Site-archief
Ik, schaduw
Simon Vinkenoog
.
Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.
In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.
.
Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.
.
Ik, schaduw
.
Een ander ben ik,
gestoken in mijn kleren,
die met mijn naam wordt aangesproken.
.
Hij woont in hetzelfde huis als ik,
wij slapen met dezelfde vrouw
en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.
.
’s Morgens wordt hij in mij wakker,
staat met mij op, wast zich en scheert mij,
wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.
.
Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,
uit mijn mond komen ook zijn woorden.
Soms overvalt hij hersenschuddend mij
en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.
.
Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.
Wat ik niet zeggen wil
schreeuwt hij voluit van de daken.
.
Ik weet niet meer wie ik ben,
ik weet niet waar hij mij zal leiden,
maar als ik niet meer leef
neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.
.
Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)
De plek
Zondag 3 april
.
Op de dag dat ik zelf voordraag in Eindhoven bij mijn collega en vrolijke vriend Derrel Niemeijer in Pepperplus, het gedicht van Herman de Coninck getiteld ‘De plek’. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet heb ik iets met poëzie en plekken. Ik heb vooral een bijzondere voorliefde voor poëzie op vreemde plekken (zie ook deze categorie).
Maar vandaag op de Herman de Coninckzondag dus het gedicht ‘de plek’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.
.
De plek
.
Je moet niet alleen, om de plek te bereiken
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
.
Doe mee! en win….
Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
.
Ook in 2016 organiseert de stichting Ongehoord! een poëziewedstrijd. Dit jaar is het eerste jubileum, het is namelijk de vijfde keer dat we deze wedstrijd organiseren. Doe mee en treedt in de voetsporen van Hervé Deleu, Anneke Wasscher, Alja Spaan en Gerad Scharn, prijswinnaars van de vorige vier edities.
Het thema dit jaar is: ‘Verwachting’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.
- Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘Verwachting’.
- Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
- Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
- Het gedicht moet worden aangeleverd in een Worddocument zonder opmaak, lettertype times new roman, 12 punts letter.
- In de mail moet de naam van de dichter (geen pseudoniem) staan. ook al staat de naam in het e-mailadres, toch duidelijk de naam van de dichter vermelden, evenals de titel van het gedicht.
- Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Deze namen worden in de loop van dit jaar bekend gemaakt.
- Inzendingen kunnen vanaf 15 maart 2016 tot en met 31 mei 2016 worden ingezonden naar ongehoordgedichtenwedstrijd@gmail.com.
- Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
- De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden op zondag 20 november 2016 in het Bibliotheektheater in Rotterdam.
- Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
- Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
- Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht in een eventueel te verschijnen E-bundel (mits opgenomen in de shortlist).
Dit kun je allemaal winnen!
Hou deze website in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De te winnen prijzen zijn: 1e prijs een beeldje van Lillian Mensing, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium
2e prijs publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium
3e prijs, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium
De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.
Deze gedichtenwedstrijd is ook terug te vinden op http://www.schrijvenonline.org
.
Daarachter
Doeschka Meijsing
.
In mijn jeugd was Doeschka Meijsing (1947 – 2012) een bekende schrijversnaam al kende ik niemand die ooit iets van haar gelezen had. Dat ze ook poëzie schreef was mij niet bekend tot ik las dat ze in 1986 een dichtbundel heeft uitgebracht met de titel ‘Paard Heer Mantel’ . Dat was haar enige poëziebundel. Meijsing werd niet oud, ze overleed op 64 jarige leeftijd. Voor haar proza ontving ze verschillende prijzen.
Uit de bundel ‘Paard Heer Mantel’ het gedicht ‘Daarachter’.
.
Daarachter
.
De diepte ja,
die kennen we.
Die is vaak nogal hartgrondig.
.
Maar de geur van violieren.
De deur naar de andere
kamer.
Waar ieder
voorwerp specifiek de geliefde
spiegelt.
.
Waar ieder
ander een rivaal is.
.
Die deur.
daarachter.
Wie er liederen zingt.
.
Die.
.
Foto: Steye Raviez
Red poem
Rives Granade
.
Kunstenaar Rives Granade uitv het plaatsje Mobile in Alabama in de Verenigde Staten exposeerde afgelopen jaar met, wat hij noemt, poetically charged architectural fusions. Omdat ik graag de grens tussen poëzie en kunst verken viel mijn oog op één van de schilderijen die deze tentoonstelling bevatte (de tentoonstelling was tot december 2015). Het betreft hier het schilderij ‘Red Poem’.
Hoewel Red Poem geen gedicht is, volgens mij is het zelfs geen tekst of taal, deed het me erg herinneren aan eerdere kunstwerken van kunstenaars die zich lieten inspireren door poëzie.
Zo ook Rives Granade. De schilderijen in deze tentoonstelling hebben allemaal een tekstueel element, een soort graffiti met een poëtische referentie. Dit slaat terug op Rives’ filosofie over het maken van kunst, het creëren van ruimte en het definiëren van kleur.
