Categorie archief: Poëzie en Kunst

Ver Vers app

Lies van Gasse, Vicky Francken

.

In opdracht van de bibliotheek Midden Brabant, literair productiehuis TILT en de universiteit Tilburg, ontwikkelde Jeroen Braspenning samen met dichter Vicky Francken (1989) en dichter, kunstenaar en stadsdichter van Antwerpen Lies van Gasse (1983), de Ver Vers app. Met deze app maak je in een handomdraai je eigen graphic poem, of grafisch gedicht. Je doet dit met zinnen die Vicky Francken heeft geschreven en illustraties van Lies van Gasse.

Natuurlijk heb ik een poging gewaagd en ik heb hier een filmpje van gemaakt. Helaas kan ik die hier niet uploaden maar probeer het zelf maar eens een keer, het is de moeite waard.

.

Ik ben mijn zwemkleren vergeten,

de buren zijn niet thuis

twee is het kleinste begin van meer

het liefst zou je het smelten remmen

maar ik loop al zo lang

er brandt licht in een huis dat niet meer bestaat

waar woon je? laat me los, ik heb je gezien

valt er iets te vieren?

.


.

Charlotte Van den Broeck

Voor Ward Zwart

.

In 2021 publiceerde Charlotte Van den Broeck (1991) de bundel ‘Aarduitwrijvingen’. In deze bundel staat het gedicht ‘Voor Ward Zwart’. De Antwerpse illustrator en striptekenaar Ward Zwart (1986-2020) was bevriend met Charlotte en maakte met haar de bundel ‘Cosmos, Texaco’ (2020). Zwart maakte potlood- en houtskooltekeningen bij haar gedichten. Naar aanleiding van zijn plotseling overlijden (hij nam zijn eigen leven) schreef ze dit gedicht.

Charlotte Van den Broeck leerde Ward Zwart kennen in Watou waar ze samen een muur gemaakt en geïllustreerd hebben (met een gedicht van haar hand). Peter Verhelst vroeg haar of ze een gedicht voor Ward wilde schrijven dat in Watou aangebracht kon worden. Zelf zegt ze daarover: “Het leek me het enige zinvolle dat er kon gebeuren, dat een gedicht voor hem op die plek terugkeert.”

.

Voor Ward Zwart

.

welke dag is het vandaag, de hele dag al wist de datum zich
uit waar geworden vrees, een haas schiet uit de struiken, de schuwe roerdomp
duikt in het riet

we moeten ons behoeden voor de opmars van goudjakhalzen in het oosten van het land
we moeten melding maken van de olieblauwe vlek op het papier, eronder

liggen de lege straten
we wandelen vanop de rug gezien en daar volstaat het
om te schoppen tegen de peilloze somberte, een kopstoot

tegen het sip, je vertelt het verhaal van het stokstaartje
dat werd opgenomen in een groep vosmangoesten en stelt me gerust:
in geen van beide soorten heeft de leeuw interesse

en op dagen dat de leeuw bijt
is hij van zeefdrukinkt en houtskool, voor het afscheid

hadden we elkaar een glimp van wilde tapirs beloofd wetende
dat de kans klein is, dat tapirs
tegenover ons geen enkele verplichting bezitten, maar we hebben tijd

en theekoeken en tijdens het wachten
bedenken we een naam voor de onbekende boom die binnenkort
voor het eerst in duizend jaar zal bloeien

we noemen hem ‘de slaappalmveer’
terwijl ik het neerschrijf, ga jij alvast op zoek

.

Op je rug of op je buik

Hans Arp

.

Ik heb op dit blog al een paar keer over de Frans Duitse schilder, beeldhouwer en dichter Hans Arp (1886-1966) geschreven. Naar aanleiding van een tentoonstelling, in een blog over een Dada bundel en in een blog over de Dada dichters Hugo Bal en Hans Arp. Dit keer had ik een dichtbundel van Arp in handen met de titel ‘Onze dagelijkse droom’ gedichten uit 1986 gekozen, vertaald en voorzien van een nawoord door Peter Nijmeijer (1947-2016) en Laurens Vancrevel (1941).

