Site-archief

Gedicht in een garderobe

Theater Lampegiet

.

In de garderobe van theater Lampegiet in Veenendaal is een gedicht van Kees Torn geplaatst dat heel toepasselijk is voor de plek waar het hangt.

Het gedicht ‘Probleem’ van Kees Torn maakt deel uit van de ‘Gedichten in het centrum’ van Veenendaal.Er hangen op dit moment al veel gedichten in het centrum. Daarvan zijn er twaalf door de commissie Gedichten op Muren geplaatst. Daarnaast hangen in het centrum vijf gedichten van scholieren die de afgelopen jaren gewonnen hebben bij de gedichtenwedstrijden die de commissie organiseert. Het is de bedoeling dat er binnen afzienbare tijd een zogenaamde gedichtenroute door het centrum komt. Naast het gedicht van Torn zijn gedichten te lezen van o.a. Kees Stip, Jules Deelder, Jan Hanlo en K. Schippers.

Meer info op: http://www.gedichtenopmuren.nl/index.php/in-het-centrum/

.

Torn

Sylvie Marie

Vlaamse dichters

.

Sylvie Marie ( 1984) woont in Gent, waar ze politieke en sociale wetenschappen studeerde. In Brussel voltooide ze haar studententijd met een postgraduaat journalistiek. Ze publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium. In het voorjaar van 2009 verscheen haar debuutbundel ‘Zonder’.  In 2011 volgde een tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs en de JC Bloemprijs. In 2013 verscheen ‘Speler X’, een voetbalroman waarvan ze co-auteur is. In juni 2014 verscheen haar derde dichtbundel ‘Altijd een raam’.

Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo nadat ze Humo’s Gouden Aap won. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie. Ze was poëziecoördinator bij Meander en is redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina. Op haar website http://www.sylviemarie.be/ kun je veel meer informatie vinden.

Uit haar bundel ‘Zonder’ uit 2009 het gelijknamige gedicht.

.

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

.

Sylvie marie

Gedicht op een tapijt

Obe Postma

.

Van de Friese dichter Obe Postma (1868 – 1963) is in Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum in Leeuwarden, op het tapijt in de hal een gedicht geplaatst. Het betreft hier het gedicht ” ‘T hat west, it is ‘t” uit 1951.

Postma debuteerde in 1902 in het tijdschrift ‘Forjit my net’ . In 1947 kreeg hij de Gysbert Japicxprijs voor de bundel ‘It sil bestean’  en in 1954 won zijn gedicht  ‘Fan de fjouwer eleminten’ de Rely Jorritsmaprijs.

 

T hat west, it is ‘t

 

 

Hat west, it is; it stiet beskreaun

En heart ta wrâlds bestean,

’t Is by it grutte barren komd

En kin net mear fergean.

 

Wy drage it mei yn ùs ûnthâld

In libben barrens stik,

Mar fêster wierheid hat it wûn

Yn ivichheids beskik.

 

O freonen dy’t myn jonkheit hie,

O mienskip my sa nei!

Fergûn, ferstoarn? Mar heger geast

Hat it yn ljochte dei.

 

Uit: Samle fersen

 

Nederlandse vertaling

 

’t Is geweest;

 

 

het is, het staat beschreven

En hoort tot werelds bestaan,

’t Is bij het grote gebeuren gekomen

en kan niet meer vergaan.

 

Wij dragen het mee in ons

Een gebeurtenis uit het leven,

Maar vaster werkelijkheid heeft het gewonnen

in eeuwigheids plan.

 

 

O vrienden wie mijn jeugd had

O gemeenschap mij zo dichtbij

Vergaan, gestorven? Maar hoger geest

Heeft het in lichte dag.

 

Vertaling: Andrys Stienstra

gedicht op tapijt

 

Foto Jan Kalma

Eeuwigdurend gedicht

De Letters van Utrecht

“In de stenen van de straten van Utrecht groeit een eeuwigdurend gedicht voor de toekomst.
Iedere zaterdag houwt een steenhouwer tussen 13.00 en 14.00 uur ter plekke de volgende letter. In maanden ontstaan woorden, met de jaren zinnen. Als Utrechters dit blijven doen schrijven zij met de lijn van zinnen weer letters in de plattegrond van de veranderende stad”.
Dit staat te lezen op de website van één van de aardigste initiatieven die ik ben tegengekomen als het gaat om poëzie in de openbare ruimte. Het gedicht groeit zolang het door de inwoners van Utrecht wordt gedragen en gesteund. Iedere week kan iemand zijn naam met een letter verbinden, om zo een steentje bij te dragen aan dit gedicht voor de toekomst.
Het gedicht begint op de Oudegracht, op de hoek bij de Smeebrug ter hoogte van nummer 279 en loopt richting het Ledig erf.
Op 2 juni 2012 heeft burgemeester Aleid Wolfsen het begin van het gedicht onthuld en zelf het hoogste bod voor de eerste letter (nummer 649) uitgebracht.Om het begin te realiseren werden op 30 en 31 mei 2012 de letters 1 t/m 648 in de straat gelegd, en met terugwerkende kracht aan de zaterdagen van 1 januari 2000 t/m 26 mei 2012 toegekend.
Bekende dichters die een steen hebben gekocht en bij hebben gedragen aan het gedicht zijn o.a. Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Alexis de Roode, Ellen Deckwitz, Mark Boog en Chrétien Beukers.

