Site-archief
Mooi gesjeesd doodgaan
Luuk Gruwez
.
In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.
.
Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.
Zij komt met handtas en haar beste hoed,
gekrenkt tot in haar poederdoos,
arm ding, dat alle glorie verloor.
.
Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.
Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,
haar lichaam zo gerantsoeneerd
dat het maar goed was voor een halve eeuw.
.
Dit liefelijk karkas met pruikenbol,
ik kan het domweg niet vergeten.
Hoe zij in alles was gesjeesd,
misschien in doodgaan nog het meest.
.
Enquête
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman ( 1990) is een Nederlandse dichter. Op de site tirade.nu becommentarieerde en vertaalde ze middels een blog het werk van generatiegenoten. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ dat in 2011 de C. Buddingh’-prijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs én de Liegend Konijn Debuutprijs won. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 dat gaat over angst-aanvallen. In juni 2017 verschenen twee bundels. Haar eerste roman, ‘Het tegenovergestelde van een mens’, waarin ze essay en poëzie vervlecht, en ‘Man met hoed’, haar verzamelde gedichten en een selectie vertalingen.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Enquête’.
.
Enquête
De jongen op straat vraagt
Wat is het mooiste woord
Wat u ooit zei, ik zeg
Heb je even en denk
Aan alles wat ik ooit
Heb gezegd, maar dan
In fragmenten
Stroboscoop
Nachtegaal
Nanoseconde
Ei
Die kleur paars waarvan ik de naam steeds vergeet
Badschuim
Trotseren
Petroleumlamp
Een moment waarop ik niets kan verzinnen
Mag ik even op je blaadje kijken
De vocabulaire hoogtepunten
Van onze medemens
Ik hou van jou
Dat zijn vier woorden
Die streept hij straks weg
En verder
Gezondheid
Baby
Salaris
Liefde
Weekend
Seks
Parterretrap
.
Unicorn
New Women Poets
.
Het aardige van bundels en boeken die al wat ouder zijn is dat er vaak later blijkt dat er een belofte wordt ingelost. In de bundel ‘New Women Poets’ uit 1990 las ik het gedicht ‘The unicorn is a symbol of virginity’ van Christiania Whitehead (1969). In dit boek wordt ze nog als aanstormend talent beschreven, net afgestudeerd en met een paar gedichten in verzamelbundels.
Inmiddels is Dr Christiania Whitehead niet alleen afgestudeerd in de middeleeuwse Engelse literatuur in Oxford, vmaar is ze ook sinds 1996 staff member bij Warwick bij het departement Engels. Ze doceert middeleeuwse literatuur en heeft boeken gepubliceerd over architectonische allegorie en devotionele schrift voor vrouwen, evenals een poëzieverzameling , ‘The Garden of Slender Trust’ (Bloodaxe). Uit die bundel komt ook het gedicht dat opgenomen is in New Women Poets.
.
The Unicorn is a Symbol of Virginity
.
Dun brown tomorrow. The unicorn
looks surprised. It had faintly expected
always to stay white.
“Does that mean my horn will
creep back into my head?” whispers
the miscreant, and it paws the ground
a little, as if in protest.
Tush, rocking horse. You have nothing
but milk teeth to talk with,
you are only the little creature
the woman chuckles with,
when she is feeling holy.
Perched there amongst
the shamrocks and thorn roses –
you were never meant to last,
but came down through the ages
on a prayer cushion or in locket form,
eluding the bonny cavalry
by dint of a streak up a tree.
Mother of Jesus, what did you start?
Of course the horn must go.
.
Dichter in verzet
Piet Gerbrandy
.
Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).
In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.
In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’
Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.
Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is
.
Geloof mij toch:
tegen de dood kan alles
worden ondernomen wat zich nu
nog verschuilt in zijn macht.
Vader en moeder tegelijk,
wordt hij zelf het kind
dat zin voor zin zich uitput,
zich afbeult tot wat er is: nacht-
vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;
brulapenkoralen; kikkerrit kloppend
tegen stilstaand water; pauwestaarten,
Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit
de duisterende frambozen daarmee zich
een voorhoofd wenst te tooien,
vlak voor het bevel, hope telkens ooit.
.
Gedichten die vrouwen aan het huilen maken
Marianne Thieme
.
In navolging van de prachtige bundel ‘gedichten die mannen aan het huilen maken’ stelde actrice en schrijfster Isa Hoes in 2015 een bundel samen met de titel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’. Net als in de manneneditie vroeg zij bekende Nederlandse vrouwen naar hun meest dierbare gedicht.
Zo ook Marianne Thieme, partijleider en fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de tweede kamer. Het zal weinigen verbazen dat het gedicht dat zij uitkoos een link heeft met het gedachtegoed van deze partij. Als motivatie schrijft ze: “Ik heb mij altijd sterk verbonden gevoeld met de natuur en met dieren. Dat gevoel van verbondenheid weet de joodse dichter Marits Mok als geen ander op een sublieme manier in woorden te vatten. Woorden die zo duidelijk maken dat de praktijken als dieren experimenten, de bio-industrie en de jacht onethisch zijn en volstrekt indruisen tegen de humaniteit en beschaving.”
Uit de bundel ‘Het dierbaarst’uit 1990 het gedicht ‘Levenden’ van Maurits Mok (1907 – 1989).
.
Levenden
.
In dierenogen valt hetzelfde licht
als in het oog van mensen.
Het levende schept adem uit één bron,
vangt van zijn eerste kreet
tot aan zijn laatste huivering
dezelfde zon.
.
Denkenden gaan met dieren
onder dezelfde hemel
dezelfde einder tegemoet,
door één verlangen voortgedreven:
leven.
.
Ondertussen
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.
Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.
.
Ondertussen
.
Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken
hoe de rode straatstenen donker worden. eerst
door regen en nog eerder door de wolk
die daaraan vooraf over kwam drijven.
.
Dan zit ik er al een tijdje. Dan
begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes
van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in
en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren
van het tapijt de donkere kant op, daar
durf ik niet goed iets van te zeggen.
.
Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.
.
En ik kan kijken naar de lucht
alsof iemand erboven met een lepeltje
zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht
struift de regen naar beneden. Hier
is het voor altijd droog.
.
Dan kan ik denken:
er komen nog zoveel dagen waarop we
warme broodjes kunnen maken, vandaag
ga ik in de barstjes van het raam groot
en donker als straten worden.
.
Geen uitweg
Ewa Lipska
.
Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.
In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.
.
Geen uitweg
.
Dit is dat hotel. Deze kamer.
Het bed waarin zij hebben geslapen.
De roze magnolia’s hangen nog in de kast.
Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.
Mensen vielen elkaar in de armen.
Meisjes hingen mannen om de hals
als namaaksieraden.
In de wisselkantoren
werden kussen gewisseld.
Men stierf niet meer.
De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.
Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.
Censors schrapten de horizon.
Corrigeerden het uitzicht uit het raam.
Midden op het marktplein werd
Feest der liefde van Watteau opgehangen.
Uit luidsprekers klonken
de liederen uit Dichterliebe van Schumann.
De dieren kregen vleugels aangemeten
in de vorm van harten.
De terreur der liefde regeerde het stadje.
Weigeraars werden in de afgrond gestort.
Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?
Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.
Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.
De ratten verlieten massaal de stad
zonder om te kijken naar het vuurwerk.
Men danste juist op het verplichte bal.
En alleen zij wisten al dat
een stap vooruit de dood betekende
en een stap achteruit slechts moord.
.

















