Site-archief

Gelukkige liefde bestaat niet

Louis Aragon

 

Na de Russische, Ierse en Vlaamse dichters vind ik het tijd dat ook dichters uit andere (Europese) landen eens aan de beurt moeten komen. Natuurlijk zijn er op dit blog tal van voorbeelden te vinden van Poolse, Duitse, Franse, Portugese en Hongaarse dichters maar niet in een aparte categorie. Daar komt vanaf vandaag verandering in. Te beginnen met de Franse dichters.

Al eerder schreef ik over Louis Aragon in de categorie Dichter in verzet. Louis Aragon (1897 – 1982) was (samen met André Breton en Philippe Soupault) één van de grondleggers van de surrealistische beweging. Aragon was ook een vertegenwoordiger van het socialistisch realisme. Daarnaast was hij lid van de Académie Goncourt.

Aragons eerste gedichten zijn geïnspireerd door het surrealisme. Zijn eerste dichtbundel, ‘Feu de joie’ (1919), toont het optimisme aan het begin van de surrealistische beweging. Deze gedichten zijn ook een mooi voorbeeld van een jonge dichter die zich afzet tegen de maatschappij en daarbij de extreme kanten van het anarchisme opzoekt.

In de jaren dertig krijgt zijn poëzie een meer realistische ondertoon, bijvoorbeeld met zijn bundel ‘Hourra l’Oural’ (1934) waarin zijn bewondering voor de Sovjet-Unie duidelijk naar voren komt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam Aragon actief deel aan het literair verzet en schreef hij verzetspoëzie.Deze poëzie bezorgde Aragon, en ook vele andere Franse schrijvers, eveneens een nieuwe inspiratie, die gepaard ging met een terugkeer naar meer traditionele vormen en naar een voor de mensen eenvoudigere poëzie. Daarvan getuigt bijvoorbeeld de bundel ‘Les Yeux d’Elsa’.

Na de oorlog keerde Aragon zich meer en meer van het realisme  af en hervatte hij zijn militante poëzie met onder andere ‘Les Yeux et la mémoire’ (1954) en ‘Mes caravanes’ (1954).  Een van zijn laatste bundels, ‘Les Chambres’, behandelt de thema’s van de veroudering en de dood. Aragon stelt hierin het leven voor als een reis van kamer tot kamer, waarbij men glijdt van plaats naar plaats, wat een soort angst veroorzaakt.

Een van de bekendste dichtregels van Louis Aragon is wel ‘Il n’y a pas d’amour heureux’ uit het gelijknamige gedicht, uit de bundel ‘La Diane Française’ ‘ uit 1945. Hieronder het gedicht in het Frans en in een vertaling van Philippe Opsomer.Wat ik bijzonder vind is dat in de twee Nederlandse vertalingen die ik heb kunnen vinden de laatste regel uit het oorspronkelijk gedicht niet is mee vertaald. Ik zou het vertalen met ‘Maar wel onze liefde voor elkaar’.

.

Gelukkige liefde bestaat niet

Niets wat een mens bezit

Behoort hem werkelijk toe
Noch zijn kracht, noch zijn zwakheid
Noch zijn hart
En wanneer hij zijn armen opent
Lijkt zijn schaduw op een kruis
En als hij het geluk omarmen kan
Maakt hij het zomaar stuk
Zijn leven lijkt een vreemde scheiding
Die bijzonder pijnlijk is

Gelukkige liefde bestaat niet

Je kan zijn leven vergelijken met het leven
Van soldaten zonder wapen
Voorbereid op een andere lotsbestemming
Wat voor zin heeft het dat ze ’s ochtends opstaan
Als we ze bij het vallen van de avond terugvinden
Helemaal ontredderd en ontwapend
Zeg deze woorden en houd je tranen in

Gelukkige liefde bestaat niet

Mijn mooie liefde, mijn dierbare liefde, mijn verscheurde hart
Ik draag je in me, als een gekwetste vogel
Onwetend bekijken mensen ons wanneer we voorbijkomen
En herhalen zij de woorden die ik tot jou gericht heb
Woorden die in jouw ogen onmiddellijk verdwijnen

Gelukkige liefde bestaat niet

Net wanneer we geleerd hebben wat het leven inhoudt
is het te laat en huilen onze harten eensgezind
Het minste genot vervult je met veel spijt
Veel verdriet voor een eenvoudig wijsje
Heel wat geschrei voor een liedje op gitaar

Gelukkige liefde bestaat niet

.

