Categorie archief: Over Poëzie

Waarom poëzie zo belangrijk is

5 redenen

.

Dat poëzie belangrijk is hoef ik natuurlijk niet uit te leggen zou je zeggen. Iedereen die weleens poëzie leest (of schrijft) kent de kracht van het poëtisch woord. Toch ga ik een poging doen het nog eens uit te leggen. In algemene zin kun je stellen dat poëzie de geletterdheid bevordert , gemeenschappen bouwt, troost en hoop biedt en emotionele veerkracht bevordert.

Hieronder nog 5 specifieke redenen waarom poëzie belangrijk is.

Reden 1: Poëzie zorgt voor begrip en bouwt gemeenschappen

Poëzie kan kinderen (maar ook volwassenen) helpen om hun leven, met behulp van metaforen, beeldspraak en symbolische taal te schetsen als het gaat om pijnlijke ervaringen, of delen van zichzelf te beschrijven, als ze er nog niet aan toe zijn om deze te delen. In poëzie kun je deze dingen vaak op een anonieme manier kwijt. Maar poëzie kan je ook een stem geven, via grammatica, interpunctie, gebruik van kapitalen en onderkasten. Door het spel met de taal kun je je onderscheiden en verenigen.

Reden 2: Poëzie is ritme en muziek

Als je in poëzie niet alle woorden of betekenissen kan begrijpen, kun je toch het ritme voelen en de cadans van een gedicht. Je hoeft niet altijd de volle betekenis van een gedicht te kennen om er toch van te kunnen genieten. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht bij kinderen, kunnen met name jongens worden gegrepen door het ritme en rijm. Het is de meest kinesthetische van alle literatuur, het is fysiek en vol smaak. Poëzie zet je letterlijk en figuurlijk in beweging.

Reden 3: Poëzie zet de deur open naar spreken en luisteren

Als je kijkt naar slam-poëzie of spoken word weet je meteen wat ik bedoel. Ook mensen die misschien niets hebben met de klassieke vormen van poëzie worden vaak gegrepen door de manier waarop juist deze vormen van poëzie worden gebracht. De authenticiteit van deze vormen zorgt zo voor een eigen publiek.

Reden 4: Poëzie geeft mensen die Nederlands leren ruimte

Omdat gedichten regels trotseren, kan poëzie heel toegankelijk zijn voor mensen die nog beperkt zijn in hun woordenschat. Bovendien, poëzie is universeel. Het lezen van poëzie in de eigen taal, kan helpen werelden en talen te overbruggen.

Reden 5: Poëzie helpt je bij het opbouwen van veerkracht

Het lezen en schrijven van poëzie bevordert het sociale en emotionele leren. Een goed geschreven zin in een gedicht kan je helpen om een ervaring op een geheel nieuwe manier te zien of te beleven. Op die manier kunnen inzichten die we hebben, ons nieuwe inzichten en kracht geven. William Butler Yeats zei dit over de poëzie: ‘Het is bloed, verbeelding en intelligentie samen. Het gebiedt ons de wereld te raken en te proeven, te horen en te zien, en het krimpen van alles wat er in de hersenen plaats vindt.

.

5-reasons

Met dank aan Elena Aguilar

5_redenen

Afbeelding BRRT Grafisch

 

Rijden onder invloed

Driving Under Influence

.

Op de website van http://www.nobac.org/ (waar bac staat voor blood-alcohol-content) is een pagina geheel en al gewijd aan gedichten over het rijden onder invloed van alcohol: DUI (driving Under Influence). Deze website is er gekomen ala een blijvende herdenking aan de 14 jarige Mark Andrew Engle, die door een dronken pickup bestuurder werd doodgereden.

Door gedichten te plaatsen proberen de beheerders van de website gemeenschappen in de Verenigde Staten structureel te wijzen op de gevaren van het rijden onder invloed. Op de website staan al bijna 50 gedichten over dit onderwerp. Veel zijn als gedicht niet veel meer dan een wanhoopskreet over een verloren geliefde of familielid, een enkeling tilt het hierboven uit zoals Tiffany J. L. Alfonzo in het gedicht ‘The black stars on the streets’.

