Site-archief
Dichter van de maand Februari
Levi Weemoedt
.
De dichter Levi Weemoedt (1948, Vlaardingen) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden en heeft dertien jaar als leraar Nederlands voor de klas gestaan. Omdat hij hierin niet voldoende voldoening vond, stopte hij met lesgeven. Weemoedt is schrijver van tragi-komische korte verhalen en dito gedichten die veelal in en rondom Vlaardingen spelen. Ook was hij als medewerker verbonden aan het ‘Algemeen Dagblad’ en publiceerde hij in Renaissance dat in 1996 door Look J. Boden was opgericht. Verder was Weemoedt van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures, later, in de jaren ’80 schreef hij in ‘Mare,’ het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden. Weemoedt debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Geduldig Lijden‘, een jaar later gevolgd door ‘Geen Bloemen’ en ‘Zand Erover’ (1981). Zijn werk werd in 2007 verzameld in ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’. Na 1999 werd het stil rond Weemoedt tot in 2007 de verzamelbundel ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’ werd gepubliceerd met o.a. 40 nieuwe gedichten gevolgd door ‘Met enige vertraging’ in 2014.
Uit de bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 koos ik voor het gedicht ‘Brave soldaat van D.’ .
.
Brave soldaat van D.
.
Ik draag de hemden af van H. van Duijvenbroek:
KL-soldaat, zo laat het merkje mij weten.
Hij kwam in ’60 op, en hij verliet de troep
in ’62. Zo goed als niet versleten.
.
Van Duijvenbroek is in die twee jaar tijd
één maat gegroeid. Misschien beviel het koken
van de kazernekok. Zijn hemd bleef uit de strijd.
Er zit één gaatje in, maar dat is van het roken.
.
Op avonden dat ik te gast moet wezen
op lezingen of in de Boekenweek,
vraagt iemand soms: ‘Weemoedt, wat moet ik lézen?’
Dan zeg ik: ‘Sorry, ‘k ben een slechte bibliotheek….
.
Maar hoort u het ooit prijzen: vermijd beslist het boek
‘Oorlogsmemoires’. Door H. van Duijvenbroek.’
.
Feest
Geluk dat kan wel jaren duren
.
In 2000 publiceerde uitgeverij Prometheus in de Ooievaar reeks de verzamelbundel ‘Geluk dat kan wel jaren duren’ het huwelijk in honderd gedichten. Ik ben een groot fan van verzamelbundels en bloemlezingen juist omdat er zoveel verschillende dichters in vertegenwoordigd zijn.
In dit geval dus rond het thema het huwelijk. Gedichten van dichters uit de 19e tot de (bijna) 21ste eeuw. Van luchtige, light verse gedichten tot zeer serieuze werkjes. Ik koos uit deze bundel voor twee wat kortere gedichten van Judith Herzberg en Anton Korteweg.
.
Hij deed zijn best
.
Hij deed zijn best maar in acht jaar
niet veel geluk gehad met haar.
Thuis van zijn werk was zij óf weg óf boos
haar dood verbeterde hun huwelijk eindeloos.
(Judith Herzberg)
.
Feest
.
Ik moest de Hema in. Voor vruchtentaart.
Goed en goedkoop. Want junior verjaart.
Als je nou kijkt wat daar los loopt aan vrouw
dan wil ik wel naar huis. Naar die van jou.
(Anton Korteweg)
.
Levensloop
Menno Wigman
.
Gisterochtend overleed de dichter, schrijver en essaist Menno Wigman (1966) aan een hartziekte. Menno Wigman debuteerde in 1997 met de bundel ‘Zomers stinken alle steden’, waarmee hij meteen doorbrak naar een groot publiek. Ook met zijn latere werk oogstte hij succes bij zowel de critici, de pers als het publiek.
Zijn laatste bundel, ‘Slordig met geluk’, verscheen in 2016 en werd afgelopen nog woensdag voorgedragen voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Volgens zijn uitgever heeft dit nieuws hem nog bereikt.