Il ný a pas d’amour heureux

 

Rien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri

Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
Il n’y a pas d’amour heureux
Mais c’est notre amour à tous les deux

.

aragon

 

aragon2

 

Met dank aan Wikipedia en http://www.vissenaken.be

 

 

De witte meeuw

Henri Bruning

.

Vandaag in de categorie (Bijna) vergeten dichters de dichter H. Bruning (1900 – 1983). Henri Bruning was dichter en essayist.

Henri Bruning debuteert in 1924 met de dichtbundel De Sirkel. Vanaf 1934 is hij actief in de katholiek-solidaristische beweging Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen). Deze organisatie was in 1931 in Vlaanderen opgericht. Dit Verdinaso was in Nederland vooral een katholieke beweging, waarvan een aantal leden uiteindelijk in de herfst van 1940 overging naar de NSB.

In de jaren dertig publiceert Bruning dichtbundels als Het verbond (1931) en Fuga (1937). Regelmatig schrijft hij in De Christofore en hij staat vóór de Tweede Wereldoorlog bekend als de schrijver van Subjectieve normen (1936) en Verworpen christendom (1938). Deze groot-opgezette en geïnspireerde opstellen over actuele religieuze en culturele problemen maken van Bruning een der meest bezielde en toonaangevende schrijvers onder de jongere katholieke auteurs.

Eind 1940 wordt Bruning lid van de NSB en eindredacteur van De Schouw, het blad van de Nederlandse Kultuurkamer. Hij is gedurende de oorlog actief als censor en wordt uiteindelijk in 1944 lid van de Germaanse SS in Nederland.

Na de oorlog wordt hij tot twee jaar en drie maanden internering veroordeeld en krijgt hij een schrijfverbod van tien jaar opgelegd. In 1954 neemt het literaire maandblad ‘Maatstaf’ een gedicht van Bruning op en geeft uitgever Bert Bakker zijn ‘Gezelle, de andere’ uit. Deze uitgave wekt bij veel letterkundigen en boekhandelaren weerstand en het wordt duidelijk dat hij zijn letterkundige positie van vóór 1940 niet terug zal krijgen. Bruning wordt tot het eind van zijn leven gemeden door gevestigde literaire kringen. Dat verhindert hem niet om in eigen beheer nog menige dichtbundel te publiceren.

In de bundel ‘Nieuwste dichtkunst’ uit 1934 staat een gedicht van Henri Bruning ‘De witte meeuw’. Toen nog niet onder de invloedsfeer van het Nationaal-Socialistisch denken.

.

De witte meeuw

.

Een meeuw zijn – en de ruimte toebehoren,

een meeuw die het dof dreunen van de zee niet hoort

maar steiler klievend, stormen, zon en regen

gelijkelijk, en niet, en onvervaard

behoort.

.

maar méér – o mateloos azuur – een meeuw die snel en wit

over de duinen schiet

gelijk een vuren licht; in kalme pracht

boven de branding zweeft

en zwenkend, steiler, rustelozer, kleiner

naar de heldere pracht

der verten streeft

 

Uit: Het verbond, Het Sinjaal, 1931

.

nieuwste dichtkunst

 

subjectieve normen

Conceptuele poëzie

Vsevolod Nekrasov

.

De Russische dichter Vsevolod Nekrasov (1934 – 2009) wordt beschouwd als de grondlegger van het conceptualisme in (Moskou) de Russische poëzie en een van de belangrijkste grondleggers van de tweede Russische avant-garde. Hij was een van de leidende figuren van de Lianozovo kring, een groep undergound experimentele dichters en artiesten in het midden van de jaren 60 van de vorige eeuw. Nog steeds beïnvloedt hij werk van jonge dichters.