.

The black stars on the streets

Stars stud the Colombian streets,
Not to mark celebrity whereabouts,
Not to mark the places where dignitaries stood,
Not for fame or fortune.

The stars lie dully on concrete canals,
No luminous twinkle illuminate long nights,
Nights so warm but with deathly chills,
Nights as dark as the stars on the streets.

Four-pointed stars dot the streets,
Black stylized crosses mourn murderous deaths,
Gilded with mutely glittering gold,
Marking many an abridged young life.

They show through headlights without dazzle,
In the stormiest of nights they weep,
Through their four-pointed veils
They wail out the words, this person died here.

Stars in the sky pompously twinkle,
Glowing over the city as signs of life and popularity,
But the stars on the street are fallen stars,
The stars all die once their people die on the pavement.

Through the headlights of those willing
To merrily drink the alcoholic chalices of vices,
They warn the drivers with their four mournful, sad points
Beseeching them for attention and vigilance.

Before claiming the vices of libations,
Remember the mournful stars on the streets,
Ride with the driver free of alcoholic vices
So that anyone will not be painted in black and gilded in gold.

.

ddd

Voordracht

September

..,.

Het seizoen is duidelijk weer begonnen. Hoewel de temperaturen nog hoog zomers aan doen beginnen de activiteiten op poëzie gebied alweer. Afgelopen dinsdag een lezing gegeven over poëzie aan de Probus in Portugaal en op zaterdag 24 september ga ik voordragen bij de Reizende dichters in Sommelsdijk. http://oogo.cultuurpleingo.nl/literair-cafe-op-24-september/

Op zondag 25 september is het dan de beurt aan collegadichters bij het poëziepodium van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com/

In Maassluis ben ik door het museum benaderd om een gedicht over kerstmis te schrijven bij hun kersttentoonstelling van dit jaar. Wonderwel met deze temperaturen is dat gelukt, in sonnetvorm nog wel. Dit gedicht zal ik t.z.t. hier delen. Voor nu een gedicht uit mijn eerste bundel ‘Zichtbaar alleen’ uit 2008 getiteld ‘Engelendraden’.

.

Engelendraden

.

In een hoek

in het goud van de zon

ligt het stof van jaren her

.

Fijne draden

lichten op in zilver

en vlechten een web

van onzichtbaar leven

.

Het symbool van geloof

vanuit een hemel gezonden

standvastig, om de toekomst

te trotseren in vertrouwen

.

engelendraden_1

Foto: Ruben Philipsen; Basilique Notre Dame de Beaune, Beaune, departement Côte d’Or, Bourgondië, Frankrijk 2001

 

Triomf, triomf!

Hendrik Tollens

.

Hendrik Tollens (1780 – 1856) was de eerste echte dichter des vaderlands. Hij was er bij toen het moderne Nederland ontstond en hij dichtte erover. Tollens kreeg dan ook twee standbeelden: één in Rotterdam, waar hij in 1780 werd geboren, en één in Rijswijk, waar hij stierf in 1856. Toen hij jong was, maakte hij vertalingen en schreef hij herderszangen met overdadige sentimenten en een erotisch tintje, en ook strijdliederen voor opstandelingen.

En met name dat laatste werd niet altijd meteen herkend. In een interessant stuk van Machiel Jansen over het boek van Lotte Jensen met de titel ´Verzet tegen Napoleon´ op http://www.literairnederland.nl/verzet-tegen-napoleon-lotte-jensen/ blijkt dat Lotte Jensen in haar boek een gedicht van Tollens heel anders interpreteert dan bijvoorbeeld Komrij.

Gerrit Komrij gaf de dichter Tollens er nog van langs en vond dat zijn ’ lofdicht op de nieuwe tand van zijn zoon´ een ‘schoolvoorbeeld van slechte poëzie’ was. In haar boek komt Jensen met een heel andere kijk op dit gedicht voor de dag en weet overtuigend aan te tonen dat de tand hier als wapen wordt gebruikt. Het verzet tegen Napoleon blijkt een tand te hebben. Als je in dat licht de 5e en 6e strofe leest begrijp je hoe Tollens dit gedicht waarschijnlijk bedoeld heeft.

