Site-archief
Vicky Francken
Ik ben een bijl
.
In 2009 stelde Erik Jan Harmens de verzamelbundel ‘Ik ben een bijl’ samen met als ondertitel ‘Nieuwe dichters uit de jaren nul’. In deze bundel staat onder andere een gedicht van Vicky Francken.
Vicky Francken (1989) ontving voor haar tijdschriftdebuut de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie en publiceerde daarna onder meer in Tirade en Revisor. Ze studeerde vertaalwetenschap en werkt als literair vertaler uit het Frans en Engels. Ze debuteerde in 2017 met de bundel ‘Röntgenfotomodel’ die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs: ‘Francken is een dichter die het experiment niet schuwt. Muzikaal, lichtvoetig en speels.’ aldus het juryrapport. Uit ‘Ik ben een bijl’ het titelloze gedicht van haar hand.
.
Sommigen staan in de deurpost met een schaar
in nde palm van hun hand als een slaapppil
op weg naar hun mond om te zorgen
voor kunstmatig rustige lakens en wij
waren steeds mismaakte vaandels,
niet bedoeld om naar te zwaaien.
.
Tegen de scherven van licht
waren we weinig, niet meer
aanwezig dan ijzer soms
in de grond.
.
We bekleedden rustig de stoelen
waarop we zaten en vouwden onze vingers
als de punt van enveloppen naar binnen.
Zochten een weg geleid door gebaren
van blinden.
.
Foto: Nadine Ancher
Staande tapijten
Annemarie Estor
.
Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).
In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’ en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.
.
Staande tapijten
.
Als je met je nagels op mijn billen schrijft
verschijnen op de doodgestaarde muur
tussen de palen van het hemelbed,
staande tapijten met uitzinnige partijen
en patronen: ontworpen voor stelsels
waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,
tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.
.
Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt
over mijn gebladerte, camelia,
dan wellen geuren op
uit gebergten van hoofdkussens,
doordrenkt met rotte perzikken,
ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,
zwarte pruimen uit monden van mannen.
.
Foto: Knack, Charlie De Keersmaecker
Sonnet 30
Edna St. Vincent Millay
.
Op zondag 30 augustus 2015 schreef ik op ‘Herman de Coninckzondag’ over zijn bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978. Deze bundel bestaat uit vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981. Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950) was een Amerikaans dichteres, toneelschrijfster en activiste. Voor haar prozawerk gebruikte ze het pseudoniem Nancy Boyd. Zij ontving in 1923 de Pulitzerprijs voor poëzie, voor de bundel ‘The Harp-Weaver and Other Poems‘ waarmee ze de eerste vrouw was aan wie deze prijs werd toegekend (de Pulitzerprijs voor poëzie wordt uitgereikt sinds 1922).
Haar eerste poëziebundel ‘Renascence and Other Poems’ (1912) verscheen toen ze pas zeventien jaar oud was, en bevat een aantal opvallend volwassen gedichten, geschreven in een sterk lyrische en romantisch-beschouwende toon. Met name het titelgedicht trok sterk de aandacht, vooral ook door de publicatie in hetzelfde jaar in de bekende bloemlezing ‘The Lyric Year’. Al snel kreeg ze de naam een soort wonderkind te zijn. Haar gedichten zijn doordrongen van beelden uit de natuur en met name van het kustlandschap van haar geboortestreek Maine. Over het algemeen kennen ze een traditionele structuur: Millay maakte veel gebruik van het sonnet, een vorm die ze perfect beheerste, maar waagde zich zelden aan experimenten.
Hoewel biseksueel en bekend door haar schoonheid en onconventionele leefstijl trouwde ze in 1923 met de veel oudere en rijke Nederlander Eugene Jan Boissevain. In 1950 overleed ze na een val van een trap waarbij ze haar nek brak.
Het gedicht ‘Sonnet 30′ werd door Herman de Coninck vertaald en gepubliceerd in ‘Ter ere van de goedertieren maan’.
.
Sonnet 30
.
Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.
.
Sonnet 30
.
Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.
Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,
geen reddingsboei voor wie verdrinken.
Liefde is nergens voor en nergens tegen.
Liefde biedt geen uitkomst tegen de dood.
Vult geen lege longen met lucht. Verricht geen wonder,
tenzij dat je elke dag al een beetje sterft in mijn schoot.
Je hebt er niets aan maar je kunt niet zonder.
Het kan best zijn dat ik in toekomende tijd,
verslagen van pijn en kreunend om respijt,
gesard door armoe en moe van het huilen
jouw liefde voor rust zou verruilen,
of de herinnering aan vannacht voor een kleiner verdriet.
Het kan best zijn. Maar ik geloof het niet.
.
Foto: Calr van Vechten, 1933
2500!