Hoe werkt het?

De Letters van Utrecht kunnen alleen blijven groeien met de steun van participanten. U kunt uw eigen naam, maar u kunt ook de naam van uw in Utrecht geboren kind of kleinkind verbinden aan de stad. U levert
door de kosten te dragen van een nieuwe letter een bijdrage aan dit kunstwerk zonder einde. U vereeuwigt zo uw naam of de naam van uw kind of kleinkind in de straten van Utrecht. U kunt uzelf, uw kind of kleinkind opgeven als “medeklinker” via http://www.delettersvanutrecht.nl, op deze website is nog veel meer informatie te vinden
.
letters
tlvu
tlvu3
tlvu4

Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde

Erich Fried

.

Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland maar hij schreef steeds in het Duits. Erich Fried was het enig kind van Joodse ouders. Toen zijn vader werd vermoord tijdens de Anschluss in 1938 vluchtte zijn moeder met hem naar Londen. Daar hield hij zich staande met allerlei baantjes waaronder die van bibliothecaris.

Vanaf jongs af aan kwam zijn schrijftalent naar voren maar het duurde tot 1958 toen hij eerste bundel publiceerde “Gedichte” dat hij echt als schrijver doorbrak. Vanaf die tijd publiceerde hij vrijwel jaarlijks een  dichtbundel maar ook romans, novellen essays en vertaalde hij werk van o.a. Dylan Thomas, T.S. Elliot en Graham Greene naar het Duits.

In 2003 verscheen ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ in vertaling van Gerrit Kouwenaar. Uit deze bundel het gedicht ‘Liefdesgedicht voor de vrijheid, vrijheidsgedicht voor de liefde’.

.

Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde

Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde

Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt

en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’

zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig

of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?

Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde

en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid

.

erich fried

 

Met dank aan Wikipedia

(oud) Gedicht onder een brug

Leiden

.

Dat je in de openbare ruimte gedichten aan kan brengen is geen nieuws, dat dit in vroeger tijden al gebeurde blijkt uit een eeuwenoude steen onder de Sint Jeroensbrug in Leiden.

In 2012 maakte Dirk Geirnaert bekend dat het gedicht tevens 5 raadsels bevat. De raadsels gaan over de lengte van het beleg van Leiden en tijdstip, dag, maand en jaartal van Leidens Ontzet. De antwoorden vind je in de tekst zelf.

De tekst luidt:

 

Men was in groot verdriet
Want eten wasser niet
En tvolc van hunger schreiden
Ten laetst God nedersiet
En zunt deur deze vliet
Broot spiz en dranc in Leiden

 

De onderstreepte letters vormen samen de datum ‘drie october’. Maar dat is niet het enige. Dirk Geirnaert ontdekte dat het gedicht een chronogram is: een stukje tekst waarin Romeinse cijfers voorkomen die bij elkaar opgeteld het jaartal vormen dat wordt herdacht. Tel de letters M, C, I en L als Romeinse cijfers op, dan krijg je 1574, het jaar van Leidens Ontzet. Het gedicht bevat 131 letters. Zoveel dagen duurde het beleg.

.

gedenksteens_vliet_geuzen_leiden

 

jeroensbrug

Puberpoëzie

Vragen

.

Al eerder besteedde ik aandacht aan de website puberpoezie.nl waar pubers hun gedichten kunnen plaatsen. Ook werd ik gevraagd om als jury op te treden bij hun gedichtenwedstrijd. Ik werd toen al verrast door de kwaliteit van de gedichten op deze site.

Binnenkort start ik op Dichterskring.nl een bespreking van gedichten van leden van de Dichterskring en zal ik inzenders van puberpoëzie behandelen op deze website. Maar meer daarover later. Vandaag van de puberpoëzie website een gedicht van Carline (18 jaar) met de titel ‘Vragen’

.

Vragen

.

 

 

 

Wat kraken de kraaien, waar schuilen

sterren overdag, waarom schreeuwen vaders,

welk weer is echt

waarom krijsen kinderen, wie brandt

de coniferen plat, waar verblijft de winter

in de zomer, denkt de tijd ook wel eens

dat hij te laat zal komen?

.

wanneer barsten de wolken, wie maakt

de luchten grijs, waar schuilt de zon voor

branden kaarsen ooit eens aan

waarom knappen snaren, wie loopt

er ’s nachts door de straat, waar halen

lampen dat licht vandaan en wanneer

gaan ze uit?

