Site-archief

Photomaton

Simon Vinkenoog

Toen ik naar huis reed van mijn werk moest ik aan Simon Vinkenoog (1928 – 2009) denken. Waarom? Geen idee. Juist daarom een gedicht van deze bijzondere en eigengereide dichter. Vinkenoog publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Wondkoorts’ in 1950, wordt tot de Vijftigers gerekend maar publiceerde vanaf zijn 21ste jaar een literair magazine ‘Blurb’ getiteld. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Over zijn uitgangspunten schreef hij: “Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”.

Woorden die later op zijn poëtisch oeuvre van toepassing zouden blijven. In de jaren 60 van de vorige eeuw begon Vinkenoog zich steeds meer als performer te manifesteren. Tot aan zijn dood bleef hij schrijven en voordragen, veelal onder de invloed van verdovende middelen. Vinkenoog is in de Nederlandse poëzie heel zijn leven een fenomeen gebleven.

Van zijn hand het gedicht ‘Photomaton’.

 

Photomaton

Zo’n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden*)
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.

Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto’s zit ik rechts.

We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.

Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.

Ik lach, jij kijkt.
Zo’n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn. Kijken of het lijkt.

*) 20 F in Belgie.

.

Uit: Eerste gedichten, 1949-1964

simon-vinkenoog

Sylvie Marie

Vlaamse dichters

.

Sylvie Marie ( 1984) woont in Gent, waar ze politieke en sociale wetenschappen studeerde. In Brussel voltooide ze haar studententijd met een postgraduaat journalistiek. Ze publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium. In het voorjaar van 2009 verscheen haar debuutbundel ‘Zonder’.  In 2011 volgde een tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs en de JC Bloemprijs. In 2013 verscheen ‘Speler X’, een voetbalroman waarvan ze co-auteur is. In juni 2014 verscheen haar derde dichtbundel ‘Altijd een raam’.

Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo nadat ze Humo’s Gouden Aap won. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie. Ze was poëziecoördinator bij Meander en is redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina. Op haar website http://www.sylviemarie.be/ kun je veel meer informatie vinden.

Uit haar bundel ‘Zonder’ uit 2009 het gelijknamige gedicht.

.

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

.

Sylvie marie

Mus / sparrow

Jan Hanlo

.

Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het gedicht ‘Mus’ van Jan Hanlo niet kennen. Jan Hanlo (1912-1969) was dichter en schrijver die tot de Vijftigers gerekend wordt maar binnen de Vijftigers was hij een buitenbeentje zoals hij eigenlijk op ieder gebied een buitenbeentje was.

Vanaf 1944 schreef hij gedichten, waarvan met name ‘Oote’ de aandacht trok. Dit klankgedicht (Hanlo sprak zelf van ‘kinderbrabbeltaal’) verscheen in 1952 in het door het rijk gesubsidieerde tijdschrift Roeping. Het blad Elsevier besteedde daar aandacht aan en het VVD-Eerste Kamerlid Wendelaar stelde vervolgens Eerste Kamervragen over de subsidie aan het blad dat Hanlo’s ‘infantiel gebazel’ publiceerde. Dat leverde de nodige publiciteit op.

De rest van Hanlo’s oevre is over het algemeen minder avant-gardistisch dan ‘Oote’. Schoonheid en (kinderlijke) onschuld zijn terugkerende thema’s. Een ander mooi voorbeeld hiervan is het gedicht ‘Mus’ uit 1954.

In 2009 was het thema van de Boekenweek Tsjielp-Tsjielp; de literaire zoo (naar aanleiding van dit gedicht).

Dat het gedicht wordt gewaardeerd blijkt uit het feit dat het niet alleen in Nederland in de openbare ruimte is aangebracht maar zelfs in het buitenland een muur verfraait. In de dierentuin van Dublin is het gedicht in vertaling aangebracht op de Family Farm Farmhouse. Deze tip kreeg ik door van Yvonne van der Haven, waarvoor dank.

Hieronder een aantal voorbeelden van het gedicht met de gemeente waar deze te vinden is.

mus2

Veenendaal

mus1

Leiden

sparrow

Dublin

mus3

Gorinchem (basisschool)

Voor wie niet genoeg kan krijgen van Jan Hanlo: http://ilibrariana.wordpress.com/2012/12/29/herinneringen-aan-jan-hanlo-1912-1969/

Met dank aan Wikipedia

Conceptuele poëzie

Vsevolod Nekrasov

.

De Russische dichter Vsevolod Nekrasov (1934 – 2009) wordt beschouwd als de grondlegger van het conceptualisme in (Moskou) de Russische poëzie en een van de belangrijkste grondleggers van de tweede Russische avant-garde. Hij was een van de leidende figuren van de Lianozovo kring, een groep undergound experimentele dichters en artiesten in het midden van de jaren 60 van de vorige eeuw. Nog steeds beïnvloedt hij werk van jonge dichters.