Veel van de werken in Red Poem zijn een middenweg tussen taal, architectuur en beeldhouwkunst. Het uitgangspunt voor deze werken was het lezen van poëzie. Rives schrijft ook poëzie, zijn dichtbundel komt in het voorjaar van 2016 uit.
.
Voorbij de laatste stad
Gerrit Achterberg
.
In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.
De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.
Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.
Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.
.
Concave
.
Liggend twee heilige heelallen in elkander,
hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,
voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,
schuif ik bedachtzaam bolsegment
na bolsegment langs uwe klingen,
zonder in u te dringen;
wij hebben eender middelpunt
.
V in vers
Verzetspoëzie
.
In 1965 werd naar aanleiding van het feit dat de Tweede Wereldoorlog 20 jaar daarvoor werd beëindigd, de bundel ‘V in vers’ uitgegeven. De ondertitel van dit boek luidt: De bezetting en het verzet in verzen op de voet gevolgd door Anthonie Donker, met medewerking van E.G. Groeneveld.
Dat ‘op de voet gevolgd’ slaat op de manier waarop deze bundel is samengesteld. In de bundel wordt namelijk verband gelegd tussen verzen en feiten. Vaak werd een verzetsvers namelijk geschreven naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis. De aan de voet van de gedichten opgenomen aantekeningen verduidelijken waar nodig dat verband en geven biografische bijzonderheden. Dat is waar de bijdrage van Drs. E.G. Groeneveld om de hoek komt, hij werkte destijds voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.
De V in de titel van het boek verwijst naar de V van Vrijheid, Verzet en Victorie. Deze verzen ‘bevrijdden’ degenen die hun gevoelens op deze wijze onder woorden brachten en, als ‘kleine overwinningen’van hand tot hand gaande, stimuleerden zij anderen in hun verzet.
De schrijver Anton van Duinkerken, pseudoniem van de Nijmeegse hoogleraar dr. W.J.M.A. Asselbergs, verbleef van mei tot december 1942 als gijzelaar in het tot interneringskamp ingerichte Klein seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. In het voorjaar van 1942 waren de bezetters ertoe overgegaan een groot aantal Nederlanders gevangen te zetten als gijzelaars. Hiertoe trachtten de Duitsers het toenemende verzet de kop in te drukken, daar in de toekomst na een tegen hen gerichte aanslag een aantal gijzelaars als represaille zou worden gefusilleerd. Dit is twee maal gebeurd waarbij in totaal acht gijzelaars vermoord werden.
Het gedicht van Anton van Duinkerken over deze gijzelaars is getiteld ‘Concentratiekamp’.
.
Concentratiekamp
.
Niets dan een stem van een kind op de weg
is genoeg om volkomen gevangen te zijn.
Achter het prikkeldraad wuiven de heesters;
wat verder staan bomen, en rein
in de lucht van de zomer klinkt eensklaps daarachter
het heldere, hoge geluid
van ’t kind, dat plezier heeft, en ’t weet niet hoezeer het
voor allen de vrijheid beduidt.
.
Dit lijkt op het heldere schellen der huisbel
na schooltijd, als ’t zaterdag is:
dan komen ze stoeiende vragen aan de vader,
waar morgen, direct na de Mis
de wandeling heengaat. Ze maken plannen;
het huis is te klein voor ’t geluk
en luid breekt de geestdrift der schone verwachting
de ernst der studeerkamer stuk.
.
Wat baat het, van kindren en vrijheid te dromen
terwijl men toch vruchteloos tuurt
om achter de heesters een glimp te betrappen
van ’t leven? – Gevangenschap duurt
niet korter, wanneer men zijn eigen geluk zoekt, –
wij zijn meer dan zeshonderd man.
Een kind op de weg heeft gelachen. Wij hoorden ‘t
en elk werd er eenzamer van.
.
Zondag (2)
Tweede paasdag
.
Zoals beloofd ook vandaag een gedicht van Herman de Coninck. Evenals gisteren een gedicht uit ‘De lenige liefde’ uit het deel ‘ars poetica’ met als titel ‘2’.
.
2
.
Geen sentimenten die me schrijven
maar ik die sentimenten maak:
.
‘Liefste’zeg ik, en dat woord
doet me beminnen.
.
‘Huil niet’ zeg ik
en zachtjes ga ik huilen,
.
liefste, liefste, liefste.
.
Zondag (1)
Pasen
.
Omdat Pasen in de beleving van veel mensen uit twee zondagen bestaat kreeg ik de tip van een goede vriendin om dan maar op beide paasdagen een gedicht van Herman de Coninck te plaatsen. Omdat ik met alle liefde gedichten van Herman de Coninck deel vond ik het meteen een goed idee. Vandaar vandaag deel 1 van de Herman de Coninckzondag met een gedicht uit ‘De lenige liefde’ uit het onderdeel Ars Poetica met als titel ‘1’.
.
1
.
Zie hoe mijn zachtste
gedachte
als een zevenmaandertje
onder teveel licht
te ademen ligt
in de glazen broeikas
van dit gedicht.
.
En ik moet buiten blijven staan
en kijken door de ruiten
want ik kan er niet meer aan.
.
















