Site-archief
Kindertekening
Dag 11: Roger de Neef
.
Uit de bundel ‘Som van tijd’ uit 2014 van de Vlaamse dichter Roger de Neef (1941) komt het gedicht ‘Kindertekening’.
.
Kindertekening
Voor Inez
Mijn ogen zijn gemaakt
Van zon en van maan
Mijn wimpers
Van vleugels van dons
Mijn oren van afstand
Mijn mond van valleien
Mijn ledematen zijn
Van donder en donker
Van akkers hout en rivieren
Zijn alle andere delen
Die ik amper ken
Maar op gelijke voet leven met elkaar.
.
Doornroosje sliep
Dag 4: Toon Tellegen
.
Uit de bundel ‘Over liefde en over niets anders’ uit 1997 van Toon Tellegen (1941) nam ik het vakantiegedicht zonder titel met als beginzin ‘Doornroosje sliep’.
.
Doornroosje sliep.
Naast haar lag een brief:
‘Niet wakker kussen!
Onder geen voorwaarde!
Ook niet na honderd jaar!’
Wat zal ik doen? dacht de prins. Zal ik weggaan?
Of zal ik wachten en denken dat zij het niet zo bedoelt?
Ik ben zo moe, zo dodelijk vermoeid…
Doornroosje gluurde door haar wimpers.
Met de grootst mogelijke moeite haalde ze langzaam
en regelmatig adem.
Ze zag de deur dichtgaan,
hoorde de treden van de trap –
zo moe, zo dodelijk vermoeid, elke stap –
en haar hart werd verscheurd.
.
Solo
Anne Vegter
.
Anne Vegter (1958) publiceerde in 2021 de poëziebundel ‘Big data’. Deze bundel bestaat uit drie cycli, waarin telkens een vrouw centraal staat die door een man verlaten is. In het eerste en derde deel gaat het telkens om een bekende literaire figuur. In het eerste deel is dat de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965), die in de zomer van 1965 na een liefdesbreuk uit het leven stapte. Haar leven wordt in de bundel verbonden met dat van Anne Sexton (1928-1974), Sylvia Plath (1932-1963) en Virginia Woolf (1882-1941), schrijvende vrouwen die net als Jonker in de publieke ruimte regelmatig als ‘waanzinnig’ geframed worden.
Het tweede deel bestaat uit gedichten die zijn samengesteld uit distichons (gedicht of een strofe van een gedicht, bestaande uit twee regels). Opnieuw staat in dit deel een vrouw centraal die door een man – de vader van haar kinderen – bedrogen en verlaten is. De bundel eindigt met een hervertelling van Medea in 27 scènes, onder de titel ‘Medea 2.0 (monoloog)’. Uit het tweede deel koos ik voor het gedicht ‘solo’ dat opvalt door de gebruikte interpunctie zonder hoofdletters.
.
solo
.
je oog glinstert. knak. het is je knipoog aan de zwarte hemel. in de nachtgelei
(droom) van je zintuigen drijft je
sterrenbeeld eland. gespreide hoeven plus gezichtskenmerken, je kunt bijna 350 °
in het rond kijken, kop op.
.
je heet de achterste wolvendoder, roemt de blinkende tanden van de glimlach:
je bent een eland. je bent niet bang
voor je spoor, sluit dit hologram. het mannetje vreest je. de schaal waarop je werkt
is groter dan je hart.
.
Op je rug of op je buik
Hans Arp
.
Ik heb op dit blog al een paar keer over de Frans Duitse schilder, beeldhouwer en dichter Hans Arp (1886-1966) geschreven. Naar aanleiding van een tentoonstelling, in een blog over een Dada bundel en in een blog over de Dada dichters Hugo Bal en Hans Arp. Dit keer had ik een dichtbundel van Arp in handen met de titel ‘Onze dagelijkse droom’ gedichten uit 1986 gekozen, vertaald en voorzien van een nawoord door Peter Nijmeijer (1947-2016) en Laurens Vancrevel (1941).
Ik kende Hans Arp vooral van zijn visuele poëzie en van zijn gedichten die ik las in het Kunstmuseum in Den Haag maar nu dus voor het eerst een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Op je rug of op je buik’.
.
Op je rug of op je buik
.
De dag is soms plat.
Wat je ook doet
je slaagt er niet in om op te staan.
Er is geen ruimte om op te staan.
