Site-archief

Rokers voor de deuren van het ziekenhuis

Editors

.
De meeste mensen zullen geen gedicht uit hun hoofd kunnen opzeggen. Zelfs ik heb er moeite mee, wanneer ik voordraag heb ik toch echt de gedichten in geschreven vorm nodig. Maar als je vraagt aan diezelfde mensen of ze een zin of een stukje uit een gedicht kennen, zullen er veel meer dat kunnen. Vaak zijn dat zinnen uit bekende gedichten als:  ‘Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren, traag door oneindig, laagland gaan’  van H. Marsman,  ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’ van M. Vasalis of ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ van Martinus Nijhoff. Dit zijn zomaar een paar voorbeelden maar waarschijnlijk ken je er zelf ook genoeg.
.
De reden dat men dit soort zinnen onthoudt is dat er iets van herkenning is, of dat een zin grote zeggingskracht heeft, of gewoon omdat een zin heel mooi en poëtisch kan zijn. Ik schrijf dit omdat ik hieraan moest denken toen ik op de radio het nummer ‘Smokers Outside the Hospital Doors’ uit 2007 van de, uit Birmingham afkomstige band, Editors hoorde. De zin ‘The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors’ is voor mij zo’n zin. Een prachtige zin waarbij iedereen meteen een beeld heeft of een herinnering en, vaak, ook meteen een mening.
.
Reden genoeg voor mij om de tekst een helemaal te lezen en hier met jullie te delen. En natuurlijk om de clip met de muziek hier te plaatsen want naast een prachtige zin is het een bijzonder mooi nummer.  Op de website Lowlove.nl kun je meer over de achtergrond van dit nummer lezen.
.
Smokers Outside the Hospital Doors
.
Pull the blindfold down
So your eyes can’t see
Now run as fast as you can
Through this field of trees
.
Say goodbye to everyone
You have ever known
You are not gonna see them
Ever again
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
.
How can we wear our smiles
With our mouths wide shut
‘Cause you stopped us from singin’
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
Now someone turn us around
Can we start this again?
.
We’ve all been changed from what we were
Our broken parts left smashed off the floor
.
I can’t believe you
If I can’t hear you
I can’t believe you
If I can’t hear you
.
(We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor
We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor)
.
Someone turn me around
(We’ve all been changed
From what we were)
Can I start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
Now someone turn us around
(We’ve all been changed
from what we were)
Can we start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
.
.

Controversiële diersoort

Recensie

.

Wanneer ik een poëziebundel krijgt toegestuurd om daarover te schrijven, dan verheug ik me op het lezen, het proberen te doorgronden, het analyseren van dat was is geschreven, het bekijken van de presentatie van de bundel en hoe een en ander in elkaar is gezet en opgemaakt. Tegelijkertijd hou ik van vele vormen van poëzie, van de rafelranden van wat nog als poëzie wordt gezien, van de mix tussen kunst en poëzie.

Ik schrijf dit omdat de bundel ‘Controversiële diersoort’ van uitgeverij Opwenteling eigenlijk aan al deze zaken voldoet. Als ik op de website van de uitgeverij de Opwentelmanifesten lees word ik al blij. Dit is een uitgeverij die tegendraads durft te zijn, die non-conformistisch en speels is. De vraag is dan vervolgens; is deze nieuwe bundel dit ook?

Laat ik met de uitvoering en de vormgeving beginnen. De omslag is meteen een weerslag van de inhoud, speels. ietwat chaotisch (lijkt het) maar met op de kaft de bijdragende dichters allemaal genoemd. Bekende en wat minder bekende namen. Op de achterflap een gedicht dat door de vormgeving grotendeels onleesbaar is gemaakt. Gelukkig staat voor de aandachtige lezer op driekwart van het gedicht ‘zie blz. 85’ waar het gedicht, weliswaar als onderdeel van de collageachtige paginaopmaak, te lezen is.

En dat brengt me meteen bij de inhoud. Wanneer je zoals ik, de bundel van de uitgeverij krijgt toegestuurd, zit daar een begeleidende brief bij. In deze brief wordt gesproken van een ‘vreemdfragmentarische bundel, omdat vreemdfragmentarische tijden hierom vragen’. Okay, die voorsprong heb ik maar kun je als lezer ook uit de voeten met de bundel?

