Site-archief

Zondag

Toon Tellegen

.

Dat Toon Tellegen (1941) een van mijn favoriete dichters is mag geen verrassing meer zijn, ik schreef al vele malen over deze bijzondere dichter en schrijver (van prachtige dierenverhalen).  Zo was hij al in 2016 dichter van de maand. In 2016 begon ik de categorie Dichter van de maand nadat ik op vele zondagen gedichten van misschien mijn meest favoriete dichter Herman de Coninck deelde op dit blog. Vele dichters zijn in de loop der jaren dichter van de maand geweest wat betekende dat ik in een maand op elke zondag een gedicht van die dichter plaatste. Misschien moet ik daar weer eens mee beginnen. Heb je een idee of voorstel voor een dichter (liefst een die niet al een keer dichter van de maand is geweest) reageer dan even hieronder met een naam of namen.

Maar terug naar Toon Tellegen. In zijn bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998 schrijft Tellegen gedichten met uiteenlopende onderwerpen, bijvoorbeeld over aan welke voorwaarden een gedicht moet voldoen, over waarom de dichter schrijft of over gedachten aan Pessoa. En over een zondag als vandaag. Een gedicht waar ik bleef steken door de x en de y die hij opvoert.

.

Zondag

.

Het is zondag,

wandelaars zitten op bankjes,

converseren over de sinus en de cosinus van een kus

de tangens van het verlangen.

Ze doen hun ogen dicht en denken aan onbekenden,

x,y…

.

De zon schijnt,

kleine hypothesen gonzen in het warme middaglicht,

de zuivere waarheid slaapt.

.

Alles is nietswaardig en op een fractie na volmaakt,

.

en ver weg, oneindig ver weg, tussen de wilde ellipsen

en de rode parabolen,

zwemmen kinderen

in een bocht van een rivier.

.

Kindertekening

Dag 11: Roger de Neef

.

Uit de bundel ‘Som van tijd’ uit 2014 van de Vlaamse dichter Roger de Neef (1941) komt het gedicht ‘Kindertekening’.

.

Kindertekening

Voor Inez

Mijn ogen zijn gemaakt

Van zon en van maan

Mijn wimpers

Van vleugels van dons

Mijn oren van afstand

Mijn mond van valleien

Mijn ledematen zijn

Van donder en donker

Van akkers hout en rivieren

Zijn alle andere delen

Die ik amper ken

Maar op gelijke voet leven met elkaar.

.

Doornroosje sliep

Dag 4: Toon Tellegen

.

Uit de bundel ‘Over liefde en over niets anders’ uit 1997 van Toon Tellegen (1941) nam ik het vakantiegedicht zonder titel met als beginzin ‘Doornroosje sliep’.

.

Doornroosje sliep.
Naast haar lag een brief:
‘Niet wakker kussen!
Onder geen voorwaarde!
Ook niet na honderd jaar!’

Wat zal ik doen? dacht de prins. Zal ik weggaan?
Of zal ik wachten en denken dat zij het niet zo bedoelt?
Ik ben zo moe, zo dodelijk vermoeid…

Doornroosje gluurde door haar wimpers.
Met de grootst mogelijke moeite haalde ze langzaam
en regelmatig adem.
Ze zag de deur dichtgaan,
hoorde de treden van de trap –
zo moe, zo dodelijk vermoeid, elke stap –

en haar hart werd verscheurd.

.

Solo

Anne Vegter

.

Anne Vegter (1958) publiceerde in 2021 de poëziebundel ‘Big data’. Deze bundel bestaat uit drie cycli, waarin telkens een vrouw centraal staat die door een man verlaten is. In het eerste en derde deel gaat het telkens om een bekende literaire figuur. In het eerste deel is dat de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965), die in de zomer van 1965 na een liefdesbreuk uit het leven stapte. Haar leven wordt in de bundel verbonden met dat van Anne Sexton (1928-1974), Sylvia Plath (1932-1963) en Virginia Woolf (1882-1941), schrijvende vrouwen die net als Jonker in de publieke ruimte regelmatig als ‘waanzinnig’ geframed worden.

Het tweede deel bestaat uit gedichten die zijn samengesteld uit distichons (gedicht of een strofe van een gedicht, bestaande uit twee regels). Opnieuw staat in dit deel  een vrouw centraal die door een man – de vader van haar kinderen – bedrogen en verlaten is. De bundel eindigt met een hervertelling van Medea in 27 scènes, onder de titel ‘Medea 2.0 (monoloog)’. Uit het tweede deel koos ik voor het gedicht ‘solo’ dat opvalt door de gebruikte interpunctie zonder hoofdletters.

.

solo

.

je oog glinstert. knak. het is je knipoog aan de zwarte hemel. in de nachtgelei

(droom) van je zintuigen drijft je

sterrenbeeld eland. gespreide hoeven plus gezichtskenmerken, je kunt bijna 350 °

in het rond kijken, kop op.

