Categorie archief: jonge dichters
How the worst day in my life became the best
Inzichten in moderne poëzie
.
Poëzie heeft altijd de kracht gehad om emoties op te roepen en nieuwe perspectieven te bieden, maar breekt nu vaak met traditionele formats zoals vaste versvormen en academische discussies. Hedendaagse dichters lopen voorop in deze verandering en creëren een taal en een vorm die direct aansluit bij persoonlijke ervaringen en thema’s weerspiegelt die resoneren met ons dagelijks leven. Ik heb hier al vaker over geschreven en hoewel ik, je hebt nu eenmaal je voorkeuren, als schrijver en dichter soms moeite heb met deze nieuwe vormen, kan en durf ik ze ook te omarmen. Want poëzie leeft en is organisch. Poëzie is in haar lange geschiedenis nooit statisch geweest en dat is denk ik één van de redenen dat poëzie nog steeds springlevend is.
Deze transformatie gaat niet alleen over nieuwe manieren om poëzie te delen en ervan te genieten; het is een herdefiniëring van de essentie ervan en de rol die het speelt in ons leven van alledag. Poëzie blijft ons raken, onze gedachten prikkelen en ons helpen het gewone op een buitengewone manier te zien. In navolging van de woorden van Dylan Thomas kan poëzie nog steeds een lach, een traan, stilte of zelfs een spontane noot opwekken. Of je nu op zoek bent naar inspiratie, troost of gewoon een connectie, ook de hedendaagse poëzie biedt voor elke stemming en elk moment wel iets.
De tijden zijn veranderd en hoewel de literaire kernwaarde van poëzie behouden blijft, zijn de vorm en het format ervan dramatisch geëvolueerd. Neem bijvoorbeeld het werk van Atticus, het pseudoniem van een anonieme Canadese dichter. Hij schrijft poëzie, epigrammen en aforismen met thema’s als liefde, relaties en avontuur. In 2016 werd Atticus door het tijdschrift Teen Vogue uitgeroepen tot de #1 dichter om te volgen . In 2022 noemde The Times Atticus ‘Byron voor de Instagram-generatie’ en datzelfde jaar werd hij door Galore Magazine uitgeroepen tot ‘de meest tatoeëerbare dichter ter wereld’. Een ander voorbeeld van een Instagramdichter die door dit medium beroemdheid verkreeg is natuurlijk Rupi Kaur.
Maar er is ook kritiek op zijn poëzie, die als generiek en repetitief wordt omschreven. De inhoud van zijn poëzie wordt eveneens bekritiseerd als manipulatief, vooral in de context van zijn publiek dat voornamelijk uit tienermeisjes bestaat. Colin Yost, is een criticus van Atticus en heeft hem omschreven als een ‘dief’ en een ‘toe-eigenaar van oude klassiekers’. En daar kun je van alles van vinden maar door de eeuwen heen hebben dichters gejat en geleend van voorgangers. De postmodernistische dichters maken juist en graag gebruik van teksten, delen van teksten en woorden van hun voorgangers.
Een ander voorbeeld is Andrea Gibson (1975), een Amerikaanse dichter en activist, die zich in zijn gedichten richt zich op gendernormen , politiek, sociale rechtvaardigheid en LHBTQ-onderwerpen. Gibson gebruikt genderneutrale voornaamwoorden , met name zij/hen/hun. Veel van hun gedichten gaan over genderidentiteit. Gibson heeft over gender gezegd: “Ik identificeer me niet per se binnen een genderbinair systeem. Ik heb me in mijn leven nooit echt een vrouw gevoeld en ik heb me zeker nooit een man gevoeld. Ik bekijk gender op een spectrum en ik voel ergens op dat spectrum dat niet aan een van beide kanten daarvan landt.” In Nederland en Vlaanderen zijn er ook dichters die zich specifiek of óók richten op de LHBTQ gemeenschap of schrijven over gender. Voorbeelden beschreef ik al hier, hier en hier.
