons enthousiasme werd alleen maar sterker door de mogelijkheden die in het gesprek werden besproken. Aalst wilde graag de grens oversteken en wij wilden graag Weesgedichten introduceren in Nederland.

Dat zoiets makkelijker klinkt dan dat het is, mag duidelijk zijn. De bibliotheek van Aalst is een gemeentelijke bibliotheek en daardoor heeft het college van Burgemeester en Schepenen (wethouders in Vlaanderen) de uiteindelijke beslissing over dit soort zaken. Aan de Nederlandse kant was vooral de vraag of we het financieel rond konden krijgen. Dit soort grote projecten kosten vele uren werk en dus geld.

Gekozen werd voor een pilot in Zuid Holland. We wilden kijken of daar een pilot gedraaid kon worden. Er werd contact gezocht met bibliotheken, ProBiblio en er werden fondsen aangeschreven en die reageerden verschillend. Uiteindelijk hebben de volgende fondsen een bijdrage toegezegd: Het Prins Bernhard Cultuurfonds, Zabawas, het Fonds voor Cultuur Participatie en de Stichting Van Beuningen Peterich fonds. Zonder deze bijdragen had Weesgedichten in Nederland nu niet mogelijk geweest.

Inmiddels hebben vele bibliotheken in Zuid Holland (maar ook daarbuiten blijkt nu) zich aangemeld en kun je vanaf 15 december een gedicht adopteren op de website. Wat ik zelf ook mooi vind aan dit project is dat elke bibliotheek een paar gedichten van plaatselijke dichters kan toevoegen aan de lijst waardoor de bereikbaarheid van dit project alleen maar vergroot wordt.

Dus kijk op de website, zoek je woonplaats op en kijk of je je al kan aanmelden voor een adoptie. Hopelijk (en dat is de verwachting) zal de pilot in Zuid Holland een groot succes zijn en kunnen we volgend jaar Weesgedichten over heel Nederland uitrollen. Uit de lijst van gedichten (100 gedichten) koos ik het mooie korte liefdesgedicht van Maud Vanhauwaert de meter (Peettante of ambassadeur) van Weesgedichten.be.

.

er hoeft nog altijd niet veel
te gebeuren voor ik aan je denk

iets wat niet op jou lijkt is al genoeg
dan denk ik kijk

dit lijkt echt niet op haar

.

 

 

 

Proces Verbaal

Bijzondere poëzie uitingen

.

Op Internet kwam ik een bijzonder aardig initiatief, of dienst, tegen van Proces Verbaal. Poëzie Karaoke. Dus ging ik op zoek naar wat Proces Verbaal nou eigenlijk is. Op hun website lees ik dat Proces-Verbaal een pluriform productiehuis is met recalcitrante uitgeverij. Dat belooft veel. Wat lees ik nog meer? “Wij blazen zo hard als we kunnen om de ivoren torens van de gerespecteerde poëzie neer te halen. Naast traditionele wegen zoals publicaties van boeken en voordrachten leggen wij met uitgeverij en productiehuis Proces-Verbaal nieuwe paden om te bewandelen. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van interactieve installaties en conceptuele kunsten, zoals de Poëzie Centrale en onze Poëzie Karaoke.”

De Poëzie Centrale bijvoorbeeld is een ouderwetse telefoon die op festivals gebruikt kan worden. Wanneer je een nummer belt krijg je, via een menu, een gedicht te horen dat wordt voorgelezen. Of je krijgt een dichter aan de lijn en die bezorgt je dan een gedicht.

De Poëzie Karaoke is eigenlijk net zoiets als een muziek karaoke. Alleen bij de Poëzie Karaoke is er een showmaster die het een en ander in goede banen leidt. De deelnemer kiest uit een lijst een gedicht, dat verschijnt op een scherm en net als bij een muziek karaoke kan de deelnemer het gedicht, regel voor regel, mee- en voorlezen, en het publiek kan meekijken en meelezen.

De Poëzietuin is weer een ander aanbod van Proces Verbaal. In allerlei apparaten en meubels (maar ook in kussens) zijn printplaten verborgen waardoor je naar gedichten kan luisteren. Zo kunnen poëziepalen worden neergezet in een tuin en kun je bij elke paal naar een ander gedicht luisteren.