Hieronder een aantal voorbeelden van zijn conceptuele gedichten.

.

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is vrijheid

.

Gedicht over ieder water

.

Water

Water water water

Water water water water

.

Water water water water

Water Water

Water

Stroomde

.

.

 

Het woord was God

.

Het woord is God

En God zij geloofd

.

God zij geloofd

Als God bestaat

.

Vsevolod_Nekrasov

En nog een Rus / Tsjoevasj

Gennadi Ajgi

.

Gennadi Ajgi wordt geboren als Gennadij Nikolajevitsj Lisin. Hij leefde van 1934 tot 2006 en was een Russisch tweetalig dichter. Ajgi schreef behalve in het Russisch ook in het Tsjoevasj. Tsjoevasjië is een autonome republiek van de Russische federatie waar vooral Bulgaarse Turken wonen.

Sinds 1960 bedient Ajgi zich op aanraden van Pasternak van het Russisch. Hij vertaalde Franse en Russische Lyriek in het Tsjoevasjisch. Sterk verbonden met de Avant-Garde kan hij gezien worden als de literaire tegenhanger van de abstracte schilder Malevitsj.

Ajgi gold lange tijd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur maar heeft deze nooit gekregen. Tijdens de periode van de Sovjet Unie mocht zijn werk van 1964 tot 1989 niet worden gepubliceerd. Dit verhinderde echter niet dat zijn werk toch in 24 andere landen werd uitgebracht en zelfs in 44 andere talen werd vertaald. De Nederlandse vertaling van enkele van zijn gedichten is verzorgd door Peter Zeeman en Willem Weststeijn.

Voor zijn werk ontving hij diverse prijzen , zoals in 1972 de Prix de l’Académie Francaise, in 1993 de Petrarca Prijs en in 2000 de Pasternak Prijs.

.

De weg

.

Wanneer geen mens ons liefheeft

beginnen we

onze moeders lief te hebben

.

Wanneer geen mens ons schrijft

denken we aan

oude vrienden

 

En woorden zeggen we alleen nog maar

omdat zwijgen ons bang maakt

en bewegingen gevaarlijk zijn

.

Maar op het eind- bij toeval beland in verwilderde parken

wenen we om trieste trompetten

van trieste orkesten

.

 

Ajgi

Bonnie & Clyde

Bonnie Parker

.

Naar aanleiding van een redactioneel stuk dat ik las, over het stel dat het oosten van Nederland en een deel van Duitsland de afgelopen dagen in haar greep had, na berovingen, gijzelingen en geweldplegingen, vandaag dit stuk. Want wat las ik? In de meeste kranten en media werden de twee uit Nederland vergeleken met Bonnie & Clyde. Bonnie Parker en Clyde Barrow werden in de jaren dertig van de vorige eeuw als bankrovers en outlaws bekend, opgejaagd door de politie kwamen ze om het leven in een hinderlaag van de politie op 23 mei 1934, volgens de kranten van toen door “een regen van duizend geweerschoten”. Bonnie & Clyde werden verdacht van  14 moorden en diverse roven en inbraken.

Bonnie & Clyde werden vooral bekend na de verfilming van hun leven in 1967 met in de hoofdrollen Faye Dunnaway en Warren Beatty.

Terug naar de reden van deze post. In dat zelfde redactionele stuk las ik dat Bonnie Parker gedichten schreef. En dat ze een gedicht had geschreven over hoe zij en Clyde tenslotte aan hun einde zouden komen, door geweerschoten van de politie. Dat gedicht heb ik uiteraard opgezocht en hieronder kun je lezen hoe het allemaal is gekomen volgens Bonnie Parker.

.

The trail’s end

You’ve read the story of Jesse James

of how he lived and died.

If you’re still in need;

of something to read,

here’s the story of Bonnie and Clyde.