Auteursnamen die wel op de omslag prijken ontbreken bij de gedichten in de bundel. Daar komt nog bij dat Arnoud Rigter en Sieger Baljon, de samenstellers van deze bundel, gedichten van de verschillende dichters, verknipt en in delen weer aan elkaar geplakt hebben. Dit geeft, zo zal je begrijpen, een nogal bevreemdend en verwarrend effect. Want wat lees ik? Waar kijk ik naar.

Opnieuw door de brief die ik van de uitgeverij kreeg, weet ik dat de gedichten van gevestigde auteurs onderling worden verknipt en tot een nieuw geheel gemaakt. Pagina’s van bestaande bundels zijn ingescand en als zodanig opgenomen. En waarom? Om de vruchtbaarheid van grilligheid te onderzoeken, om bloeddorst in de vorm van een dekhengst en omdat de mens een controversiële diersoort is. Als je de Opwentelmanifesten van de uitgeverij hebt gelezen komt dit alles je helemaal niet vreemd voor, mij niet in ieder geval.

De opmaak van de pagina’s is misschien op het eerste oog rommelig, de schaduwranden van het kopieerapparaat zijn gewoon opgenomen, evenals de snijranden van de opgeknipte gedichten. Je zou je hieraan kunnen storen maar omdat dit een experimentele bundel is, zo lees ik het tenminste, past dit juist weer heel goed bij de visie die de samenstellers hadden. En de samenvoeging van delen van gedichten bij elkaar leidt tot een bijzondere leeservaring; door de opmaak weet je dat je van een deel van een gedicht van de ene dichter overgaat naar een deel van een gedicht van een andere dichter. Op deze manier wordt (een nieuwe vorm van) poëzie gemaakt die er nog niet was. Het doet me soms denken aan stiftgedichten waar je delen van een tekst zwart maakt waardoor er iets nieuws ontstaat, alleen is dat hier niet met de stift gedaan maar met de schaar.

Wat ik ook bewonderenswaardig vind is dat de dichters, toch niet de eerste de beste, toestemming hebben gegeven om hun gedichten zonder naamsvermelding en op deze manier gepubliceerd te zien. Tel daarbij op de in stukken geknipte en fragmentarisch aaneengevoegde gedichten van Jonathan Griffioen, Daniël Vis en Maarten van der Graaff, en je hebt een moedige bloemlezing van een eigenwijze uitgeverij.

Wat ik verder bijzonder vind is het gegeven, dat ik door de begeleidende brief wat meer informatie ontvang, die de lezer moet ontberen maar dat na lezing (of vooraf als je de bundel eerst hebt doorgebladerd) de informatie krijgt hoe de bundel te lezen, waar welke gedichten van welke dichter staan en hoe de samenstellingen gelezen kunnen worden (welk deel van welke dichter is). Dat geeft deze bijzondere, experimentele en controversiële bundel ineens weer een stuk leesbaarheid en herkenning terug.

De bundel bestaat uit 5 hoofdstukken waarvan de meeste gedichten bevatten in zijn geheel. Weliswaar zonder dichtersnaam bij het gedicht maar na hoofdstuk 5 zijn daar de inhoudsopgavepagina’s en daar ligt de sleutel verborgen voor wie toch wil weten welk gedicht van welke dichter is.

Ik realiseer me dat dit bovenstaande vooral gaat over gebruik, indeling, en complexiteit van het lezen van de bundel gaat. Gelukkig is veel poëzie opgenomen in zijn geheel van dichters als Anouk Smies, Radna Fabias, Asha Karami, Roelog ten Napel, Guido Utermark en nog een aantal dichters uit het fonds van De Opwenteling.

De laatste zin uit de bundel van dichter Jo-An Westerveld zegt denk ik genoeg: Wij waren meestal de keurige mensen die je niet zag op de hoek van je straat maar daar stoppen wij nu mee.

Ik heb genoten van het lezen van de gedichten, van het uitvinden en uitzoeken van de ‘gebruiksaanwijzing’ van de bundel, van de op het eerste oog onsamenhangende samenstellingen, de collageachtige vorm, het ruwe, ongepolijste van de vormgeving. De uitgevers van deze bundel verdienen een pluim. Op deze manier poëzie uitgeven refereert aan stromingen en tijden dat er (nog) geëxperimenteerd werd met poëzie, dat vorm soms boven inhoud ging, dat je moeite moest doen om te begrijpen en dat je, juist daardoor, een bundel extra ging waarderen.