Naast al deze grappige uitingen heeft Proces Verbaal dus ook nog een uitgeverij met boeken en bundels en een drukkerij waar je je eigen bundel kan maken (met of zonder hulp van de drukker). Een van de bundels die ze hebben uitgegeven besprak ik al eens hier maar er verschijnen nog steeds nieuwe titels.

Zoals bijvoorbeeld van Isis van Geffen. Van haar verscheen dit jaar de bundel ‘Isis, niet Iris’. Isis van Geffen (1997) is theatermaakster, cabaretière en dichter. Momenteel studeert ze aan de Koningstheateracademie – dè Academie voor Cabaret waar ze komend jaar haar afstudeervoorstelling zal presenteren die zal bestaan uit een combinatie van cabaret en poëzie. Uit haar bundel komt het gedicht ‘Saamhorigheid’.

.

Saamhorigheid

.

Eens per maand

tijdens een nacht

van zaterdag op zondag

.

gooi ik alle fietsen

uit de straat in de gracht

inclusief mijn eigen

.

om de volgende ochtend

vol ongeloof mee te staren naar het lege fietsenrek

.

een vervelende gebeurtenis

die het beste in ons naar boven haalt

.

Stoeppoëzie

Saint Paul

.

Gedichten op de stoep zijn geen nieuw gegeven. Zo schreef ik al eerder over gedichten op de stoep in Toronto  en in Boston maar in Saint Paul geven ze er toch net weer een andere draai aan. In Saint Paul  (Minneapolis) in de Verenigde Staten is sinds 2008 sprake van verfraaing van de stoepen aldaar middels het aanbrengen van gedichten op stoepen. Dit kunstproject begon in 2008 met de voormalige Public Art Saint Paul City-kunstenaar Marcus Young onder de naam ‘Everyday Poems for City Sidewalks’. Tegenwoordig is dit project verder geëvolueerde in de richting van het aanbrengen van zogenaamde stempels in het beton (stoepen zijn daar van beton) en is er het inzenden en beoordelen van poëzie bij gekomen.

Sidewalk Poetry 2023  zoals het project nu heet, accepteert poëzie-inzendingen in Dakota, Hmong, Somalisch, Spaans en Engels.  Hiermee wordt recht gedaan aan de opmerkelijke culturen en groepen die in de stad aanwezig zijn. Het wordt als een begin gezien, er kunnen er in de komende jaren nog andere talen aan worden toegevoegd. Voor de Sidewalk Poëziewedstrijd 2023 werden schrijvers gevraagd om na te denken over  ‘Network of Mutuality’ of de ‘verbondenheid van alle gemeenschappen’  uit  de brief van Dr. Martin Luther King Jr. uit de gevangenis van Birmingham , en de Dakota-filosofie van Mitákuye Owásiŋ ,  wat ‘al mijn relaties’ of ‘al mijn familieleden’ betekent. ” Wat betekenen deze uitingen van onderlinge verbondenheid voor jou?

Ook de curatoren van deze Sidewalk Poetry wedstrijd zijn van zeer divers pluimage: Kevin Yang (Hmong-Amerikaans), Marian Hassan (Somalisch-Amerikaans), Fong Lee (Hmong-Amerikaans), Thressa Johnson, Aesha Mohamed (Somalisch-Amerikaans), Tanagidan To Win (Inheems Amerikaans) en Michael Kleber-Diggs. Er werden meer dan 200 inzendingen gedaan en uit dit aantal zijn, na een lang beoordelingsproces door juryleden en curatoren, 15 gedichten gekozen, die in de zomer en herfst  van 2023 tot trottoirstempels moesten worden verwerkt en op de trottoirs van Saint Paul werden geplaatst.

Een van de gedichten die werden gekozen is van , de ook hier bekende dichter Anne Sexton (1928-1974). Blijkbaar werd niet alleen actueel werk van levende dichters toegestaan.

.

Of je haar hoort

als de stille ritmische golven

kabbelend op de eroderende kust

of als de dreunende schok van takken

bezwijken onder vers gevallen sneeuw,

slik de storm

generaties terugreiken.

Zij is daar.

Jouw waarheid.

Wacht tot je luistert, volg.

.

Poëzie op grafstenen

O en voorgoed voorbij

.

