Site-archief
Moeders en roken
Dubbel-gedicht
.
Toen ik in de bundel uit 1999 ‘Familie duurt een mensenleven lang’ De honderd mooiste Nederlandstalige gedichten over vaders, moeders, dochters en zonen, samengesteld en ingeleid door Menno Wigman, het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg las, deed het me denken aan een gedicht dat ik ooit las van Nannie Kuiper. Na enig zoeken (waar vind je die tussen zovele andere bundels) kwam ik hem tegen. Het betreft hier de bundel ‘Ik heb alleen maar oog voor jou’ een bundel gedichten voor jongeren en volwassenen.
Opvallend genoeg hebben beide gedichten niet 1 maar 2 overeenkomsten. Ze gaan beide over een moeder en beide over roken. Het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg is genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991 en het gedicht ‘wat is ze kwaad’ van Nannie Kuiper is uit 1997.
.
Moeder
.
Ik zat met moeder aan de haard. zij breide
en ik deed niets dan sigaretten roken.
Ze zei; Jongen, je moet niet zoveel roken;
Je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.
.
Ik ben het haardvuur nog wat op gaan stoken;
horende hoe het zachtjes in mij schreide,
omdat het niet kon worden uitgesproken,
wat zich vlakbij voor eeuwig wou bevrijden.
.
wat is ze kwaad
.
wat is ze kwaad
mijn moeder
nu ze net
ontdekt heeft
dat ik peuken rook
in bed
.
en in haar handen
ligt mijn nachtrust
tussen al die
stukjes sigaret.
.
Liefdesgedicht voor Deborah
Ja rozen
.
Vandaag een speciaal liefdesgedicht van Remco Campert voor zijn vrouw Deborah. In 2002 verscheen in een mooi doosje het kleine maar o zo fijne bundeltje ‘Ja rozen’ de mooiste liefdesgedichten van Remco Campert. In dit bundeltje staan gedichten van Campert die eerder in ‘Dichter’ uit 1995 en ‘Ode aan mijn jas’ uit 1997 verschenen. Een aantal gedichten in dit bundeltje ( en misschien wel allemaal) zijn geschreven voor zijn vrouw Deborah. Een bijzondere vrouw zo blijkt ook uit de podcast die op 1 mei 2020 werd uitgezonden in het radio 1 programma ‘Nooit meer slapen’ met Pieter van der Wielen. Luister hier de podcast: https://www.nporadio1.nl/nooit-meer-slapen/uitzendingen/700625-2020-05-01
.
Voor Deborah
.
Als ik doodga
hoop ik dat je erbij bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan.
.
Dan zal ik rustig doodgaan.
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn.
Dan ben ik gelukkig.
.
Zij kijkt licht en lucht
Max Greyson
.
Max Greyson (1988) is een dichter, theaterschrijver en spoken word performer uit Antwerpen. Sinds 2011 gaat hij heel Europa rond als spoken word performer in internationale, interdisciplinaire muziektheatervoorstellingen van Roots & Routes en Un-Label.
In 2015 werd hij vice-kampioen Poetry Slam van Nederland, waar hij werd omschreven als de lyricus, de muzikale dichter en de vernieuwer van zinnen. In 2016 verscheen zijn debuutbundel ‘Waanzin went niet’. De bundel werd in 2018 genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs. Het gedicht ‘Onscherp’ werd in 2018 bekroond met de Melopee Poëzieprijs.
In juni 2019 verscheen de tweede bundel ‘Et alors’. Voor deze bundel ontving Max Greyson een beurs van het Vlaams Fonds voor de Letteren.
Op de achterflap van ‘Waanzin went niet’ staat te lezen; “Hij schuwt het engagement niet, de wereld niet en de liefde nog minder. Maar voor Max Greyson telt in de allereerste plaats dat zijn gedichten gemaakt zijn van taal. Zijn poëzie is een hartstochtelijk onderzoek naar klank en ritme met als doel een ongenadige stem te vinden die alles en iedereen (ook zichzelf) op de proef stelt.”
Het engagement blijkt onder andere uit het hoofdstuk ‘Beelden’ met gedichten als ‘Beelden uit Hebron’ en ‘Beelden uit Jerusalem’. De liefde is de leidraad in het hoofdstuk ‘Waar het warm en veilig is’ zoals in het onderstaande gedicht ‘Zij kijkt licht en lucht’ uit dat hoofdstuk.