Behalve gedichten publiceerde Wigman ook essays en een autobiografisch werk. Zijn gedichten zijn vertaald in onder meer het Frans, Engels en Duits.
Van 2012 tot 2014 was Wigman stadsdichter van Amsterdam en moest hij regelmatig her en der opdraven. Achteraf was dat een te zware periode, moest hij vaststellen toen hij met een hartkwaal op de intensive care belandde. Uiteindelijk was het dus die hartkwaal die hem noodlottig werd. Een mooi inhoudelijk stuk over zijn leven en poëzie kun je lezen op https://www.volkskrant.nl/boeken/een-leven-verpest-door-poezie-maar-hij-kon-het-niet-laten-dichter-menno-wigman-51-overleden~a4564840/
Menno Wigman ontving in 2002 de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Zwart als kaviaar’ en in 2015 de A. Roland Holst-penning.
Ik heb gekeken of ik een toepasselijk gedicht van zijn hand kon vinden. Het is het gedicht ‘Levensloop’ geworden uit zijn bundel ‘Dit is mijn dag’ uit 2004 waarbij vooral de laatste regels me deden besluiten voor dit gedicht te kiezen.
.
Levensloop
.
Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,
de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,
het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,
zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf
zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.
Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had
onder de wielen van de tijd wegstoof.
.
Wat ons had kunnen zijn
Poëzieweek 2018
.
De Poëzieweek van 2018 is alweer achter de rug. Een week boordevol aandacht voor de poëzie, wedstrijden, prijswinnaars, podia, voordrachten en artikelen over poëzie in vele verschillende media. Een week is al meer dan, alleen, een Gedichtendag maar nog steeds is alles wat met poëzie te maken heeft gepropt in die ene week. Ik pleit dan ook, nog steeds, voor een Maand van de poëzie. Zoals ze bijvoorbeeld in de Verenigde Staten kennen (The Poetry Month).
En natuurlijk is ook het Poëzieweekgeschenk weer weggegeven. Dit jaar was dit de bundelde van Peter Verhelst met de titel ‘Wat ons had kunnen zijn’.
Veel poëzieliefhebbers zullen in de poëzieweek een poëziebundel hebben aangeschaft, misschien wel om dit geschenk te verkrijgen. Twee voor de prijs van één. Maar er zullen ongetwijfeld ook een hoop liefhebbers van de dichtkunst zijn die dit niet hebben gedaan. Die mensen zou ik willen zeggen, ga alsnog naar je boekhandel, koop daar een poëziebundel van je keuze (er is zoveel moois om uit te kiezen) en vraag de boekhandelaar alsnog om de bundel van Verhelst.
Om je alvast n de stemming te brengen (en alsnog over te halen) hier een gedicht uit de bundel.
.
Souffleur
.
Wat ons had kunnen zijn:
.
onder al ons roepen zwijgt de man
die hier niet was
over de vrouw die hij heeft gekend,
.
en roept onder al ons zwijgen de vrouw
die hier is geweest
met de man die ze nooit heeft ontmoet.
.
We zitten elk in een kamer uit te kijken
over de zee naar wat daar opduikt, zonlicht,
maar we weten niet wie we zijn,
nooit zien we wie uit het water komen
en zonder onze naam te kennen naar ons kijken.
Tot de branding wit wordt
en ze weer wegzwemmen.
.
Zo graag
.
had ik iedereen behoed voor het ergste, maar
het beste moest nog komen.
.
Electropoëzie
Voor de moord
.
Van mijn dochter kreeg ik een tip over een Groningse band ‘Electropoëzie’ en hun nieuwe CD ‘Voor de moord’. Electropoëzie zijn, zoals ze het zelf omschrijven: “Twee denkramen,
één gedeelde vensterbank. Het ene raam levert de teksten. Het andere de muziek. Volledig symmetrisch. Volledig gestoord.”