In mijn boekenkast kwam ik het prachtige boek ‘O en voorgoed voorbij’ langs graven van Nederlandse schrijvers weer eens tegen. Samengesteld door Onno Blom en Werry Crone uit 2012. Wat me opviel is dat verschillende schrijvers en dichters op hun grafsteen (delen van) een gedicht hebben laten aanbrengen (of hun nabestaanden). In dit boek staan chronologisch in de tijd de graven van beroemde schrijvers en dichters beschreven. Van Betje Wolff (1738-1804) en Aagje Deken (1741-1804) tot Harry Mulish (1927 – 2010).

Het boek is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Perzik van Onsterfelijkheid, genoemd naar de roman van Jan Wolkers, dat in 2008 is ingesteld tot behoud, herstel en instandhouding van graven en grafmonumenten van Nederlandse schrijvers.

Maar terug naar de grafstenen. Op de grafsteen van Simon Vestdijk (1898-1971) staan bijvoorbeeld twee regels uit ‘Mnemosyne in de bergen’ in lood aangebracht:

.

’t Antwoord op elk raadsel in de tijd,

D’eendre oplossing: vergank’lijkheid.

.

Op de grafsteen van Gerrit Achterberg (1905-1962) staan de regels:

.

Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.

De namen afgelegd, die hij verwierf.

Behoudens deze steen, waarop geschreven:

de dichter van het vers, dat niet bedierf.

.

Op de grafsteen van Albert Verwey (1865-1937) is een heel gedicht aangebracht:

.

Wanneer ik stierf en zij die mij beminden
Rondom mijn baar staan en de een d’andre vraagt:
Wat had ge lief in hem: zijn menslijkheid,

Zijn dichterlijke gaaf, zijn trouw aan vrinden,
De zachtheid van een kracht die draagt en schraagt,
Of de onafhanklijkheid van zijn beleid, –

Dan hoop ik dat een zeggen zal: wij weten
Dat hij als mens, dichter en vriend, als kracht
En leider ’t zijne deed, maar nu de spil

Van ’t denken stilstaat en in zelfvergeten
Zijn mond zich sloot, zien wij zijn sterkste macht:
Een op de onsterflijkheid gerichte wil.

.

Het mooiste verhaal vind ik nog wel dat over het graf van Gerard Reve (1923-2006). Ik kwam het tegen toen ik zocht naar het gedicht Credo dat op zijn graf stond. In Machelen werd in april 2011 aan de Leie (tegenover het cultureel centrum) een muur onthuld met daarop het gedicht ‘Credo’ van Gerard Reve. Enkele weken later bleek er een fout in de tekst te zitten: in de regel ‘er rest mij niets dan duisternis en Dood’ stond het woord ‘anders’ achter ‘niets’. Joop Schafthuizen, de partner van Gerard Reve, stelde voor het verkeerde woord door te strepen; dat deed Reve in zijn manuscripten ook. Uiteindelijk werd besloten de steen door een nieuwe te vervangen met daarop de juiste tekst.

.

Credo

.

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt,
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.

.

Openstratendag

Lotte Dodion

.

Afgelopen zondag 17 september 2023 vond in Antwerpen de OpenStratenDag plaats. In bijna 50 straten verspreid over Antwerpen organiseerden bewoners een straatfeest met een extra boodschap: ze willen een autoloze zondag in de hele stad, en een beleid dat meer gericht is op stedelijke leefkwaliteit. Stadsdichters Lotte Dodion, Cleo Klapholz, Ruth Lasters en Lies Van Gasse schreven elk een nieuw stadsgedicht voor het initiatief. Die verschenen als levensgrote krijtgedichten in zes straten verspreid over stad Antwerpen.

Deze vorm van straatpoëzie is opzichzelf niet nieuw maar blijft toch bijzonder. In het filmpje dat van dit gedicht gemaakt is krijg je een mooi idee van hoe je dit gedicht goed kan lezen (vanuit de positie van een drone). Om het gedicht toch wat toegankelijker te maken kun je het hieronder lezen.

Lotte Dodion zegt over deze vorm van poëzie: “Als maatschappij hebben we een dubbele missie tot ontharden: zowel de landschappen waarin wij bewegen als wijzelf zijn veel te verhard geraakt. De gevolgen daarvan worden steeds voelbaarder. Maar de toestand is niet onomkeerbaar. Aan ons de keuze om het anders te doen.” In die zin is het gedicht ‘Ontaard’ van Lotte Dodion een oproep tot ontharding.

.

Ontaard

.