Voor wie wel van een uitdaging houdt, voor wie poëzie ook zoeken mag zijn maar vooral voor wie oprecht van mooie poëzie kan genieten is deze bundel bedoeld. Ik ben daar een van.

Uit het rijke aanbod in deze bundel koos ik het gedicht ‘Sonnet XXII’ van Roelof ten Napel dat eerder verscheen in ‘In het vlees’ uit 2020.

 

Sonnet XXII

.

soms, gepijnigd, wanneer ik aan je denk

maar je niet werkelijk voel

dan mis ik je – alsof het genoeg is

niet meer goed te weten wie je was

om te geloven

dat ik met je leven kan, leven kon,

,

alsof het genoeg is een wond te vergeten

om hem te doen helen –

 

alsof je me, met andere woorden,

niet steeds herinnert aan wie je was, voordat je

vertrok –

.

soms, pijngod, die mij mijn woede gaf, denk ik

verlangend aan je terug, voordat ik je bitter weer

doodbijt, fijnkauw, doorslik en verteer

.

Gedichtenwedstrijden

Vrij vers of vaste versvormen 

.

Zo aan het einde van 2021 is het misschien leuk om nog eens aan een gedichtenwedstrijd mee te doen. Op de website van Schrijven online staan er verschillende. Hier een aantal heel verschillende die je wellicht de moeite waard vindt.

VWN

Op de website van de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en –communicatie Nederland kun je meedoen aan een poëziewedstrijd die ter ere van hun 35-jarige jubileum wordt georganiseerd. Ze zijn daarbij op zoek naar de mooiste wetenschapspoëzie binnen het Nederlandse taalgebied. Wie schrijft het beste nieuwe gedicht over de wetenschap in de ruimste zin van het woord?

Elk gedicht wordt anoniem beoordeeld door een onafhankelijke voorjury. De pakweg honderdtwintig best beoordeelde gedichten zullen worden gebundeld in een nieuw te verschijnen gedichtenbundel.

De jury, bestaat uit Anna Enquist, Ionica Smeets, Edward van de Vendel en Marlies ter Voorde. De jury zal drie winnaars selecteren. Op de winnaars van de derde tot en met eerste prijs ligt naast 100, 150 en 250 euro een wetenschappelijk verantwoord boekenpakket te wachten. De uiterste inzendtermijn is 28 november 2021.

Haiku Kring

De Haiku Kring Nederland organiseert een kukai. Een kukai is een haikuwedstrijd waarbij de deelnemers ook de jury zijn. Je kan je haiku inzenden tot en met 28 november. Alle inzendingen komen overzichtelijk en anoniem op een webpagina te staan. Je mag stemmen op jouw favoriete drie haiku’s, maar je mag natuurlijk niet op je eigen haiku stemmen. De regels omtrent de haiku en het elfje zijn denk ik wel bekend. Haiku; drie regels met respectievelijk 5,7 en 5 lettergrepen per zin, waarbij een  zintuigelijke ervaring naar voren komt.

Ministerie van Liefde en Waardering

Als laatste de Gedichtenwedstrijd van het Ministerie van Liefde en Waardering. Het thema is liefde en waardering en het dient te passen op een A4 vel. Verder zijn er geen regels. Ook zijn er geen inschrijfkosten. De inzendtermijn is (uiterlijk)10 februari 2022. Er kunnen maximaal twee gedichten per persoon ingestuurd worden.

.

Tot stilte gemaand

Dichter bij de dood

.

Afgelopen 2 november was het Allerzielen, een dag dat veel mensen hun overleden dierbaren herdenken. Samen met Marjon van der Vegt en de medewerkers van Begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag onder leiding van Francis en Herlina, organiseerde we onder de titel ‘Dichter bij de dood’ alweer voor de vijfde maal een Allerzielen met dichters die voordroegen tijdens deze avond.

