Zij komen in de nacht

Corinne Hoex

.

Afgelopen zomer was ik in Namen in België in Musée Félicien Rops (echt een aanrader) waar ik in de lobby een gedicht tegenkwam van dichter Corinne Hoex (1946). Zij is een bekroonde hedendaagse Belgische schrijfster en lid van de Koninklijke Academie voor Franse Taal- en Letterkunde van België. Ze heeft tot nu toe acht fictie- en prozawerken en meer dan twintig poëziewerken gepubliceerd. Hoex heeft verschillende literaire prijzen gewonnen, waaronder de Prix Félix Denayer 2013 ter erkenning van haar oeuvre.

Het gedicht dat ik daar las, ‘Elles viennent dans la nuit’ komt uit de gelijknamige bundel uit 2018 dat ze samen maakte met illustrator Kikie Crêvecœur . In deze bundel staan acht variaties van elk vijf regels, geschreven als een meditatieve litanie die de mysterieuze nachtelijke aankomst suggereert van degenen (zij) van wie we de naam niet kennen, die we verwelkomen en dan verliezen. Terwijl ze uit een duistere vergetelheid tevoorschijn komen, hebben ‘zij’ even toegang tot het licht en smelten vervolgens terug in de oceaan van de nacht. Voor de Nederlandse lezer die het Frans niet of slecht beheerst vertaalde ik het naar ‘Zij komen in de nacht’.

.

Zij komen in de nacht

.

Een zacht geluid van voetstappen

zij komen in de nacht

vanuit deze verloren plek

om hen te omhelzen

hen te verliezen

.

Ze komen in de nacht

trekken zich los van de vergetelheid

het verliezen,

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Een zacht geluid van stappen

trekt zich los van de vergetelheid

de adem ingehouden

om het te omarmen

het te verliezen.

.

De ingehouden adem,

de herinnering aan de nacht

het verliezen

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Hun naam,

hoe hun naam,

een zacht geluid van stappen,

vanuit deze verloren plek

het verlies omarmen

.

Ze komen in de nacht

een zacht geluid van stappen

het verliezen

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Vanaf deze verloren plek

komen ze in de vergetelheid

een licht geluid van voetstappen

ze te omarmen

ze te verliezen

.

Een licht geluid van voetstappen

de adem van de nacht

het verliezen

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Blind gepakt

Tj. A. de Haan

.

Vandaag begin ik op de vrijdag een nieuwe rubriek. Eigenlijk is dit een onderdeel van Uit mijn boekenkast maar ik noem het toch anders namelijk ‘Blind gepakt’. Het idee is simpel, ik heb inmiddels zo’n 15 meter poëzie in mijn kasten staan. Ik ga voor mijn boekenkast staan en pak met mijn ogen dicht een bundel uit mijn boekenkast. Vervolgens open ik deze op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat zal ik hier delen. Lekker random dus zoals sommige jongeren wel zeggen.

De eerste bundel die ik pak is ‘Gouden munt’ van Tj. A. de Haan uit 1975. Tjaarda A. de Haan (1909-1984), zoals de volledige naam van de dichter luidt, was arts en marine officier en werd geboren in Nederlands Indië. ‘Gouden munt’ is niet meer verkrijgbaar (ik vond nog 1 exemplaar antiquarisch te koop) en toen ik de bundel willekeurig opende stuitte ik op het gedicht ‘Horizon’ .

.

Horizon

.

Je wandelt aan de grenzen van mijn horizon

Niet verder af, maar zelden dichterbij

Je koos een pad, dat voerde weg van mij

En van het water uit een diepe bron

.

Hoe juist, dat ieder mens zijn eigen paden kiest

Het kan daar eenzaam zijn of juist ook vol en druk

Men kan de wanhoop tegenkomen of een groot geluk

’t Is mogelijk dat men alles wint of ook verliest

.

Wanneer de hemel helder is en blauw en wijd

Richt zich de koers op zeker schijnend doel

Dan lacht een zorgeloze vreugd, een trots gevoel

Om iedere zorg en iedere moeilijkheid

.