Ssssssissend zingt een stem uit de grond:

Ontaard Ontaard Ontaard mijn uitgestrekt gezicht

uitgestreken gemaakt asfaltfilters en injecties van beton ik ben zo hard

geraakt ik mis mijn rimpels mijn groeven mijn traankanalen natuurlijk wil ik jullie dragen

prooiend gloeiend en glooiend mijn wijsheid van jaren waardig laat mij aarden.

.

 

Weesgedichten

In Nederland

.

Vorig jaar in december schreef ik over Weesgedichten in België, een initiatief vanuit de gemeente en bibliotheek van Aalst om tijdens de Poëzieweek een bloemlezing van straatpoëzie over de stad uit te storten. Bibliotheken in Vlaanderen konden zich aanmelden en pakketten met gedichten afnemen en inwoners van de gemeenten die meededen konden een gedicht adopteren dat dan door een vrijwilliger of medewerker van de bibliotheek op een raam van het woonhuis werd geschreven. Deze ‘schrijvers’ konden een korte cursus handbelettering krijgen of werden geselecteerd op hun fraaie handschrift, zodat het gedicht op het raam niet alleen inhoudelijk een verfraaiing was maar ook visueel mooi.

Toen al schreef ik dat het mooi zou zijn als we dit ook naar Nederland konden exporteren vanuit Vlaanderen. Onder andere naar aanleiding van dit bericht werd ik door Jiske Foppe , directeur van stichting De zoek naar schittering, benaderd (ik ben lid van de raad van toezicht van deze stichting én bibliotheekdirecteur) of we niet konden gaan praten met de initiatiefnemers.  Dat hebben we gedaan en inmiddels is er geld om te onderzoeken of dit kan. Maar er is meer dan geld nodig. Belangrijk zijn de afspraken met de Vlaamse evenknie, de bibliotheken en natuurlijk het Nederlandse publiek.

Het idee is om een pilot te draaien in Zuid Holland (met bibliotheken in Zuid Holland en met wat ondersteuning vanuit de Provinciale steunorganisatie ProBiblio) in de Poëzieweek 2024. Ik zal met mijn bibliotheek uiteraard deelnemen. Dat wil zeggen dat inwoners van Vlaardingen, Maassluis en Midden-Delfland de mogelijkheid krijgen om een gedicht aangebracht te krijgen op een raam van hun huis. Uiteraard zijn er wel wat voorwaarden, maar er is veel mogelijk. De lijst met gedichten bevat naast een aantal bekende namen ook namen van jonge veelbelovende dichters uit Nederland en Vlaanderen en elke bibliotheek staat het vrij om dichters uit het eigen werkgebied toe te voegen (bijvoorbeeld een stads-, dorps- of wijkdichter).

Om dit mooie project te steunen en onder de aandacht van mijn collega’s te brengen heb ik op de voorramen van mijn huis twee voorbeelden geschreven samen met Jiske. Een gedicht van mijzelf en een ander gedicht uit de lijst van Sylvie Marie. Bedenk hierbij dat wij geen ervaren beletteraars zijn maar het geeft een mooi idee van hoe het er kan uitzien. Mocht je nu al geïnteresseerd zijn om een gedicht op je raam te willen meld je dan alvast aan via deze link (ook om te laten weten dat er een vraag is vanuit Nederland!). En wie weet staat er volgend jaar een prachtig gedicht op jouw raam.

Op mijn raam zoals gezegd een wat ouder gedicht van mij getiteld ‘Strand’.

.

Strand

.

Daar loopt ze

het doldrieste water

met haar benen doorklievend

en dan ineens rent ze

terug naar mij

.

“kwallen” zegt ze.

.

Zomernacht

C.O. Jellema

.

De zomer loopt ten einde, tragisch maar waar, en hoewel de temperaturen deze week er geen aanleiding toe geven komt de herfst eraan. Maar nu zijn er nog die lange zomernachten. Zwoel, plakkerig en helder. En gisteravond terwijl ik ’s avonds nog een korte wandeling maakte moest ik denken aan een gedicht van C. O. Jellema dat ik afgelopen week las.

Van mijn broer kreeg ik maar liefst 5 bundeltjes van Jellema uit de kringloopwinkel. Het gedicht waar ik aan moest denken  komt uit een van die bundels ‘Stemtest’ uit 2003. Cornelius Onno (Cor) Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. Hij debuteerde in 1961 met enkele gedichten in literair tijdschrift De Gids. Aanvankelijk kreeg zijn werk weinig aandacht, maar in 1981 brak hij definitief door met de bundel ‘De schaar van het vergeten’.