Een laatste voorbeeld is Phil Kaye een Japans-Amerikaanse spoken word dichter, schrijver en filmmaker. Phil Kaye werd geboren in Californië als zoon van een Japanse moeder en een Joods-Amerikaanse vader. Als kind sprak Kaye thuis bijna uitsluitend Japans, totdat hij op vijfjarige leeftijd naar een Amerikaanse kleuterschool werd gestuurd. Kaye’s familie, samen met zijn Japanse en Joodse afkomst, zijn terugkerende thema’s in zijn latere werk. Naast zijn poëzie is Kaye een voormalig docent van wekelijkse poëzieworkshops in zwaarbewaakte gevangenissen. Hij werd benoemd tot hoofdcoördinator van Space in Prisons for the Arts and Creative Expression (SPACE), een organisatie die gratis kunstworkshops aanbood aan gedetineerden.
Moderne dichters, moderne poëzie, met thema’s als liefde, identiteit, sociale rechtvaardigheid, gender en persoonlijke groei. Ieder van hen brengt een eigen stem en weet thema’s levendig te verwoorden. Hun werk gaat verder dan traditioneel lezen, ze brengen een ervaring die lezers weet te raken. Zoals het gedicht ‘How the Worst Day of My Life Became the Best’ van Andrea Gibson, uit ‘You Better Be Lightning’ uit 2021.
.
How the Worst Day of My Life Became the Best
.
“When you are trapped in a nightmare, your motivation to awaken will be so much greater than that of someone caught up in a relatively pleasant dream.”
—Eckhart Tolle
.
When I realized the storm
was inevitable, I made it
my medicine.
Took two snowflakes
on the tongue in the morning,
two snowflakes on the tongue
by noon.
There were no side effects.
Only sound effects. Reverb
added to my lifespan,
an echo that asked—
What part of your life’s record is skipping?
What wound is on repeat?
Have you done everything you can
to break out of that groove?
By nighttime, I was intimate
with the difference
between tying my laces
and tuning the string section
of my shoes, made a symphony of walking
away from everything that did not
want my life to sing.
Felt a love for myself so consistent
metronomes tried to copyright my heartbeat.
Finally understood I am the conductor
of my own life, and will be even after I die.
I, like the trees, will decide what I become:
Porch swing? Church pew?
An envelope that must be licked to be closed?
Kinky choice, but I didn’t close.
I opened and opened
until I could imagine that the pain
was the sensation of my spirit
not breaking,
that my mind was a parachute
that could always open
in time,
that I could wear my heart
on my sleeve and never grow
out of that shirt.
That every falling leaf is a tiny kite
with a string too small to see, held
by the part of me in charge
of making beauty
out of grief.
.
Met die blik
Anke Senden
.
De Vlaamse dichter Anke Senden (1994) studeerde Taal- en Letterkunde Engels-Nederlands aan de universiteit in Leuven en volgde de opleiding Literaire Creatie aan de Stedelijke Academie van Deinze. Ze schrijft gedichten op maat en brengt ook graag poëzieprogramma’s in samenwerking met muzikanten.
In 2024 verscheen haar debuutbundel ‘Gezwommen worden’ bij het Poëziecentrum en in dat zelfde jaar verscheen een gedicht van haar in de bundel ‘Het gras lacht groen’ klimaatgedichten en kortverhalen met naast de bijdrage van Anke Senden ook gedichten en verhalen van onder andere Maud Vanhauwaert, Wim Hofman, Joke van Leeuwen, Anne Provoost en Jens Meijen. Ook verschenen van haar hand gedichten in Het Liegend Konijn.
De debuutbundel ‘Gezwommen worden’ heeft de zee als thema en Senden varieert in haar poëzie door vele onderwerpen die je kan associëren met de zee de revue te laten passeren zoals schelpen, zwemmen, meeuwen etc. In de recensies op de sites van Meander, Awater en Tzum werd haar debuut enthousiast ontvangen.
Elk jaar organiseren Creatief Schrijven en Kinderkankerfonds vzw de wedstrijd ‘gedichten om te koesteren’, waarbij ze op zoek gaan naar troostende woorden voor ouders die een kind hebben verloren. Deze woorden worden op een postkaart geplaatst en naar de ouders gestuurd. In 2024 kreeg Anke Senden een eervolle vermelding van de vakjury voor haar gedicht ‘met die blik’.
.
met die blik
.
hij heeft het van zijn dochter geërfd – dat geloof
in als ik later groot ben, dat uitkijken naar
morgen, daar had zij zoveel van, voor veel te weinig leven,
dat heeft hij van haar gekregen, als een zoen
en dan haar blik, dat dolenthousiast naar buiten
rennen, dat wijzen naar de sterren alsof ze die
persoonlijk kende, ze noemde hen één voor één bij naam,
ook nu zij er niet meer is, kent hij hen
nog allemaal – zo, met die blik, wil hij ’s morgens in de spiegel kijken,
welke vader wil er nu niet op zijn dochter lijken
,
Vooraankondiging
De nieuwe MUGzine
.