En met zo’n omschrijving heb je mijn aandacht. Electropoëzie bestaat uit Hans Hoeverloo, hij schrijft de teksten en Harmen Ridderbos (ook wel de Ridderbaas genoemd) die verantwoordelijk is voor de muziek. Het tweetal maakt experimentele muziek die uitmunt in een explosie van creativiteit. Ze weten elkaar daarin zonder enige moeite te vinden.
Met titels als ‘Schreeuwende Dode Rozen’, ‘Maniakale Medley’ en ‘Boodschappenlijstje’ word je vanzelf nieuwsgierig. Ik las een review van de CD op mcsharq.nl en daarop werd het nummer ‘Symmetrie’ als diepgaander omschreven. Daarom hier de tekst en het nummer.
.
Symmetrie
.
Je staat, bevreesd en versteend,
Uit je raam te staren.
De dobbelsteen vol geluk
Nog in je vuist geklemd.
Door het warme licht
Zie je Hans zijn ijskoude blik
Zich langs je grijze muur
Een weg bij je naar binnen boren.
Je vraagt,
Meneer Mulisch,
Waarom is hij bij ons
En niet bij de buren?
Want Hans houdt van de angst,
Antwoord Harry,
En van de symmetrie,
Mijn jongen vol verdriet,
De symmetrie in je vensterbank.
Lamp lamp
Orchidee orchidee
Ornament ornament
Beeldje beeldje
Vetplant vetplant
Bloempot bloempot
Vaas vaas
Moord moord
Vaas vaas
Bloempot bloempot
Vetplant vetplant
Beeldje beeldje
Ornament ornament
Orchidee orchidee
Lamp lamp
Symmetrie in je vensterbank
Ik haat
Moord.
Van niets.
Naar alles.
Naar niets.
Om alles.
Of niets.
Toeval bestaat niet
Ik haat deze dag!
Met gesloten gordijnen
Creëer ik de nacht.
.
Lennaert Nijgh
Pastorale
.
In het onvolprezenmaandblad van het Genootschap Onze Taal, Onze taal, van december 2017 staat een mooi beschrijvend artikel van Guus Middag over de tekst/liedjesschrijver Lennaert Nijgh. Zie dat je dit tijdschrift te pakken krijgt en lees dit artikel. In het stuk behandelt hij de tekst van het lied ‘Pastorale’ gezongen door Ramses Shaffy en Liesbeth List, een duet dat Nijgh samen met Boudewijn de Groot schreef in 1968. Middag beschrijft in dit artikel de kosmische poëzie die in dit lied zit. Ik ben het met hem eens, de tekst van ‘Pastorale’ is, uitgeschreven gewoon een prachtig gedicht. Oordeel zelf.
.
Pastorale
Mijn hemel blauw met gouden harp
Mijn wolkentorens, ijskristallen
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde
En bij het water speelt een kind
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach
‘k Hou van je warmte op mijn gezicht
Ik hou van de koperen kleur van je licht
Ik geef je water in mijn hand
En schelpen uit het zoute zand
Ik heb je lief, zo lief
Ik scheur de rotsen met mijn stralen
Verhoog de meren in de dalen en
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt
Verberg je ogen in een hand
Voordat m’n glimlach ze verbrandt
M’n vuur, m’n liefde, mijn gouden ogen
’t Is beter als je nog wat wacht
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan
De nacht is te koud, de maan te grijs
Toe neem me toch mee naar je hemelpaleis
Daar wil ik zijn alleen met jou
En stralen in het hemelblauw
Ik heb je lief, zo lief
Als ik de aarde ga verwarmen
Laat ik haar leven in m’n armen
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht
Maar soms ben ik als kolkend lood
Ik ben het leven en de dude
In vuur, in liefde, in alle tijden
M’n kind ik troost je, kijk omhoog
Vandaag span ik mijn regenboog
Die is alleen voor jou
Nee nooit sta ik een seconde stil
‘k Wil liever branden neem me mee
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee
Geen leven dat ik niet begon
En vliegen langs jouw hemelbaan
Je kunt niet houden van de zon
Ik wil niet meer bij jou vandaan
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief
.
