Site-archief

Betovering van de schepping

Kathleen Raine

 

In het Stedelijk Museum van Breda waar ik vorige week was, voordat ik een bezoek bracht aan het poëziepodium De Groene Fee, kwam ik in de zaal vol wolkenformaties en rotspartijen die de ruimte bepaalden middels de objecten van kunstenaar Iris Bouwmeester (1969).  Op de muur van dit deel van het museum met de titel ‘A spell of creation’ was een gedicht aangebracht van de Britse dichter, criticus en wetenschapper Kathleen Jessie Raine (1908 – 2003). Zij was een dichter, die met name schreef over William Blake, W.B. Yeats en Thomas Taylor.

Ze was bekend om haar interesse in verschillende vormen van spiritualiteit, met name het platonisme en het neoplatonisme, en ze was een van de oprichters van de Temenos Academie (een educatieve liefdadigheidsinstelling in Londen die onderwijs in filosofie en kunst wil bieden in wat zij noemt “het licht van de heilige tradities van Oost en West”. De visie van de organisatie is gebaseerd op de eeuwige filosofie, een stroming in de filosofie en spiritualiteit die stelt dat de terugkeer van gemeenschappelijke thema’s in alle wereldreligies universele waarheden over de aard van de werkelijkheid, de mensheid, ethiek en bewustzijn verlicht.

Het gedicht was in het Engels maar ik heb een vertaling kunnen vinden die ik hier graag met jullie deel. Overigens is de tentoonstelling van Iris Bouwmeester ook zeker de moeite waard van een bezoek (nog te bezoeken tot 1 maart).

.

In de bloem ligt een zaadje,
in het zaadje ontspringt een boom,
in de boom verspreidt zich een bos.

In het bos brandt een vuur,
en in het vuur smelt een steen,
in de steen een ijzeren ring.

In de ring ligt een O,
in de O kijkt een oog,
in het oog zwemt een zee,

en in de zee weerkaatst de hemel,
en in de hemel schijnt de zon,
in de zon een gouden vogel.

In de vogel klopt een hart,
en uit het hart stroomt een lied,
en in het lied zingt een woord.

in het woord spreekt een wereld,
een wereld van vreugde, een wereld van verdriet,
uit vreugde en verdriet ontspringt mijn liefde.

Oh liefde, mijn liefde, er ontstaat een wereld,
En op de wereld schijnt een zon,
En in de zon brandt een vuur,

In het vuur verteert mijn hart,
En in mijn hart slaat een vogel,
En in de vogel ontwaakt een oog,

In het oog, aarde, zee en lucht,
Aarde, lucht en zee in een O
Liggen als het zaad in de bloem.

.

De doos

Irene Wiersma

.

In 2016 kwam uitgeverij Passage met een Doos van Passage. In deze doos zaten 10 bundels van dichters die door deze uitgeverij worden uitgegeven. De doos is nog altijd te koop voor een fractie van de nieuwprijs (voor maar € 49,99 dat is 4,99 per bundel) via de website van de uitgeverij. Dichters van wie er een bundel in de doos zit zijn onder andere Daniël Dee, Diana Ozon, Karel ten Haaf en Pauline Sparreboom. En er zit een bundel met hekeldichten bij. Ik had al een paar bundels uit deze doos in bezit maar nu is er een nieuwe titel aan toegevoegd ‘Kraanstaren’ van Irene Wiersma (1985).

Wiersma, die ik in 2012 leerde kennen toen ze voordroeg op het podium van poëziestichting Ongehoord! en later dat jaar op de middelbare school van mijn dochter, toen nog als Flux, wist mij toen al te imponeren met haar bijzondere gedichten. Lang hoorde ik niets van haar tot ze dit jaar met haar eerste roman ‘Prooidier’ kwam. En nu heb ik dus haar bundel ‘Kraanstaren’ in handen.

De bundel heeft als overkoepelend thema ‘mens’, in relatie tot de ander, als eenling en als soort. Dat lees ik op de achterkant van de bundel. Dat gaat zeker voor veel gedichten op maar hoe ik dat terugvind in het gedicht ‘Radiowekker’ is me nog niet helemaal duidelijk.