Maar als het gaan een dwalen wordt, of grauwe mist

Het zicht beperkt tot blinde nevel muur

Die elke spanning wegneemt uit een volgend uur

Dan kan er twijfel zijn aan wat men zeker wist

.

Wel steeds wanneer ik uitkijk naar mijn horizon

En je zie wandelen in een ver verschiet

Dan wil ik dat je weten zult, betwijfelen niet

Dat er een rustpunt is te vinden aan de bron.

.

Littorina Littirea

Wim van Til

.

Wim van Til (1955) is een dichter en voormalig leraar Nederlands. Hij richtte in het jaar 2000 het Poëzie centrum Nederland op. Het Poëzie centrum Nederland is een studie- en documentatiecentrum voor moderne Nederlandstalige poëzie en omvat ruim 20.000 bundels, vele bloemlezingen en vertaalde poëzie en een uitgebreid knipselarchief met recensies, besprekingen, interviews en geschreven portretten van dichters en secundaire literatuur. Het Poëziecentrum Nederland is sinds maart 2014 gevestigd in Nijmegen.

Van Wim hoorde ik dat het Poëzie centrum Nederland, dat nu nog gevestigd is in de bibliotheek van Nijmegen moet verhuizen omdat de bibliotheek ruimte gebrek heeft. Een duivels dilemma, aan de ene kant begrijp ik de wens van de bibliotheek (ik heb er zelf als directeur van een openbare bibliotheek mee te maken met ruimtegebrek) maar aan de andere kant gaat het me zeer aan het hart dat het Poëzie centrum Nederland straks misschien geen onderkomen meer heeft.

En dat gaat me minstens zo aan het hart. Het PcN organiseert jaarlijks ruim 150 activiteiten rondom dichters, poëzie en schrijven en stelt het zich open voor lezingen, boekpresentaties en cursussen en stelt zich ten doel het lezen en bestuderen van poëzie te bevorderen in de breedste zin van het woord. Ik hoop dan ook van ganser harte dat het PcN snel een mooie en betaalbare plek en onderdak vindt want een dergelijke collectie mag niet verloren gaan.

Wim van Til is echter naast een van de dertig vrijwilligers die het PcN draaiende houdt, ook dichter. In 1981 debuteerde hij bij uitgeverij Opwenteling met de bundel ‘Dichtmaken open’ waarna nog 9 bundels zouden volgen. In 2000 verscheen de bundel ‘Sleutelhouder’ Gedichten 1979-1999. In deze bundel staat het gedicht ‘Littorina Littirea’ voor Rogi Wieg. De Latijnse titel doet vermoeden dat er iets heel spannends achter schuil gaat maar het is ‘slechts’ de Latijnse naam voor de Alikruik, een in zee levende kieuwslak.

.

Littorina Littirea

Voor Rogi Wieg

.

Van onze wandelingen onthoud ik vooral

je stem, die knarste onder onze voeten.

Uitgeleefd, verlaten. Die droge tik,

het definitief verschuilen, bijna naakt – je

beste vermomming, zo open.

De ogen naar binnen gekeerd,

dat ogenschijnlijk opgaan in de massa.

.

Geen zee, geen aarde. Slechts een kust

lijn van een wisselend einde.

.

Zoals poëzie fictie is, is verleden

tijd: wat niet gebeurt, waarvoor niet gekozen wordt.

De slag op het voorhoofd, geweest en nooit plaats gevonden.

.

Wie aanlegt, raakt zijn vrijheid kwijt.

Schutter wordt jachtwild, visser

wordt vangst. een blik om de schouder

maakt van de mens een gedicht.

.

Reïncarnatie

Daan Zonderland

.

Ik ben in het bezit gekomen van de bundel ‘Weerbarstig alfabet’ van Daan Zonderland (1909-1977) uit 1955. Een bijzonder bundeltje omdat het in rode inkt en overdwars gedrukt is en omdat ik dacht dat ik het al in mijn bezit had. Ik vergiste me, ik had zijn bundel ‘Redeloze rijmen’ uit 1952 voor ogen dat, bijzonder genoeg, ook al een alfabet als uitgangspunt had. In die bundel staan vooral light verse en nonsens rijmen en in ‘Weerbarstig alfabet is dat eigenlijk niet anders.