Hieronder een aantal voorbeelden van zijn conceptuele gedichten.

.

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is

Vrijheid is vrijheid

.

Gedicht over ieder water

.

Water

Water water water

Water water water water

.

Water water water water

Water Water

Water

Stroomde

.

.

 

Het woord was God

.

Het woord is God

En God zij geloofd

.

God zij geloofd

Als God bestaat

.

Vsevolod_Nekrasov

Ellen Deckwitz

Liedje

.

Ellen Deckwitz studeerde Nederlands in Groningen en voltooide nadien een research master in de literatuur- en cultuurwetenschap.

Sinds 2000 is Deckwitz actief als dichteres. Ze droeg haar poëzie voor in binnen- en buitenland, onder andere op Lowlands, de Nacht van de Poëzie en Poetry International. Daarnaast verscheen haar werk in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen en is een gedeelte vertaald en gepubliceerd in het Duits, Zweeds, Engels en Frans. Ellen Deckwitz was een van de juryleden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011-2012.

In 2009 kreeg Deckwitz de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie. Eind 2009 won zij het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (ze heeft het record van de meest gewonnen poetry slams in 1 jaar) en voor haar bundel “De steen vreest mij” ontving ze de 25ste C. Buddingh-prijs 2012 voor het beste poëziedebuut van het jaar.

Tegenwoordig woont en werkt Deckwitz in Utrecht waar ze onder andere een van de vijf leden van het Utrechts Dichtersgilde is, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze.

In Liter nr. 66 uit 2012 verscheen onder meer het gedicht ‘Liedje’.

.

Liedje

.

Laat me je oproepen in de geest

van degene die dit jaren later leest.

Ook al stellen ze zich je blond voor,

.

je ogen grijs en je mond grover

dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden

voor wanneer niemand je meer wil,

voor als niemand nog de pen uit

.

mijn handen rukt, verwacht ik je

tong en hef je mijn gezicht alsof

het een kelk is

.

foto-ellen-deckwitz-door-nadine-ancher1

Foto: Nadine Ancher

Vasalis vs Moors

Nu u!

.

In de bijzonder aardige bundel Nu u! uit 2009, van literair productiehuis Wintertuin staan gedichten uit de Nederlandse canon, die op verzoek herschreven zijn door dichters van nu.

In 2012 schreef ik er al eens over en in mijn boekenkast zoekend kwam ik de bundel weer tegen. Daarom vandaag nog een mooi voorbeeld van een gedicht van M. Vasalis, ‘De idioot in het bad’ (uit Parken en woestijnen, 1940) dat door Els Moors is herschreven.

.

En elke keer, dat hij uit ’t bad gehaald wordt,

en stevig met een handdoek drooggewreven

en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord

stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

.

En elke week wordt hij opnieuw geboren

en wreed gescheiden van het veilig water-leven

en elke week is hem het lot beschoren

opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

.

M. Vasalis

vasalis

.

Achter het kniehoge hek liggen velden

zwart van de papaver

en overal aan de kant van de weg liggen lijken

die aarzelen net als hij

en net zoals het licht

.

’s ochtends

.

soms ziet hij ze dansen – de anderen – tussen korenbloem en kamille

ze gaan duizelig maar duizelig waarvan?

hij kan alleen zichzelf omarmen

en hij smoort steeds dezelfde schreeuw

is dat mijn hand? ik zie hem altijd

.

voor het eerst

.

Els Moors

Moors

Met dank aan 

Met dank aan Tzum.info en  Wintertuin

Burger King

Menno Wigman

.

Uit de bundel ‘De droefenis van copyrettes’ uit 2009, het gedicht ‘Burger King’. Dit leek me wel een passend gedicht zo vlak voor de feestdagen.

.

Burger King

.

Was er een tijd dat ik hier boven stond,

mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,

niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in

een taal te denken die geen tanden heeft?

Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat

en blader maar wat door de Burger King,

gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos

eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.

– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

.

als hier het ware leven staat te lezen,

mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal

betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,

eerder verbaasd dat alles wat zo laag

en lelijk is zo sterk en stevig staat.

.

BK

Stadsdichters

In Nederland (en België)

.

Nederland kent vele stadsdichters. Om precies te zijn waren het er vorig jaar 50. Volgens mij zaten daar ook dorpsdichters bij maar voor het gemak (waarom ook niet) houden we het op stadsdichters. Nederland telde op 1 januari 2013 precies 408 gemeenten. Dat wil zeggen dat maar 12,3% van de Nederlandse gemeenten over een stadsdichter beschikt. In Vlaanderen is het aantal inmiddels gegroeid naar 5 (van 3).

