Site-archief

Maurice Gilliams

Herfst

.

Ik dacht altijd dat ik een hekel had aan de herfst; koud, nat, grijs. En heel eerlijk denk ik dat nog steeds maar ik waardeer dit seizoen ook wel steeds meer. Al was het alleen maar door het aantal gedichten dat ik de laatste tijd over de herfst heb geplaatst. Het zal het licht en de verkleuring van de bladeren aan de bomen zijn maar ik begin een zekere waardering voor dit deel van het kalenderjaar te ontwikkelen. Ik realiseerde me dat toen ik het gedicht ‘Herfst’ las van de in Antwerpen geboren dichter Maurice Gilliams (1900 – 1982) in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1993. Oorspronkelijk verscheen dit gedicht in 1936.  In dit gedicht komen allebei mijn gedachten ten aanzien van de herfst aan bod.

.

Herfst
.

Het is een land van grijsaards na de zomer,
hier geeuwt de heide in haar gal van zonde;
het bruin der eiken heeft de geur van honden,
het dorp gloeit in zijn klokken van oktober.
.
De honing druipt vermoeid in aarden potten
waaraan de handen zich getroost verenen;
en eenzaam duurt ’t gemaal der molenstenen,
’t kasteel staat in zijn grachten te verrotten.
.
Sterfbedden blinken van het goud der vaderen,
’t is avond en de zonen zien het wonder:
’t geboortehuis dompelt in nevel onder
en jeugd en lief en ’t ál zijn niet te naderen.

.

 

Eik

Anneke Brassinga

.

In mijn tuin staan twee enorme eikenbomen. Of eigenlijk staat 1 in mijn tuin en 1 in de tuin van de buurman. Maar hun eikels en bladeren die ze in deze herfst afschudden zorgen ervoor dat ik een hele dag bezig ben met het ruimen van bladeren, takken en eikels om het pad en de directe omgeving een beetje bereikbaar te houden. Dichter Anneke Brassinga (1948) heeft in haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014 een mooi gedicht gepubliceerd over de Eik. Toen ik dat gedicht las wist ik meteen dat ik dat hier wilde plaatsen in dit seizoen waar ik, maar jullie ongetwijfeld ook, genieten van de prachtige kleuren en af en toe zuchten onder de enorme hoeveelheid bladeren die deze majestueuze bomen laten vallen in de herfst.

.

Eik

.

Stug loof uit kromme takken barstend, quercus robur,

wát u zegt! – meer heb ik niet te geef behalve schaduw,

als wolkendek ontbreekt. Dus hou uw mond,

.

tenzij u eikels vreten wou; ze vallen

straks na eerste kou. Mijn jas? Ik zou beschaamd zijn

u zo ruig doorgroeid te zien, vol mos.

.

En blijf ook af van al dat tere schemerweefsel

ondergronds, het treurt nog om Dodona

waar ik op rotsen stond en ruisend met mijn

.

doorwaaid blad uw god het woord gaf.

Licht was daar lavend vuur. Wat komt is duister:

ik voorspel mijzelf een stomme boom in windstille

.

verstuiving.

.

 

Ontwaken

Gerrit Achterberg

.

Overal in Nederland kom je ze tegen; Minibiebs. Een vreselijk woord dat in geen enkel opzicht de lading dekt van wat ze beogen te zijn; het zijn geen biebs (bibliotheken) en mini is in deze wel heel mini. Noem het wat het zijn: buitenboekenkastjes. Want dat zijn het een paar plankjes (meestal drie) van maximaal 50 cm breed (de meeste zelfs korter) in een afgesloten kastje in tuin of aan de gevel van een huis. De inhoud is meestal niet om aan te zien, een mix van kinderboekjes, versleten romans uit een ver verleden en studieboeken waarvan je je afvraagt waarom iemand ze in godsnaam zou willen bewaren, laat staan door zou willen geven.

Maar heel soms kom je er iets aardigs tegen. Zoals afgelopen week toen ik in zo’n kastje, tussen een aantal computerboeken uit de jaren ’80!, de bundel ‘Eiland der ziel’ van Gerrit Achterberg (1905-1962) tegen kwam uit 1984. Voorin een ansichtkaart van Saskia gericht aan Frank en Petra. Nu wijdde ik al menig blogbericht aan deze bijzondere dichter maar het kan nooit kwaad om nog eens een gedicht van hem te delen.

Uit de bundel ‘Eiland der ziel’ dat in 1936 voor het eerst verscheen koos ik het gedicht ‘Ontwaken’. Voor een uitgebreide bespreking van dit gedicht door Ãd Haans verwijs ik je graag naar de website cubra.nl.

.

Ontwaken

.

Des morgens kruipt een beest van vrees

door aderen en ingewanden,

en maakt mij weder tot een ander,

dan die ik slapend ben geweest.

.

Riep ik vannacht uw verten hees

om mij te vinden, en t’ ontvangen?

Ik weet het niet, het woord is anders

dan het in ‘t donker is geweest:

.

brandend van den Heiligen Geest

om uwe allerlaatste gangen

nog in te lijven bij de lange

verhalen die wij zijn geweest.