Dat Zonderland het alfabet niet strak volgt is het meer dan vergeven, in de bundel spat het plezier eraf en daar gaat het om. Dit keer koos ik voor de letter M waar een gedicht staat dat over Mientje gaat (wat de letter M rechtvaardigt) met als titel ‘Reïncarnatie’.

.

Reïncarnatie

.

Jij met je schone gelaat,

Jij met je gratie,

Als jij ooit overgaat

Tot reïncarnatie,

Waarschuw mij, lieveling,

Mientje, mijn fee,

Want als jij herbevleest,

Dan doe ik mee.

.

Van mijn dochter

Willem Adelaar

.

In 2023 werd de Eindhovense dichter, bibliofiel, blogger en beeldend kunstenaar Willem Adelaar 70 jaar en ter gelegenheid van dat feit verscheen bij uitgeverij Leeuwenhof een bloemlezing uit zijn poëzie getiteld ‘Schikzaal’. Willem Adelaar (1953) heeft 9 dichtbundels op zijn naam staan. Als beeldend kunstenaar kwam er in het jaar dat hij 70 werd een expositie in de Kruisruimte in Eindhoven. Een selectie uit zijn collages, schilderijen, pentekeningen, foto’s, dadaïstische wandsculpturen maakte 2 dagen lang de overstap van zijn kleine huis  naar de grotere ruimte in de Generaal Bothastraat.

In de bundel ‘Schikzaal’ hebben Jan Bulsink en Johan Meesters (ja die twee van Poëzie Leeft!) een keuze gemaakt uit de vele honderden gedichten die Adelaar schreef in zijn leven. Op de achterflap van de bundel schrijft Adelaar: “Als ik zeg dat ik voortdurend gedreven ben, is dat genoeg? Dat iets mij drijft de vreugde van het scheppen in. Dat iets mij voortdurend doet kijken, het leven onderzoeken. dat ik in elk gedicht opnieuw de taal wil uitvinden, wil verfrissen, wil reinigen van clichés. Zei Komrij niet: “De poëzie is een wasmachine.”

Achterin de bundel zijn twee QR codes opgenomen en wanneer je die scant kom je op een bladzijde van de uitgever met extra werk en voorgelezen werk van Adelaar. Ik heb de bundel met plezier gelezen. Of, zoals Willem adelaar schrijft, de taal steeds opnieuw verfrist wordt weet ik niet maar de gedichten zijn bijzonder leesbaar en zeer te genieten. Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Van mijn dochter’ waarin ik mij als vader van een dochter met een scheppend beroep (glas-in-lood maker) herkende.

.

Van mijn dochter

.

“IETS

 

antwoordt zij

als ik haar vraag

wat zij gaat maken.

.

“IETS”

zegt zij

die van zelfvertrouwen blaakt

niet driest op zoek gaat naar een naam

maar het gemaakte rustig zonder definitie laat

.

de naam, die komt vanzelf wel

die volgt, op de vorm

drie, vier stukken hout

met wat spijkers aan elkaar verbonden

.

en zelfs als er aan hetgeen dat is ontstaan

geen naam wordt toegevoegd

is het goed

.

allereerst moet het er komen

allereerst moet het gemaakt

.

bestaat het minder zonder naam?

bestaat het onomschreven niet?

.

haar hand laat zij het zeggen

haar hand benoemt

de losse stukken tot een vorm

,

het ding is leesbaar in de ruimte

en draagt van de maker

de naam

.

Hoe heter hoe beter

Els Moors

.

De Vlaamse dichter en schrijver Els Moors ( 1976) woont en werkt in Brussel. Haar met lof overladen poëziedebuut ‘Er hangt een hoge lucht boven ons’ uit 2009 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Bij het balanseer verscheen in 2013 de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’. Deze bundel werd bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs 2015 en met de Prijs Letterkunde van de provincie West Vlaanderen. De bundel werd ook vertaald naar het Frans. In 2015 verscheen bij Brueterich Press de naar het Duits vertaalde bundel ‘Lieder vom pferd über Bord’.