.

wie breekt de glazen, waarom knelt

de kou soms om je nek, waarom wil

de zon iedereen verbranden

waar ben je, en hoe gaat het, en draag

je nog je vaders sjaal, en hoe

gaat het in de liefde,

heb je al veel vrienden gemaakt?

.

en hoe hoog is nou eigenlijk

de hemel?

 

puberpoezie

 

 

Thuis

Kees Spiering

 

Vandaag, omdat ik weer thuis ben een toepasselijk gedicht van Kees Spiering ‘ Thuis’.

 

Thuis

 

Alsof je een plek bereikt.

Om je heen kijkt en weet

dat je thuis bent.

 

Een weiland, vergeten

langs duinen en bosrand,

iemand buigt tussen jou

en een feest – op zoek

naar de wijn, een gezicht

wordt zijn eerste woorden,

wat geschreven werd voor jou

door een nooit gevoelde hand.

 

Alsof je dit al kende

voor je het zag. Er geweest was

voor je er zou komen.

 

Zo thuis

 

 

met dank aan Plint.nl

 

Ballade aan de maan

Theo van Ameide

.

Theo van Ameide is het pseudoniem van Johan Hendrik Labberton. Labberton was een Nederlands jurist, dichter en essayist (1877 – 1955), geboren in Ameide (wat zijn pseudoniem verklaart).

Hij publiceerde een bundel gedichten onder de titel ‘Lof der wijsheid’ (1906), poëzie die eerder verscheen in het tijdschrift  ‘De Beweging’. In dat tijdschrift nam hij deel aan de discussie over ‘bezielde retoriek’ met bijdragen waarin hij pleitte voor ‘een nieuwe rethoriek’ (1913), een herstel van de ‘oude’ beelden en metaforen, mits doorvoeld en natuurlijk toegepast.  In 1912 verscheen zijn tot dan toe verschenen poëzie in ‘Verzamelde gedichten: 1906-1912’.

Pas in 1941 verscheen opnieuw poëzie van hem met het langere gedicht ‘Eeuwige lente’, in 1950 gevolgd door ‘Aarde en hemel: een gedicht’. De poëzie van Theo van Ameide heeft een filosofische strekking en is geschreven in een verheven retorische stijl.

.

Ballade aan de maan

.

Wij zijn te zamen maar alleen,
mijn bleke liefde, en over tijden
en ruimten gaat mijn mijmring heen
met u door lege luchten glijden;
daar kan geen tegenstand ons beiden;
gij ziet mij van de hemel aan,
als vroeg gij: waarom al dit lijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ik ben maar liefst met u getweên,
gij zijt althans niet van de blijden,
gij kunt begrijpen, dat ik ween,
wen gij uw tere glans gaat breiden
en dromen weeft om dorre heiden,
een parel tovert in een traan….
Gij zoudt mij willen leeds bevrijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Hoe dikwijls, ach, hoe dikwijls scheen
mijn wezen ook, van de aard gescheiden,
niets, niets te blijven dan alleen
een oog dat schouwde, een oog dat – schreide….
.
Mijn arm verlangen, dat bij zijden
verheven machteloos blijft staan,
heet gij vergeten, heet gij mijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ook gij….toch moet ik U benijden:
gij drijft, een glimlach, rond uw baan….
Begeer ik ook zo stil te weiden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

.

Verschenen in ‘De Beweging’ in 1912.

.

moon

Henk van Randwijk

Poëzieroute in Gorinchem

.

In Gorinchem is een poëzieroute waarbij allerlei gedichten in de openbare ruimte zijn aangebracht. Een van de gedichten is van dichter, journalist, verzetsheld, Gorkummer en mede-oprichter van Vrij Nederland Henk van Randwijk (1909-1966) . Hoewel Henk van Randwijk niet veel poëzie heeft gepubliceerd zijn de laatste regels uit het gedicht ‘Een volk dat voor tirannen zwicht’ beroemd geworden. Deze regels zijn aangebracht op de muur van het monument aan het Weteringplantsoen in Amsterdam.  Op deze plek was tijdens de oorlog een fusilladeplaats waar onder andere op 12 maart 1945 dertig verzetsstrijders werden geëxecuteerd.

Maar niet alleen daar deze regels, ook op een kunstwerk dat deel uit maakt van de poëzieroute in Gorinchem.

.

Een volk dat voor tirannen zwicht

.

Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein,
wij zijn tesamen ontboden voor het gericht …
.
Gedenk de liefste, die hier ligt,
de broeder, vrind of vader,
maar gun Uw ogen wijder zicht,
aanzie het land en alle mens tegader,
hoor dit bericht:
.
Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

.

Henk van Randwijk

 

In Gorinchem

HVR

 

In Amsterdam