Uit ervaring (voordat ik mee deed in de organisatie mocht ik een aantal keer als dichter aanwezig zijn) weet ik dat dit een heel bijzondere avond en poëzie-ervaring is. Op het eerste deel van de begraafplaats was met vuurpotten en fakkels een route uitgezet waaraan 12 dichters een plekje hadden gekregen. Gelukkig was het droog en zo’n 120 mensen bezochten de avond. En opnieuw was het een avond om nooit te vergeten, in een bijzondere ambiance poëzie live te horen over een onderwerp (dood en troost) blijkt vele mensen te raken, zowel bezoekers als de dichters zelf. Alle dichters heel veel dank voor hun aanwezigheid en inzet, volgend jaar opnieuw een editie.

Omdat dit de 5e keer was en de Cultuurschakel Den Haag zo vriendelijk was geweest wat middelen te verschaffen konden we een bundeltje uitgeven met de gedichten van de dichters (en de paar die helaas niet aanwezig konden zijn). Dit bundeltje ‘Tot stilte gemaand’ werd gratis uitgedeeld aan de bezoekers van deze avond en aan de deelnemende dichters.

De deelnemende dichters waren dit jaar: Liesbeth de Blécourt, Martijn Breeman, Edith de Gilde, Aurora Guds, Diann van Faassen, Wouter van Heiningen, Ton Houtman, Joz Knoop, Karin van Kalmthout, Anne-Tjerk Mante, Miguel Santos, Eelco van der Waals, Marjon van der Vegt en Renske Visser.

Uit de bundel koos ik het gedicht van Edith de Gilde zonder titel.

.

Verdriet maakt krom als het nog vers is.

Je wilt een egel worden. Winterslapen.

Je krimpt. Slaat dicht. Een hoofd vol mist.

Haperen, vastlopen, stilstaan.

.

Niets helpt. Er is geen kaart, er ligt geen plan.

Geef het maar tijd, gun het zijn ruimte.

Verdriet verdient het. Sla je armen eromheen

en het zal langzaam zachter worden, toestaan

.

dat jij je rug recht, dieper ademt,

de zomer weer verdraagt.

Het zal je niet verlaten maar bij je horen,

diepte schenken aan je ogen, schaduw aan je leven.

.

 

 

MUGzine versus Binnenin de -Revisor

Poëziemagazines

.

Sinds begin 2020 ben ik samen met Marie-anne Hermans en Bart van Brrt Graphic Design een klein handzaam poëziemagazine op A6 formaat gaan maken, publiceren en uitgeven onder de titel MUGzine. Dit kleine eigenwijze poëziemagazine herbergt elk nummer 4 dichters en wordt geïllustreerd met afbeeldingen van het werk van een kunstenaar of illustrator. In elk nummer van 16 of 20 pagina’s staan bekende en veelbelovende dichters tussen elkaar uit Nederland en België. Namen als Kreek Daey Ouwens, Serge van Duijnhoven, Daniel Dee, Maarten Buser, Lies Jo Vandenhende, Elfie Tromp en Michaël van Remoortere zijn al gepubliceerd. MUGzine is gratis te downloaden via mugzines en voor de liefhebber op papier te krijgen. Inmiddels zijn we met de voorbereidingen van nummer 10 bezig.

Wat schetst mijn verbazing deze week toen ik bij het literair magazine De Revisor een klein magazine zag met de titel ‘Binnenin de – Revisor’. Op A6 formaat, met 4 dichters, 24 pagina’s en zonder illustraties. De gelijkenis is op het eerste oog groot tot je verder kijkt. Het papier van Binnenin de – Revisor is minder van kwaliteit dan die van MUGzine. Het magazine heeft een andere opmaak en wat me vooral opvalt is dat de gedichten van de ene op de andere pagina doorlopen maar zo dat er delen van de tekst onleesbaar zijn. Ik kan me voorstellen dat je daar als dichter niet zo blij mee bent. Desalniettemin is Binnenin de – Revisor een aardig magazine al vind ik (maar ik ben wel wat bevooroordeeld, dat realiseer ik me) MUGzine mooier en grafisch fraaier en in MUGzine zal nooit een tekst onleesbaar zijn.

Het nummer dat ik in handen kreeg van Binnenin de – Revisor is nummer 1, copyright 2019 maar of er andere of meerdere nummers zijn verschenen is me, ook na enig speurwerk, nog niet duidelijk. Binnenin is wel een rubriek op de website van De Revisor maar over papieren edities lees ik daar niets.