.

Radiowekker

.

De tijd tikt lege uren weg

alsof het niets is

.

het speelt overduidelijk

en toch niet met hamerslagen

maar juist oerzachtjes

.

zengende stroomtrillingen

sturen cijfers hard en rood

de peilloze pupillen in

.

series verzachten

troostend de avond

na een minimale dag

.

en toch, het blijft zo lam

als het drinken van negen bier

.

en onderhuids kropt het tam

als een ingeslapen dier

.

Foto: Nienke Maat

 

Langetermijnisme

Hugo Claus

.

In de Volkskrant las ik een langer artikel over een relatief nieuwe filosofische stroming die vooral erg in trek is bij Tech-miljardairs als Elon Musk en Sam Altman. In het kort stelt  het langetermijnisme dat het verbeteren van de verre toekomst een wezenlijk moreel doel is. Het idee is dat de gevolgen van onze huidige beslissingen op de lange termijn (zelfs over generaties of millennia heen) belangrijk zijn en moeten meewegen in beleid, ethiek en persoonlijke keuzes.

Er is echter ook kritiek op dit nieuwe denken. Zo zou de focus teveel op toekomstige belangen gaan ten koste van de urgente problemen nu, en dat het moeilijk te voorspellen is wat nuttig is voor de verre toekomst. Of anders gezegd, je kunt miljarden steken in een missie om naar Mars te gaan en daar een vorm van verblijf te realiseren, terwijl er geen  levensomstandigheden mogelijk zijn voor de mens. De atmosfeer is veel dunner dan op aarde, bestaat vooral uit stikstofdioxide en Mars heeft geen magnetisch veld waardoor gevaarlijke (kankerverwekkende) straling en kou het oppervlak van de planeet domineren. Oh ja en er is geen water op Mars.

Als je dan weet dat de wereld te maken heeft met opwarming van het klimaat, oorlogen, armoede en hongersnoden, dan lijkt de keuze voor het langetermijnisme vooral heel erg ‘kortzichtig’. Tel daarbij op dat veel van deze superrijke tech-miljardairs (bijvoorbeeld Peter Thiel) geobsedeerd zijn met het idee om onsterfelijk te worden. Dus miljarden uitgeven aan zaken waar we nu helemaal niets aan hebben terwijl de wereld (en dat geldt ook voor democratische waarden, mensenrechten en de rechten van het individu) naar de ratsmodee gaat.

Een filosofie kortom waar je nou niet meteen heel warm van wordt. Die hele zucht van Musk bijvoorbeeld om naar Mars te willen gaan en dat er al meer dan 200.000 mensen zich hebben aangemeld om in Mars One (de te stichten kolonie daar) te willen gaan leven, terwijl ze weten dat eenmaal daar, je niet meer terug kan en dat onder de hierboven beschreven omstandigheden, is voor mij onbegrijpelijk. Dat de mens nieuwsgierig is naar het heelal en wat er buiten onze planeet allemaal is begrijp ik heel goed, om er op deze manier mee om te gaan is echter niet alleen onverantwoordelijk maar ook onbegrijpelijk voor mij.

Waar leidt dit blogbericht nog richting poëzie zul je je afvragen. Ik kwam op dit bericht toen ik in ‘Ik schrijf je neer’ de mooiste gedichten van Hugo Claus (1929-2008) zat te lezen. In deze bloemlezing uit het werk van deze Vlaamse dichter, schrijver, kunstschilder en filmmaker, is werk opgenomen in de vele stijlen en thema’s die Claus hanteerde ne beschreef. Claus zelf zei eens over zijn werk: “het is een pendelbeweging, een onderling bevruchtingsproces. Als er een bundel moeilijke gedichten is, mag je erop rekenen dat de volgende kermisgeschater is”.

In deze bundel las ik het gedicht ‘Raymond Loewy adviseert bij de inrichting bij de inrichting van een ruimtestation’. Een best wel vrolijk makend gedicht over het inrichten van een ruimtestation. Waarbij ik dan meteen moet denken aan hoe dat zou gaan bij zoiets op Mars.

