Site-archief

Typewriter poetry

James Andrew Crosby

.

James Andrew Crosby is ‘a mental anarchist’ (zo schrijft hij op zijn website). Hij schrijft poëzie en in het bijzonder poëzie met een typemachine (vandaar de term Typewriter poetry). Eind 2014 kwam van hem de bundel ‘From Words to Worlds’ uit bij Lulu.com met voorbeelden van zijn frisse en ook wel ongebruikelijke poëzie. Op zijn website kun je verschillende voorbeelden van zijn werk lezen. Typewriter poetry, letters (korte poëtische notities in handschrift), ‘gewone’ poëzie, Haiku’s en filosofisch getinte uitspraken.

Zijn Typewriter poetry bevalt me het meest daarom hier een paar voorbeelden.

.

tw1

tw2

tw3

tw4

 

JAC

Meer voorbeelden van de poëzie van James Andrew Crosby op http://jamesandrewcrosby.tumblr.com/

Niets

Leonard Nolens

.

Leonard Helena Sylvain Nolens (of L. Nolens 1947) is dagboekschrijver en dichter en wordt gezien als één van de belangrijkste levende Vlaamse dichters. Nolens woont en werkt in Antwerpen (waar anders ben ik geneigd te zeggen, zovele prachtige Vlaamse dichters zijn actief vanuit Antwerpen) en  is een romanticus Dat wil zeggen, hij schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.

Leonard Nolens debuteerde in 1969 met de bundel ‘Orpheushanden’ en publiceerde sindsdien 25 poëziebundels. Nolens ontving in zijn leven verschillende prijzen zoals de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in 1976, de Jan Campertprijs in 1991, de VSB Poëzieprijs in 2008 en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren in 2012.

Uit zijn bundel ‘Manieren van leven’ uit 2001 het gedicht ‘Niets’.

.

Niets

Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.

Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.

Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.

.

nolens-manieren-2012

Nolens

 

Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia

Haarspeld

Erotische gedicht van Paul Claes

.

Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze vandaag een gedicht van de dichter Paul Claes (1943). Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Rebis’ uit 1999.

.

Haarspeld

.

Soms speelt hij met de haarspeld in zijn hand.

Over de ribbels van haar ruggengraat

strelen zijn vingers, tot ze zich ontspant

en opengaat,

.

als hij zijn vingertop ertussen brengt,

en telkens weer kan hij er niet genoeg

van krijgen het te doen, terwijl hij denkt

aan wie haar droeg

.

haarspeld

 

Claes-Paul01_s

Groter dan de feiten

Jan Baeke

.

Gisterochtend op mijn verjaardag gekregen: ‘Groter dan de feiten’ dichtbundel van Jan Baeke. Een mooie bundel met vervreemdende poëzie (het is waar wat er op de achterflap staat). In vijf hoofdstukken zijn de gedichten per hoofdstuk genummerd en zonder titel. Hoewel de achterflap ook rept van ‘een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad’ kwam bij mij bij het lezen van dit gedicht meteen het beeld boven van een klein West-Vlaams dorp (vraag me niet waarom!).

Uit het hoofdstuk ‘Alleen het begin telt’ het tweede gedicht.

.

In het café op het plein wordt alles teruggebracht

tot veraf en dichtbij.

.

Jij komt van hier.

Ik ben een maand geleden vertrokken.

.

De barman hangt in de radio

hoort onze dorst niet, hoort berichten voor het verzet.

.

Jouw nagels krassen alle neerslag weg.

Ik zie de patronen, de onhandige gebeden, kijk

vooruit de ramen in, zie dat het plein

door steeds grilliger schaduwen bezocht wordt.

.

Ik zie hoe jij mij dierbaar

zijn kan.

Je buigt je hoofd.

Het café buigt tegen jou in, stervend glaswerk.

.

Groter dan de feiten

janbaeke

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

De groeten

Hugo Claus

.

Van Hugo Claus vond ik het kleine bundeltje ‘De Groeten’ in een kringloopwinkel. Dit bundeltje met elf gedichten werd uitgegeven in 2002 door Poetry International en de Bezige Bij ter gelegenheid van de derde Gedichtendag.. Uit dit leuke bundeltje het gedicht  ’s Ochtends’

.

’s Ochtends

.

Zij vouwt zich open

Haar slaap: een licht labiele lauwte

.

Haar gewillige gebinte.

Eerder dan een geeuw

Kondigen haar billen aan

Dat zij wakker wordt.

.

En dan haar oogwit sneeuw

In de ogen van mijn leeuwin.

.

groeten

Prijzen!

Anneke Brassinga

.

Ik lees toch al jarenlang veel poëzie, lees nog meer over poëzie en dichters hebben mijn onverdeelde interesse. En toch blijven er nog namen van dichters ophoog komen waar ik tot mijn grote schande nog nooit van gehoord heb en die toch een enorme staat van dienst blijken te hebben. Anneke Brassinga (1948) is zo iemand. Vandaag werd bekend dat zij de P.C. Hooftprijs krijgt voor haar gehele oeuvre.  Deze oeuvreprijs is dit jaar voor poëzie en in het juryrapport staat waarom:

‘Wie de gedichten van Anneke Brassinga leest, stapt binnen in een geestverruimend heelal van taal. In elk gedicht openen zich onvermoede vergezichten van zeggingskracht. De taal wordt omgekeerd, uitgekleed en weer opnieuw uitgedost totdat alle registers die er ooit in voorgekomen zijn weer meedoen. Deze dichter is werkelijk overal geweest, in talloze literaturen, tradities en milieus, van academie tot markt, straat en kroeg. Met kennelijk genot (her)gebruikt Brassinga bijna vergeten of in onbruik geraakte woorden, die in haar gedichten opnieuw worden geproefd en gesmaakt. De liefde voor de onuitputtelijke mogelijkheden van taal in poëzie is de constante van haar werk.’