.
Zij kijkt licht en lucht
.
Ik roofde haar. mijn Persephone, mijn weke avondvrouw
mijn door bloesemgeur bedorven deerne
razend kwam ik door de matras gescheurd
en bedreef haar lichaam als een tong zo rood maar lang niet zo soepel
.
Ze brulde niet, taterde niet, ze hield niet van legendes
ik blijf niet lang. zei ze, en spleet een walnoot in haar handpalm
ze zei: kijk, het is net een helmpje, en zette het op mijn hoofd
.
De poëtische bijl
Wim Huyskens
.
‘ik ben tegen een flaptekst, die precies zegt wat er in dit boek te koop is. De aardigheid gaat er dan goeddeels af en dit boek heeft nu juist de pretentie iets aardigs te zijn”. Dit lees ik op de achterflap van de bundel ‘de poëtische bijl’ van dichter Wim Huyskens, uitgegeven door de Bezige Bij in 1969. Wim Huyskens (1940) publiceerde in Raster, Podium en Avenue Literair en debuteerde met de bundel ‘Schuine lyriek’ in 1969 al snel gevolgd door ‘de poëtische bijl’. Na deze twee bundels zou Huyskens nog publiceren in De Gids in begin jaren ’70 maar daarna is niets meer van hem vernomen op poëziegebied.
In De poëtische bijl tracht Huyskens de taal van alle bijbetekenis en symboliek te ontdoen. Zo schrijft hij in het gedicht ‘Dichter’: “de schijnbeweging van de taal/ te slim af te zijn en de dingen/ ondubbelzinnig te doen zijn wat ze zijn:/ stoel, tafelblad, kamer, huis”. Ook in het gedicht ‘Omkeerbaar’ lees je dit terug.
.
Omkeerbaar
.
Een gedicht zou moeten zijn
een pak in je hand,
net gehaald, je weet
wat erin zit en toch,
amper thuis, jas nog aan,
wordt het nieuwsgierig verpakt:
op tafel, uit het papier,
in de rechthoekige doos van de kamer,
zwevend onder je hand,
kijk eens wat ik heb gekocht,
een onmogelijk gedicht, net
een kostuum.
.
Van Duinkerken en Kemp
Dichters over dichters
.
Vandaag in de rubriek ‘Dichters over dichters’ de dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968) die het gedicht schreef ‘Voor Pierre Kemp’ de Limburgse dichter die leefde van 1886 tot 1967. Willem Asselbergs (zoals de echte naam van Anton van Duinkerken luidde) was dichter, essayist, hoogleraar, redenaar en literatuurhistoricus. In 1933 kreeg hij de C.W. van der Hoogtprijs, in 1960 de Constantijn Huygensprijs en in 1966 de P.C. Hooft-prijs.
In de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1957 is het gedicht opgenomen ‘Voor Pierre Kemp’. Kemp, net als van Duinkerken afkomstig uit het zuiden van Nederland, was net als van Duinkerken een van de woordvoerders van het katholieke levensbesef (zoals zo mooi omschreven staat achterop de bundel van van Duinkerken). Het gedicht komt uit het hoofdstuk ‘In spiegel en raadsel’ uit de bundel. Uit het gedicht blijkt een grote mate van bewondering van van Duinkerken voor de dichter Kemp.
.
Voor Pierre Kemp
.
In de trein zitten, buiten kijken,
Seinwachtershuisjes zien staan,
Van binnen op klaprozen lijken,
Wie heeft dit bekwamer gedaan?
Nadoen kan ik u niet.
Ik mis die saffraangeel klanken.
Voordoen is echt niet nodig.
Dit weten maakt ieder lied
Van mij voor u overbodig
Behalve dan om u te danken.
.
Schilderij uit de schrijversgalerij van het Literatuurmuseum in Den Haag van Theo Swagemakers ( 1898 – 1994)
Zondag
Ed. Hoornik
.