.

Raymond Loewy adviseert bij de inrichting bij de inrichting van een ruimtestation

.

Ruimte? 6,50 bij 13 meter /-

.

28 tot 56 dagen /-

.

Zwevend slapen /-

.

Spelen waarbij iemand winnen kan

zoals poker of schaken moet men verbieden.

.

De wanden vooral niet groen verven

Want dan zie je om je heen

te vroeg, te gauw je vrienden als lijken.

Nee, eerder beige, babyblue  of een heel licht geel.

.

Violet belemmert de spijsvertering

Geel betekent: licht, verstand

Blauw: geloof, oneindigheid

.

Daarom misschien toch: lichtgroen,

De kleur van jong leven.

.

Ja toch groen, maar zo licht mogelijk.

.

 

Mijn lievelingsuitrusting

Daniël Dee

.

Bij het poëziepodium De Groene Fee kocht ik de bundel ‘Vierendeel’ uit 2005 van de Rotterdamse dichter Daniël Dee (1975). Nu had ik al het vage gevoel dat ik de bundel al in bezit had (klopte, bij thuiskomst geconstateerd) maar alsnog een goede reden de bundel weer eens door te lezen. Ik deelde al eens een gedicht uit deze bundel naar aanleiding van de bijdrage die Daniël leverde voor MUGzine #2, de eerste MUGzine waarin dichters gevraagd werd bij te dragen.

Na lezing van ‘Vierendeel’, een fraaie maar bescheiden (in omvang) bundel, bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Mijn lievelingsuitrusting’. Ik vind dit een typisch Daniël Dee-gedicht, ik hoor het hem bij wijze van spreken voordragen. Genoeg reden om dit gedicht hier met jullie te delen. En die dubbele bundel? Die vindt zijn weg wel naar een nieuwe poëzieliefhebber.

.

Mijn lievelingsuitrusting

.

geen herriejuwelen lippenstifttics maar ingesmeerde

dragende benen tot aan haar zoet taboetje het sleutelgat

in haar bolle buikje peeping hole dronkenmakende roemer

maar anders het zijn de woorden niet hoe verover ik je

hart en ja ja ja ook je onderbuik zing ik voor haar

een leven lang te weinig want er is nog zoveel meer

vogelvrij privé-terrein

.

Poëzienieuws

Presentatie bundel, voordrachten en podia

.

Gisteravond was ik bij De Groene Fee, het sympathieke poëziepodium van Louis van Londen in Breda. Louis weet elke keer weer andere dichters voor zijn podium te krijgen en dit keer waren dat onder andere Serge van Duijnhoven, Tom Driessen en Yvon Né. Dit keer was Stijn Charpentier de muzikant van dienst en het was weer een gezellige avond met een Serge van Duijnhoven die op dreef was (zoals altijd), Driessen die een lang gedicht volledig uit zijn hoofd voordroeg en Yvon Né met bijzondere gedichten.

Vanavond mag ik dan zelf voordragen tijdens de museumnacht. In de energiekas (op het dak van het gebouw aan de Helena van Doeverenplantsoen in Den Haag, entree Lange Beestenmarkt-zijde bij Billytown) treden in drie blokken verschillende dichters op waaronder Hans Franse, Alexander Franken, Gerrit Venema, Eelco van der Waals (organisator) en ik dus. De tijden van de blokken zijn: 19.30 – 20.00 uur, 21.00 – 21.30 uur en 22.30 – 23.00 uur. Ik draag voor in blok 2 en 3.

Op 1 november is het Dichter bij de Dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Georganiseerd door Marjon van der Vegt in samenwerking met mij via poëziestichting Ongehoord! Ook ik zal hier die avond voordragen. Dichter bij de Dood 2025 staat in het teken van licht en donker. Op de begraafplaats wordt een route uitgezet met fakkels en op verschillende plekken staan dichters die hun gedichten voordragen. Plaats: Laan van Oud Eik en Duinen 40 in Den Haag, aanvang 18.45, gratis toegang.

