Site-archief
Laatste kans
Doe mee en zend in!
.
Poëziestichting Ongehoord! organiseert dit jaar voor de 8ste keer de Gedichtenwedstrijd. Dit jaar is het thema ‘Twist’. Eerdere winnaars van deze wedstrijd waren Anneke Wasscher, Gerard Scharn, Alja Spaan, Sara De Lodder, Hervé Deleu, Hein van der Schoot en Gijs Smit. Misschien wordt jij de opvolger van Sara De Lodder?
Meedoen kan nog tot 31 juli 2022. Je kunt je gedicht via dit adres insturen. Voor de voorwaarden en dergelijke lees je dit bericht.
Prijzen: Het beeldje van kunstenares Lillian Mensing, publicatie van de winnende gedichten op de website van poëziestichting Ongehoord! en op dit blog en publicatie in het leukste, kleinste en meest eigenzinnige poëziemagazine van Nederland en België, MUGzine.
De prijsuitreiking van de gedichtenwedstrijd 2022 zal plaats vinden op:
zondag 18 september van 13.00 tot 17.00 in de Jacobustuin (Jacobusstraat 103 – 109, 3012 JM) hartje Rotterdam, 5 minuten lopen van het Centraal Station.
De Jacobustuin is sinds jaar en dag een heerlijke plek middenin de stad en toch in het groen, waar de dichters die op de shortlist komen (de beste dertig gedichten) uitgenodigd worden hun gedicht voor te dragen. Als elke dichter dit gedaan heeft zal de jury (hierover later meer) de prijzen uitreiken. Er zal muziek zijn (ook hierover later meer) en eten en drinken voor de dichters en bezoekers.
In 2016 was het thema ‘Verwachting’ en won dichter Hein van der Schoot de gedichtenwedstrijd met het gedicht ‘ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg’ .
.
ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg
ge wist van de kelder de zolder, de ene sok de andere
en door de deur hoorde ge honderden vaders moeders
en bromberen net als vorige week en toen en toen
en buiten, nou ja buiten, de buik deed zeer, zeer
hoe het varken door zijn poten zakte en u aankeek
hoe het misschien droomde en ge zelf droomde dat ge
slappe benen zou krijgen en dan opengespalkt op de ladder
en al die nonkels en tantes die balkenbrij eten
een tuimelend hoofd met bloedspetters en strepen op de cementen
vloer en d’n papa die morse kan lezen maar dat ge zelf in uw lijf zit en
dat daar niemand u uit kan halen en dat er een brug is en een vallei
en hopelijk alles een kwestie is van goed zwiepen
.
Op de rug van een stier
Hanneke van Eijken
.
Dat je poëzie op vreemde plekken kan aantreffen blijkt wel uit de vele (meer dan 100) voorbeelden die je kan vinden in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ op dit blog. En meestal zijn de plekken dan overal behalve in boeken. Daar staan gedichten normaal gesproken al tenslotte. En toch kun je ook gedichten in boeken aantreffen waarvan je het van te voren nooit verwacht zou hebben. Toen ik was aan het rondsurfen was op het net op zoek naar iets volledig anders, kwam ik in ‘FIDE, The XXIX congress in The Hague 2021’ een gedicht van Hanneke van Eijken tegen getiteld ‘Op de rug van een stier’.
Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Ze publiceerde in literaire tijdschriften (o.a. Tirade, Het Liegend Konijn, Deus ex Machina, De Poëziekrant). In 2012 stond Hanneke op een podium van de poëziestichting Ongehoord! in Rotterdam dat ik mocht presenteren. Toen al was ik onder de indruk van haar dichtkunst. In 2014 debuteerde ze met de bundel ‘Papieren veulens’ gevolgd in 2018 door ‘Kozijnen van krijt’.