Je wordt gedwongen om plat te blijven liggen
op je rug of op je buik
plat als een blaadje papier
van een schrijfblok.
.
De komst van de koning
J. Eijkelboom
.
Afgelopen weekend las ik het heerlijke boekje ‘Kleine koning December’ van Axel Hacke (1956), met illustraties van Michael Sowa en vertaald door Toon Tellegen. Het is een kinderboek uit 1999 dat eigenlijk misschien wel vooral voor volwassenen is geschreven. Het boekje gaat over een man in een huis en in de muur van dat huis woont koning December. In de wereld waar hij vandaan komt, achter de muur, word je oud geboren en dan word je steeds kleiner, totdat je kamerheer je ’s ochtends niet meer in je bed kan vinden. Als je geboren wordt weet en ken je alles wat je nodig hebt: lezen, schrijven, computeren, zakenlunches afwerken. En naarmate je ouder (en dus kleiner) wordt vergeet je steeds meer en uiteindelijk verdwijn je. Gelukkig is er in de kamer van de koning een kast met dozen met dromen. tot je zo klein bent dat je verdwijnt.
Een heel fijn boekje dat je her en der nog in tweedehandswinkels kan kopen. De vertaling van Toon Tellegen (1941) is alsof hij het zelf geschreven heeft (qua toon en fantasie). Ik schrijf dit niet zomaar. Vaak maak ik iets mee of denk ik ergens aan, lees ik iets of zie ik iets in een film of op televisie wat me doet denken aan een gedicht dat ik ooit ergens las. In dit geval was het aan een gedicht over een koning. Het was even zoeken en nadenken maar ik heb het gedicht gevonden. Het betreft hier een gedicht van J. Eijkelboom (1926-2008) en de titel is ‘De komst van de koning’.
Ik las het in ‘Tot zo ver’ de meeste gedichten uit 2002. Het verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.
.
De komst van de koning
,
De ratelende wielen in de verte
en het veelvuldig hoefgeklop.
Dan, dichterbij, de splinters licht
die van de zwarte spaken ketsten.
.
Ik was het kind dat als gestorven
neerviel van vaders schouders
in moeders armen. En dat bleef leven
tot alle sjerpen waren verbleekt,
de vorst in statie opgeborgen.
.
In een andere wereld
Toon Tellegen
.
In mijn vakantie mag dichter Toon Tellegen (1941) natuurlijk niet ontbreken. Het gedicht ‘In een andere wereld’ nam ik over uit de bundel ‘Gedichten 1977-1999’ uitgegeven in 2000.
.
In een andere wereld
.
In een andere wereld
zien mensen de liefde niet
lopen er rakelings langs, druk pratend over genade
en de onvolkomenheid van de haat –
.
de liefde loopt ze achterna
.
In de schemering blijven ze staan.
Ze spitsen hun oren:
iemand die is verdwaald? Een sluipmoordenaar?
Ze kijken om zich heen, ze grijpen een mes,
ze houden een vinger op hun lippen.
.
In een andere wereld
staat de liefde in een portiek –
.
verraadt zich niet.
.
Tegen meditatieve kennis
Rabindranath Tagore
.
Mijn dochter is aan het afstuderen en vroeg me of ik soms mensen kende die een jaar lang minimaal 100 minuten poer week mediteerde en er daarna ineens mee gestopt waren. Je kunt het maar willen onderzoeken. Ik moest daaraan denken toen ik een gedicht las van Rabindranath Tagore (1861-1941). Deze Indiase dichter, roman- en toneelschrijver was tevens wijsgeer en mysticus en beoefende de schilderkunst en sprak Esperanto. Hij was bovendien de eerste Indiase winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1913. Tagore schreef het Indiase en het Bengaalse volkslied. Kortom een zeer erudiet en geleerd mens.
Tagore schiep een soort letterkunde die dichter bij het gesproken Bengaals lag dan men ooit daarvoor had geschreven. Hij schreef voornamelijk in het Bengaals, maar vertaalde zelf veel van zijn werken in het Engels. In zijn werk komt grote kennis van zowel de Westerse als de Indiase cultuur tot uitdrukking. Hij predikte ascese noch yoga, maar een vreugde- en liefdevol opgaan in God in het dagelijks leven.