“In prettige herinnering aan – en met hartelijke dank voor de goede zorgen gedurende de dagen van 11 september – 21 september 1953”. Dit is het eerste dat ik lees wanneer ik de bundel ‘Kleine dichterkeur’ een keuze uit verzen dezer eeuw, ingeleid en van een bio- en bibliografie voorzien door dr. W.L. Brandsma, uit 1950, open sla. Een tijd waarin mensen elkaar dichtbundels gaven als dank voor een verblijf bij anderen, misschien moeten we dat weer gaan invoeren in deze tijd.
Dezer eeuw, uit de ondertitel, moet natuurlijk gelezen worden als de eerste helft van de 20ste eeuw en dat is te zien aan de dichters die zijn opgenomen; stuk voor stuk geboren aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuw.
Lezend in deze bundel kom ik het gedicht ‘Zondag’ tegen en zittend in de tuin in de zon weet ik; dit is het gedicht dat ik vandaag, op zondag, met jullie wil delen. Het gedicht komt uit de bundel ‘Tweespalt’ uit 1943 van Ed. Hoornik (1910 – 1970).
.
Zondag
.
De zondagmorgen geurt naar brood en honing;
de vroege zon schijnt op het tafelkleed;
zij neuriet als zij het vertrek betreedt;
verwonderd staat zij in de eigen woning.
.
Een snelle fietser rijdt onder de bomen,
het nikkel blinkt nog als zij hem vergeet;
op ’t schone linnen staat ’t ontbijt gereed,
als zij de jongens uit de tuin ziet komen.
.
De heldere stemmen klinken door de gangen,
hoe heerlijk is de koelte van hun wangen,
zij staat te lachen om den wilden zoen.
.
De hond speelt keffend in het frisse groen;
de klokken luiden, een warm verlangen
maakt dat zij zingende het werk gaat doen.
.
Gedicht van de waarheid
Christophe Vekeman
.
De Vlaamse dichter, schrijver Christophe Vekeman (1972) is een veelzijdig schrijver. Zo publiceerde hij romans, een verhalenbundel, een novelle, een biografie, een essaybundel en twee dichtbundels: ‘Senorita’s’ uit 2009 en ‘Dit is geen slaapkamer meer nu’ uit 2016. Zijn – vaak humoristische – proza kenmerkt zich door een pessimistisch levensgevoel en een grote aandacht voor formulering en stijl en dit geldt ook voor zijn poëzie. In een gedicht van twee regels uit ‘Dit is geen slaapkamer meer nu’ is dit heel goed te lezen.
.
Feitelijk
.
De laatste van mijn zorgen is
Toch altijd nog een enorm probleem.
.
Christophe Vekeman is een veel gevraagde gast op literaire podia in Vlaanderen en Nederland. Hij nam onder meer deel – telkens verscheidene keren – aan Saint-Amour, De Nachten, Zuiderzinnen, Geletterde Mensen, Nur Literatur en Lowlands.In Nederland maakte hij jarenlang deel uit van het Nightwriterscollectief, samen met onder andere de schrijvers Kluun, Tommy Wieringa, Joost Zwagerman en Herman Koch. In Vlaanderen werkte hij een aantal jaren samen met Herman Brusselmans en bespreekt hij wekelijks een boek in het radioprogramma ‘Pompidou’ van Klara radio (van de VRT).
Uit de bundel ‘Dit is geen slaapkamer meer nu’ koos ik het prachtige liefdesgedicht ‘Gedicht van de waarheid’.
.
Gedicht van de waarheid
.
Of je me nu gelooft of niet, de aarde draait rond de zon
Claus was iemand die voorwaar een aardig potje schrijven
kon
Stilte is wat naar verluidt steeds aan een storm voorafgaat
En energie is net hetzelfde als mc in het kwadraat
.
Pilsbier smaakt het best wanneer het koel wordt geserveerd
Na de coïtus is elk dier enigszins gedeprimeerd
Koffie maakt je bloednerveus, maar valium bedaart je
En de gevel van je huis is een soort van visitekaartje
.
Obesitaspatiënten zijn doorgaans wat aan de zware kant
Een Belg die België verlaat bevindt zich in het buitenland
Er zijn miljoenen waarheden, kortom, maar de
voornaamste is:
Jij bent mijn hier, jij bent mijn nu. De rest is geschiedenis
.


