De jury bestond overigens uit Wim Brands, Rozalie Hirs, Anja de Feijter, Erik Lindner en Maaike Meijer. Anneke Brassinga is behalve dichter ook prozaschrijfster en vertaler. Ze werd vooral bekend door haar vertalingen van dichters als Oscar Wilde, Jules Verne, Sylvia Plath en Vladimir Nabokov. Voor de vertaling van de laatste kreeg ze de Martinus Nijhoffprijs die ze weigerde omdat een groot aantal vertalers werd geboycot door de jury.

In de loop der jaren zijn al vele belangrijke literaire prijzen aan haar toegekend zoals de Ida Gerhardtprijs, de VSB Poëzieprijs, de Herman Gorterprijs en de Constantijn Huygensprijs.

Uit de bundel ‘Aurora’ uit 1987 het gedicht ‘Liefdeslied’.

.

Liefdeslied

Als hij lacht dan sneeuwt het rozen
zijn wenkbrauw is een dennenbos
of brandnetels, wuivend in de wind.
Als hij lacht dan sneeuwt het rozen,
ik heb hem lief, ik ben zijn kind.

Zijn oor een vat vol fluistering,
het fluistert er vol rozen
en honinggeur hangt in zijn haar,
zijn hand, een korenaar.
Het sneeuwt, als hij lacht, vol rozen.

In een zwerm vlinders wandelt hij
aan mijn zij, tussen berken.
De vlinders aaien de rozen,
ik aai zijn korenaar
als een vlinder sneeuwt hij rozen.

.

ab

 

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl

Schurende poëzie

Daniël Vis

.

Afgelopen zondag was het laatste Ongehoord! podium van 2014 en in dit geval geldt; was je er niet dan heb je echt wat gemist. Prachtige poëzie van de 82 jarige Willy Spillebeen, Rinske kegel, Marjolein van Aperen, de breekbare muziek van Bryony Burns en Daniël Vis.  Daniël Vis schrijft poëzie die schuurt, tot denken aanzet, absurd is soms maar altijd intrigeert. Ik kon dan ook niet anders dan zijn bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ aanschaffen. De achterflap zegt over hem:

Op Tarantino-achtige wijze ontrafelt Daniël Vis uiterst actuele doch ook persoonlijke thema’s. Dit doet hij op een harde, narratieve en atypische manier, waarbij niets mooier gemaakt wordt dan het is.

Ik heb altijd een zeker voorbehoud als het gaat om coverteksten (zelfs bij mijn eigen bundels) maar in dit geval ben ik het helemaal eens met de inhoud van deze tekst. Uit deze bundel het gedicht ‘Friedrichs ontstopper’.

.

Friedrichs ontstopper

.

voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.

soms kroop hij ’s nachts uit bed

en schoof het gordijn open.

.

er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen

en hij heeft om dingen gevraagd.

.

van de pepernoten begreep hij ook niet

hoe ze in zijn schoenen kwamen.

.

maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.

en toen hij 13 was verzoop een schaap

in de sloot, achter.

.

je kan niet over water lopen.

.

in de cartoons hangen ze even stil in de lucht

voordat ze vallen,

.

er verandert iets in hun ogen.

hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,

dat het iets oplost daarbinnen.

.

‘doe je mond maar open’, zeg ik.

‘als het prikt, werkt het.’

.

‘het botst toch op niks,’ zegt hij.

‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’

.

hij houdt zijn hand op z’n middenrif.

.

23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.

.

hij zegt:

.

‘als jezus terug op aarde komt

is dat als mannenmodel

voor h&m.’

.

Vis

 

plunger

 

Ga nu maar liggen…

Rutger Kopland

.

Op een gure dag als vandaag is een mooi liefdesgedicht op zijn plaats. En zeker een gedicht met een titel als deze (alsof je het tegen de wind hebt). Rutger Kopland schreef vele mooie gedichten en ook op het gebied van de liefdespoëzie heeft hij zich laten gelden. Hier een prachtig klein gedicht waaruit alles spreekt. Uit de bundel ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975 het gedicht ‘Ga nu maar liggen…’.

.

Ga nu maar liggen…

.

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven.

.

gras

 

gras2

 

gras3

 

gras4

Nader en onverklaard

Niels Landstra

.

Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu

Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):

 

” Een tram in het dwangspoor van een brug

Met lammeren tegen leunend glas, mat

Over de grachten van de grauwe cyclus ”

 

Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.

Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.

Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.

.

Struikelstenen

.

Om de namen van hen niet te vergeten

die een hel zagen zonder enige reden

stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd

nu door een stolp van blinkende messing geschraagd

,

de inscriptie zwart als de as die warrelde

door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden

op een weg besloten door een gillende vrees

die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet

.

van ontreddering verstomd in het trottoir

voor statige woningen die er zwijgend staan

getuigen van gezinnen beroofd van status

en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust

.

door het reizen naar de verkommerde tijd

het komen bij de duivel thuis, het gelijk

struikelen in de kwade geschiedenis

over waanzin. moord en eeuwige droefenis

.

IMG_8978

 

stolpersteinemaassluis-1