In mei verschijnt de nieuwe MUGzine, nummer 27 alweer. En was er in de laatste nummers regelmatig poëzie van wat oudere dichters te lezen, dit nummer is volledig gevuld met poëzie en illustraties van krachtige jonge getalenteerde vrouwen. Zo leveren Madelief Lammers (1998), Marilou Klapwijk (1990), Esohe Weyden (1999) en Veerle De Caestecker (1998) gedichten en zorgt Elzeline Kooy (1990) voor de illustraties.
De richting die MUGzine #27 meekreeg was ‘Koorddansen, dansen en balanceren’. Natuurlijk is er ook weer een voorwoord van Marianne en een nieuwe @Luule. Mugzine verschijnt gratis op de website mugzines.nl maar de ware liefhebber heeft de MUGzine natuurlijk liever in handen. Dat kan. Wanneer je donateur bent van MUGzine (vanaf € 20,- per jaar) sturen we je elk nummer (en een extraatje) op papier via de post toe.
Om alvast in de stemming te komen hieronder een gedicht van Madelief Lammers getiteld ‘de platte mens’.
.
de platte mens
.
vandaag heb ik een stapel brieven uitgezocht
de kreukels uit de tweedimensionale versie van mijn vrienden en
de kleverige herinnering mijn vingers in gewreven
een berg papier als krap omhulsel van een mens op een moment
.
ik heb niemand weggegooid en alles opgeborgen, de platte mens weer in de la gestopt
daarna heb ik een kaart getrokken die me vertelde wat ik al wist
ik heb een vriend getroffen in de nieuwe supermarkt
hij zei het tegenovergestelde, ook dat wist ik al
.
we leren snel, wennen langzaam
ik zie nog steeds de oude winkel voor me
een vorig handschrift, een vorig leven
alles bestaat hier tegelijk en tegenstrijdig en alleen daarom is het echt
.
vermoed ik, vlak voor ik in slaap val, en ik kan het maar nét denken
een mens als krap omhulsel van een werkelijkheid
.
De stad is een beest
Femke de Heer
.
De Rijksuniversiteit Groningen benoemt elk jaar een huisdichter. Dit jaar werd het vijfentwintigjarig bestaan van het huisdichterschap gevierd in de Usva (Universitaire Stichting Vormingsactiviteiten, het studenten cultuurcentrum van de Universiteit). Deze zogenaamde studentdichter schrijft gedurende het collegejaar gedichten. Eerdere huisdichters waren onder andere Daniël Dee, Joost Oomen, Lilian Zielsta, Jephta de Visser en, de huidige stadsdichter van Groningen, Esmé van den Boom. Het eerste optreden van de huisdichter is tijdens de opening van het academisch jaar.
De nieuwe huisdichter (2024-2025) van de RUG is Femke de Heer (2002). Zij voltooide in Groningen de bachelor Astronomy en volgde enkele vakken aan de kunstacademie. Als dichter was ze al een regelmatige gast op de Groningse podia. In 2024, het eerste jaar van haar huisdichterschap, is ze begonnen aan haar master Quantum Universe.
Bij de opening van het academisch jaar droeg Femke haar gedicht ‘weekdier/ stadsmens’ voor. Ze zegt hierover: “Het uitgangspunt is de verhouding tussen stad en platteland, ik kom namelijk uit Drenthe, en de afstand tussen student zijn en je ouders thuis. Hoe een gedicht uitpakt is bij mij niet te voorspellen, ik schrijf iets en stuur het langzaam naar het thema. Een gedicht heeft ook een eigen wil.” Een ander voorbeeld van de verhouding tussen het platteland en de stad komt naar voren in haar gedicht ‘de stad is een beest’.
.
de stad is een beest
.
we slijten een weg in elkaar
hoeveel makkelijker is het
om iets af te breken dan om iets op te bouwen
de paden die ik in gedachten loop
eindigen in knopen
ik wil dat je me aanraakt ik bedoel ik wil dat je me bent ik bedoel
ik wil dat je meer in me ziet dan er is, we zien een stad in elkaar
de stad is een beest
dat ergens in de weilanden is gaan liggen
we zijn bang om het wakker te maken
.