Ik kende Hans Arp vooral van zijn visuele poëzie en van zijn gedichten die ik las in het Kunstmuseum in Den Haag maar nu dus voor het eerst een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Op je rug of op je buik’.

.

Op je rug of op je buik

.

De dag is soms plat.

Wat je ook doet

je slaagt er niet in om op te staan.

Er is geen ruimte om op te staan.

Je wordt gedwongen om plat te blijven liggen

op je rug of op je buik

plat als een blaadje papier

van een schrijfblok.

.

De onzekerheid van de dichter

Wendy Cope

.

Dichters zijn soms net mensen. Zo ook de Engelse dichter Wendy Cope (1945). Ik schreef al eens over haar omdat ze met een gedicht werd opgenomen in ‘The Nations Favorite Love Poem‘, omdat Ahmed Aboutaleb een gedicht van haar opnam in ‘Lees!‘ de bundel die hij voor uitgeverij Douane samenstelde, en omdat al haar emails door de British Library werden opgenomen in de collectie.

In de bundel ‘With a Poet’s Eye’ a Tate Gallery Anthology, is een gedicht van Cope opgenomen bij een schilderij van Giorgio de Chirico getiteld ‘The Uncertainty of the Poet’ met dezelfde titel. Een bijzonder en grappig gedicht waarin de onzekerheid op een frivole manier wordt beschreven.

.

The Uncertainty of the Poet

.

I am a poet.
I am very fond of bananas.
.
I am bananas.
I am very fond of a poet.
.
I am a poet of bananas.
I am very fond.
.
A fond poet of ‘I am, I am’-
Very bananas.
.
Fond of ‘Am I bananas?
Am I?’-a very poet.
.
Bananas of a poet!
Am I fond? Am I very?
.
Poet bananas! I am.
I am fond of a ‘very.’
.
I am of very fond bananas.
Am I a poet?
.
.

Waterval 1961 M.C. Escher

Inge Boulonois

.

Van dichter Inge Boulonois (1945) van de website cedargallery (gedichten over kunst) uit 2010 het gedicht ‘Waterval 1961 M.C. Escher’.

.

Waterval 1961 M.C. Escher

.

Water stroomt hier niet en wel.
Gerimpeld klimt het opwaarts,
versplinterd stort het neer terwijl
de loop de zwaartekracht vernachelt,
het rad de roerloosheid verdraait.
Spiegelen en glanzen doet het
niet. Geen golf verdwijnt, geen
drup verdampt. Ondanks verval
verglijdt geen fractie tijd. Intussen
blijft het klotsen, kabbelen en ruisen
in je verbeelding. En net zo echt
is dat geklater als het water diep –

.

Gwij Mandelinck

Erfenis

.

Afgelopen week overleed de Vlaamse dichter en geestelijk vader van Poëziezomers van Watou Gwij Mandelinck (1937-2024). Mandelinck was een pseudoniem voor Guido Haerijnck. Zijn pseudoniem kwam van de rivier de Mandel die te Wakken in de Leie vloeit. Paul Snoek zou hem hebben opgedragen een pseudoniem te kiezen, omdat die één vissennaam in de Vlaamse literatuur wel genoeg vond. Op zoek naar wat achtergrond informatie kwam ik erachter dat we niet alleen op dezelfde dag jarig waren maar ook nog eens hetzelfde beroep hebben uitgeoefend (bibliothecaris). Gwij Mandelinck  heeft samen met zijn vrouw in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw het, toen nog ingeslapen, dorpje Watou in de Westhoek van Vlaanderen op de poëtische, Belgische en internationale kaart gezet.