.

Mijn vreemde handen gaan vergeefs

den dag aanvangen.

Zo vindt van ‘t uitgedoofde feest

de wind de dode bloemen hangen.

.

Hoe dat moet

Frank Diamand

.

Afgelopen zaterdag was ik gevraagd te komen voordragen bij het dichterspodium Reuring van Alja Spaan in Alkmaar. Helaas moest Eva Jeune afzeggen maar samen met Petra van Rijn en Frank Diamand mocht ik de aanwezigen trakteren op mijn poëzie. Frank Diamand kende ik als dichter niet, ik had zijn naam weleens langs zien komen maar dat was het. Ten onrechte bleek.

Frank Diamand (1939) en zijn ouders werden in september 1944 in de laatste trein vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen getransporteerd. Op 13 april 1945 werd hij door Amerikanen bevrijd uit een van de treinen met zogenaamde ‘ruil-Joden’ (Joden die mogelijk tegen Duitse krijgsgevangenen geruild zouden kunnen worden), die van Bergen-Belsen naar Theresienstadt reed.

Frank Diamand is dichter en was filmmaker, regisseur en producer van documentaires voor de VARA. Ook werkte hij voor de Humanistische Omroep, de IKON, RVU en de Joodse Omroep. Diamand debuteerde als dichter in 1966 met het gedicht ‘Cybernetica’ in De Gids. Pas twintig jaar later, 1986, verscheen bij Van Gennep zijn debuutbundel ‘Wie wil er nu met Hitler in de tobbe?’. Latere bundels verschenen bij Essential Arts en Amphora books.

Dit jaar verscheen van hem bij Essential Arts de tweetalige bundel ‘Hoe dat moet loslaten en bewaren tegelijkertijd? / How that is done. holding and letting go at the same time? Uit deze bundel ,maar ook uit eerdere bundels, droeg Diamand voor en ik was plezierig verrast, ik had weer een bijzondere dichter ontdekt.

Uit zijn meest recente bundel die ik bij hem aanschafte (waarover Judith, een vriendin van hem zei: “Het perfecte cadeau voor iedereen die ooit gedumpt werd” het gedicht ‘Gepruttel na de breuk’.

.

Gepruttel na de breuk

.

Ik protesteer, ik weiger, ik laat me niet

tot een vergissing reduceren.

Ik ben je vader niet

noch je verkeerde echtgenoten.

.

Bedrieglijke bankbreuk heb je gepleegd.

Je deed je voor als lucratief

beleggingsfonds voor liefde.

Je belazerde de kluit.

.

Je deed me weg als een Marie Kondo.

Wreed ben je,

ter bescherming van het waanbeeld

in je hoofd, houd je me van verre.

.

Ik junkie van praten en contact,

– ik beken, en andere gebreken –

moet nu cold turkey verder.

.

Een verwend nest ben je,

maar o wat kan je zoenen.

.

Dichter van de maand november

E.E. Cummings

.

Voor de vaste lezer van dit blog is het wel bekend, één van mijn favoriete dichters uit het Engelse taalgebied, is E.E. Cummings. Ik heb al vele gedichten van hem door de jaren gedeeld op dit blog en zelfs een aantal vertalingen van zijn gedichten. Ik kwam echter tot de ontdekking dat ik hem nog niet dichter van de maand heb gemaakt.

Voor wie E.E. Cummings nog relatief onbekend is: Edward Estlin Cummings (1894 – 1962), vaak gestileerd als e e cummings, was een Amerikaans dichter, schrijver en kunstschilder. Hij was een van de meest radicaal experimentele en inventieve schrijvers van de 20e eeuw. Zijn stijl wordt gekenmerkt door typografisch non-conformisme, het gebruik van jazzritmes, jargon en andere elementen uit de populaire cultuur.

Al vanaf jonge leeftijd hield hij zich bezig met het schrijven van gedichten. Zijn eerste gepubliceerde collectie gedichten kwam van zijn manuscript uit 1922 met de titel ‘Tulips & Chimneys’ (Tulpen & Schoorstenen). In zijn gedichten verwerpt hij de formele dichtvormen zoals stanza’s en het gebruik van metrum. Zijn stijl wordt daarnaast gekenmerkt door typografische innovaties, zoals afwijkend hoofdlettergebruik (echter niet een volledig ontbreken van hoofdlettergebruik) en interpunctie, en door woorden of delen van woorden die weloverwogen over de pagina verspreid staan.

Uit de bundel ‘100 selected poems’ uit 1994 begin ik de maand november met een gedicht in enigszins slang Amerikaans zonder titel dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Is 5’ uit 1926.

.

mr youse needn’t be so spry

concernin questions arty

.

each has his tastes but as for i

i lkes a certain party

.

gimme the he-man’s solid bliss

for youse ideas i’ll match youse

.

a pretty girl who naked is

is worth a million statues

.

Verandering

Adriaan Morriën

.