En juist dat laatste komt zo mooi terug in het gedicht waaraan ik moest denken toen mijn dochter me de vraag stelde. Het gedicht ‘Tegen meditatieve kennis’ komt uit de bundel ‘De mooiste van Rabindranath Tagore’ uit 1997 in een redactie van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Uit het gedicht blijkt voor mij ook dat ondanks dat je zo’n geleerd man bent en de Nobelprijs voor de Literatuur hebt gewonnen, je wel degelijk ook een gezond gevoel voor humor kan hebben.
.
Tegen meditatieve kennis
.
Zij die willen gaan zitten, hun ogen sluiten
en mediteren om te weten of de wereld waar is of liegt,
mogen dit doen. Het is hun keuze. Maar intussen
zal ik bij volle daglicht en met hongerige, gulzige ogen
een kijkje nemen in de wereld.
.
Hop over de sofa
Remco Ekkers
.
In 2021, in het jaar van zijn overlijden, publiceerde uitgeverij Kleine Uil, de bundel ‘Hop over de sofa’ van prozaschrijver, essayist en dichter Remco Ekkers (1941-1921). Ineke Holzhaus schreef over deze bundel: “Hop over de sofa’ lijkt een opgewekte of komische titel, maar er gaat een gruwelijke werkelijkheid achter schuil in het klein en in het groot. De dichter verwondert zich over het kwaad in de wereld, over ongerijmdheden, over vreemde toevalligheden, maar ook over liefde. Alle mensen die hebben bestaan zijn vergeten op enkelen na. ”
Voorts schrijft ze: “Remco Ekkers is een denkend dichter. Hij schuwt de grote thema’s niet, maar hij kan daarbij bij het kleine alledaagse beginnen, waarna hij zich naar universele overwegingen toedicht waarbij hij alle middelen inzet, die de poëzie hem aanreikt.”
Remco Ekkers debuteerde in 1979 met de bundel ‘Buurman’ waarna er nog vele zouden volgen, een groot aantal als bibliofiele uitgave. Hiernaast verscheen zijn werk in De Gids, Maatstaf, Tirade, Bzzlletin, De Revisor en Hollands Maandblad. Van 1976 tot 2016 maakte hij deel uit van de redactie van de Poëziekrant. Daarnaast was hij van 1986 tot 1992 poëziecriticus van De Gids. In de Leeuwarder Courant verzorgde hij tien jaar lang poëzierecensies. In het blad Schrijven verschenen zijn interviews met dichters
Een mooi voorbeeld van het kleine en ‘alledaagse’ in de poëzie van Ekkers uit de bundel ‘Hop over de sofa’ is het gedicht met de titel ‘Meisje zee’ waarin hij iets groots en machtigs vergelijkt met een meisje.
.
Meisje zee
.
Je komt en je gaat
je ruist en je loopt uit
je bent wijd en geheim
je zuigt me naar je toe
en laat los, je speelt
omdat het moet
van maan en wind.
.
Ik mag komen
je omspoelt me
beantwoordt mijn hunkering
zwijgt in het ruisen.
.















Buiten adem
28 mrt
Geplaatst door woutervanheiningen
Roger de Neef
.
Op zoek naar nog eens een liefdesgedicht (er is altijd plaats en tijd voor een liefdesgedicht vind ik) kwam ik in Het Liegend Konijn nummer 2 van 2021, een mooi klein liefdesgedichtje met een licht erotische ondertoon tegen getiteld ‘Buiten adem’ van de Vlaamse dichter, Kunst- en Jazzcommentator voor Radio 1 (VRT) en journalist Roger de Neef (1941). Uit zijn bundel ‘De gedichten voor Marinette’ uit 2020.
.
Buiten adem
.
Op kousenvoeten
Nadert zij doel
.
Verstuurde
Haar boodschap en haar vlees
In een wikkel
Van zon en zijde
.
En stolling van geur
In het bloed
Van lege bloemen
Haar hoge benen
.
En ik antwoord haar
Met die korte kleine duizel
Adem buiten adem en dood
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Erotische poëzie, Favoriete dichters, Liefdespoëzie, poëzietijdschrift, Vlaamse dichters
3 reacties
Tags: 1941, 2020, 2021/2, België, Buiten adem, De gedichten voor Marinette, dichtbundel, dichter, Erotisch gedicht, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, het Liegend Konijn, journalist, Kunst- en Jazzcommentator, Liefdesgedicht, poëzie, poëziebundel, poëzietijdschrift, radio 1, Roger de Neef, Vlaams dichter, Vlaanderen, VRT