Maar terug naar het congresboek van FIDE (International Federation of European Law). Hanneke van Eijken is naast dichter namelijk ook universitair docent en onderzoeker bij de leerstoel Europees recht. In 2014 promoveerde ze op haar proefschrift “EU citizenship and the constitutionalisation of the European Union”, waarin ze de rol van het Europees burgerschap in het proces van constitutionalisering van de Europese Unie analyseert. In haar positie als postdoc onderzoeker blijft Hanneke onderzoek doen op het terrein van Europees burgerschap, in het multidisciplinaire onderzoeksproject bEUcitizen. Het is dus niet heel verwonderlijk dat dit gedicht een plekje kreeg bij de inleiding van dit congresboek.
Liliane Waanders schreef over dit gedicht op Hanta: Uit haar woorden maak ik op dat ik het gedicht vrij letterlijk moet nemen. Dat Hanneke van Eijken het erg vindt dat er zo slordig met Europa omgesprongen wordt dat zelfs de voordelen over het hoofd gezien worden. Oordeel zelf.
.
Op de rug van een stier
.
Iemand zei dat Europa niets meer is
dan een grillige vlek op een wereldkaart
zonder te beseffen
dat goden van alle tijden zijn
.
dat Europa vele vormen kent
ze is een eiland in de Indische oceaan
een maan bij Jupiter
zevenentwintig landen die als koorddansers
in evenwicht proberen te blijven
.
er leven godenkinderen die vergeten zijn
wie hun vader is
.
Europa is een vrouw
met een kast vol jurken
ze houdt er niet van een vlek genoemd te worden
.
over de wraak van goden en vrouwen met jurken
kun je beter niet lichtzinnig doen
.
Remco Campert
Het raadsel
.
In een Awater van vorig jaar (de speciale editie rond de poëzieweek uitgegeven samen met de Poëziekrant) las ik een uitgebreid verslag of analyse van het gedicht ‘Het raadsel van de Overtoom’ van de pas geleden overleden dichter Remco Campert door dichter Rob Schouten (1954). Het gedicht komt uit de bundel ‘Straatfotografie’ uit 1994.
Omdat het zo’n eenvoudig gedicht lijkt maar juist wanneer je het leest en herleest complexer is dan het lijkt. En omdat er een tijd was dat ik daar bijna dagelijks kwam. Had ik dit gedicht toen gekend, dan had ik vast en zeker met andere ogen naar de Overtoom gekeken.
.
Het raadsel van de Overtoom
.
Een meisje van twaalf vraagt of ik weet
waar op de Overtoom de muziekschool is
ik weet het niet heb je het nummer niet
de Overtoom is zo lang maar verderop
dat rode gebouw zie je wel is een school
misschien is het daar maar daar is het niet
blijkt als ze me achterna komt gelopen
daar is het niet zegt ze ik ga maar terug
naar mijn moeder en vraag haar het nummer
zegt ze en aarzelt (haar mond) en blijft staan
alsof het om iets anders gaat en kijkt me aan
(haar ogen) of ik de oplossing weet
maar ik ben al op weg naar iets anders
dat ik ook niet oplossen kan
.
terwijl zij natuurlijk de oplossing was
.
Hipstersonnet
Andy Fierens
.
De Vlaamse dichter Andy Fierens (1976) is een van de vaakst optredende dichters van de Lage Landen (volgens zijn uitgeverij De Bezige Bij). In ieder geval is hij de dichter met de meest fantastische en bijzondere titels van dichtbundels. Zo is daar zijn debuutbundel ‘Grote Smerige Vlinder’ (2009) die werd bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Verder publiceerde hij de dichtbundel ‘Wonderbra’s & Pepperspray’ (2014) en de roman ‘Astronaut van Oranje’ (2013). Fierens is tevens frontman van de literaire punkband Andy & The Androids en een van de drijvende krachten achter het koor De Bronstige Bazooka’s, waarvoor hij ook de libretto’s schrijft.
In april van dit jaar kwam zijn laatste bundel uit met de bijzondere titel ‘De trompetten van Toetanchamon’ en lezend in deze bundel stuitte ik op het gedicht ‘Hipstersonnet’. Ja en dan heb je mijn aandacht. De taal van vandaag, van de hipster, de leegte, en de bijbehorende symbolen, heerlijk sonnet. Daarom hier dit gedicht.