Solliciteren
Ingmar Heytze
.
Het is alweer de laatste zondag van de maand en dus de laatste keer Ingmar Heytze als dichter van de maand januari.
Vandaag koos ik voor een wat ouder gedicht van Heytze uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 getiteld ‘Solliciteren’.
De dichter van de maand februari zal Levi Weemoedt zijn.
.
Solliciteren
.
Nog nooit zo tergend opgegeten
als tijdens dit gesprek
door een driedelige gedaste bidsprinkhaan.
Woorden stuiten op tafel, knikkers vallen
op een glasplaat. Hij neemt slokken
van mijn levensloop en boert onaangedaan.
Hij rolt mij in. Hij steekt mij aan
en rookt mij op. Dan mag ik gaan.
Later belt men mijn stoffelijk overschot.
Ik heb de baan.
De valsche veerman
Nieuw leesboek voor katholieke scholen
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik van een vriend een bijzonder oud (1900) maar erg leuk boekje met de titel ‘Nieuw leesboek voor katholieke scholen’. Een boekje vol verhalen, liedjes en gedichten uit een tijd waar wij ons echt niets bij voor kunnen stellen. De verhalen zijn doordrongen van een diep religieus besef, zijn moralistisch en staan vol stichtende taal. Op zichzelf is dat al genieten, juist omdat het zo anders is dan tegenwoordig, maar er staan ook een paar hele aardige gedichten in
Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘De valsche veerman’ dat me deed denken aan een liedje van vroeger over een kikvors aan de oevers van de Rotte. Alleen was het daar een ooievaar die roet in het eten gooide.
.
De valsche veerman
.
Er piepte reis in ’t oeverzand
Van een rivier een muis: zij wou
Zoo dolgraag naar den overkant,
Doch wist niet, hoe ze er komen zou.
.
Dat merkte algauw een kikker daar.
“He juffer!” kwaakte die, “kom hier!
Bind aan het mijne uw pootje maar,
En ik vaar je over met plezier.”
.
Ons muisje deed het – één, twee, drie!
De kikker stak van wal – hoezee!
En ’t lustig knagelijntje – zie,
Voer als zijn passagier toen mee.-
.
Een poosje nu ging alles goed;
Maar ach! de pret was spoedig uit:
In ’t midden van den breeden vloed
Dook onverwachts de valsche puit.
.
“Help, help! o wee ‘k verdrink!” zoo kreet
Onze arme muis toen in haar angst….
Daar pakte opeens een valk haar beet, –
Vloog op, en had – een dubbele vangst!
.
10.000 kleine voorwerpen
Wibo Kosters
.
In 2016 was éen van de deelnemende dichters aan de Poëziebustoer de dichter Wibo Kosters (1978). Wibo is schrijver, dichter, organisator en performer. Op zijn website https://wibokosters.nl staat een erg lange lijst van optredens vanaf 2007 maar ook samenwerkingen die hij aanging met beeldende kunstenaars. Van 2017 – 2019 is hij stadsdichter van Deventer en hij maakt deel uit van dichterscollectieven ‘Brommerdief’ en ‘de korte metten’. In de poëziebusbundel werd het gedicht ‘10.000 kleine voorwerpen’ geplaats en dat sluit aan bij de nieuwe weg die Wibo heeft ingeslagen om eenvoudiger te leven. Zie daarvoor ook zijn website https://legewittekamer.wordpress.com
.
10.000 kleine voorwerpen
.
elke dag een beetje verdwijnen
in voorwerpen die het huis verlaten
met de anekdotes
van de dingen
ik word een man zonder context
verberg me niet in spullen
mijn handen langzaam
echte handen
die niet bezighouden
maar doen
straks is er geen verhaal meer
geen taal om mij
ben ik een herinnering
onopgemerkt
voorbij
.
















