Site-archief
Nachtzwemmen
Loper van licht
.
Van de Dichter van de maand Hagar Peeters vandaag een gedicht uit haar bundel ‘Loper van licht’ uit 2008. De reden dat ik dit gedicht koos is door de op twee na laatste zin die me wel heel erg aan mijn debuutbundel deed denken.
.
Nachtzwemmen
.
De maan rolt een loper
van licht op het water.
We waden ernaar
naakt in het donker
raken niet verloren
langs de baan van de maan
van licht door het water
alleen zichtbaar
voor dat van elkaar
in ons lichaam.
.
Trek me aan
Iris Brunia
.
Het is alweer een paar jaar geleden dat Iris Brunia bij Ongehoord! voordroeg in de Jacobustuin (2012). Het jaar erna zou haar debuutbundel ‘Laten we mijn lichaam delen’ uitkomen en in de tuin deed ze gedichten uit die latere bundel. De bundel was een succes, werd meteen genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Voor de publicatie van deze bundel publiceerde ze al in Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant en ontving ze van Hollands Maandblad de schrijversbeurs voor poëzie (2009/2010). Het is echter alweer een paar jaar stil rond Iris wat ik jammer vind. Ze werkt aan een nieuwe bundel dus het is te hopen dat deze binnenkort uitkomt. Tot die tijd doen we het met haar poëzie uit haar debuutbundel zoals het gedicht ‘Schrap’.
.
Schrap
.
Vanaf je vertrek
klinkt het gezoem van tl-buizen
snoeihard
heb ik geen hand meer over
met de vingers die ik in mij stop
Ik wil je weten, zeg je
hoe je los beweegt. Hoe je mijn naam instelt
als wachtwoord op je pc
maar mijn gedachten rafelen baldadig
sinds je weg –
klamp ik en passant iemand vast
die jij net zo goed bent
(kleed je uit)
Trek me aan
dan ben ik jou en jij niet meer
Je kunt niet tweeledig zijn
En garde
De pachters van ons bijzijn
Beweging bevriest – Kies
met teveel grond onder de voeten
en opgesjorde acrylsokken
staren we naar mij
tussen de klare lijnen
die wij misten
.
Meer informatie over Iris op http://www.irisbrunia.nl/
Honger en dorst
Simon Vinkenoog
.
Op een dag als vandaag, dat dichter en poëzievriend Derrel Niemeijer wordt gecremeerd, past een gedicht van beatdichter Simon Vinkenoog (1928 – 2009). Uit zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950 heb ik gekozen voor het gedicht ‘Honger en dorst’.
.
Honger en dorst
.
Honderd woorden schreef ik
die ik kende, en de andere zocht ik op.
Soms dacht ik, sta op, zoek niet langer,
ga uit. Maar het regent buiten
en zwart is de nacht.
.
(ik kan liegen alsof het gedrukt staat,
want papier is gewillig
en ik heb niemand tot getuige).
.
Maar ik kan niet, ik durf niet naar buiten,
want woorden zijn bedrog,
een kil verraad dat tocht binnenlaat
dat slapen gaat en ademt
dat honger lijdt en dorst
.
(ik sta voortdurend in het krijt
maar niemand maant mij
tot betalen).
.
Mijn lichaam leeft van renteloze woeker
en woorden zijn ongeneeslijk –
.
niet van binnen, waar de pijn mort
en niet naar buiten,
waar het regent.
.
De vertraging
Remco Campert
.
Een dagje later dan normaal de Dichter van de maand juni; Remco Campert. Ik heb dit keer gekozen voor een gedicht uit zijn bundel ‘Vogels vliegen toch’ uit 1951. Goed beschouwd is dit zijn debuutbundel al gaf hij in 1950 ‘Ten lessons with Timothy’ uit dat hij in Parijs aan de man probeerde te brengen.
.