 .

Now Bonnie and Clyde are the Barrow gang

I’m sure you all have read.

how they rob and steal;

and those who squeal,

are usually found dying or dead.

 .

There’s lots of untruths to these write-ups;

they’re not as ruthless as that.

their nature is raw;

they hate all the law,

the stool pigeons, spotters and rats.

 .

They call them cold-blooded killers

they say they are heartless and mean.

But I say this with pride

that I once knew Clyde,

when he was honest and upright and clean.

 .

But the law fooled around;

kept taking him down,

and locking him up in a cell.

Till he said to me;

“I’ll never be free,

so I’ll meet a few of them in hell”

 .

The road was so dimly lighted

there were no highway signs to guide.

But they made up their minds;

if all roads were blind,

they wouldn’t give up till they died.

 .

The road gets dimmer and dimmer

sometimes you can hardly see.

But it’s fight man to man

and do all you can,

for they know they can never be free.

 .

From heart-break some people have suffered

from weariness some people have died.

But take it all in all;

our troubles are small,

till we get like Bonnie and Clyde.

 .

If a policeman is killed in Dallas

and they have no clue or guide.

If they can’t find a fiend,

they just wipe their slate clean

and hang it on Bonnie and Clyde.

 .

There’s two crimes committed in America

not accredited to the Barrow mob.

They had no hand;

in the kidnap demand,

nor the Kansas City Depot job.

 .

A newsboy once said to his buddy;

“I wish old Clyde would get jumped.

In these awfull hard times;

we’d make a few dimes,

if five or six cops would get bumped”

 .

The police haven’t got the report yet

but Clyde called me up today.

He said,”Don’t start any fights;

we aren’t working nights,

we’re joining the NRA.”

 .

From Irving to West Dallas viaduct

is known as the Great Divide.

Where the women are kin;

and the men are men,

and they won’t “stool” on Bonnie and Clyde.

 .

If they try to act like citizens

and rent them a nice little flat.

About the third night;

they’re invited to fight,

by a sub-gun’s rat-tat-tat.

 .

They don’t think they’re too smart or desperate

they know that the law always wins.

They’ve been shot at before;

but they do not ignore,

that death is the wages of sin.

 .

Some day they’ll go down together

they’ll bury them side by side.

To few it’ll be grief,

to the law a relief

but it’s death for Bonnie and Clyde.

.

Hieronder een ander gedicht van Bonnie in haar handschrift.

.

bonnie

Vrijheid van meningsuiting

Martin Niemöller

.

In de categorie dichter in verzet dit keer een dichter en een gedicht vóór vrijheid van meningsuiting. Maar goed, als je voor iets bent ben je bijna automatisch tegen het tegenovergestelde. In het gedicht van Martin Niemöller komt dit mooi naar voren. Martin Niemöller (1892-1984) was een Duits militair, Lutherse theoloog en verzetsstrijder. In de eerste wereldoorlog was Niemöller commandant op een U-boot. In 1919 gaat begint hij een studie theologie en wordt hij predikant. Nadat de NSDAP aan de macht komt Niemöller er achter dat de partij van Hitler niet de gemeenschapsstichters zijn zoals ze zich voordoen. Vanaf 1934 verzet Niemöller zich tegen de NSDAP en Hitler.

De Gestapo hield Niemöller goed in de gaten en luisterde naar al zijn preken. De preek van 19 juni 1937 ging in hun ogen te ver. Het was een tirade tegen Hitler. De Führer greep zelf in en verklaarde Niemöller tot zijn persoonlijke gevangene. Hij werd overgebracht naar het concentratiekamp Sachenhausen, later naar Dachau en zat in totaal zeven jaar vast. In deze periode schreef hij onderstaand gedicht (vertaling van Petra Catz).

.

Toen ze de communisten kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen communist
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen vakbondslid
Toen ze de joden kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen jood
Toen ze de katholieken kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen katholiek
Toen kwamen ze mij halen
en er was niemand meer om iets te zeggen

.