Moors is onder meer docent Creative Writing in Brussel, Antwerpen en Arnhem ArtEZ en redacteur van het literaire tijdschrift “nY”. Sinds 2016 is zij een van de Nederlandstalige dichters in de poule van het ambitieuze, Europese poëzieproject ‘Versopolis’. Ook was zij van 2018-2020 Dichter des vaderlands van België. De gedichten die ze ambtshalve schreef, zijn gebundeld in ‘Knalpatronen’, waarin de gedichten ook in het Frans en Duits zijn opgenomen, en soms in het Arabisch en Afrikaans.

Uit deze bundel ‘Knalpatronen’ uit 2020 nam ik het gedicht ‘Hoe heter hoe beter’.

.

Hoe heter hoe beter: klimaatlied

.
auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat
hoe heter hoe beter
en ja ook op straat
zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)

.

                                                                                                                                         Foto: Guy Kokken

Wisselstroom

Johan Meesters

.

Op 8 september jongstleden werd de nieuwe stichting Poëzie Leeft! geïntroduceerd aan het grote publiek in Wageningen. Een van de drijvende krachten achter deze stichting (voorheen de Johan Meesters stichting) is de Zeeuws Vlaamse dichter en uitgever (uitgeverij Leeuwenhof) Johan Meesters. Op de website van Johan lees ik: “Na een werkzaam leven in het voortgezet onderwijs (als leraar en later als schoolleider) wijdt Johan Meesters zijn leven aan de letteren. Hij draagt op podia overal in Nederland en soms ook in België zijn gedichten voor. Zijn poëzie strekt zich uit van het light verse van zijn eerste bundel (Vermakelijkste verzen) tot de filosofische beschouwingen van later werk.”

Op de dag dat Poëzie Leeft! werd gepresenteerd kwam ook de bundel ‘Bescheidenheid is een doodzonde’ van Johan uit. In deze bundel veel nieuwe gedichten maar ook een afdeling Extra’s met gedichten die eerder verschenen in de eerste versie van ‘Vermakelijkste verzen’ uit 2016, die bij een herziening in 2018 zijn geschrapt (bent u er nog?) alsmede het gedicht ‘Kreupeldicht’ dat niet eerder verscheen maar waarschijnlijk dus ouder is dan de gedichten in het eerste deel van ‘Bescheidenheid is een doodzonde’.

Ik ken Johan al een aantal jaren en vooral zijn niet aflatende enthousiasme en ijver om zijn poëzie overal en nog ergens ten gehore te brengen heeft mij voor hem ingenomen. Daarom, maar ook om deze mooi uitgegeven bundel met fraaie gedichten wat extra aandacht te geven hier het gedicht ‘Wisselstroom’ uit het deel met nieuwe gedichten.

.

Wisselstroom

.

Je pulkt een randje van het gedicht.

Probeert de bladzijde te splitsen

de ware dubbele laag te vinden.

Maar krijgt helaas de zin niet door.

.

Zo blijkt mijn uitgewerkte metafoor

een Breughel voor een blinde

een midvoor zonder vleugelspitsen.

Onderontwikkeld of onderbelicht?

.

Die keuze moet ik zelf maken.

Is het de eerste of de tweede optie?

Ligt het aan jou of ligt het aan mij?

.

Ik voel de schakeling nu nabij

en het voltage waar ik tegenop zie.

De schok, die jou zal raken. En mij.

.

Klein grafmonument

Ida Gerhardt

.