In zijn vroege gedichten zocht Jellema naar een relatie tussen de ‘verteller’ in het gedicht, en de wereld buiten die ‘verteller’. Later speelt ‘de tijd’ een belangrijke rol in zijn werk. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen ‘voelen’ en ‘denken’, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn gekenmerkt door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Na enig onderzoek kwam ik erachter dat het gedicht ‘Zomernacht’ ook voorkomt op de onvolprezen website straatpoezie.nl. Het gedicht werd in 2008 aangebracht aan de Oude Kerkhof Noordzijde 1 in Leens (Groningen) waar Jellema lange tijd woonde.

.

Zomernacht

.

Doe nu die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.
.
Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood al sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

.

Partij voor de poëzie

Brussel

.

Afgelopen maand was ik tijdens mijn vakantie in Brussel. En daar bezocht ik in de wijk Mutsaard een kringloopwinkel. Voor wie dit blog regelmatig leest is het geen nieuws dat ik daar graag kom. Om verschillende redenen (circulaire economie dus minder afval, interessante boeken en soms (wat oudere) dichtbundels) bezoek ik dit soort winkels in Nederland maar ook, als het kan in het buitenland. Dat ik hier een bericht wijd aan die winkel in Mutsaard in Brussel heeft echter een andere reden. Op een deur naast de ingang van de winkel stond namelijk een gedicht geschreven. Behalve dat ik gek ben op gedichten in de openbare ruimte was dit gedicht ook nog eens geschreven door de  Partij voor de Poëzie of le Parti pour la Poesie (Brussel is tweetalig zoals je ongetwijfeld weet).

De Partij voor de Poëzie werd in mei 2018 opgericht door de dichters Jan Ducheyne (1970) samen met Michaël Vandebril (1972) en Laurence Vielle (1968). Partij Voor De Poëzie heeft één duidelijk doel : ‘meer poëzie, altijd, overal’. De Partij wil de poëzie naar de straat, naar de mensen brengen. Alle gedichten krijgen de titel SIGNAAL en een oplopend nummer. Zeven signalen werden reeds geschreven door ongeveer een vijftigtal verschillende dichters, vier in het Nederlands, twee Franse en één in 13 verschillende talen. 

Het gedicht bij de kringloopwinkel is getiteld ‘Nieuwe Eerste Handen’ en werd in juli 2019 aangebracht.

.

Nieuwe Eerste Handen

.

Laat mij de jouwe zijn,

waar ik vandaan kom heeft geen belang.

We hebben allen ons verhaal.

Soms kun je het zien, als je goed kijkt.

Met het oog van een kenner.

.

Even vaak ben ik simpelweg wat je zoekt

en stel je geen vragen.

Je wilt me, het is liefde op het eerste zicht.

.

Tweede keus zijn is niets voor mij,

je moet me echt willen.

Smaken verschillen, dat weten we allemaal.

Maar trek mij aan,

zie mij staan.

.

Reeds in je kamer hangen, liggen.

Ik ben er klaar voor.

Van ver ben ik gekomen,

of van net om de hoek.

.

Ik ben dat ene boek dat je nog niet las,

die plaat die je al jaren zocht.

Ik ben het winnende lot in jouw loterij.

Zolang niemand anders mij wil,

ben ik vrij, doch niet gratis.

.

Doe dat ietsje meer moeite,

en je vindt mij vandaag nog.

Ik wacht op jouw ogen,

op de eerste naar mij

verlangende handen sinds lang.

.

Kom binnen,

ik heb tijd,

tot jij er bent.

Waarna mijn tijd opnieuw begint.

Bij jou.

.

 

Nou en of

Derek Otte

.

Afgelopen zondag was ik bij de dertigste editie van Puur Gelul in het Paard in Den Haag. Puur Gelul is een avond vol overdonderend zinloos verbaal geweld. Een bonte verzameling van schrijvers, sprekers, verhalenvertellers, dichters, rappers en stand-up comedians komen uit het hele land naar Den Haag om de literatuur een ‘boost’ te geven. Ik kom hier graag en regelmatig om de licht chaotische maar oh zo sympathieke organisatie, de veelheid en verscheidenheid aan literaire en minder literaire woordenaars en vooral om een geweldige avond uit te hebben.