Na de tweede wereldoorlog sloot Niemöller zich aan bij verschillende pacifistische organisaties en bekritiseerde hij de scheiding tussen Oost en West. In de jaren 60 was hij actief in het verzet tegen de oorlog in Vietnam.

.

Niemöller

Limericks

Versvormen in meerdere talen

.

Een limerick is een dichtvorm van 5 regels met een vrij strak metrum. Twee drievoetige amfibrachen ( De amfibrachys is een versvoet die bestaat uit een onbeklemtoonde, daarna een beklemtoonde en dan een onbeklemtoonde lettergreep), twee regels amfibrachen en jambe  en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachen.

In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam, voorts heeft de Limerick vaak een wat dubbelzinnige inhoud, of kan zelfs zeer grof zijn.

Deze vorm van ‘light verse’ werd vooral beroemd  gemaakt door de Engelse nonsensdichter Edward Lear (1812-1888) met limericks als deze:

There was an old man with a beard

Who said, ‘It is just as I feared!

Two owls and a hen

Four larks and a wren

Have all build their nest in my beard!

.

Hieronder een aantal Limericks in verschillende talen.

.

Heinz Boenert (1924- )

Laut schimpfte ein alter Pariser:
“Der Lebensstil wird immer mieser!
Die Leut’sind versessen
auf Saufen und Fressen,
wo gibt es noch wahre Genießer?”

.

A wonderful bird is the Pelican.
His beak can hold more than his belly can.
He can hold in his beak
Enough food for a week!
But I’ll be darned if I know how the hellican

.

C’était un brave type de France
N’avait jamais eu n’once de chance
Il jouait au lotto
Avec son pote Otto
Tous deux n’y paumèr’nt pas que finances

.

Reinhard Döhl (1934-2004)

ein mann aus schwäbisch gmund
hielt sich im hintergrund
und das so sehr
und täglich mehr
bis völlig er drin verschwund

.

Aramis

Elvis bleef ongelooflijk discreet
ofschoon hij sterk aan zijn stoelgang leed.
In God’s latrines
krijsen blondines
non-stop zijn “IT’S NOW OR NEVER !”-kreet.

.

Een mollige call-girl te Hijken,
Bereid met haar volheid te prijken,
Laat haar klanten gewoon
Via beeldtelefoon
Een tijdlang haar call-trui bekijken.

.

limerick
Met dank aan gedichten.nl, Meandermagazine.net en poezie-in-beweging.nl

Dichter in verzet

Maurits Mok (1907 – 1989)

.

Maurits Mok werd geboren als Mozes Mok maar veranderde zijn naam in 1971 naar Maurits. Mok was behalve dichter, schrijver, vertaler en criticus ook één van de oprichters in 1944 van uitgeverij De Bezige Bij.

Maurits Mok werd als kind  geconfronteerd met de gevolgen van een oorlog: hij zag de vluchtelingen tussen 1914 en 1918 om zich heen. Ook nam hij in die tijd waar hoe hele ‘klassen’ slachtoffer waren van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. In de jaren dertig merkte hij wat het betekende, jood te zijn en tot een vervolgde bevolkingsgroep te behoren.

Mok debuteerde in 1934 met de roman Badseizoen , maar publiceerde later vooral veel poëzie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder in Het Gooi. In deze periode publiceerde hij onder de pseudoniemen Victor Langeweg en Hector Mantinga.

Naast een aantal andere literaire prijzen ontving hij in 1959 de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945.

Uit de bundel Avond aan avond uit 1970 (De Bezige Bij) een gedicht over gruwelen van de oorlog.

.
The face of god after Auschwitz

.
Al die zielen die goden aanhangen,
speeksel omzetten in gebeden,
dromen verwarmen tot mythen,
mythen verkillen tot stenen
grondslagen van een geloof –
ik schuif de mist van hun visioenen weg
en ben alleen; een ijskoud waaien
staat op, een vleugelslag
van horizon tot horizon
die vormen oproept en verslindt,
en enkel leegte achterlaat, sneeuwvelden
over de aarde, een met zwarte, uitgegloeide
zweren overdekte zon.