.

je heet de achterste wolvendoder, roemt de blinkende tanden van de glimlach:

je bent een eland. je bent niet bang

voor je spoor, sluit dit hologram. het mannetje vreest je. de schaal waarop je werkt

is groter dan je hart.

.

Op je rug of op je buik

Hans Arp

.

Ik heb op dit blog al een paar keer over de Frans Duitse schilder, beeldhouwer en dichter Hans Arp (1886-1966) geschreven. Naar aanleiding van een tentoonstelling, in een blog over een Dada bundel en in een blog over de Dada dichters Hugo Bal en Hans Arp. Dit keer had ik een dichtbundel van Arp in handen met de titel ‘Onze dagelijkse droom’ gedichten uit 1986 gekozen, vertaald en voorzien van een nawoord door Peter Nijmeijer (1947-2016) en Laurens Vancrevel (1941).

Ik kende Hans Arp vooral van zijn visuele poëzie en van zijn gedichten die ik las in het Kunstmuseum in Den Haag maar nu dus voor het eerst een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Op je rug of op je buik’.

.

Op je rug of op je buik

.

De dag is soms plat.

Wat je ook doet

je slaagt er niet in om op te staan.

Er is geen ruimte om op te staan.

Je wordt gedwongen om plat te blijven liggen

op je rug of op je buik

plat als een blaadje papier

van een schrijfblok.

.

De komst van de koning

J. Eijkelboom

.

Afgelopen weekend las ik het heerlijke boekje ‘Kleine koning December’ van Axel Hacke (1956), met illustraties van Michael Sowa en vertaald door Toon Tellegen. Het is een kinderboek uit 1999 dat eigenlijk misschien wel vooral voor volwassenen is geschreven. Het boekje gaat over een man in een huis en in de muur van dat huis woont koning December.  In de wereld waar hij vandaan komt, achter de muur, word je oud geboren en dan word je steeds kleiner, totdat je kamerheer je ’s ochtends niet meer in je bed kan vinden. Als je geboren wordt weet en ken je alles wat je nodig hebt: lezen, schrijven, computeren, zakenlunches afwerken. En naarmate je ouder (en dus kleiner) wordt vergeet je steeds meer en uiteindelijk verdwijn je. Gelukkig is er in de kamer van de koning een kast met dozen met dromen. tot je zo klein bent dat je verdwijnt.

Een heel fijn boekje dat je her en der nog in tweedehandswinkels kan kopen. De vertaling van Toon Tellegen (1941) is alsof hij het zelf geschreven heeft (qua toon en fantasie). Ik schrijf dit niet zomaar. Vaak maak ik iets mee of denk ik ergens aan, lees ik iets of zie ik iets in een film of op televisie wat me doet denken aan een gedicht dat ik ooit ergens las. In dit geval was het aan een gedicht over een koning. Het was even zoeken en nadenken maar ik heb het gedicht gevonden. Het betreft hier een gedicht van J. Eijkelboom (1926-2008) en de titel is ‘De komst van de koning’.

Ik las het in ‘Tot zo ver’ de meeste gedichten uit 2002. Het verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.

.

De komst van de koning

,

De ratelende wielen in de verte

en het veelvuldig hoefgeklop.

Dan, dichterbij, de splinters licht

die van de zwarte spaken ketsten.

.

Ik was het kind dat als gestorven

neerviel van vaders schouders

in moeders armen. En dat bleef leven

tot alle sjerpen waren verbleekt,

de vorst in statie opgeborgen.

.

In een andere wereld

Toon Tellegen

.

In mijn vakantie mag dichter Toon Tellegen (1941) natuurlijk niet ontbreken. Het gedicht ‘In een andere wereld’ nam ik over uit de bundel ‘Gedichten 1977-1999’ uitgegeven in 2000.

.

In een andere wereld

.

In een andere wereld

zien mensen de liefde niet

lopen er rakelings langs, druk pratend over genade

en de onvolkomenheid van de haat –

.

de liefde loopt ze achterna

.

In de schemering blijven ze staan.

Ze spitsen hun oren:

iemand die is verdwaald? Een sluipmoordenaar?

Ze kijken om zich heen, ze grijpen een mes,

ze houden een vinger op hun lippen.

.

In een andere wereld

staat de liefde in een portiek –

.

verraadt zich niet.

.

Buiten adem

Roger de Neef

.

Op zoek naar nog eens een liefdesgedicht (er is altijd plaats en tijd voor een liefdesgedicht vind ik) kwam ik in Het Liegend Konijn nummer 2 van 2021, een mooi klein liefdesgedichtje met een licht erotische ondertoon tegen getiteld ‘Buiten adem’ van de Vlaamse dichter, Kunst- en Jazzcommentator voor Radio 1 (VRT) en journalist Roger de Neef (1941). Uit zijn bundel ‘De gedichten voor Marinette’  uit 2020.

