Site-archief
De waterlelie
O wereld, jij zingt, speelt en lacht
.
In 1994 verscheen bij uitgeverij Kwadraat in Utrecht de bundel ‘O wereld, jij zingt, speelt en lacht’ met de bekendste Nederlandse gedichten van alle tijden. Deze mooi uitgegeven bundel bevat vele bekende gedichten maar zeker ook een (voor mij) aantal gedichten die ik niet kende zoals het gedicht van Frederik van Eeden uit 1920, dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Van de passielooze lelie’.
.
De waterlelie.
Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in ’t licht.
.
rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.
.
Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer …
.
Ik lees geschiedenis
Ter ere van de goedertieren maan
.
Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.
Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:
Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler. De gedichten ademen een soort luguber realisme.
Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.
.
Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.
Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd
en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd
en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.
.
En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen
en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt
door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen
en door de absurde energie, daaraan gewijd.
.
Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat
heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.
Maar hoeveel moediger is niet een man
.
die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,
dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,
kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.
.
Franconia
Robert Frost
.
Hoewel ik op 3 januari nog over Robert Frost schreef, ga ik het nu toch gewoon weer doen. Waarom? Omdat ik een bijzonder aardig Youtube filmpje tegen kwam over het huis van de familie Frost in Franconia, tussen 1915 en 1920 en daarna nog als zomerhuis tot 1939. In dit huis in Franconia schreef Robert Frost vele gedichten (zoals The road not taken, elders op dit blog te lezen). In het stuk grond rond het huis is dan ook een Poetry Trail gemaakt, een wandeling door het bos waarbij je vele gedichten tegen komt van Frost op borden. Een stichting heeft dit pad ingericht in 1997.
Veel mensen zien Robert Frost als de grootste Amerikaanse dichter van de twintigste eeuw. Een mooie quote van hem is: “In three words I can sum up everything I know about life: It goes on.” En zo is het. Zijn leven en werk blijft echter bestaan in het huis in New Hampshire (wat te bezichtigen is) en zijn gedichten. Zoals het gedicht ‘Nothing gold can stay’.
.
Nothing gold can stay
.
Nature’s first green is gold
Her hardest hue to hold
Her early leaf’s a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf.
So eden sank to grief,
So dawn goes down today.
Nothing gold can stay.
.
Danseres
Een (bijna) vergeten dichter
.
Michael Deak (1920), ik had nog niet van hem gehoord, staat met een gedicht opgenomen in de bundel ‘Liefde is het enige’. Ik kende zijn naam niet maar in de Nederlandse Poëzie Encyclopedie op http://www.nederlandsepoezie.org/ staat onder andere te lezen:
Pseudoniem van Simon Kapteijn, journalist, docent en dichter. Simon Kapteijn had eigenlijk priester willen worden. Maar op het Warmondse seminarie kwam hij erachter dat hij een ongelovige was. De celibaatsverplichtingen zaten hem nogal in de weg. Door middel van poëzie zocht zijn libido een uitweg. Lectuur Repertorium oordeelde in 1952 zo over zijn dichtwerk: ‘Sterk erotische, zangerige poëzie, die als decadent-verfijnde rederijkerskunst aandoet,’ alleen geschikt voor gevormde tot welgevormde lezers.’
Deak publiceerde in 1941 in Criterium en in Roeping, en vanaf 1942 in Groot Nederland. De oude redactie van dit in 1903 opgerichte tijdschrift werd in 1943 door SS-Verwalter Reinier van Houten vervangen door een SS-redactie. Deak bleef tot en met 1944 medewerker aan dit collaborerende tijdschrift. Naast ‘normale gedichten’ leverde hij ook uitgesproken ‘nationaal-socialistische gedichten’ aan. Hij behoorde in 1948 tot de katholieke ‘jeugdige dichtersbent’. Naar eigen zeggen was in 1950 de inspiratie op en schreef hij geen nieuw werk meer.
In 1950 publiceerde Deak de bundel ‘Aphroditis’ en daaruit het gedicht ‘Danseres’.