Het was zonnig
Martin Rombouts
.
In de Volkskrant van zaterdag jongstleden lees ik dat Martin Rombouts (1992), winnaar van ‘De slimste mens’, en dichter debuteert met een roman ‘Boek 1’. Nu is er niets nieuws onder de zon, dichters die romans gaan schrijven zijn van alle tijden. Blijkbaar is het schrijven van poëzie voor veel dichters niet voldoende of worden dichters tegenwoordig door hun uitgevers met zachte hand richting de proza geduwd? Geen idee maar ik blijf het een bijzonder fenomeen vinden.
Maar terug naar Martin Rombouts. Tijdens zijn verschijningen in ‘De slimste mens’ werd hij steeds opnieuw geïntroduceerd als dichter en toen herinner ik me, vroeg ik me al af waarom ik hem niet kende als zodanig. Wanneer je dagelijks met poëzie en dichters bezig bent is elke nieuwe naam er een om te ontdekken. Bij Rombouts was dat niet het geval tijdens zijn ‘fifteen minutes of fame’ op de nationale televisie maar nu, naar aanleiding van het verschijnen van zijn debuutroman dus wel.
Martin Rombouts komt uit Rotterdam, woont in Utrecht en studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Hij publiceerde op ABCyourself, in Tirade en in de Oerol Dagkrant, en trad op op onder andere Lowlands, het Wintertuinfestival en in Perdu. Rombouts is lid van De Literaire Boyband. Op de website van De Optimist, digitaal cultureel magazine zijn wat gedichten van zijn hand te lezen. Vormtechnisch word ik er niet heel warm van maar Rombouts is niet vies van het experiment en daar hou ik dan wel weer van. Het meest bekend is hij, naast zijn deelname aan ‘De slimste mens’ denk ik van het gedicht dat hij schreef voor de Zomerlezen campagne 2024 van de CPNB. Dat gedicht werd op een ansichtkaart gedrukt en er werden 100.000 exemplaren van verspreid door vooral Boomerang dat overal in Nederland kaartenrekjes heeft hangen met gratis kaarten.
.
het was zonnig dus ik moest aan je denken
.
was laatst ook daar en daar weer
sprak die nog
straks ook weer dat
en dat
was het daar toen fijn warm?
of toch te en
zie je x nog? denk soms
zie voor mijn part
iedereen maar
zoen ook mij
en of hem dat niet was
en/of had moeten zijn die
zomer
die zomer die zomer die
.
Foto: Aisha Zeijpveld
Talentvolle jonge dichter
Madelief Lammers
.
Op zoek naar nieuwe jonge dichters kwam ik op de website van Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam een voor mij nieuwe naam tegen. Madelief Lammers (1998) is kunstenaar in taal, klank en ruimte. Haar teksten zijn bedoeld om te horen – hardop of in je hoofd – en vanuit dat uitgangspunt zijn ze ook regelmatig deel van performances en voorstellingen. Liefst met meer vragen dan antwoorden, en vooral een uitnodiging tot zachte aandacht.
Het valt me op dat tegenwoordig veel jonge dichters multidisciplinair werken. Zo is Madelief naast dichter ook tekstschrijver, keramist, (video) kunstenaar en performer. Op de website van SLAA zijn drie gedichten van haar opgenomen en dit onderstaande gedicht is daar één van. Het deed me denken aan een gedicht dat ik over mijn straat schreef, vandaar mijn keuze.
in deze straat
.
in deze straat wonen zes dezelfde vensterbanken
met ieder vier dezelfde vazen
twee voor het geval ze ooit gaan scheiden, twee voor de kinderen
met in elke vaas dezelfde plant
bijna, althans; niet alle planten gehoorzamen hun baasjes zo gewillig als de hond die in
de achtertuin zich stilhoudt tegen de buurhond, die in de achtertuin zich stilhoudt tegen
de buurhond, die in de achtertuin zijn baasje aan de voeten ligt,
de kaas van het brood eet, kwijlt
op het leven dat hem gegeven is
.
de kaas die het kind van hiernaast niet lust
de kaas waarmee het kind van hiernaast de muizen lokt via de brievenbus, het kind van
hiernaast dat trapjes vouwt en met vingerverf de deuren kleurt
en de ouders vinden dat zomaar goed
.