.

Buiten adem

.

Op kousenvoeten

Nadert zij doel

.

Verstuurde

Haar boodschap en haar vlees

In een wikkel

Van zon en zijde

.

En stolling van geur

In het bloed

Van lege bloemen

Haar hoge benen

.

En ik antwoord haar

Met die korte kleine duizel

Adem buiten adem en dood

.

Tegen meditatieve kennis

Rabindranath Tagore

.

Mijn dochter is aan het afstuderen en vroeg me of ik soms mensen kende die een jaar lang minimaal 100 minuten poer week mediteerde en er daarna ineens mee gestopt waren. Je kunt het maar willen onderzoeken. Ik moest daaraan denken toen ik een gedicht las van Rabindranath Tagore (1861-1941). Deze Indiase dichter, roman- en toneelschrijver was tevens wijsgeer en mysticus en beoefende de schilderkunst en sprak Esperanto. Hij was bovendien de eerste Indiase winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1913. Tagore schreef het Indiase en het Bengaalse volkslied. Kortom een zeer erudiet en geleerd mens.

Tagore schiep een soort letterkunde die dichter bij het gesproken Bengaals lag dan men ooit daarvoor had geschreven. Hij schreef voornamelijk in het Bengaals, maar vertaalde zelf veel van zijn werken in het Engels. In zijn werk komt grote kennis van zowel de Westerse als de Indiase cultuur tot uitdrukking. Hij predikte ascese noch yoga, maar een vreugde- en liefdevol opgaan in God in het dagelijks leven.

En juist dat laatste komt zo mooi terug in het gedicht waaraan ik moest denken toen mijn dochter me de vraag stelde. Het gedicht ‘Tegen meditatieve kennis’ komt uit de bundel ‘De mooiste van Rabindranath Tagore’ uit 1997 in een redactie van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Uit het gedicht blijkt voor mij ook dat ondanks dat je zo’n geleerd man bent en de Nobelprijs voor de Literatuur hebt gewonnen, je wel degelijk ook een gezond gevoel voor humor kan hebben.

.

Tegen meditatieve kennis

.

Zij die willen gaan zitten, hun ogen sluiten

en mediteren om te weten of de wereld waar is of liegt,

mogen dit doen. Het is hun keuze. Maar intussen

zal ik bij volle daglicht en met hongerige, gulzige ogen

een kijkje nemen in de wereld.

.

 

Hop over de sofa

Remco Ekkers

.

In 2021, in het jaar van zijn overlijden, publiceerde uitgeverij Kleine Uil, de bundel ‘Hop over de sofa’ van prozaschrijver, essayist en dichter Remco Ekkers (1941-1921). Ineke Holzhaus schreef over deze bundel: “Hop over de sofa’ lijkt een opgewekte of komische titel, maar er gaat een gruwelijke werkelijkheid achter schuil in het klein en in het groot. De dichter verwondert zich over het kwaad in de wereld, over ongerijmdheden, over vreemde toevalligheden, maar ook over liefde. Alle mensen die hebben bestaan zijn vergeten op enkelen na. ”

Voorts schrijft ze: “Remco Ekkers is een denkend dichter. Hij schuwt de grote thema’s niet, maar hij kan daarbij bij het kleine alledaagse beginnen, waarna hij zich naar universele overwegingen toedicht waarbij hij alle middelen inzet, die de poëzie hem aanreikt.”

Remco Ekkers debuteerde in 1979 met de bundel ‘Buurman’ waarna er nog vele zouden volgen, een groot aantal als bibliofiele uitgave. Hiernaast verscheen zijn werk in De Gids, Maatstaf, Tirade, Bzzlletin, De Revisor en Hollands Maandblad. Van 1976 tot 2016 maakte hij deel uit van de redactie van de Poëziekrant. Daarnaast was hij van 1986 tot 1992 poëziecriticus van De Gids. In de Leeuwarder Courant verzorgde hij tien jaar lang poëzierecensies. In het blad Schrijven verschenen zijn interviews met dichters

Een mooi voorbeeld van het kleine en ‘alledaagse’ in de poëzie van Ekkers uit de bundel ‘Hop over de sofa’ is het gedicht met de titel ‘Meisje zee’ waarin hij iets groots en machtigs vergelijkt met een meisje.

.

Meisje zee

.

Je komt en je gaat

je ruist en je loopt uit

je bent wijd en geheim

je zuigt me naar je toe

en laat los, je speelt

omdat het moet

van maan en wind.

.

Ik mag komen

je omspoelt me

beantwoordt mijn hunkering

zwijgt in het ruisen.

.