Uit nummer 1 toch een gedicht van Esther Jansma (1958) getiteld ‘Gelost’.

.

Gelost

.

De wind hoest vergeefs naar beton.

De schil van een ei is oneetbaar.

Een ui heeft een hart in een hart.

.

De rand, elke rand, is het koudst.

We moesten hierheen en nu wil ik

steeds weer terug naar binnen

.

de plek in het vuur waar ik smelt

tot mijn binnenste in de mal

van het oude, echte hier en nu

.

de ware vorm vindt. Zo had het

allemaal heus niet gehoeven maar

ze hebben dit de buitenkant genoemd.

.

Glazenwasser ziet schilderijen

Menno Wigman

.

Met enige regelmaat ga ik voor mijn boekenkast staan en bekijk ik de ruggen van de vele dichtbundels die er staan. En altijd stop ik bij een bundel die ik op dat moment wil inzien en lezen. Dit keer is dat de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van Menno Wigman (1966 – 2018) die in 2019 na zijn overlijden werd gepubliceerd. Een prachtig vormgegeven bundel, samengesteld door collega dichters Neeltje Maria Min en Rob Schouten.

Zoals vaker komen naar aanleiding van een gedicht dan gedachten en in dit geval was dat bij het gedicht ‘Glazenwasser ziet schilderijen’. Ik was afgelopen week in Nancy in noordoost Frankrijk en ik bezocht daar onder andere het Musee des Beaux-Arts. In dat museum hangt het schilderij ‘Anne et Jehanne’ van Laura Leroux-Revault uit 1894. Een prachtig bijna Prerafaëlitisch schilderij van twee meisjes. Ik weet niet of er eind 19e eeuw al glazenwassers waren maar als die dit doek hadden zien hangen in een huis zouden ze ongetwijfeld even gepauzeerd hebben om het te bewonderen.

Het gedicht van Menno Wigman gaat juist over een persoon (de dichter) die tijdens het glazenwassen naar buiten kijkt, kunst ziet hangen en zichzelf en zijn situatie als schilderij ziet. Dat is het mooie van kunst en poëzie, ze kunnen je op gedachten brengen die je voorheen niet had of die losgezongen zijn van waar je naar kijkt.

.

Glazenwasser ziet schilderijen

.

Auto’s, gelach, geraas: alles slaat dood

op zeven hoog. Ik hoor alleen mijn spons

.

en het verkouden knarsen van het staal

waaraan ik hang. Soms spreekt een wolk mij aan

.

of gis ik wat een meeuw te zeggen heeft.

De mensen: druk, wit. stemloos, achter glas.

.

Op acht hoog kunst. Dat meisje daar, die lach,

wie heeft haar zo bespied dat ze immuun

.

voor complimenten mijn gezicht in kijkt?

En wanneer breekt die sperwer uit zijn lijst?

.

Ik hang hier als een ijskoud schilderij

waar niemand oog voor heeft, ik poets en zwoeg

.

en maak het uitzicht vrij – schilder er maand

na maand onvervalste wolken bij.

.

Kijk. Daar kruipt al zonlicht in mijn lijst.

.

Weet je nog hoe je moet drijven?

Sanne de Kroon

.

In 2020 deed dichter Sanne de Kroon (1997), Master of Arts Taalwetenschappen en dichter, mee met de Nijmeegse Literatuurprijs. De Nijmeegse Literatuurprijs is een initiatief van De Gelderlander, de Openbare Bibliotheek Zuid-Gelderland, Nieuwe Oost | Wintertuin, Poëziecentrum Nederland en literair tijdschrift Op Ruwe Planken. Het geheel staat onder leiding van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen.

Het doel van de Nijmeegse Literatuurprijs is literair talent uit Nijmegen en omgeving een duwtje in de rug geven. De beste inzendingen worden gepubliceerd, winnende auteurs worden aan een podium geholpen. De winnaar van de hoofdprijs krijgt 250 euro. De ingezonden teksten werden kritisch bekeken door een jury. Uit de longlist van 11 inzendingen werd een shortlist gekozen van drie auteurs: Dat zijn Sanne de Kroon (met drie gedichten), Tamar Slooves  (met het verhaal ‘Daar praten we niet over’) en Esther van Raay (met het verhaal ‘Dirk’). De jury bestond in 2020 uit Heidi Koren (schrijver/dichter), Frederik van Dam (Radboud Universiteit) en Marijn Hogenkamp (uitgeverij Atlas Contact).