Zichtbaar alleen
.
Op 1 oktober 2007, bijna 10 jaar geleden, plaatste ik mijn eerste bericht op dit blog. Toen nog onder web-log.nl. Dat eerste bericht was een aankondiging van mijn debuutbundel samen met Ruben Philipsen, fotograaf en kunstenaar, getiteld ‘Zichtbaar alleen’. Dat is ook de reden dat dit blog die naam heeft.
Om wat meer publiciteit te geven aan het feit dat ik een poëziebundel ging publiceren ben ik dit blog begonnen maar al snel na publicatie en presentaties van de bundel was ik daarover uitgeschreven. Vanaf dat moment begon ik ook over de poëzie van anderen te schrijven. Tegenwoordig schrijf ik eigenlijk nog uitsluitend over de poëzie van anderen en af en toe plaats ik nog een gedicht van mezelf onder de categorie ‘Gedichten’.
Vandaag op 10 juli plaats ik mijn 2500ste bericht. Als je me destijds had gezegd dat ik over 10 jaar nog steeds op dit blog zou schrijven en dat ik dan 2500 berichten verder zou zijn, zou ik je denk ik met een meewarige blik hebben bekeken.
Vandaag is dat anders. Over poëzie is zoveel te vertellen en te schrijven, daar ben je nooit klaar mee. Dus op naar de 5000. Om even stil te staan bij die eerste blog op 1 oktober 2007 hier een gedicht uit de bundel ‘Zichtbaar alleen’ met de titel ‘In het hardste graniet’.
.
In het hardste graniet
.
Het gevoel van het
ruwzachte fluweel aan zijn handen
van het allesomvattende
textiele schild
zijn borstrok, zijn harnas
in vallende plooien
maakte hem groter dan groot
.
Nu in het hardste graniet
de persoon en zijn bescherming
naast hem de vlucht en de blik
scherp als een jager
een herinnering aan het
gepantserd gezag, uit een tijd
die dit toeliet
.
Hester van Beers
Meander Dichtersprijs 2017
.
Afgelopen maand mocht ik mee jureren voor de Meander Dichtersprijs 2017. Mijn nummer 1, Hester van Beers werd uiteindelijk tweede. Hester van Beers uit Maarheeze, is studente medical engineering aan de TU in Eindhoven. In maart dit jaar presenteerde Hester haar eerste poëziebundel ‘Het einde van de roltrap’. In een interview in het Eindhovens Dagblad zegt ze: “Ik riep als kleuter al dat ik later schrijfster wilde worden”, Ze had zich als kleuter het lezen al eigen gemaakt en schreef als leerling van groep 5 al hele verhalen. Wat later ging ze ook gedichten schrijven. “Het is een heel leuke combinatie: mijn exacte studie en het fantasierijke schrijven”, zegt ze. “Ik vind het leuk om een beeld dat ik heb zo te verwoorden dat een lezer er weer iets heel anders uit haalt. Een gedicht moet mensen ook aan het denken zetten”, legt ze uit.”.
Over de drie gedichten waarmee ze de finale haalde van de Meander Dichtersprijs schreef ik als commentaar bij mijn keuze: De poëzie van Hester van Beers zit vol van verrassende vondsten, haar invulling van een klein heelal is even opmerkelijk als herkenbaar. In duidelijke taal neemt ze de lezer mee in haar wereld, soms ongrijpbaar dan weer intiem en heel invoelbaar. Als je haar gedichten keer op keer wil lezen en steeds weer iets nieuws ontdekt in haar zorgvuldig opgebouwde constructies kan er maar één conclusie zijn; zij is voor mij de winnaar.
Vooral het gedicht waarin ‘een klein heelal’ moest voorkomen vond ik erg fraai, daarom hier dat gedicht getiteld ‘groter dan’.
.
groter dan
vandaag ben ik groter dan de stapelhuizen.
ik knijp mijn ogen stijf dicht en kies
een knikker uit de glazen pot.
een groene werveling zit gevangen
in het glas, een klein heelal
tussen mijn duim en wijsvinger.
ik rol het heen en weer
en broed een wereld uit.
de slager stelt de grote vragen.
hij rolt een plakje worst, knipoogt
en ik sta op mijn tenen
met mijn vingers uitgestrekt.
het vlees voelt koud en zacht
als oma’s dode wangen. kauwend loop ik weg.
de tegels omlijsten mijn stappen.
precies voor de stoeprand blijf ik staan.
ik laat de wereld vallen.
het glas klinkt
naar botsende planeten.
.
Foto: DeMeus
Lees de drie gedichten waarmee ze mee deed op http://meandermagazine.net/wp/2017/04/de-gedichten-van-de-finale-1/
Minste van beide
Uit mijn boekenkast
.