In 1980 begon hij met het festival Watou Poëziezomer. Samen met zijn vrouw trokken ze grote dichters naar deze uithoek van België. In eerste instantie dichters uit de lage landen maar al snel ook dichters van over de hele wereld. Het festival trok al snel veel bezoekers uit voornamelijk België en Nederland. Ze kwamen voor de kunst en voor de poëzie. Door dit festival dat twee maanden per jaar allerlei activiteiten rond kunst en poëzie bood, onderging het dorp zelf ook een verandering. Zo zijn er inmiddels een Hugo Clausplein, een Paul Snoekstraat en en Rutger Koplandstraat. Ook een aantal kunstobjecten en muurbeschilderingen bleven bewaard en dichter Eddy van Vliet liet zijn as uitstrooien in Watou.

In 2008 stopte Mandelinck met de Poëziezomers in Watou. Financieel was het niet meer rond te krijgen. Hij probeerde een doorstart in Brugge onder de naam Kunstenfestival Watou. Zelf verhuisde ze naar Aartrijke (bij Gent) en hun huis in Watou werd het Huis van de Dichter, een schrijfresidentie waar dichters een tijdje kunnen werken. Naast zijn werk voor de poëzie in Watou en daarbuiten was Gwij Mandelinck ook dichter. In 1962 debuteerde hij met een in eigen beheer uitgegeven bundel ‘De Wake’ waarna nog vele bundels zouden verschijnen, de laatste in 2014 ‘Lotgenoten’.

Voor zijn letterkundige werk ontving hij verschillende keren prijzen zoals de Maurice Gilliamsprijs en de Guido Gezelleprijs. Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar een gedicht van Mandelinck en dat heb ik gevonden in Maatstaf jaargang 41 uit 1993. Het gedicht is getiteld ‘Erfenis’ en ik koos het omdat de erfenis van Gwij Mandelinck er een is van bijzondere betekenis.

.

Erfenis

.

Nu het ouderpaar is uitgedragen, weegt wat
hangen bleef er zwaar; de kalk rondom de spijkers
brokkelt op de grond. Zij die gewicht aan onze
dagen gaven lijken nu te zweven in het rond.
.
Elkaar de stofjes uit de ogen sparend erven wij dit sterven;
uitvergroot in wat de doden samen waren zullen ons de maten
van hun deuren nauwelijks een doorgang laten. Nog voor
de grendels uit de handen schuiven, sluiten wij ons buiten.
.
.

Het hart van de zoeker

Lucebert

.

In het Fotomuseum Den Haag is momenteel (tot 7 april) een kleine maar aangename fototentoonstelling te zien van dichter, schilder en dus fotograaf Lucebert (1924-1994). Deze tentoonstelling is naar aanleiding van het 100ste geboortejaar van Lucebert. Veel mensen, ik ook, kennen Lucebert waarschijnlijk als dichter of als schilder. Op zichzelf niet zo vreemd, de foto’s die getoond worden zijn vrijwel allemaal gemaakt tussen begin jaren ’50 en eind jaren ’60. In de tentoonstelling zijn circa vijftig vintage prints te zien uit het familie-archief van Lucebert en de museumcollectie.

Bekend van zijn contacten met Experimentele Groep in Holland, een kunstgroep waaruit later een aantal leden onderdeel van de CoBrA-beweging zou worden, of als keizer van de literaire groep de Vijftigers, waar onder anderen Remco Campert, Hugo Claus, Rudy Kousbroek en Simon Vinkenoog tot behoorden, zo bekend is Lucebert met zijn foto’s nooit geworden.

De periode waarin Lucebert fanatiek fotografeerde is kort, omdat hij fotograferen als enorm inspannend en uitputtend ervoer en omdat hij zichzelf uiteindelijk meer als schilder en dichter zag. Toch heeft zijn onconventionele aanpak (fotografie was voor Lucebert een intuïtieve bezigheid; als autodidact voelde hij zich niet gebonden door fotografische conventies. Daarbij ging het hem niet om de weergave van de werkelijkheid, maar om het vastleggen van een bepaalde ontastbare sfeer) een fotografisch oeuvre achtergelaten dat op zichzelf staat, vol poëtische en evocatieve beelden.