Jonge stadsdichter
Anu Soerjoesing en Govert van de Velde
.
Al verschillende malen uitte ik mijn ongenoegen over het feit dat na Harry Zevenbergen (1964-2022) die stadsdichter was van Den Haag van 2007 tot 2009, er geen stadsdichter meer is geweest in de hofstad. Daar is sindsdien en ondanks mijn oppositie (en die van verschillende dichters) niets aan veranderd. Maar er gloorde hoop toen in 2023 Chelsy Valentina de eerste jonge staddichter van Den Haag werd, gevolgd in 2024 gevolgd door Adelina Ignat.
En nu, in 2025 zijn twee nieuwe Stadsdichters gekozen uit een groep van acht finalisten van vijftien middelbare scholen die dit jaar meededen aan de Jonge Stadsdichter Scholenwedstrijd, door de vakjury van dit jaar, bestaande uit Amara van der Elst, Mahat Arab en Dichter des Vaderlands (Dichter der Nederlanden) Babs Gons.
De twee nieuwe jonge stadsdichters zijn Anu Soerjoesing (16 jaar) en Govert van de Velde (13 jaar). De organisatie Jonge Stadsdichter is een samenwerking van de gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, Bibliotheek Den Haag en het Literatuurmuseum.
Het gedicht waar Anu Soerjoesing mee won is getiteld ‘Ik weet’ en het winnende gedicht van Govert van de Velde is getiteld Wat is Den Haag? Of beter wie is Den Haag?
.
Ik weet
.
het landschap van boven
Straten kijken toe
Het licht straalt als een grasveld
De stappen zijn zwaar, een hand raakt de wolken aan
Ik ben de reus die lacht, vloeiend
en genadeloos
.
De grond trilt onder mijn voeten
maar de vogels vliegen niet weg
Mijn schaduw strekt zich uit over de wereld
het licht schijnt door
.
De wind raast over mijn lichaam
danst in mijn longen
een bekende tol van zuurstof
.
Niemand mag mijn vrijheid afpakken
zelfs niet ik
.
Het licht inspecteert
nieuwsgierig en stil
maar ik weet dat het groene licht
stiekem, naar mij lacht
.
Ooit ga ik vliegen
.
Poëzie tussen beelden van Miró
Lin An Phoa
.
Gisteravond was in in het museum Beelden aan Zee op Scheveningen waar BAZ After Hours was. Bezoekers konden genieten van een avond vol poëzie omringd door de bijzondere beeldhouwwerken van Miró, er waren workshops gedichten schrijven, beeldgedichten, zelf drukken en er was muziek. Gevestigde namen en opkomende woordkunstenaars van Huis van Gedichten deden hun voordrachten en er was een open mic.
De avond werd gepresenteerd door Sophia Blyden en georganiseerd door Daniëlle Zawadi van het Huis van Gedichten. Daniëlle ken ik nog van haar deelname aan de Kunstbende in 2017 (waar ik samen met Alexander Franken en M in de jury zat en waar zij de voorronde van het onderdeel Taal won) en haar deelname aan het zomerpodium van poëziestichting Ongehoord! later dat jaar.
In de line up een groot aantal, voor mij, onbekende namen. Dat is ook de reden dat ik graag naar podia ga, om me te laten verrassen en om te kijken of er dichters zijn die ik niet ken. Ook dit keer werd ik niet teleurgesteld. Al bij de eerste dichter was ik diep onder de indruk. Door de performance en door de inhoud. Ik heb het hier over dichter performer Lin An Phoa (1995).
Lin An Phoa is taalwetenschapper, schrijft poëzie en treedt op als spoken word-artiest. In haar fysieke en kritische teksten onderzoekt ze de verwachtingen en patronen van de systemen waarin we leven, in een poging tot verbinding, verzachting en verandering. Waar de taal soms stug en hoofdelijk kan zijn, zo schrijft ze op haar website, zoekt Lin An naar manieren om van lichaam tot lichaam te spreken.
Maar deze nog jonge dichter is nog veel veelzijdiger. Zo treedt ze op als presentator, moderator, docent en programmamaker. Maakt ze deel uit van het talentontwikkeltraject van literatuurorganisatie Wintertuin en was ze werkzaam bij podia als Poetry International, Crossing Border, Nederlands Film Festival, Dansateliers en Kunstbende.