Oordeel zelf zou ik zeggen.

.

Op de eerste tand van mijn jongstgeboren zoontje

Triomf, triomf! Hef aan, mijn luit,
Want moeder zegt: de tand is uit!
Laat dreunen nu de wanden!
Eerst gaf Gods gunst het lieve wicht
De adem en het levenslicht,
Nu geeft zij ’t wichtje tanden.

Tromf, triomf! God dank er voor,
Want moeder zegt: de tand is door!
Nu lof en lied verheven!
Geluk nu, kind, met spel en zang!
Besteed het wel, bewaar het lang,
Wat u Gods gunst wil geven.

Bewaar het lang, besteed het wel:
Een goed gebruik is Gods bevel:
Laat u dat voorschrift leiden;
Hou, u ten nut en Hem ten dank,
De tandjes rein en ’t zieltje blank;
Zo knagen geen van beiden.

Groei op, groei op! Word groot en goed;
Win treflijk aan in kracht en moed
Om lot en leed te tergen;
En, wie u ’t eerloos hoofd moog’ biên,
Laat, jongen, laat uw tanden zien,
Waar eer en plicht het vergen.

Groei op, word braaf, bekroon zijn doel:
Laat vroeg uw ziel van diep gevoel
Voor recht en waarheid branden!
Belach der bozen wrok en wraak,
En neem altoos der braven zaak
Manmoedig op uw tanden.

Groei op, word vroom, word rijk aan deugd!
Laat nooit mijn oog, dat weent van vreugd,
Om u van weemoed krijten;
En geve u God tot aan de dood
Een eerlijk stukje daaglijks brood,
Waarop uw tandjes bijten!

.

tollens

Foto: A. Kramer, met dank aan http://www.gedichten.nl en http://www.literairnederland.nl

V in vers

Verzetspoëzie

.

In 1965 werd naar aanleiding van het feit dat de Tweede Wereldoorlog 20 jaar daarvoor werd beëindigd, de bundel ‘V in vers’ uitgegeven. De ondertitel van dit boek luidt: De bezetting en het verzet in verzen op de voet gevolgd door Anthonie Donker, met medewerking van E.G. Groeneveld.

Dat ‘op de voet gevolgd’ slaat op de manier waarop deze bundel is samengesteld. In de bundel wordt namelijk verband gelegd tussen verzen en feiten. Vaak werd een verzetsvers namelijk geschreven naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis. De aan de voet van de gedichten opgenomen aantekeningen verduidelijken waar nodig dat  verband en geven biografische bijzonderheden. Dat is waar de bijdrage van Drs. E.G. Groeneveld om de hoek komt, hij werkte destijds voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

De V in de titel van het boek verwijst naar de V van Vrijheid, Verzet en Victorie. Deze verzen ‘bevrijdden’ degenen die hun gevoelens op deze wijze onder woorden brachten en, als ‘kleine overwinningen’van hand tot hand gaande, stimuleerden zij anderen in hun verzet.

De schrijver Anton van Duinkerken, pseudoniem van de Nijmeegse hoogleraar dr. W.J.M.A. Asselbergs, verbleef van mei tot december 1942 als gijzelaar in het tot interneringskamp ingerichte Klein seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. In het voorjaar van 1942 waren de bezetters ertoe overgegaan een groot aantal Nederlanders gevangen te zetten als gijzelaars. Hiertoe trachtten de Duitsers het toenemende verzet de kop in te drukken, daar in de toekomst na een tegen hen gerichte aanslag een aantal gijzelaars als represaille zou worden gefusilleerd. Dit is twee maal gebeurd waarbij in totaal acht gijzelaars vermoord werden.

Het gedicht van Anton van Duinkerken over deze gijzelaars is getiteld ‘Concentratiekamp’.

.

Concentratiekamp

.

Niets dan een stem van een kind op de weg

is genoeg om volkomen gevangen te zijn.