Aan het einde van de tentoonstelling staat er een gedicht van Lucebert naast de foto’s op de muur aangebracht. Het is getiteld ‘het hart van de zoeker’. Lucebert schreef dit gedicht ter gelegenheid van de grote Lucebert-tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam (1987). Er verscheen destijds een fotoboek van en over de dichter-schilder onder de titel ‘Het hart van de zoeker’ met voorin opgenomen dit gelijknamig gedicht.

.

het hart van de zoeker

.

het kleine raam in de verduisterde kamer is een roerige zoeker

hij loert naar de koortsige doffer van het hart die opvliegt

tegen het hartvormig slot van de hartvormige kast

waarin de colorist de droom droomt van de kleurenblinde

en het verkleinglas myopisch voor vergrootglas speelt

waarin goethe en newton samen slapen als de kadavers

van de gouden appel en de grauwe worm en ontspannen

opgetogen het blote oog baadt en dobbert

in een diafragma van roze rozebladeren

.

waarom is goed gebotteld het licht ook een zonnig oog

.

op zijn eenzame wereldreis opent de zoeker ogenblik na ogenblik

de conserve van een oogopslag geurt naar het ontsluiten

van bewierookte roosvensters rozeknoppen en naar

ontsluierende fixeerbaden

.

overal ook bij honger en dorst is er voedsel te over

close-up na close-up eet hij à bout portant op

door de versterker door verzwakker rolt hij snapshopt of tiptop

nooit versagend doorzoekt hij dag en bij nacht

de kast van zijn hart

en maakt hij de eeuwig slapenden wakker opdat ook zij door de zoeker

kunnen kijken naar de tijd (in de lens stopt hij hun vodden)

naar de rivier  van fotografie die in stilte duivezilverig ruist

over het gezicht van de nacht dat

heel even belicht wel lijkt bebloed

maar het is de ochtend van het oog die het heeft begroet

.

Het begin van de wereld

Kunst kijken

.

Poëzie komt en gaat in vele verschillende verschijningsvormen. Van ultrakort tot ellenlang, van super serieus tot hermetisch, van lyrisch tot humoristisch. Ik hou van alle vormen door wat ze te bieden hebben. Het is vooral de verscheidenheid die me aantrekt. Het is als met je lievelingseten, heel erg lekker maar je wil je ook niet elke dag je lievelingseten eten, dan gaat het je snel tegenstaan. In de verscheidenheid aan poëzie is humor een lastige. Wanneer wordt het cabaret of melig en wanneer blijft het poëzie die een glimlach op je gezicht tovert? Drs. P, C. Buddingh’ en vele light verse dichters, er zijn genoeg voorbeelden van dichters die een lichte toets vermengen met humor in hun poëzie.

Een voorbeeld van een dichter die dit als handelsmerk heeft is Nico Dijkshoorn. Jarenlang huisdichter van De Wereld Draait Door, maar in mijn boekenkast al vertegenwoordigd met de bundel ‘Daar schrik je toch van: De eerste 1000 gedichten’ onder pseudoniem uitgebracht als P. Kouwes in 2008. In 2012 verscheen ‘Dijkshoorn kijkt kunst’ een bundel met gedichten gemaakt bij kunstwerken uit het Kröller-Müller Museum. Voor dit museum stelde hij een succesvolle audio-rondleiding samen. Hij schreef nieuwe teksten bij kunstwerken en sprak die zelf in. Deze audio-rondleiding is ook als boek, met de afbeeldingen van de kunstwerken bij de gedichten, verschenen. Hieronder twee voorbeelden van hoe een gedicht bij een kunstwerk, in dit geval ‘Het begin van de wereld’ van Brancusi uit 1924, en ‘Grasgrond’ van Vincent van Gogh uit 1887, ook humoristisch kan zijn.

.