Op 15 november presenteer ik in Alkmaar het programma van de bundelpresentatie van de nieuwe bundel van Alja Spaan. Daar zullen Margreet Schouwenaar, Helle van Aardeberg, Leo Peeraer en Pom Wolff voordragen en verzorgd Rob van der Plas de muziek. Ook ik zal daar poëzie van Alja voordragen. De presentatie is in de Alkenaer, Ritsevoort 36 in Alkmaar. De middag begint om 15 uur.

Geen bericht zonder gedicht en daarom uit de bundel ‘Gevangen in een tekening’ van Louis van Londen uit 2023, die hij samen met beeldend kunstenaar Nita Steketee maakte, een gedicht.

.

als God een deejay is,

doet hij dan ook

aan verzoekjes?

.

draait hij dan

speciaal voor ons

die ene plaat

waarop wij samen

dansten die nacht?

.

alle bewegingen,

alle pasjes kwamen

als vanzelf,

.

omdat we er niet bij

nadachten, dat deden

vanuit ons hart

.

Groeten uit Bergerac

Jan Boerstoel

.

Ik werk al mijn hele leven in bibliotheken. De organisatie waar ik momenteel werk heet bibliotheek De Plataan. Deze naam werd gekozen door een collega toen we op zoek waren naar een naam voor de nieuwe fusiebibliotheek (sinds 2020). De boom de plataan staat symbool voor inzicht, wijsheid en vreugde van de geest. Leek ons een prima naam voor een bibliotheek. Waarom schrijf ik dit? Sinds mijn bibliotheek zo heet heb ik een stille  voorliefde ontwikkeld voor platanen. Dus ook voor poëzie waarin platanen een rol spelen of worden genoemd.

Voor mijn bibliotheek de Plataan als naam kreeg schreef ik zelf al eens een gedicht waarin deze bijzondere boom een rol speelt. En ook dit gedicht heeft een Franse plaats als onderwerp. Zo ook het gedicht dat ik las in de verzamelbundel ‘Wie er maar even was, was al gelukkig’ Frankrijk in 100 gedichten, verzameld door Mario Molegraaf uit 2004, die ik kocht tijdens de Nacht van de Poëzie.

Het gedicht ‘Groeten uit Bergerac’ is van dichter en schrijver van liedjes voor, met name, cabaret, Jan Boerstoel (1944). Het gedicht werd overgenomen uit zijn bundel ‘Veel werk’ uit 2000.

.

Groeten uit Bergerac

.

Onder de grote groene parasol

van een plataan blijkt zelfs de middaghitte

geen reden om met het klimaat te zitten.

Een ober schenkt de glazen weer eens vol

.

Ondanks de veertig graden nog actief

begin jij ansichtkaarten te beschrijven,

maar ik ben lui en wil dat even blijven,

dus kijk ik rustig toe en vind je lief.

.

De droge, witte wijn is jong en koel

en leven is een lekker warm gevoel.

.

 

En wat ik haast vergeten zou

Bas Belleman

.

Journalist, essayist, dichter, vertaler en Shakespeare-kenner Bas Belleman (1978) studeerde cultuur- en wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Naast recensies over proza in Trouw schreef hij over poëzie in Passionate Magazine, de Groene Amsterdammer en het poëzietijdschrift Awater. Ook was hij columnist van dagblad De Gelderlander, schreef hij essays en columns voor Filosofie Magazine en verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights. Enkele jaren was Belleman jurylid van de AKO Literatuurprijs. In 2021 verscheen poëzie van Bas in MUGzine #7.

In 2003 debuteerde hij met de bundel ‘Nu nog volop ventilatoren’, deze bundel werd genomineerd voor de Cees Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel,  gevolgd jij door ‘Hout’ in 2006 en ‘De drift van Sneeuwwitje’ in 2014. In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling ‘Shakespeares Sonnetten’ met daarin de 154 sonnetten en ‘A Lover’s Complaint’. In 2021 won hij voor dit werk de Filter vertaalprijs.

Uit zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ onder redactie van Gerrit Komrij, koos ik het laatste gedicht uit de bundel getiteld ‘En wat ik haast vergeten zou’.

.

En wat ik haast vergeten zou

.