Tamar Slooves werd winnaar maar Sanne de Kroon ( die de publieksprijs kreeg) werd tweede met haar gedichten. Over het gedicht ‘Weet je nog hoe je moet drijven?’ schreef de jury: Met het tweede gedicht zet deze dichter de lezer meteen bij de eerste regel stil. “Mijn vader leeft al een jaar onder water”. Het is raak. ‘Weet je nog hoe je moet drijven?’ laat zien waar geworsteld
wordt en hoe dat eruit ziet vlak voordat iemand kopje onder gaat. Korte zinnen, boordevol oersterke beelden. Met dit gedicht toont de inzender zich dichter en dat smaakt naar meer!

.

Weet je nog hoe je moet drijven?

.

Weet je nog hoe je moet drijven?
Mijn vader leeft al meer dan een jaar onder water.
De dagen drijven aan hem voorbij.
Soms kan hij ze grijpen.

.
Laten we samen een metafoor bouwen,
die sterk genoeg is om je gewicht te dragen.
Moeilijk zal het niet zijn, want
je wordt met de dag lichter.

.
Je praat steeds meer over anorexia.
Niet voor jezelf, maar
er zijn mensen die zich helemaal niet goed voelen,
zonder dat daar een reden voor is.
Ze draaien hun schouders als ze door een deur moeten,
denkend dat ze niet zullen passen.

.
Maar papa, we weten toch al lang dat happiness
een theesmaakje is,
dat je plafond een magneet is en elk bed
gemaakt is van blijfzand.
Iedere keer dat je opstaat,
is een kleine overwinning.

Op een dag zal ik een enorme broccoli in de tuin planten,
die diepe wortels zal maken die alles zullen overwoekeren.
Mijn vader zal hem in minuscule stukjes snijden.
Bouillonblokjes uit zijn wikkels halen en
op zijn handen laten smelten als bruisballen.
En eindelijk zal alles soep zijn.

.

Poëzie op Allerzielen

Dichter bij de dood

.

Op 2 november aanstaande is het weer Allerzielen. Met Allerzielen worden de overledenen herdacht plaatsen nabestaanden vaak bloemen op het graf van een dierbare overledene. Sinds een aantal jaren is er op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op deze avond een bijzondere activiteit die aansluit bij Allerzielen. Dit jaar is het de vijfde en daarmee de jubileumeditie van Dichter bij de dood.

Dichter bij de dood organiseert op deze avond voordrachten van dichters en troubadours die stilstaan bij het thema troost. De volgende dichters en troubadours zullen op 2 november acte de présence geven: Liesbeth de Blécourt, Martijn Breeman, Edith de Gilde, Aurora Guds, Diann van Faassen, Wouter van Heiningen, Ton Houtman, Joz Knoop, Karin van Kalmthout, Anne-Tjerk Mante, Miguel Santos, Eelco van der Waals, Marjon van der Vegt en Renske Visser.

De dichters en troubadours zullen langs een route staan op de begraafplaats die verlicht wordt door fakkels zodat iedereen de route makkelijk kan volgen en bij elke dichter stil kan staan en naar een troostrijk gedicht kan luisteren. Omdat dit de jubileumeditie werden al twee poëziepodia georganiseerd op de begraafplaats en zal er een jubileumbundel verschijnen.

Het project dichter bij de dood wordt gesteund door de begraafplaats Oud Eik en Duinen, Monuta en Cultuurschakel Den Haag en georganiseerd door Dichter bij de dood en Ongehoord! Begraafplaats Oud Eik en Duinen is te vinden aan de Laan van Eik en Duinen 40, de avond begint om 19.00 uur en is uiteraard gratis toegankelijk. Als voorbeeld van een troostrijk gedicht hier het gedicht ‘Geheim gedicht’ van Ingmar Heytze uit de bundel ‘Schaduwboekhouding’ uit 2005.

.

Geheim gedicht

.

Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.

.

Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep

.

onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.

.

Lachez tout

Simon Vinkenoog

.