Achter het prikkeldraad wuiven de heesters;

wat verder staan bomen, en rein

in de lucht van de zomer klinkt eensklaps daarachter

het heldere, hoge geluid

van ’t kind, dat plezier heeft, en ’t weet niet hoezeer het

voor allen de vrijheid beduidt.

.

Dit lijkt op het heldere schellen der huisbel

na schooltijd, als ’t zaterdag is:

dan komen ze stoeiende vragen aan de vader,

waar morgen, direct na de Mis

de wandeling heengaat. Ze maken plannen;

het huis is te klein voor ’t geluk

en luid breekt de geestdrift der schone verwachting

de ernst der studeerkamer stuk.

.

Wat baat het, van kindren en vrijheid te dromen

terwijl men toch vruchteloos tuurt

om achter de heesters een glimp te betrappen

van ’t leven? – Gevangenschap duurt

niet korter, wanneer men zijn eigen geluk zoekt, –

wij zijn meer dan zeshonderd man.

Een kind op de weg heeft gelachen. Wij hoorden ‘t

en elk werd er eenzamer van.

.

V

Anton

Het klein heelal van het sonnet

Het sonnet in de Nederlandse literatuur

.

Als je een goed zoekt zijn er in Nederland en België vaak heel leuke en interessante bundeltjes te koop op rommelmarkten, kringloopwinkels en tweede hands spullen winkels. Voor de luttele som van € 0,20 kocht ik bij één van mijn favoriete tweedehands winkeltjes het bundeltje ‘het klein heelal van het sonnet’ uit 1969.

Deze bundel, uitgegeven in de serie ‘variaties op een thema’ bevat de beschrijvingen en de gedichten (sonnetten) van 18 dichters. Van Albert Verwey, Joost van den Vondel en Bilderdijk tot Slauerhoff, Achterberg en Lucebert.

Ontstaan op Sicilië begint het sonnet zijn zegetocht door Europa bij Petrarca (1304 – 1374). Diens ‘Canzoniere’ met liefdesverzen voor de verre geliefde Laura wordt het brevier van de Renaissancedichters, eerst in Italië, daarna via Frankrijk in heel West-Europa. In de Nederlanden is het Jan van der Noot, die aan de hand van de Franse leermeesters, als eerste petrarquiseert, gevolgd door Hooft, Bredero en Huygens.

Na een eerste bloeiperiode zinkt het sonnet bij ons voor een paar eeuwen in vergetelheid weg tot de Tachtigers voor een groot eerherstel zorgen met dichters als Kloos, Du Perron, en Verwey.

Omstreeks 1950 is ook de tweede bloeiperiode plotseling ten einde. Toch zijn er heden ten dagen nog altijd beoefenaars succesvol met deze vorm van poëzie zoals Jean Pierre Rawie en Simon Mulder.

Een mooi voorbeeld uit dit aardige bundeltje is het sonnet met de beroemde regel ‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten’ van Willem Kloos uit 1902.

.

Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ’t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten.

En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.

.

IMG_2753 (1)

Kluger Hans

Literair tijdschrift

.

Via Facebook werd ik weer eens gewezen op het bestaan van het tijdschrift Kluger Hans. Alleen door de naam al zou je nieuwsgierig worden naar wat er achter schuil gaat. Kluger Hans is een in België in 2008 opgericht literair tijdschrift, dat zich richt op jong talent.

Het tijdschrift verschijnt vier keer per jaar, daarnaast publiceert men ook literair werk online en organiseren ze evenementen onder de naam ‘literaire schurft’. Volgens eigen zeggen wordt er nadrukkelijk gezocht naar thema’s met een maatschappelijke inslag, eigenzinnige en authentieke teksten die de verbeelding prikkelen, stimuleren en verwarren en de de verwondering bevorderen.

Als literair magazine kenmerkt men zich door een keuze voor maatschappelijke betrokkenheid en artistieke vorm en inhoud met een oog voor nieuwe namen en talent.

In het tijdschrift staan nieuwe verhalen, essays en poëzie en op de website van Kluger Hans http://www.klugerhans.net/ kun je van alles alvast een voorproefje krijgen.