.

mok_1977

Rutger Kopland

1934 – 2012

.

In korte tijd al de tweede grote Nederlandse dichter die is overleden. Het gedicht van Rutger Kopland voor mij is nog altijd Vertrek van dochters, een gedicht dat ik al eens publiceerde op dit blog. Omdat Rutger is overleden een gedicht over de dood  . Dit gedicht schreef Rutger voor Herman de Coninck. Lees bij Herman* Rutger en de cirkel is rond.

Kaart van een Grieks eiland

Herman*,

.
ik had je nog een kaart willen schrijven,

zo’n lullige ansicht, voorzien van een grap

over, nou ja, je weet wel waarover,

.
maar ik hoorde dat je al dood was

voor ik een grap had gevonden.

.
Ik leef nog, ons gesprek is niet af,

maar ik leef deze laatste dagen gebogen, over woorden

die ik doorstreep, weer opschrijf –

.
Waar hadden we het over, waar

waren we gebleven, zonder de dood te verwachten

schrijf je geen poëzie, daar waren we

het hartroerend over eens,

.
poëzie was geluk, het geluk om een paar woorden

te vinden die even bij elkaar wilden horen

voor de dood ons kwam halen,

.
een grap, een zorgvuldig verzwegen grap

om de dood, deze doorstrepen en weer opschrijven,

zo was poëzie.

.
Ik zal je dus nooit meer zien.

.
Ik leef deze laatste dagen gebogen, voor dat alles,

voor dat verlegen lichaam, dat weemoedige hoofd

waarmee je sprak, voor dat alles

levend wordt begraven,

.
ik bedoel, ik leef gebogen over die kaart,

je weet wel, zo’n veel te blauwe zee,

zo’n veel te blauwe hemel:

Happy days in Greece.

.
*Herman de Coninck

Open brief aan professor Rümke

Naar aanleiding van ‘Open brief aan professor Rümke’

Op 15 oktober schreef ik op dit blog over de reactie van de kleinzoon van professor Rümke op mijn gedicht ‘Open brief aan professor Rümke’. Zijn kleinzoonHans heeft me nu een gedicht van hem toegestuurd uit de bundel (onder het pseudoniem H. Cornelius) De afgelegde weg uit 1934. Ik wilde jullie dit gedicht niet onthouden. Rijmend in vorm maar thematisch nog altijd aktueel.

DE STAD

1.
Uit donkre gang van het station
uit dompe menschenmassa kwam ik in het licht;
daar sloeg de felle zon in mijn gezicht
ik stond er stil en knipte met de oogen…
Daar was het plein, de breede straat met hooge
gebouwen, daar was beweging:
fel doorelkander was het woelen
trams en auto’s in koele
schuiving glijden aan
tusschen de menschen, die, zich reppend, gaan.

Het was de vreugde om den sterken dag
die ik over de stad en de menschen zag
De blijdschap lag over allen: zij wisten het niet.
De blijdschap was in mij….kend’ ik het verdriet
van de velen die daar gingen?
Zij gingen in het licht; ik zag hen gaan;
dat was genoeg….In blijdschap bleef ik staan.

2.
De stad verdwaast in ’t violette licht,
gemsten uit de hooggehangen bollen
is vol tumult van claxons, trams en hollen
van menschen naar ’t trottoir, schrik op ’t gezicht
voor schreeuw van auto, die op hen gericht,
heeft scherp haar oogen… Zie hoe vreemd gezwollen
In het ontsteld gelaat der stad.., In dolle
driftkamp van leven werd het Zijn ontwricht

Krankzinnig is de stad, toch grootsch en prachtig,
het zwaar bewegen in de volle straten,
waar menschen gaan van duister’ angsten drachtig.

Zij voelen om zich wringen, wreed, oerkrachtig,
het onmeedogend leven, dat verwaten,
en donker dreigend, stuwt hen oppermachtig.