Site-archief
Slagbaai
Alette Beaujon
.
Uit de serie ‘dichters omnibus’. Heb ik nu ook deel 6 bemachtigd. Een klein beetje waterschade maar dat mag de pret niet drukken. In dit deel uit 1959 , een geschenk van Esso Nederland n.v., staan weer een aantal dichters die ik niet ken. Een daarvan is de dichter Alette Beaujon.
Alette Clemence Beaujon, geboren op Curacao (1934 – 2001) studeerde in Chicago en Amsterdam. In de jaren ‘60 werkte Beaujon als klinisch psycholoog. Schreef poëzie in het Engels, Papiamento maar hoofdzakelijk in het Nederlands. Van haar hand verscheen een grote bundel ‘Gedichten aan de baai en elders’ en de dichtbundel ‘De schoonheid van blauw’. Daarnaast publiceerde ze poëzie in het magazine ‘Amigoe’ in de Nederlandse Antillen.
.
Slagbaai
.
Stil te zitten in de schemering
voor een huis te staren
wanneer de hemel plots
heel laag zijn kleuren offert
aan de nacht
.
Snelle Spaanse waaiers in de lucht
een dansend begin
wordt langzaam donker in de verte
en komt vreedzaam naar ons toe
in de omtrek sterft het weg
.
De gladde strekenvan de zee
slepen nog kleine stenen mee
alle beweging is moeizaam
en boeit niet meer
.
Ik kom hier elke dag
de avond zoeken
en de dag want beide
heb ik op dit strand voor het eerst gevonden
heel lang geleden
.
Neem me onder je vleugels
Van The Big Bang Theory naar de nationale dichter van Israël
.
In de erg grappige sitcom ‘The Big Bang Theory’ speelt Mayim Bialik sinds 2010 Amy, de vriendin van de oppernerd Dr. Sheldon Cooper. Ik mag deze serie graag bekeijken al was het alleen maar omdat er een heleboel wetenschappers meewerken aan deze serie waardoor de berekeningen en de wetenschappelijke onderwerpen die terloops aan de orde komen heel serieus zijn uitgewerkt en kloppen met de wetenschappelijke realiteit. Daarnaast is de serie ook gewoon ontzettend grappig.
Toen ik een stukje over Mayim Bialik las en op haar Wikipedia pagina keek, bleek dat zij een afstammeling is van Chaim Nachman Bialik. Chaim Nachman Bialik (1873 – 1934) was een joodse dichter, schrijver van proza, vertaler en redacteur uit de Oekraïne, die in het Hebreeuws en Jiddisch schreef. Hij is één van de meest invloedrijke Hebreeuwse dichters en wordt in Israël algemeen beschouwd als de nationale Dichter, alhoewel hij 14 jaar voor de oprichting van de staat is gestorven. Bialik heeft gedurende de periode van 1899 tot en met 1915, 20 van zijn gedichten in het Jiddisch gepubliceerd in verschillende Jiddische periodieken in Rusland. Zijn gedichten worden vaak beschouwd als de beste van de moderne Jiddische poëzie van die tijd.
Zijn bekendste gedicht is wellicht ‘Hachnasini tachat knafeeg’ of ‘Neem mij onder je vleugels’. Ik kon geen Nederlandse vertaling vinden van dit gedicht maar wel de Engelse vertaling van Ruth Nevo.
.
Take me under your wing
Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.
One merciful twilight hour,
hear my pain, bend your head.
They say there is youth in the world.
Where has my youth fled?
Listen! another secret:
I have been seared by a flame.
They say there is love in the world.
How do we know love’s name?
I was deceived by the stars.
There was a dream; it passed.
I have nothing at all in the world,
nothing but a vast waste.
Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.
.
Ver reeds is de tijd
René Verbeeck
.
Na al die gedichten op bijzondere plekken is het weer eens tijd een voor bijzonder gedicht. Een liefdesgedicht van de dichter René Verbeeck. Verbeeck was voor de oorlog een actief dichter. Met André Demedts, Pieter G. Buckinx en Jan Vercammen richtte hij het tijdschrift ‘De Tijdstroom’ (1930-1934) op. Hij was oprichter van uitgeverij Eenhoorn (Mechelen, 1936). Hij stichtte in 1937 de poëziereeks ‘De Bladen voor de Poëzie’, waarvan hij tot 1944 de leiding had. Begin 1943 verhuisde hij met de reeks naar de collaborerende uitgeverij Steenlandt. Hij zat na de oorlog 22 maanden gevangen.
Uit de bundel ‘De zomer staat hoog en rijp’ uit 1965, het gedicht ‘Ver reeds is de tijd’.
.
Ver reeds is de tijd
.
Ver reeds is de tijd toen het nestelen begon
tegen een bergflank van de Ardennen.