Het begin van de wereld

.

ik was 5 jaar

mijn nichtje was 6

samen aten wij

ei

eerst luisterden wij naar ei

het tikken tegen de bodem van het pannetje

een wanhopige dans zonder armen en benen

.

oma liet

ons ei schrikken

met koud water

eieren zijn bang van alles

boter

lepeltjes

messen

.

daarna volgde

het eten

het volmaakt simultaan ei eten

mijn nicht de witte buitenkant

ik de gele binnenkant

toen wist ik het nog niet

maar nu wel

een eitje delen

dat doe je niet zomaar

met iedereen

.

Grasgrond

.

de nieuwe broek

onverwacht gestoei

het glijden op

je rechterknie

en dan al

je moeder horen

,

dat gaat er dus

nooit meer uit

je wordt bedankt

.

De Ultieme Hallucinatie

Poëziesalon in het Cohn-Donnayhuis

.

In Brussel bezocht ik de Ultieme Hallucinatie, een restaurant in een voormalig herenhuis dat volledig in Art Nouveau stijl is ingericht. Het Herenhuis of Hôtel Cohn-Donnay is een herenhuis aan de Koningsstraat in Brussel dat dateert van 1836. Het werd in neoclassicistische stijl gebouwd, inclusief het bijgebouw, de stallen en de koetshuizen aan de Poststraat. Het echtpaar Cohn-Donnay liet de woning in 1904 zodanig verbouwen in art nouveau-stijl dat het een icoon van deze stijl zou worden. Gevels, interieur en meubilair, het muziekpaviljoen en de wintertuin zijn sinds 1988 beschermd volgens koninklijk besluit.

Op de gevel las ik op een bordje dat er ook een poëziesalon gevestigd was geweest in het herenhuis. Op de bovenverdieping was inderdaad een prachtig meubel gemaakt waarop dichters plaats konden nemen en hun poëzie voordragen. De rondleider wist niet veel meer te vertellen dan dat er destijds, toen het nog het huis van de familie Cohn-Donnay was, poëziemiddagen werden georganiseerd. Het moet een waar genoegen geweest zijn om vanaf dat prachtige meubel aan een grote hoge kamer gevuld met aandachtig luisterend publiek, poëzie voor te dragen.

Tony Rombouts (1941, dichter, performer en organisator van ontelbare poëziemanifestaties, waaronder vijf Nachten van de Poëzie in Antwerpen. Verder was hij ook redacteur bij verschillende literaire tijdschriften en startte hij uitgeverij Contramine) schreef het gedicht ‘Het Salon’ over een andere poëziesalon maar het past er zeker bij.

.

Het salon

.

Want deze kamer van Volstrekte Schoonheid

danig overladen

ademt hoorbaar en zwaar,

en laat voor de heldhaftige aanwezigen

slechts nauwelijks zuurstof over

om amper enkele ogenblikken

verder te bestaan.

.

Zichzelf zorgvuldig vormend en modulerend

tot in de verste uithoeken

van de meest verborgen verbeelding,

beheert en beheerst

deze ruimte haar onbeperkte vermogen

als een zorgvuldig op alle

mathematische mogelijkheden

uitgetest, zich steeds weer

herprogrammerend geheel.

.

Dit uiterst doeltreffend organisme

overweldigt punctueel

ieder organisch wezen

dat onverwachts bedolven

onder de razende lawines

van zijn meest geheime begeerte

geen teken van leven meer kan geven.

.

De schamele geluiden

van het onontkoombare stikken

sterven dan ook in de gesteven stilte

van het waarachtig ontbrekende stof.

.

Hij leert haar taal

Gedicht en beeld

.

De vormgever van MUGzine, Bart van Brrt.Graphic.Design, heeft een gedicht van mij vertaald en opnieuw vormgegeven. Dat deed hij al eerder ( ‘Eb’,  ‘Innerlijk klimaat’,  ‘Mist’  en ‘Leegstand’ ) en elke keer is weer een verrassing, zeker nu met de Duitse vertaling erbij ‘Er lernt ihre Sprache‘ zoals deze verscheen in De Veerman, Tijdschrift voor West- en Noord-Europese literatuur en kunst .

.