Nog even dit:

.

het woord ‘vervreemdend

.

(een tafel een pen een scheur

in de vitrage voor het raam en ergens

ter lande valt een bonte vogel dood;

zéér vervreemdende regels!)

.

sturen we met liefde naar

de Eeuwige Papierversnipperaar.

.

 

Naamkundige

Ed Leeflang

.

Ik sta voor mijn boekenkast en zonder te kijken pulk ik de bundel ‘Liereman’ van Ed Leeflang (1929-2008) uit 1996 de kast. De bundel heeft een boodschap van Brigit aan Walter (mij beide onbekend) voor zijn verjaardag met een ps: Let’s keep in touch. Ik weet niet of Walter dat gedaan heeft, het cadeau verdween in ieder geval uit zijn kast (hij kreeg het op 1 juli 2000) en kwam al weer wat jaren geleden in mijn kast terecht. Waarschijnlijk via een kringloopwinkel of tweedehandsboekenwinkel.

Terug naar de bundel. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde en daar op pagina 25 staat het gedicht ‘Naamkundige’. Nou is het tegenwoordig een sport om je kind de meest exotische namen te geven. Op de website jmouders.nl staan de meest bijzondere voornamen gegeven in 2017 (het is al een tijd aan de gang). Namen als Qinoa, Servet, Lasso, Wijn en Qut (ik verzin het niet) doen je toch ernstig achter je oor krabben.

In het gedicht ‘Naamkundige’ uit de bundel ‘Liereman’ speelde Ed Leeflang al met de gedachte aan bijzondere voornamen.

.

Naamkundige

.

Jukke, Helle, Neeke, Ruis,

Maarle, Luwe, Gosse, Grietsen,

Zwier, Heikine, Halver, Lum,

Mork, Jappichje, Jildau, Homk,

Hope, Hedsert, Vake, Zwi.

.

Vader van fiches, hoeder van scharen,

bevolklte uren, geroepen namen,

allen bewoonden uw kalme kamer,

gezoogd en vervloekt

en hoelang door wie?.

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Souvenirs en herinneringen

MUGzine 29 is uit!

.

“Mijn oog valt op een plastic figuurtje dat me terugflitst naar een prehistorisch moment onder het dak van de platanen. Het regent. Jij en ik omringd door bange bloemen, de stadslibelle die ik was.”

Dit is een stukje uit het voorwoord van Marianne van de nieuwe uitgave van MUGzine nummer 29. In dit nummer vroegen we dichters gedichten te schrijven of aan te leveren die met herinneringen of souvenirs te maken hebben. De dichters hebben hier allemaal een heel eigen invulling aangegeven.

Sandra Roobaert, Sylvia Hubers en Nyk de Vries verzorgen de poëzie in dit nummer, aangevuld met een MUGgedicht van Oscar Tops, een Luule en prachtige kunst van de IJslandse kunstenaar Ragnhildur Jóhanns.

MUGzine publiceert 5 x per jaar een editie met poëzie en kunst. Meestal heeft de MUGzine 16 pagina’s maar een enkele keer ook 20 (zoals #29). Daarnaast maken we elk jaar iets bijzonders zoals de specials en ansichtkaarten met poëzie.

MUGzine is gratis te lezen via mugzines.nl maar de ware poëzieliefhebber wil natuurlijk een poëzietijdschrift, juist omdat het zo’n handzaam formaat heeft, op papier lezen. Dat kan. Wanneer je donateur wordt ontvang je een jaar lang elk nummer en een extraatje. Donateur ben je al vanaf € 22,50 per jaar. Voor dat bedrag ontvang je dan tussen de 70 à 80 pagina’s gedichten plus bijzondere kunst.

MUGzine wordt gemaakt door Poetry Affairs, MUGbooks en BRRT.Graphic.Design en werkt met een onafhankelijke redactie.

Als voorproefje van editie 29 hier een gedicht van één van de dichters uit deze editie, de Vlaamse Sandra Roobaert (staat niet in de MUGzine) getiteld ‘Wees voorzichtig bij het fietsen’.

.