.
Hipstersonnet
.
Je wilde shinen maar je bent een fail.
Je epigonensquad heeft weinig tact.
De appnek-smombies twitteren zich scheel.
Je moeders taal wordt op de kop gekakt.
.
Je hebt het raden naar betekenis
van leven, dood en wat daartussen zit.
Al netflix je tot aan sint-juttemmis,
door al die mindfucks zit je in de shit.
.
Je vindt geen friedelvrouw, laat staan een lief.
Miasmes chillen awesome in je bek.
Het werd niet beter na je gastric sleeve
en je pruillip lijkt net een afdruiprek.
.
’t Is duidelijk dat jij geen Shakespeare bent.
Lang leve recyclage, wegwerpvent!
.
Tramps
Anne Vegter
.
In de kringloopwinkel kocht ik ‘Eiland berg gletsjer’ van Anne Vegter (1958). Ik schreef al eerder over deze bundel uit 2011 hier en hier (waardoor ik nu weet dat ik de bundel dubbel heb maar ach) en lezend in de bundel werd ik weer getroffen door de openhartige en eerlijke toon van de poëzie van Vegter. Zoals in het gedicht ‘Tramps’. Eerst dacht ik dat ze de disco en soulband uit de jaren ’70 bedoelde (nog uitbundig op gedanst) maar al snel begreep ik dat ze hierin refereert aan het Engelse/Amerikaanse woord Tramps (zwervers).
Omdat ik de bundel erg waardeer en de gedichten anders, in onverbloemde taal en recht voor zijn raap zijn hier het bewuste gedicht ‘Tramps’.
.
Tramps
.
Je had het over gevoelstemperatuur, onder nul vond je het tussen mijn dijen
in de vertrekhal. Na je tas hebben we elkaar heart to heart omhelsd,
.
man ik kon je wel pijpen van plezier. Luister je eigenlijk nog.
.
We maakten stroeve vogels na, een doodsmak ontwierp je op papier
had je wat napret van je verveling. Het werd lastig redenen binden op die manier.
.
Als het glas van je vinger springt zoek je iets tegen breukjes en zout op.
Het tapijt grijnst. Wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden.
.
Paul Celan
Welige melding
.
Paul Celan (1920-1970) werd geboren in Cernauti, nu Tsjernivtsi in Oekraïne. Hij was een Duitstalige dichter. Paul Celan was het meest gebruikte pseudoniem van Paul Antschel (De Duitse schrijfwijze van zijn Roemeense achternaam Ancel). Celan stond op de Duitse uitspraak van zijn naam. Hij is de belangrijkste dichter van de tweede helft van de vorige eeuw. In 2020 is hij honderd jaar geleden geboren en vijftig jaar geleden gestorven.
Hij stierf door in de Seine te springen, na een leven getekend door de Holocaust. Zijn belangrijkste en waarschijnlijk bekendste gedicht is ‘Todesfuge’. Zijn werk is een indringende uitdrukking van verwantschap, betrokkenheid en liefde. Zijn verzameld werk is in 2022 opnieuw uitgegeven, in een door de vertaler geheel herziene uitgave. De vertaler van zijn werk is Ton Naaijkens, hij schreef ook de toelichting op zijn werk. Ruim 800 pagina’s dik is dit werk met naast alle gedichten, proza, brieven en nagelaten gedichten in het Duits dus ook in de vertaling.
Ik heb na lezing van een groot deel van zijn gedichten gekozen voor het gedicht ‘Üppige Durchsage’ of ‘Welige melding’ gekozen.
.
Üppige Durchsage
.
in einer Gruft, wo
wir mit unsern
Gasfahnen flattern,
.
wir stehn hier
im Geruch
der Heiligkeit, ja.
.
Brenzlige
Jenseitsschwaden
treten uns dick aus den Poren,
.
in jeder zweiten
Zahnkaries
erwacht
eine unverwüstliche Hymne.
.