Enige tijd geleden was ik met vrienden in Nürnberg in Duitsland. Behalve dat we daar in Luitpoldhain de Steintribune en de Dutzendteich in het gelijknamige Volkspark bezochten, waar tijdens de partijdagen van de NSDAP in 1934 ‘Triumph des Willens’ de ‘allereerste’ propagandafilm ooit werd geschoten door Leni Riefenstahl van Hitler en consorten, bezochten we uiteraard ook de ‘oude’ binnenstad en wat buitenwijken van deze Duitse stad. Dat oude staat tussen haakjes want vrijwel het volledige stadje werd platgebombardeerd door de Amerikanen aan het einde van de tweede wereld oorlog. Een van de weinige huizen die nog rechtop stonden was het geboortehuis van de een van de beroemdste en bekendste Duitse schilders Albrecht Dürer (1471-1528).

Maar er was meer fraais te bekijken. In de wijk waar wij verbleven Gostenhof, was een klein maar bijzonder begraafplaatsje. De graven op deze begraafplaats waren hoog liggende tombes. Vaak niet veel groter dan een lijkkist maar van steen en allemaal boven de grond. Ik nam er wat foto’s en twee ervan kun je hieronder zien. Ik moest daaraan denken toen ik in de bundel ‘Zeven maal om de aarde te gaan’ van Ida Gerhardt (1905-1997) uit 1999 aan het lezen was. In deze bundel staat het gedicht ‘Klein grafmonument’. Het gedicht gaat weliswaar over een grafmonumentje en niet over een graf maar het is de moeite waard van het delen.

.

Klein grafmonument

.

Dolle kervel, bitterzoet,

oevergroei van Hollands Lethe –

hier heeft eens een kind gezeten,

vechtend om de laatste moed.

.

Dolle kervel, bitterzoet,

– vijftig jaren bloeien uw planten –

’t waarde radeloos langs de kanten,

kervel om de klompenvoet.

.

Dolle kervel, bitterzoet:

tien geslachten zullen weten

hoe een kind, klein maar verbeten,

zich de dood at in het bloed.

.

 

Nieuwe stadsdichter

Cedric Muchal

.

Afgelopen woensdag mocht ik alweer voor de vijfde keer in successie plaats nemen in de jury (als voorzitter) van de verkiezing stadsdichter Maassluis. Elke twee jaar wordt door een onafhankelijke organisatie en los van het gemeentebestuur een stadsdichter gekozen op basis van aanmeldingen. Dit keer deden 5 aspirant stadsdichters mee. Dat lijkt niet veel maar er is een jaar geweest met maar twee aanmeldingen waar toen ook nog op het laatste moment een dichter afhaakte.

De huidige stadsdichter Marleen Opschoor gaf nog eenmaal acte de présence en de deelnemende dichters droegen een stadsgedicht voor en een vrij gedicht dat ze schreven. De keuze was dit jaar niet makkelijk, de kwaliteit onder de deelnemende dichters was goed en dan komt het aan op de soms kleine verschillen. In dit geval gaf het spelen met de taal, de muzikaliteit en de voordracht de doorslag (in totaal gaf de jury op acht verschillende aspecten punten). De andere juryleden waren Jeroen den Harder (organisator van o.a. Literair de Lier) en wethouder Denise Mulder-Sonneveld.

De nieuwe stadsdichter van Maassluis is Cedric Muchal geworden. In Maassluis geen onbekende maar als dichter een nieuwe naam. Het gedicht dat hij als stadsgedicht schreef ‘Hard water’ deel ik hieronder met jullie. Een gedicht over dat deel van de Waterweg (het Scheur) waar Maassluis aan grenst.

.

Hard water

 

Schreiend

langs de keienrij

Een zwaan, een hond

een enk’le bij

 

Scheurend hart, verlicht aldaar

Een mens, een fiets, een zweveraar

De neus omhoog,

de kin opzij

 

Het zicht op lucht,

langszij de brei

Scheurend hard verlicht het daar

Een ren, een zit, een wandelaar

 

Een klaproos bloeit

en kijkt geboeid

naar een schip

dat een scheur

in nieuw water

wegroeit.

 

Het donker nat, het golvend zwaar

Maassluis de stad, verlicht aldaar

Het Scheur is thuis

waar leven stoeit

Dagelijks nacht

maar zonneklaar.

.