Ter gelegenheid van het bondscongres van de Dienstenbond FNV in 1989 werd een eenmalige uitgave gepubliceerd getiteld ‘Congressen’ gedichten. Deze bundel werd samengesteld door Coot van Doesburgh (1943), gedrukt in een oplage van 2.000 stuks en niet commercieel verhandeld. In het voorwoord stelt Coot van Doesburgh zichzelf drie vragen: waarom heeft men haar gevraagd? Op de achterkant van de bundel staat dat ze (behalve voor privégebruik nog nooit in haar leven een gedicht heeft geschreven. Waarom een dichtbundel en wat heeft dat met de Dienstenbond te maken? En waarom de keuze van deze gedichten en geen andere?

Het antwoord op de eerste vraag wil ze niet geven. Maar op de achterkant staat te lezen dat ze gevraagd is gezien haar vermogen een kritisch oog te paren aan een poëtisch oor. Op de tweede vraag geeft ze als antwoord: Geen idee. Wanneer men aan een congres van de Dienstenbond FNV denkt, is een bloemlezing van gedichten niet direct het eerste dat men daarmee associëert, en schrijft ze, daarom is het een initiatief dat alleen maar toe te juichen is. En daar ben ik het helemaal mee eens.

Op de derde vraag zegt ze dat ze heeft gezocht naar gedichten die een zeker werkgever-werknemer element uitademt. Maar schrijft ze meteen erna, zo hier en daar slipte er iets tussendoor dat leuk, mooi of aardig van gedachte was. En dat maakt deze bundel juist zo leesbaar.

Verrassende keuzes zijn het zeker. Zo is een tekst van Elvis Costello opgenomen ‘Tramp the dirt down’, een gedicht van Frank Martinus Arion, een vers van Annie M.G. Schmidt maar ook Riekus Waskowsky en Jacques Plafond (Wim T. Schippers), er valt kortom veel te genieten in deze bundel.

Ik koos voor een gedicht van Simon Vinkenoog (1928 – 2009) uit ‘Eerste gedichten 1949 – 1964’ uit 1966 getiteld ‘Lachez tout’.

.

Lachez tout

.

Soms kan ik niet meer op mijn benen staan,

en waarom zou ik ook?

BAM – daar lig ik –

.

nu vlug weer opgestaan,

daar ben ik.

Ik kan u één ding leren:

als u niet meer op uw benen kunt staan,

u kunt zich gerust laten vallen.

.

aangespoeld

Dubbel-gedicht

.

Eilanden hebben een kust, of eigenlijk bestaan ze volledig uit een kust, en op een kust kun je aanspoelen. Het Dubbel-gedicht van vandaag heeft dus als verbindend thema de kust of kustlijn. Twee gedichten van twee vrouwelijke dichters die ik zeer waardeer; Elfie Tromp en Esther Jansma.

Het eerste gedicht is van Elfie Tromp (1985), komt uit haar bundel ‘Victorieverdriet’ uit 2018 en is getiteld ‘Eiland’. Het tweede gedicht is van Esther Jansma (1958), komt uit haar bundel ‘Rennen naar het einde van honger’ uit 2020 en is getiteld ‘Aangespoeld’.

.

Eiland

.

Je kocht een roeimachine

en verdween

.

er zwol een zee langs je slapen

het tapijt verdween onder hersenkoraal

golfslag tegen de ramen

zeegras in het kozijn

.

ik hees de vlag

zodra het eten arriveerde

maakte van mijn handen

een scheepshoorn

 

je kwam steeds later thuis

ik vond schelpen in je oksels

drukte ze tegen je oren

 

eigen ruis vond je prachtig

ook al had je geen kist, kaart of kruis

je ging steeds verder

ik dacht dat je avontuur zocht

.

nu weet ik dat

eilanden niet navigeren

die drijven af

.

Aangespoeld

.

Weer eens aangespoeld op de kust van het volgende nu

rammelend opgestaan en langs zilte plekken die land

noch zee spiegelen op zoek gaan naar een huisje

.

waarin een stoel staat, een bed, zodat je eerst

een beetje naar buiten kunt staren en dan, de knieën

tegen je kin geperst, kunt verdwijnen in het immense

gedoe van wat slaap heet. Je beklimt weer een duin.

.

Geen voordeur in zicht. Achter je schroeven en

vloeken motorboten de stilte aan gort met het bericht

dat ze belangrijk naar iets op weg-weg-weg zijn.

.