Site-archief
Gedicht op een schip
Peter Holvoet-Hanssen
.
Tijdens zijn stadsdichterschap (2010-2011) heeft Peter Holvoet-Hanssen een aantal gedichten op bijzondere plekken laten verschijnen. Zo schreef ik al eens over zijn gedicht langs de kademuren van Oostende. Vandaag voeg ik daar zijn gedicht op de zijkant van een schip aan toe. De Festina Lente werd versierd met het gedicht ‘Scheldeduiker’ in een ontwerp van Jelle Jespers.
Scheldeduiker
wind in de tijd – straatkinderen van het Eilandje
wapperen daar bij die vierde toren – ontij croont
voor de thuislozen die kruipen in lofts van karton
bij de prefabbuildings
waai die daghengsten weg – draai
klimmend als opstandig gras door scheuren in beton
torens zijn de wachters, staan als bakens voor de maan
schepen schaatsen op een ton weerbarstig in de zon
van drip drop en klip klip klop, wij kiezen voor het sop
scheep in, dravend langs de kant dwars door het Scheldeland
want de wereld stoomt de wereld stroomt aan ons voorbij
snel dus trager, haast u langzaam; zeefier –
trossen los
de zeeleeuwerik tiereliert en hoort de witte zoutmerel
.
Het gedicht ‘Scheldeduiker’ is met foto opgenomen in de dubbelbundel ‘Antwerpen/Oostende’ uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2012.
De Festina Lente met het Stads- en Scheldegedicht is nog steeds te bewonderen. Het heeft een aanlegplaats te Willemdok nabij het MAS (Museum aan de Stroom) aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Op http://www.antwerpenboekenstad.be zijn ook bewegende beelden van het Schip en Peter Holvoet-Hanssen te zien.
Oud gedicht
Uit begin jaren tachtig
.
Het lijden van de jongen W.
.
Alweer zit ik,
met in mijn hoofd jouw belofte,
aphatisch te staren
naar een nauwelijks
interessante plint
.
Je foto buiten mijn gezichtsbereik.
Teveel van jou in momenten
van twijfel, hardnekkig ontwijkend
.
Dus sta ik op, loop van je weg
en schenk mezelf een borrel in.
Toch weer iets dat ook jij zou doen.
Gedichten op vreemde plekken
Op een WC rol
.
Op de website van Kinderboekenwinkel De Boekenberg kwam ik een bijzondere plek voor poëzie tegen. Wetenschapper Samir Hanssen studeerde Nanoscale Science and Engineering aan de State University in New York en schrijft kinderpoëzie (bijzondere combinatie). Naar aanleiding van de Nationale Gedichtendag in 2013 schreef hij op een rol toiletpapier een reeks kinderversjes. Op de middag in de Boekenberg droeg hij de gedichtjes voor en maakte gedichten op verzoek.
.
Ellen Deckwitz
Liedje
.
Ellen Deckwitz studeerde Nederlands in Groningen en voltooide nadien een research master in de literatuur- en cultuurwetenschap.
Sinds 2000 is Deckwitz actief als dichteres. Ze droeg haar poëzie voor in binnen- en buitenland, onder andere op Lowlands, de Nacht van de Poëzie en Poetry International. Daarnaast verscheen haar werk in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen en is een gedeelte vertaald en gepubliceerd in het Duits, Zweeds, Engels en Frans. Ellen Deckwitz was een van de juryleden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011-2012.
In 2009 kreeg Deckwitz de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie. Eind 2009 won zij het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (ze heeft het record van de meest gewonnen poetry slams in 1 jaar) en voor haar bundel “De steen vreest mij” ontving ze de 25ste C. Buddingh-prijs 2012 voor het beste poëziedebuut van het jaar.
Tegenwoordig woont en werkt Deckwitz in Utrecht waar ze onder andere een van de vijf leden van het Utrechts Dichtersgilde is, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze.
In Liter nr. 66 uit 2012 verscheen onder meer het gedicht ‘Liedje’.
.
Liedje
.
Laat me je oproepen in de geest
van degene die dit jaren later leest.
Ook al stellen ze zich je blond voor,
.
je ogen grijs en je mond grover
dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden
voor wanneer niemand je meer wil,
voor als niemand nog de pen uit
.
mijn handen rukt, verwacht ik je
tong en hef je mijn gezicht alsof
het een kelk is
.
Foto: Nadine Ancher
Mignon I
Johan Wolfgang von Goethe
.
Na een week van Ierse dichters dit keer een Duits dichter. En niet de minste. Johan Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) is misschien wel de bekendste en beroemdste Duitse dichter. Behalve dichter was hij staatsman, wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof en natuuronderzoeker, een echte Homo Universalis. Nog steeds is Goethe vooral bekend van ‘Faust’ en ‘Die Leiden des jungen Werthers’. Een in het Duits vertaalde verzameling (Farsi) Perzische gedichten van de soefi-dichter Hafez inspireerde Goethe tot het schrijven van zijn West-östlicher Diwan, waarvan ‘Erschaffen und Beleben’ van 21 juni 1814 het eerste gedicht was.
Hieronder het gedicht Mignon I in het Duits en in vertaling van Matthias Rozemond.
.
Mignon I
Kennst du das Land, wo die Zitronen Blühn,
Im dunklen Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin,
Möcht ich mit dir, o mein Geliebter, ziehn!
Kennst du das Haus? Auf Säulen ruht sein Dach,
Es glänzt der Saal, es schimmert das Gemach,
Und Marmorbilder stehn und sehn mich an:
Was hat man dir, du armes Kind, getan?
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin
Möcht ich mit dir, o mein Beschützer, ziehn!
Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?
Das Maultier sucht im Nebel seinen weg,
In Höhlen wohnt der Drachen alte Brut,
Es stürzt der Fels und über ihn die Flut,
Kennst du ihn wohl?