Naast de inhoudelijke kant van haar poëzie was ik onder de indruk van haar timing en haar performance. Dus ging ik op zoek naar werk van haar op het web en vond daar het gedicht ‘Balletmeisjes breken niet’.
.
Balletmeisjes breken niet
.
zelfs na al die jaren zit het ballet nog in je botten
niet het hele zwanenmeer, maar net genoeg om uitgedraaid uien te snijden
net genoeg om met je voeten het licht aan te doen als je handen vol net genoeg
om jezelf bij elkaar te houden aan je buikspieren
te geloven dat je zou afbrokkelen als je zou ontspannen
dat je gewichtloos kan worden als je nog iets harder werkt
net genoeg om je grenzen op te rekken alsof het je hamstrings zijn:
als je uitademt kan je nog net iets verder
iets verder
iets verder
iets verder
tot je onhoorbaar knapt maar blijft lachen naar de spiegel omdat alle meisjes lachen omdat
dat zo hoort omdat we mooier zijn als we lachen want wie lacht is ontspannen en gelukkig
en makkelijk omdat ze niet mogen zien dat we moeite doen want wie lacht kan het allemaal
zelf dragen en als je nog kan lachen valt het vast allemaal wel mee want
balletmeisjes breken niet, ze buigen
en ooit komt er applaus
.
Lin An Phoa
Hasan Gök
Bahghi
De Nacht van de Poëzie 2024
Poëzie in overvloed
.
Afgelopen zaterdagnacht en zondagochtend was de 41ste editie van de Nacht van de Poëzie in Utrecht, georganiseerd door ILFU. In tegenstelling tot vorig jaar wilde ik dit jaar tot het bittere einde blijven en dat was een juiste beslissing. Een overdaad aan dichters en entr’actes kwamen voorbij aan de (zeker de eerste uren) bomvolle zaal. Het was dan ook uitverkocht. Later, na 12 uur werd het al snel rustiger, waarschijnlijk omdat de laatste treinen rond dat uur vertrokken.
Gelukkig was het programma afwisselend en veelkleurig. Van oude rotten in het vak als Anna Enquist (1945), Kees ’t Hart (1944) en Thomas Lieske (1943) tot de jonkies Lena Plantinga (1999), Roan Kasanmonadi (1995) en Yentl van Stokkum (1991). Maar ook mijn absolute favoriete dichters van de avond Ramsey Nasr (1974) die ik het indrukwekkendst vond, Lies van Gasse (1983) waar ik van genoot, Daan Doesborgh (1988) die me het meest positief verraste tot aan de dichter uit de buitencategorie Bibi Dumon Tak (1964) waarvan ik niet wist dat ze ook dichter was maar wier kinderboeken ik geweldig vind.
Maar ook de ontmoetingen met oude bekenden, Simon Mulder, Daniël Dee en Alek Dabrowski (Awater). Of wat te denken van de legendarische introducties van Ester Naomi Perquin (1980) en Piet Piryns (1948), grappig, ter zake, poëtisch en liefdevol naar elke dichter. Een avond en nacht om te koesteren en lang van na te genieten. En dat bij het laatste optreden van een niet-dichter Parra.Dice mijn nichtje schitterde op saxofoon (verassing) maakte de Nacht van de Poëzie helemaal af.
Natuurlijk kreeg elke bezoeker de Nachtbundel met een gedicht van elke dichter en daaruit deel ik graag het gedicht ‘Wie ben ik’ van Ted van Lieshout (1955). Daaronder nog wat foto’s die ik nam gedurende de nacht.
.
Wie ben ik?
.
Ik vroeg aan mijn moeder waarom ik besta.
Papa had al negen kinderen. Wou hij er dan nóg een?
.
Nee, zei mijn moeder, hij wou neuken. – Let wel: dat is
dezelfde moeder die mij vertelde dat ik niet geboren ben,
.
maar in de bosjes ben gevonden toen ze haar eigen kind
per ongeluk bij de bakker had laten staan en toch graag
.
met een kind thuis wilde komen. Zo zorgt mijn moeder
ervoor dat ik nergens anders thuis kan horen dan bij haar.
.
Ramsey Nasr
Kees ’t Hart
Peter Verhelst
Ingmar Heytze en Babs Gons
Lies van Gasse


