                                                                                                                                              Cedric Muchal en Marleen Opschoor

Lees jezelf slim

De kracht van poëzie

.

Zwervend op het internet kwam ik op de website Leesjezelfslim.nl en daar stuitte ik op een artikel getiteld ‘de kracht van poëzie; communiceren door taal en beelden’. In eerste instantie dacht ik, op basis van de afbeeldingen dat het hier een door AI gemaakte website was. Lezend in de artikelen denk ik dit nog steeds al moet ik zeggen dat de voorbeelden van dichters en gedichten er een is die misschien niet een, twee, drie door AI gekozen zou worden. Zo wordt ‘The Road Not Taken’ van Robert Frost (1874-1963) en ‘If’ van Rudyard Kipling (1865 – 1936) aangehaald als voorbeelden van respectievelijk gebruik van symboliek en van beknopte vorm om krachtige emoties en complexe gedachten te vatten in een relatief kort formaat.

Desalniettemin is de opsomming van wat poëzie krachtig maakt een heel duidelijke. De kernonderdelen van wat krachtige poëzie maakt zijn:

  • De verbinding tussen woorden en gevoelens
  • De kracht van beeldspraak
  • De evocatieve kracht van ritme en klank
  • Verbeeldingskracht en interpretatie
  • De intimiteit van korte vormen
  • Bron van reflectie

Wanneer ik deze kernonderdelen, zoals ik ze wil noemen, lees dan moet ik onwillekeurig denken aan de enorme aantallen dichters of mensen die zich dichter noemen, die zich slechts bedienen van een enkele kernwaarde of in veel gevallen soms alleen van klank (lees rijm!). Tegen al die ‘dichters’ zou ik willen zeggen; Lees dit artikel en neem er notie van, gebruik deze kernwaarden in je gedichten en doe moeite om met je poëzie niet alleen voor het snelle effect te gaan (emotie of herkenning) maar probeer middels de taal en de mogelijkheden die de taal biedt tot diepere en oprechte poëzie te komen. Of zoals de (weliswaar wat plechtstatige) conclusie van dit artikel luidt:

“De kracht van poëzie is diep verankerd in zijn vermogen om communicatie te transformeren tot een emotioneel geladen en meeslepende ervaring. Door de nauwkeurige selectie van woorden en beelden creëert poëzie een intense verbinding tussen de dichter, de tekst en de lezer. Beeldspraak, ritme en klank voegen een extra laag van betekenis en emotie toe, terwijl de compacte vorm van poëzie het mogelijk maakt om krachtige emoties en gedachten te vangen in een beknopte vorm.

Poëzie is een kunstvorm die uitnodigt tot interpretatie en interactie. Lezers worden aangemoedigd om hun eigen betekenis te ontdekken en zich te verdiepen in de rijke lagen van de tekst. Terwijl we ons openstellen voor de wereld van poëzie, worden we beloond met momenten van diepe reflectie, zelfontdekking en een diepgaand begrip van de menselijke ervaring.

Door poëzie te omarmen als een uniek communicatiemiddel, kunnen we ons vermogen om emoties te begrijpen, te uiten en te verbinden op een dieper niveau versterken. Poëzie, met zijn vermogen om te raken, te verrassen en te inspireren, blijft een bron van schoonheid en betekenis die ons uitnodigt om de wereld met nieuwe ogen te bekijken en de complexiteit van de menselijke emoties te omarmen.”

Een dichter die veel van de genoemde kernwaarden van de poëzie gebruik maakte was Menno Wigman (1966-2018) getiteld ‘Kamer 421’ uit de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2012.

.

Kamer 421

.

Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok,
nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist
en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht
op bomen heeft ze, in die bomen vogels
en geen daarvan die zijn verwekker kent.

.

Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon
en zoek haar op en weet niet wie ik groet.
Ze heeft me voorgelezen, ingestopt.
Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.

.

Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt.
Ik lepel bevend eten in haar mond
en weet haast zeker dat ze me nog kent.

.

Het zullen merels zijn. Ze zingen door.
De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.

.