Wat is eigenlijk een stadsdichter? Stadsdichters zijn dichters die officieel door een college van burgemeester en wethouders zijn benoemd. Hun taak is meestal een aantal gedichten schrijven over de gemeente of over activiteiten en gebeurtenissen in de gemeente. Dat varieert van een paar gedichten per jaar  tot maandelijks een gedicht. Sommige stadsdichters hebben daarnaast de rol van aanjager. In hun functie van stadsdichter mogen of moeten ze de inwoners van de gemeente kennis laten maken met poëzie of activiteiten op het gebied van de poëzie.

De stadsdichter van Hengelo, Fred van de Ven heeft nu voorgesteld om te komen tot een instituut voor stadsdichters.  Zo’n instituut zou dan aanbevelingen kunnen doen aan de colleges: over het aantal gedichten dat geschreven zou kunnen worden, over de publicatie en over de vergoeding. Want in de regel is het liefdewerk, oud papier.

In 2005 werd de eerste stadsdichtersbundel  ‘De stad en ik’ uitgegeven door uitgeverij Kontrast, onder redactie van Gerard Beense (Stadsdichter van Lelystad) gevolgd door ‘Verzen van verbondenheid’ in 2008 en ‘Stadsdichters bijeen’ in 2009 tijdens de 5e stadsdichtersdag in Lelystad. Inmiddels is de 9e stadsdichtersdag geweest in Lelystad, georganiseerd door de stichting Poëtikos, met een stadsdichtersgedichtenwedstrijd, dus volgend jaar het tweede lustrum.

De winnaar van deze wedstrijd was stadsdichter van Hengelo Lowie Gilissen met het gedicht ‘Amsterdam’.

.

Amsterdam

Nabij gehei dreunt, dreunt, dreunt,
in een dwingend ritme
als van een metronoom.

Op die doffe beat houden trams
met hun triangeltringtingtinggetinkel
en ssschurend sssnerpen
van weerbarstig wentelende wielen
helemaal geen maat.

Opgevoerde brommers overstemmen
met knalpijphard geknettterrrr
en passant moeiteloos
nerveuze claclaxons van schildpadtrage taxi’s.

Doppleriaans nadert met steeds meer nadruk
de viertonige ta-ti-ta-ta sirene
van een slalomambulance.

Te midden van deze ongeorkestreerde kakofonie
staat een straatmuzikant op zijn viool
een ti-ta-ti-ta partita van Bach te spelen,
alsof al die helse herrie om hem heen niet bestaat.

En warempel,
ik denk dat ook,
één hemels ogenblik.

.

omslag 1

omslag 2

omslag 3

Met beide voeten in de modder

Uit mijn boekenkast

.

Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag. Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen  van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. De ervaringen van dat verblijf werden vervolgens door hen vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten. Het resultaat daarvan is vastgelegd in twee bundels waarin een bijzondere kijk wordt gegeven op het reilen en zeilen achter de schermen, op plekken waar een buitenstaander niet zo snel toegang krijgt.

Beide bundels zijn mooi uitgegeven door uitgeverij de Brouwerij in 2008 en 2009. Uit de eerste bundel twee gedichten van Jeroen de Vos. Jeroen verbleef 5 dagen op een Scheveningse viskotter en schreef daar een aantal pakkende gedichten over.

.

Groot vertoon

.

Acht uur ’s ochtends

vanuit de patrijspoort zie ik dat god

alles heeft opgepoetst

de zee schittert aan alle kanten

het glimt en blinkt.

Zou er soms visite komen?

.

Zoet & gladjes

.

Ze hebben allemaal

koppen die spreken

woest en krachtig

.

Krijg je zo’n kop

en zo’n blik

door het varen

.

of is het andersom

.

Ga je met zo’n kop varen?

.

beide

Fantastig toch

Eva de Roovere

.

De regelmatige lezer van dit blog kent mijn voorliefde voor het Vlaams. De afwijkende grammatica (t.o.v. het Nederlands), de bijzondere woorden die het Nederlands niet kent, de zachte zangerige manier waarop Vlamingen spreken, ik hou er van.

Toen in 2009 Eva de Roovere de single Fantastig toch uitbracht was ik dan ook meteen verkocht. De manier waarop Eva in dit nummer (en in al haar teksten) met de taal speelt kan ik zeer waarderen. Toen ik gistermiddag de remix van Diggy Dex van dit nummer op de radio hoorde kreeg ik gelijk zin om het origineel weer eens te horen. De tekst beluisterend viel me de poëtische kracht meteen weer op. Vandaar dat ik vandaag dit nummer onder de aandacht wil brengen.

.

eva

Fantastig toch

.

Dag en nacht
En wij daartussen
Jouw kussen zacht
Op mijn natte-dromen-wang
Bang van komen en jouw gaan
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Glimlach lag
In veel te grote tas
Klein te zijn
Fijn tussen vingers
Groot geheim
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Laten we samen
Dingen doen zingen
Van Liedjes die niet bestaan
Laten we samen
Dingen doen zingen
Laten we samen niet bestaan
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
.
Nog meer jij is fantastig toch
Nog meer jij is fantastig toch
.