.
Danseres
.
Zij ligt naast mij, reebruin; zij rekt zich uit
en laat mij zacht de lof der minnen spellen.
Met vingers die haar edeltenen tellen
streel ik de dieren achter in haar huid.
.
Wanneer de gemshoorn in het orgel fluit
dan zijn haar voetjes spitse springgazellen
waarin de welpen van haar enkels zwellen,
en die zijn snel en breekbaar als geluid.
.
Haar voeten zijn van Venus en volmaakt
met sterren om haar tenen te versieren
en als zij danst breekt er de melkweg uit.
.
Zij ligt naast mij, reebruin, als zij ontwaakt
en in mijn handpalm ademen de dieren,
slaags met haar hartslag waar mijn vinger sluit.
.
Charles Bukowski
Laatste lezing
.
Charles Bukowski gaf weinig lezingen in zijn leven. Hij hield er helemaal niet van. En als hij al een lezing gaf was dat voor het geld (meestal niet meer dan een paar honderd dollar). Tijdens lezingen zocht hij ook nog eens vaak naar ruzie met mensen in zijn publiek.
Charles Bukowski overleed in 1994 maar zijn allerlaatste publieke lezing was op 31 maart 1980. Vanaf dat moment had hij inkomsten uit royalties van boeken en verfilmde boeken. De video van zijn laatste lezing heeft lang op de plank gelegen maar is nu te bekijken via Youtube (en nu dus hier). De lezing had plaats in de Sweetwater Inn in Redondo Beach in Californië.
.
The Man from Snowy River
Films gebaseerd op gedichten
.
De film ‘The man from Snowy river’ uit 1982 is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van de Australische Bushdichter Banjo Paterson uit 1890.
Dit gedicht dat een achtervolging te paard beschrijft werd als eerste gepubliceerd in The Bulletin, een nieuwsmagazine in Australië. In 1920 werd het gedicht al eens als uitgangspunt voor een stomme zwart/wit film gebruikt maar in 1982 won regisseur George Miller er prijzen mee op het Australian Film Institute en het Montréal World Film Festival en werd genomineerd voor een Golden Globe als beste buitenlandse film. In de film spelen Tom Burlinson, Kirk Douglas en Sigrid Thornton de hoofdrollen.
Het gedicht vertelt het verhaal van een achtervolging te paard op het veulen van een prijswinnend renpaard dat uit zijn paddock ontsnapt is. Het veulen leeft tussen de de brumbies (wilde paarden) van de bergketens. Als de wilde paarden afdalen van een schijnbaar onbegaanbaar steile helling, geeft men de achtervolging op. Met uitzondering van de jonge held, die de verschrikkelijke afdaling wel ingaat om het paard in de menigte te vangen.
.
Hieronder de eerste drie strofes van dit gedicht. Het hele gedicht is te lezen op: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Man_from_Snowy_River_(poem)
.
There was movement at the station, for the word had passed around
That the colt from old Regret had got away,
And had joined the wild bush horses – he was worth a thousand pound,
So all the cracks had gathered to the fray.
All the tried and noted riders from the stations near and far
Had mustered at the homestead overnight,
For the bushmen love hard riding where the wild bush horses are,
And the stockhorse snuffs the battle with delight.
.
There was Harrison, who made his pile when Pardon won the cup,
The old man with his hair as white as snow;
But few could ride beside him when his blood was fairly up –
He would go wherever horse and man could go.
And Clancy of the Overflow came down to lend a hand,
No better horseman ever held the reins;
For never horse could throw him while the saddle girths would stand,
He learnt to ride while droving on the plains.
.
And one was there, a stripling on a small and weedy beast,
He was something like a racehorse undersized,
With a touch of Timor pony – three parts thoroughbred at least –
And such as are by mountain horsemen prized.
He was hard and tough and wiry – just the sort that won’t say die –
There was courage in his quick impatient tread;
And he bore the badge of gameness in his bright and fiery eye,
And the proud and lofty carriage of his head.
.