.
maar zie hoe wild en fier zij is,
nog kregen de jaren haar niet klein,
.
van liefde als hars en bosgrond krachtig
is zij nooit verzadigd
.
en dank noch medelijden
stillen de honger van haar hart.
.
de dienstmaagd van man en kinderen
heeft de minnares niet omgebracht:
.
het wilde meisje houdt mij omstrengeld
in mijn zomerse vrouw.
.
Slijtage
Judith Herzberg
.
Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.
.
Slijtage
.
Bovenop de berg stopt het kamermeisje
een munt in de panoramakijker
en richt hem op de overkant waar zij nu
een minuut haar vriendje hout ziet hakken.
.
Forceer het oog terug, maar nooit
staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst
zoiets begrijpelijks te doen.
.
Zelfs heel exact, twee kanten blouses
uit Beiroet, worden vaag
omdat de lucht trilt.
Of zijn de ogen zelf beslagen?
.
Het is de regen die voortdurend regent
in versleten films
en ruisend valt op oude schellak platen.
.
Lili Marleen
Gerrit Krol
.
Gerrit Krol (1934 – 2013) was schrijver,dichter en essayist met een groot oeuvre van meer dan 50 romans, dichtbundels en novelles. Hij kreeg voor zijn werk verschillende literaire prijzen en hij bekleedde een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1961 debuteerde hij met gedichten in het literaire tijdschrift Hollands Weekblad en in 1962 verscheen zijn roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker’.
Vanuit zijn bèta achtergrond (hij studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur) ontwikkelde Krol een heel eigen schrijfstijl. Hoewel hij niet veel poëziebundels publiceerde wordt zijn werk als dichter erg gewaardeerd.
Uit: ‘Het komt allemaal goed’ uit 2005 het gedicht ‘Lili Marleen’.
.
Lili Marleen
.
Het zijn de vrouwen die de mannen baren.
.
Of: hoe men de geslachten onderscheiden kan.
.
Op een stoel zit hij, wijdbeens,
maar niet lang, een
toegeworpen appel brengt
zijn benen bij elkaar – vangt
de vrouw door haar benen te spreiden
in haar rok, die wijdheid is haar gegeven.
.
De pantalon staat strak
gespannen van speld tot speld.
Dat kledingstuk is werkelijk om te zoenen.
.
Maar wie weet wat er gebeurt, in het algemeen?
.
De appel bewaard in haar schoot
is geen appel, maar
een blik soldaten,
die marcheren, een blik soldaten,
die zingen van die Laterne,
zingen van Lili Marleen.
.
Pierre Kemp
Stadswandeling
.
Op zondag 23 augustus 2015 (van 11.00 – 13.00) organiseren Centre Céramique en de Vereniging Literaire Activiteiten Maastricht een literaire stadswandeling door Maastricht en Wyck aan de hand van zestien gedichten van de Maastrichtse dichter Pierre Kemp. Tijdens de wandeling wordt u getrakteerd op poëzie van Pierre Kemp bij de plekken in de wijk waar hij gewoond en gewerkt heeft. De wandeling is een kans bij uitstek om kennis te maken met de dichter die zoveel speelse en originele gedichten schreef.
Het startpunt van de wandeling is het Centre Céramique, ingang Plein 1992, Maastricht. Aanmelden en reserveren kan via info@vlammaastricht.nl. Prijs: € 5,00 VLAM-leden gratis (inclusief de wandelbrochure ‘Pierre Kemp. Nobel oud kind’).
Pierre Kemp (1886 – 1967) was plateelschilder en later loonadministrateur bij de kolenmijnen maar daarnaast dichter. In 1914 debuteerde Kemp met de bundel ‘Het wondere lied’. Decennia lang reisde Kemp met de trein heen en weer tussen Maastricht en Eygelshoven, op weg naar zijn werkplek bij de kolenmijn Laura. Kemp, meestal onberispelijk gekleed in donkere stemmige tinten, schreef tijdens die korte treinreizen honderden korte gedichten. Vele daarvan kwamen terecht in uitgaven als ‘Stabielen en passanten’ (1934), de bundel die ‘Kemps tweede debuut’ wordt genoemd, vanwege de lichtere toon en de speelse, bescheiden verzen, en ‘De Engelse Verfdoos’ (1956).
Pierre Kemp kreeg voor zijn werk onder andere de Comstantijn Huygensprijs (1956) en de P.C. Hooft-prijs (1958).
.
Gang
Ik, de zon en de weg
en de zon, de weg en ik
in zonderlinge samenhang
op dit ogenblik.
Ik ruik geen bloemen, ik zie
geen bomen, geen vogels, geen heg.
Ik voel maar een gaande man in de zon
op een weg.
.
Tegen het krakende hek
Rutger Kopland
.
In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’. Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.
.
Tegen het krakende hek
.
Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.
Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.
In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,
maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu
bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek
kraakte tegen de opdringende paarden.
.


