De vertraging
.
naar de vertraging der vlakten
verlang ik, naar het gras der rust,
naar wolken van eenzaam varen
en de wattenwind der zuiverheid,
naar de lommerdorpen van ontspanning
en pastorieën der voltooide liefde
.
Lichtval
Mark Boog
.
Schrijver en dichter Mark Boog (1970) debuteerde in 1995 als dichter in het tijdschrift ‘De Appel’. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift ‘Mondzeer en de Reuzenkreeft’ uitgaf. In 2000 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.
Boog publiceert bovendien in literaire tijdschriften als ‘Hollands Maandblad’ en ‘De Gids’. Zijn werk wordt gekenmerkt door een combinatie van alledaagsheid en wanhoop. Dit geldt zowel voor zijn taalgebruik als voor zijn onderwerpskeuze.
Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Lichtval’.
.
Lichtval
.
Als ineens de zon de schaduwen
opzij veegt naar de verste hoeken van de
kamer, kijken we op maar zeggen niets.
,
Ik buig me naar het stof, neem af,
jij strekt een been om naar de keuken te gaan.
De richting staat elegant gecomponeerd
lichtval te verdragen.
.
Over de tafel hangt een gesprek.
We hebben het verlaten,
we bewegen ons nu schuchter door het huis,
de gevangenis van het schilderij ontwijkend.
.
Het is te mooi hier om waar
te zijn, we ontkennen dat – we leven nog.
.
Kanonnenvlees
Lotte Dodion
.
Aanstaande zondag is het zover, het leukste podium van Ongehoord! in één van de mooiste en gezelligste binnentuinen van Rotterdam. In de Jacobustuin (Jacobusstraat 105) in hartje Rotterdam, op een paar minuten lopen van het Centraal Station viert Ongehoord! haar jubileum. Vijf jaar stichting Ongehoord!, vijf edities van de Gedichtenwedstrijd.
Zondagmiddag vanaf 14.00 uur (toegang gratis) zullen optreden:
Lotte Dodion (van wier debuutbundel Kanonnenvlees inmiddels een derde druk is verschenen)
Else Kemps (winnares van de Turing poëziewedstrijd en 3FM dichter bij Giel in de ochtend)
Alja Spaan (winnares van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015 en 2e bij de Turing Poëziewedstrijd)
Edwin de Voigt (Rotterdammer en dichter)
Marco Martens (als dichter en met zijn band)
Irene Siekman (dichter, hoofdvrouw van de Poëziebus en duizendpoot)
.
Om alvast in de stemming te komen een opwarmertje in de vorm van een gedicht van Lotte Dodion, de Vlaamse dichter die Vlaamse en Nederlandse poëzie scene bestormt als geen ander. Uit haar debuutbundel ‘Kannonenvlees’ het gedicht ‘Het gesprek’.
.
Het gesprek
.
Ik heb u monogaam bedrogen
maar serieel aan u gedacht
ik weet niet eens of ik echt wilde
misschien heeft ze mij verkracht
ze was geen vrouw
ze was een zwart gat
een bodemloos vat
met hendels om van te houden
maar niets om graag te zien
het was dan ook onvoorzien en per ongeluk
dat wij opeens
what the f*ck
ge moet me geloven
ik ben moedwillig verleid
graag uw begrip want
ik denk wel dat het mij spijt
.
Wat blijft komt nooit terug
J. Eijkelboom
.
De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.
Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.
Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.
.
Moeilijk moment
.
Net als ik op ’t café-toilet
in de verschoten spiegel kijk
barst er een bloedrivier
mijn oogbal binnen.
Ook wordt het ademen beperkt:
de refusal is nog aan ’t werk.
.
Toch weet ik in mijn ademnood
dat het maar even duurt,
dan kan het weer beginnen,
de zoete levensdood.
.
De stortbak heet Silentium.
Grijs bovenlicht zakt om mij heen.
Een vrede buiten kijf
vult mij, die net niet stierf,
van top tot teen.
.


