Beeld van The man from snowy river in Corryong.
Todesfuge
Paul Celan
.
In de geest van bevrijdingsdag en de dodenherdenking las ik enkele gedichten over de tweede wereldoorlog. Een van die gedichten was een vertaling van een een gedicht van Paul Celan. Het gedicht Todesfuge (of in de vertaling Sirene) is één van de meest indringende gedichten die ik ooit las over de Holocaust en de verschrikkingen in de concentratiekampen.
Paul Celan (1920–1970, geboortenaam: Paul Antschel), is een Roemeense dichter van Joodse afkomst. Celan beheerste meerdere talen, en schreef zijn gedichten in het Duits. In 1942 werden zijn ouders vanuit hun Roemeense geboorteplaats Czernowitz gedeporteerd naar een concentratiekamp. Zijn vader stierf in dat kamp aan een ziekte, en zijn moeder werd doodgeschoten. De jonge Celan werd van 1942 tot 1943 in werkkampen in Roemenië ondergebracht, waar hij dwangarbeid voor de Duitsers moest verrichten. Celan zelf overleefde dit werkkamp en schreef in 1944/1945 het gedicht Todesfuge.
Celan wordt algemeen beschouwd als een der grootste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij schreef, beïnvloed door het symbolisme en het surrealisme, gedichten waarin hij op zijn eigen wijze zijn ervaringen met de Holocaust verwerkte.
.
Op http://www.academia.edu/1624904/Het_fuga-motief_in_Paul_Celans_Todesfuge_en_de_representatie_van_de_Holocaust staat naast een uitgebreide beschrijving van het gedicht ook een thematische analyse van Anne van der Horst, die ik kan aanbevelen te lezen. Wie het gedicht in de oorspronkelijke taal wil lezen kan terecht op http://www.celan-projekt.de/hausarbeit-todesfuge.html
.
Sirene
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken haar ’s avonds
we drinken haar ’s middags en ’s morgens we drinken haar ’s nachts
we drinken en drinken
we graven een graf in de lucht daar ligt men niet krap
Er woont een man in dit huis
hij speelt met de slangen hij schrijft
hij schrijft als het schemert naar Duitsland je goudblonde haar Margarete
hij schrijft het en komt uit z’n huis en de sterren beginnen te flonkeren hij fluit z’n honden naar buiten
hij fluit z’n joden naar voren beveelt ze een graf in de aarde te graven
hij beveelt ons speel dat de dans kan beginnen
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s morgens en ’s middags we drinken je ’s avonds
we drinken en drinken
Er woont een man in dit huis hij speelt met de slangen hij schrijft
hij schrijft als het schemert naar Duitsland je goudblonde haar Margarete
Je asgrauwe haar Sulamith we graven een graf in de lucht daar ligt men niet krap
.
Hij roept steek dieper de grond in jullie hier jullie daar zing en speel
hij rukt aan het staal van z’n riem hij zwaait het z’n ogen zijn blauw
steek dieper de spaden blijf spelen opdat men zal dansen
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s middags en ’s morgens we drinken je ’s avonds
we drinken en drinken
er woont een man in dit huis je goudblonde haar Margarete
je asgrauwe haar Sulamith hij speelt met de slangen
Hij roept speel de dood eens wat zoeter de dood is een meester uit Duitsland
hij roept strijk de violen wat triester dan stijg je als rook naar de hemel
dan krijg je een graf in de wolken daar ligt men niet krap
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s middags de dood is een meester uit Duitsland
we drinken je ’s avonds en ’s morgens we drinken en drinken
de dood is een meester uit Duitsland en blauw zijn z’n ogen
hij raakt je met kogels van lood hij staat onbewogen
er woont een man in dit huis je goudblonde haar Margarete
hij hitst z’n bloedhonden tegen ons op hij schenkt ons een graf in de lucht
hij speelt met de slangen en droomt dat de dood is een meester uit Duitsland
.
je goudblonde haar Margarete
je asgrauwe haar Sulamith
.

