Wees voorzichtig bij het fietsen

.

wanneer hij merkt dat deze centimeters wereld
bestaan uit ijs op asfalt besluit mijn fiets tot overgave
mijn hoofd slaat als een bronzen klok op zondag
galmt in aanraking met grond

de ambulance is er plots, wie heeft de overgang
van asfalt naar sirene weggeknipt
de fluoman die bij me zit draagt
schoenen die door vuur gaan als het moet

de heelfabriek sluist mij door gangen
over bedden van papier
klemt mijn hoofd in het tuig dat zoemend
mijn intiemste spinsels leest

terwijl ik wacht weet ik dat nu
de tumor aan het licht zal komen, kronkels soppend
in het bloed, ik zie de lamp
al dimmen in de bovenkamer

achter het scherm wordt een voet gegipst, schrik
gepareerd met grappen, de dokter komt
mijn hoofd wordt geklasseerd, cold case
rust, pijnstillers, terugkomen indien nodig

ik sta op straat, mijn ogen knipperen
de alledaagsheid toe, verkeer briest vredig
ik draag mijn hoofd als een kristallen bol
antieke globe die zacht knarst bij draaien

.

Het brandende wrak

Geerten Gossaert

.

Zo nu en dan kom ik bundels of boeken tegen waar ik heel blij van wordt omdat ze net dat beetje meer brengen. Zo’n boek is ‘Het Nederlandse gedicht na 1880’  van Prof. Dr. Martien J.G. de Jong uit 1971. Deze Martien de Jong blijkt een bekende essayist en criticus geweest te zijn, eerst als leraar en vervolgens als hoogleraar aan de Facultés Universitaires te Namen.

In dit boek geeft de Jong een inleiding tot het lezen van gedichten. Aan de hand van korte inleidingen, typerende verzen en essayistisch en kritisch proza, geeft hij een origineel overzicht van de ontwikkeling van de moderne dichtkunst. Daarnaast weet hij door vragen en opmerkingen, de poëziebeleving te combineren met de stijlleer en tekstverklaring of close reading.

Veel bekende en wat minder bekende (of bijna vergeten) dichters zijn opgenomen met gedichten. Een van deze dichters is Geerten Gossaert (1884-1958). Deze in Rotterdam geboren dichter, historicus, essayist, politicus en hoogleraar (pseudoniem van Carel Gerretson) kreeg in 1950 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, wat voornamelijk uit historische en politieke essays bestond. Onder het pseudoniem Geerten Gossaert publiceerde hij één dichtbundel, ‘Experimenten’ in 1911, die vele malen herdrukt werd in uitgebreide en herziene vorm.

Bij het gedicht ‘Het brandende wrak’ dat de Jong opnam in ‘Het Nederlandse gedicht na 1880’ schrijft hij: “Van de dichters die in het eerste decennium van onze eeuw (de 20ste eeuw) debuteerden, publiceerden er verscheidenen in het tijdschrift De Beweging (1905-1919). Men duidt ze ook wel aan als de generatie-1905. Ze onderscheidden zich van de Tachtigers, doordat hun dichterschap vooral was gericht op geluksverlangen (meer dan op schoonheid) en, aanvankelijk ook, door hun traditioneler taalgebruik. Beide elementen zijn aanwijsbaar in dit gedicht.”

.

Het brandende wrak

In de schaduw der zwellende zeilen verborgen
Voor de maan, die de mast op de wateren mat,
In den slaap van het licht, tussen avond en morgen,
Stond ik, slaaploos, ter reling van ’t reilend fregat.

Toen verblindde mijn’ blik naar den einder ontloken,
Tussen wolken en water een vuren kolon,
Als van magische morgen, in ’t zuiden ontstoken,
De bloedige bloesem midnachtlijker zon:

Een wrak, verlaten, ten halve bedolven
In het maanlichtbeglansd emeralden azuur,
Dat in laatste agonie, boven ’t graf van de golven,
Naar den hemel vervlucht in een passie van vuur!

Zó ons hart: Naar den droom van ons leven begerend,
Boven diepten des doods nog in purperen pracht
Van laaiend verlangen zich langzaam verterend
In de eenzame uren der eindloze nacht.

.