Vandaag heb ik uit mijn boekenkast de bundel ‘Finse meisjes’ van Kira Wuck gepakt. In 2012 debuteerde Kira Wuck met deze dichtbundel en het was gelijk een groot succes. Ik herinner me haar optreden nog bij Ongehoord! in 2011, ze was nog onbekend maar maakte toen al indruk op me.
In het verslag over dit podium schreef ik destijds: Kira heeft een Finse achtergrond. Haar gedichten gaan over stoffelijke zaken zoals ‘Gevonden voorwerpen’ en ‘Wasdagen’ , maar ook over gevoel en emotie. Met haar gedichten ‘We zijn’, ‘Eenzaamheid’ en ‘Mijn ouders zijn goed in ontvreemden’ ziet Kira kans om op ogenschijnlijk luchtige wijze soms pijnlijke zaken aan te snijden.
Uiteraard heb ik, toen ze debuteerde, haar bundel aangeschaft en uit deze bundel het gedicht ‘Minste van beide’.
.
Minste van beide
.
Als je er niet bent dan verstop ik me in jouw huis
speel met de lichtknoppen
aan/uit/aan/uit
zwaai naar het huis aan de overkant
daarna kleed ik me aan
maak me op en was het weer eraf
een lichaam is niet voldoende om het hier warm te houden
daarom draag ik het liefst kleding die iets te krap zit
vroeger knipte je een gat in het midden van mijn trui
terwijl ik hem nog droeg
ik kruip in jouw bad
stolsels in het putje houden het water tegen
dichter dan dit zijn we nooit geweest
terwijl hijskranen buiten de tuin verwoesten
.
Kira Wuck bij Ongehoord! in 2011
Houtsnijder
W.D. Kuik
.
Dirkje Kuik (1929 – 2008), of W.D. Kuik zoals ze zich voor haar geslachtsverandering noemde was een Nederlands schrijver en beeldend kunstenaar. In 1979 werd zij officieel vrouw. Haar debuut als dichter was in 1969 met de bundel ’45 Gedichten’, nog onder de naam William D. Kuik. Het werk wordt gezien als belangrijke bijdrage tot de Nederlandse neoromantische stroming. In haar latere leven was ze vooral schrijver van proza en beeldend kunstenaar. Uit de debuutbundel ’45 gedichten’ het gedicht ‘Houtsnijder’.
.
Houtsnijder
.
Hij sneed zichzelf in hout
als egel, eenhoorn, beer.
Veel
als christus, jezus, maria,
wat was dat lelijk, gaper.
Hij speelde graag toneel.
Vermomd met bolhoed, knijpbril, papieren neus,
trok hij de polder in.
Zijn laatste komisch nummer was een kerstgroep.
Levensgroot.
Met os met kind met vrouw met ezel,
bevolkte hij een stal.
Hij staat erbij.
Een vos met één poot in de val,
een zure timmerman tot in het merg verkankerd.
.
Boudewijn Büch
Mother’s little helper
.
Boudewijn Büch (1948 – 2002) was vooral bekend als televisiemaker en schrijver (romans, informatieve boeken over eilanden en bibliotheken) en zijn fascinatie voor Wolfgang Goethe, Mick Jagger en de Dodo ( en zo nog een aantal onderwerpen). Wat minder bekend is bij het grote publiek is zijn dichterschap. Terwijl juist in het begin van zijn (schrijvers) carrière een aantal dichtbundels van zijn hand verschenen zoals ‘De taal als blauw’ uit 1977 en ‘De sonnetten’ uit 1978. Uit zijn debuut als dichter ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’ uit 1976 het gedicht ‘Mother’s little helper’.
.
Mother’s little helper [The Rolling Stones]
.
ik sprak met mijn
moeder
over winkels die
zijn gesloten
de dode buurman
en de prijs van
luxe boten
.
terwijl zij keek
naar de teevee
[die Ene knop
kende nooit haar
nee]
dacht ik
.
hier zit zij
waar het in begon
omdat de Pil
toen nog niet kon
.
Dichter van de maand april
Neeltje Maria Min
.
In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.
Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.
.
Zij stonden voorovergebogen,
voorhoofd aan voorhoofd.
Daaronder bewogen
handjes en voetjes.
Een zieltogend lijfje,
een kindje van vijf.
.
Zij spraken, maar spraken in scherven.
Zij schoven uit hun groot gezicht,
dat als een dak boven mijn ogen hing,
woorden van een gedicht
in omgekeerde volgorde.
.
Ik was hun kind.
Ik voelde me verplicht
om weer gezond te worden.
Ik sidderde nog eenmaal en besloot:
Ik ben hun kind,
ik ga nog lang niet dood.
.



