Dahin! Dahin
Geht unser Weg! o Vater, laß uns ziehn!
.
Mignon I
Ken je het land waar de citroenen bloeien,
In donker loof oranjeappels gloeien
Een zwoele wind langs blauwe hemel strijkt,’
Hoog de laurier en stil de mirre prijkt?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, mijn lief, met jou alleen!
Ken je het huis? Op zuilen rust het dak,
De zaal is glanzend, licht het oppervlak.
Marmeren beelden staan en zien mij aan:
Wat hebben ze, arm kind, jou aangedaan?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, beschermd door jou alleen!
Ken je het bergpad steil de wolken door?
Het muildier klampt zich aan het mistig spoor.
In grotten huist het oude draakgebroed.
De rots bezwijkt, verzwolgen door de vloed.
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
Op weg, o vader, laat ons gaan meteen!
.
Fragment uit: Uhrmeister (Künstlerroman)
.
Met dank aan: http://hetmooistegedicht.blogspot.nl/
Christy Brown
My left foot
.
Christy Brown (1932 – 1981) was een Iers schrijver, schilder en dichter die aan een serieuze hersenverlamming leed. Hij wist zijn handicap echter te overwinnen door te leren hoe hij met zijn linkervoet kon tekenen en schrijven. Hij is vooral bekend geworden voor zijn autobiografie My left foot, die in 1989 ook verfilmd (Met Daniel Day-Lewis in de hoofdrol) en bekroond werd met een Oscar.
Christy Brown werd in Crumlin, Dublin geboren als één van 22 kinderen (waarvan er 13 wisten te overleven). Hoewel hij gehandicapt was en jarenlang nauwelijks kon bewegen of spreken bleef zijn moeder met hem praten, werken en hem onderwijzen. Toen hij vijf jaar oud was kon hij alleen zijn linkerenkel bewegen. Op een dag pakte hij met zijn linkervoet een krijtje en begon daarmee te tekenen. Zijn moeder leerde hem het alfabet en dat was het begin van zijn schrijverschap.
Toen Browns moeder tijdens de bevalling van haar 21ste kind in het ziekenhuis lag ontmoette ze Katriona McGuire, die in de verpauperde binnenstad van Dublin werkte bij dokter Robert Collis. Ze vertelde Dr. Collis over het unieke verhaal van Christy en zijn moeder. Collis bezocht Brown en onderzocht hem. Hij stelde vast dat Collis hersenverlamming had en besloot dat hij het eerste behandelingscentrum in Ierland zou oprichten voor hersenverlamde mensen, en dat Brown zijn eerste patiënt zou worden. Dankzij hun voorliefde voor literatuur werden Brown en Collis levenslange vrienden. Collis kende ook veel Ierse dokters en auteurs, waaronder Cecil Day-Lewis, de vader van acteur Daniel Day-Lewis, die later Christy zou vertolken in de film “My Left Foot” (1989). Christy stelde Brown voor aan deze auteurs en hielp hem ook zijn debuutroman te schrijven: “My Left Foot” (1954).
Behalve deze roman schreef Christy Brown een paar dichtbundels. Uit de bundel ‘Of snails and skylarks’ het gedicht ‘Girl in the wind’.
.
“Girl in the wind
blowing wide open
the closed doors of my life –
which way are we going?
Standing against the lurid sky
on the stark brink of ocean
arms outstretched
as if your love and hunger
would embrace the world
and I in my inner room
playing my poetic premutations
can only look and ask the unanswerable.
Brave and cunning I speak to my typewriter
knowing it will not answer back
knowing it will not reply
what I ask and do not want to hear
as you with the vast sunset merge
a multitude of dreams away
uniquely alone and outside of me
in the purity and rarity of this moment
immeasurably beyond my love and my rage
and with the dying call of gulls
the echo resounds:
Girl in the wind
throwing aside
the tight shutters of my life –
which way are we going?”
.
William Butler Yeats
Iers dichter
.
Alweer een Iers dichter en wat voor een! Pas schreef ik nog over Seb Lester en hoe deze kunstenaar een gedicht van Yeats had gebruikt in een kunstwerk. Vandaag in het kader van de Ierse dichtersweek het gedicht ‘An Irish airman forsees his death’ van W.B. Yeats, eerst het oorspronkelijke gedicht en daarna in vertaling van Jan Eijkelboom (uit de bundel: ‘Al keert het grote zingen niet terug’ uit 1999).
.
An Irish airman forsees his death
I know that I shall meet my fate
Somewhere among the clouds above;
Those that I fight I do not hate,
Those that I guard I do not love;
My country is Kiltartan Cross,
My countrymen Kiltartan’s poor,
No likely end could bring them loss
Or leave them happier than before.
Nor law, nor duty bade me fight,
Nor public men, nor cheering crowds,
A lonely impulse of delight
Drove to this tumult in the clouds;
I balanced all, brought all to mind,
The years to come seemed waste of breath,
A waste of breath the years behind
In balance with this life, this death.
.
Een Iers oorlogsvlieger voorziet zijn dood
Ik weet dat het al is beslecht
ergens in de wolkenhemel;
ik haat niet tegen wie ik vecht,
ik houd niet van wie ik verdedig;
mijn thuisland is Kiltartan Cross,
haar armen zijn mijn landgenoten,
geen enkel eind brengt hen verlies
en maakt ook hun geluk niet groter.
Geen wet, geen plicht joeg mij de lucht in,
geen staatsman of een juichend volk;
een drang van eenzame verrukking
was wat mij naar de wolken trok;
ik woog dit alles af en ’t leek
verspilling wat de toekomst bood,
verspilling wat al was geweest,
tegen dit leven, deze dood.
.





