Uit het aprilnummer van dit jaar twee gedichten over utopie van Ingrid Strobbe.

.

I.

Het ziet er zo (vanuit de lucht) uit:

eerst de kleuren

de vlakken grijs en groen

het bouwmateriaal legt een dorp aan

de straten krijgen namen

de nummering van huizen

een postbode voor het kind dat op geen van hen lijkt

.

dan de mensen en de honden

een kat zo nu en dan naar de overkant

piepende remmen van opa’s

en oma’s kapster in het kapsalon

het kapsel spiegelend

.

een wandeling in de straat aan de hand van voetstappen

een meter door een stap gemeten

aan de hand een kind

een dier

snuffelend bij straatverlichting in het daglicht

springend in de plas van vrolijkheid

om het nieuwe huis dat in afmetingen er over heen gebouwd

er over heen beschermd

.

II.

In mei smijt de mens het ei

eigeel de kleverige nacht

eiwit de dreigende gedachten

het plan valt in een ongeplande slaap

per ongeluk het ongeluk van het wapen dat niet past

dat op een kussensloop elk gedicht uit het hoofd slaat

.

de man in het grootste bed strikt een laatste wens als veters rond haar

poten

.

haar pantoffels zuchten zacht

de trap af

.

de trap op

vanuit de lucht af gezien is het een drama

en toch zingt de maan haar troostend lied

toch ziet de zon dit door de vingers

.

Utopie

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

Zonder lidwoord

Sluitende man I

.

Poëzie komt in vele vormen. Zo is er de vorm waarin lidwoorden volledig of vrijwel volledig worden weggelaten hetgeen, in mijn beleving, het gedicht vaak een mate van afstandelijkheid meegeven. Dichten zonder lidwoorden is niet niet domweg lidwoorden weglaten waar je die normaliter zou schrijven, het is ook zoeken naar alternatieven, naar wegen om zonder lidwoorden toch dat te kunnen schrijven wat je wil schrijven.

Ik weet dat er dichters zijn die bijna niet anders meer kunnen of willen. Ik blijf het met enige verbazing lezen. Een mooi voorbeeld dat ik zeker kan waarderen is het gedicht ‘Sluitende man I’ van dichter Piet Gerbrandy.

Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs. Over zijn bundel ‘Kreukmonden opgevuld met gelei schreef Wiel Kusters begin dit jaar:

“Zijn experimentele, atonale poëtica heeft niet alleen symbolistische trekken maar is ook sterk verwant aan de poëzieopvattingen van hermetisch genoemde dichters als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens.”

Misschien niet de meest eenvoudige poëzie om te lezen maar wel poëzie waar je op kan kauwen en waarvan de schoonheid langzaam tot je komt.

.

Sluitende man I

Te midden van jaarloze flessen tast
schrander de gymnasiast naar contact in een muur
want aantocht van mensen is denkbaar.

Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag.

Staat kroegjool op springen, het lekt
in zijn aards gewelf – ach daar velt hem
vonkende stroom, stuipt zijn hart.

In baaierd van zwam zal zijn rotting
geknakt, hoge zijden gedeukt nog wat liggen.

Hij leeft. Hij vermoedt dat hij leeft.
Hij wendt zich van veel dingen af die zijn.

En sluitende man kiest hij vrouw
om aanspreekbaar te blijven.

.

gerbrandy

Met dank aan gedichten.nl

Aas

Cees Nooteboom

.

Cees Nooteboom (1933) is als schrijver vooral bekend vanwege zijn romans en zijn reisboeken. Zo heb ik hem leren kennen in de jaren ’80 door zijn prachtige roman ‘Rituelen’. Voor hemzelf echter komt de poëzie op de eerste plaats. Kort na zijn de publicatie van zijn eerste roman debuteerde hij in 1956 als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters, de vijftigers, maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.

Daan Cartens schrijft over Nooteboom als dichter: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”

Uit de bundel ‘Aas’ uit 1982 het titelgedicht.

.

Aas

Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.

De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.

Nooit komt er een einde aan deze verslaving.
Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote
district van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare

vorm.

.

CN