Den Batzen Zwielicht, den du uns reinwarfst,
komm, schluck ihn mit runter.
.
Welige melding
.
in een crypte, waar
we met onze
gasvlaggen wapperen,
.
we staan hier
in de reuk
van heiligheid, ja.
.
Hachelijke
hiernamaalsflarden
breken vet uit onze poriën,
.
in elke tweede
tand-
cariës ontwaakt
een onverslijtbare hymne.
.
Die homp halfdonker die je bij ons binnensmeet,
kom, slik ‘m ook maar door.
.
Plattegrond
Frouke Arns
.
Voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2016) Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Naast dichter is ze auteur, literair vertaler en tekstschrijver. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. In 2013 verscheen haar debuutbundel ‘Mensen die je misschien kent’ bij uitgeverij Marmer. In 2017 volgde ‘Eigen terrein’ ,met daarin alle gedichten die ze tijdens haar periode als Stadsdichter van Nijmegen schreef. In 2018 kwam haar derde bundel, ‘De camembertmethode’ bij De Arbeiderspers uit, die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs 2019.
Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs (2017), de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’ Twee van haar gedichten werden opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2015’. In De Revisor, jaargang 2016 werden drie van haar gedichten geplaatst waaronder het gedicht ‘Plattegrond’.
.
Plattegrond
.
En dat was kennis, zeg je dan.
Ionica Smeets
.
Eind van vorig jaar werd door de VWN (Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland) een gedichtenwedstrijd uitgeschreven met als thema wetenschap (in de poëzie) omdat de VWN 35 jaar bestond. In de jury van deze wedstrijd zaten naast dichters Anna Enquist en Edward van de Vendel ook wetenschapsjournalisten/redacteuren Marlies ter Voorde en mijn oud collega Ionica Smeets.
Meer dan 700 inzendingen kwamen er binnen en daaruit zijn naast de winnaars ruim 100 gedichten geselecteerd die in de bundel ‘en dat was kennis, zeg je dan’ terecht zijn gekomen. Naast gedichten van deelnemers aan de wedstrijd zijn een aantal gedichten opgenomen van bekende auteurs die het project een warm hart toedroegen. Een kanttekening moet ik wel maken bij de afgedrukte gedichten, er staan erg veel (storende) grammaticale fouten in. Iets wat ik niet verwacht in een uitgave van (wetenschaps-) journalisten.
Een punt achter een zin wordt gevolgd door een hoofdletter in de nieuwe zin, een komma wordt juist niet gevolgd door een hoofdletter, en als er geen punt staat dan komt er ook geen hoofdletter. Drie voorbeelden die in het onderstaande gedicht van Ionica voorkomen. Omdat ik Ionica wat beter ken en omdat ik haar bijdrage toch erg grappig en de moeite waard vind, deel ik hierbij haar gedicht en mijn bijdrage aan deze wedstrijd (die de bundel niet haalde).
.
Wiskunde A
.
Wat een geluk had Pythagoras.
Iedereen denkt dat hij zo bijzonder was.
a kwadraat plus b kwadraat is c kwadraat.
Ja, dát kan ik ook – tweeduizend jaar te laat.
.
Maar ik ben veel te laat geboren
Voor iets simpels met vectoren.
Een nieuw bewijs kost snel zo’n duizend kantjes.
En ik loop liever wat langs de randjes.
.
Och, was ik maar duizend jaar eerder verwekt,
Dan had ik zeker integraal ontdekt.
En dan leerden ze nu zelfs bij wiskunde A
De beroemde stelling van Ionica.
.
Kettingbreuk
Hoe de vorm overheerst in ons denken
daar is enkelvoud of meervoud geen debet
aan. De spraakverwarring breekt pas door
bij degenen die in hun vrije tijd zich wielrenner
wanen. Stampend op de pedalen is een ketting-
breuk geen eenduidige voorstelling van reële
getallen, maar slechts een ergerniswekkend
oponthoud op weg van A naar B, en terug.
.