Zondag was de dertigste editie alweer. Aan de lijst met grote namen die op Puur Gelul stonden (Kees van Kooten, Freek de Jonge, Hugo Borst, Ronald Giphart, Nico Dijkshoorn, Ernest van der Kwast, Maarten Spanjer) kon de naam van een van mijn favoriete theatermakers, Harrie Jekkers worden toegevoegd. Naast al deze nationale coryfeeën was een van de gasten dichter en performer Derek Otte.

Derek Otte (1988) schrijft versjes, gedichten en verhalen. Radiozender FunX legde hem in 2013 vast als huisdichter en sinds 2015 is Otte regelmatig op televisie te zien. In datzelfde jaar verscheen zijn succesvolle debuutbundel ‘Regelgeving’.  In de periode 2017-2018 was hij stadsdichter van Rotterdam. Op de Hogeschool Rotterdam introduceerde hij het keuzevak Spoken Word, dat hij zelf doceert. Naast zijn optredens in Nederland en Vlaanderen, organiseert en presenteert Otte sinds 2012 Paginagroots, zijn podium voor jonge woordkunstenaars in de Rotterdamse Schouwburg. Zijn werk is ook in de openbare ruimte te lezen zoals in de vertrek- en aankomsthal op Rotterdam The Hague Airport en het interieur van de cruiseschepen Koningsdam en Harmony Of The Seas.

De toen nog (2017) verse Rotterdamse stadsdichter schreef zijn eerste stadsgedicht in het licht van de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar. In het gedicht beschrijft Derek Otte de ziel van Rotterdam, een stad waarin het niet uitmaakt wat je afkomst of geloof is.

.

Nou en of

.

een soort van onverschilligheid

wellicht nog wel ons grootste goed

omdat het hier uiteindelijk

vrijwel niemand iets kan schelen

of jij mijn of andere kijk

of ik op stand en jij de wijk

of jij nou u terwijl ik jij

één voor allen

allen voorbij

.

mede-, Neder-, anderlander

hier werkt wie er werken ken

wie d’r hier doorgaans weinig vrij

boeit het meestal toch vrij weinig

of jij zondag of toch vrijdag

of ik jou moet of jij mij mag

of jij nou wit terwijl ik zwart

soms hand in hand

vaak hart tot hart

.

al lijken we als dag op nacht

onze strijd gelijkenissen

het zou er hier toe kunnen doen

wat zou het uit moeten maken

of jij van dame of toch heer

of ik met minder jij met meer

of jij nou groots waar ik dan klein

vooruit komt voort

uit anders zijn

.

kaders tralies

hokjes fabels

ik heb jou als

jij dan mij hebt

geen goed of slecht

slechts nep of echt

hier zijn we wij

en zonder zij

.

een soort van onverschilligheid

.

Bruggedicht

Alphen aan den Rijn

.

Sinds begin van dit jaar ben ik van lid van het comité van aanbeveling van de stichting ‘De zoek naar schittering’, gepromoveerd naar lid van de Raad van Toezicht. De zoek naar schittering onder aanvoering van Jiske Foppe is onder andere verantwoordelijk voor het plaatsen van gedichten in de openbare ruimte en dan vooral onder bruggen. In 2022 heb ik Jiske geholpen bij de poëziewedstrijd (georganiseerd door KHABBAZ.nl en samen met o.a. dichter Etwin Grootscholten) die moest leiden naar een gedicht dat aangebracht kon worden op de Alphensebrug. Deze zoektocht heeft geresulteerd in een winnaar van deze wedstrijd Kimm Mulder met haar gedicht.

De afgelopen maand is het winnende gedicht in een ontwerp van Bart Oppenheimer aangebracht onder de brug (zodat wanneer de brug open staat je het gedicht kan lezen) door Atelier Leo Mineur. De officiële opening van het bruggedicht in Alphen aan den Rijn, opnieuw georganiseerd door KHABBAZ is op zaterdag 20 mei om 14.00 uur.

Het winnende gedicht was al te lezen toen de ontwerpers bezig waren met het aanbrengen daarom kan ik het hier delen. Wil je in het echt zien hoe mooi het bruggedicht is geworden ga dan op 20 mei naar Alphen om de brug te zien.

.

Wie verbindt nog

wie vindt nog

de parels in dagen

wie proeft het geluk

overbrugt hier

de tijd

wie verlangt

terug naar vroeger

wie droomt er

van later

wie plukt hier

vandaag

de dag voor altijd

.