Als er iets actueel is geweest het afgelopen jaar, en dat klinkt misschien raar, dan is het het feit dat er steeds wat veranderde. Aan de ene kant veranderde er niets; we zaten en werkten thuis, gingen niet uit, niet op vakantie, niet op visite, en aan de andere kant veranderde er constant dingen; mondkapje voor, mondkapjes af, winkels dicht, winkels open, niet op vakantie, wel op vakantie, QR code, Corona App. Elke zoveel weken een persconferentie waarin ons gewenst gedrag met en tussen onze medemens weer aan verandering onderhevig was.

Adriaan Morriën (1912 – 2002) schreef in zijn bundel ‘Moeders en zonen’ uit 1962 een mooi gedicht over verandering. Dat er ogenschijnlijk steeds iets veranderd maar eigenlijk alles bij hetzelfde blijft.

.

Verandering

.

Er is niets anders dan deze bomen,
zo groen, geduldig en gelukkig,
dit gras, gemaaid en met zichzelf tevreden,
waarop mijn stille voeten treden,
en deze hoge lucht, met duizend ogen,
die als een moeder naar mij kijkt,
wier kind ik ben, op wie ik lijk,
geborgen in haar verre zorgzaamheid.

.

Er is niets anders – en gelukkig maar –
dan dit in ogenblikken verdeelde
en zelf ook ogenblikkelijke jaar,
die stille stormvlaag van momenten
waardoor ik in een glimlach of een zucht
verander, met herinnering aan wie ik was
voordat mijn voeten traden op het gras,
voordat ik naar de bomen en de lucht
het hoofd ophief en ik ze zag.

.

 

Nederland 2010

Rob Schouten

.

In de bundel ‘Zware pijnstillers’ van dichter Rob Schouten (1954) uit 2012 las ik het gedicht ‘Nederland 2010’. En er vielen mij een paar dingen op. Allereerst dat er weinig is veranderd in 10 jaar, hooguit dat de Trèveszaal niet meer in gebruik is. Maar andere zaken als het afzetten tegen andere culturen, de spruitjesmentaliteit vanuit de jaren ’50 maar vooral onze zogenaamde vrijheidsdrang (alles moet kunnen) dat juist in deze periode weer zo opspeelt blijkt 10 jaar geleden ook al actueel te zijn.

.

Nederland 2010

.

Angst, stress en walging ja, het jongste vuil,

enfin de klassenstrijd is afgeblazen,

dus toeteren maar tegen de tzigane,

de muezzin die ons stellig verwenst.

.

Gebrek aan oorlog overweldigt ons,

vreemden sluipen langs dichtgeslagen luiken

waarachter onze wissewasjes snorren,

de jaren vijftig doen ons nog een keer.

.

Een stel ontsteekt in woede als agenten

ze opdragen het neuken nú te staken

op het stadhuisbordes! Wij, partizanen!

.

En in de Trèveszaal zet men zich in

om het aards leven te veraangenamen.

O Pompeji! O straffe diarree!

.

Glazenwasser ziet schilderijen

Menno Wigman

.

Met enige regelmaat ga ik voor mijn boekenkast staan en bekijk ik de ruggen van de vele dichtbundels die er staan. En altijd stop ik bij een bundel die ik op dat moment wil inzien en lezen. Dit keer is dat de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van Menno Wigman (1966 – 2018) die in 2019 na zijn overlijden werd gepubliceerd. Een prachtig vormgegeven bundel, samengesteld door collega dichters Neeltje Maria Min en Rob Schouten.

Zoals vaker komen naar aanleiding van een gedicht dan gedachten en in dit geval was dat bij het gedicht ‘Glazenwasser ziet schilderijen’. Ik was afgelopen week in Nancy in noordoost Frankrijk en ik bezocht daar onder andere het Musee des Beaux-Arts. In dat museum hangt het schilderij ‘Anne et Jehanne’ van Laura Leroux-Revault uit 1894. Een prachtig bijna Prerafaëlitisch schilderij van twee meisjes. Ik weet niet of er eind 19e eeuw al glazenwassers waren maar als die dit doek hadden zien hangen in een huis zouden ze ongetwijfeld even gepauzeerd hebben om het te bewonderen.

Het gedicht van Menno Wigman gaat juist over een persoon (de dichter) die tijdens het glazenwassen naar buiten kijkt, kunst ziet hangen en zichzelf en zijn situatie als schilderij ziet. Dat is het mooie van kunst en poëzie, ze kunnen je op gedachten brengen die je voorheen niet had of die losgezongen zijn van waar je naar kijkt.

.

Glazenwasser ziet schilderijen

.

Auto’s, gelach, geraas: alles slaat dood

op zeven hoog. Ik hoor alleen mijn spons

.

en het verkouden knarsen van het staal

waaraan ik hang. Soms spreekt een wolk mij aan

.

of gis ik wat een meeuw te zeggen heeft.

De mensen: druk, wit. stemloos, achter glas.

.

Op acht hoog kunst. Dat meisje daar, die lach,

wie heeft haar zo bespied dat ze immuun

.

voor complimenten mijn gezicht in kijkt?

En wanneer breekt die sperwer uit zijn lijst?

.

Ik hang hier als een ijskoud schilderij

waar niemand oog voor heeft, ik poets en zwoeg

.

en maak het uitzicht vrij – schilder er maand

na maand onvervalste wolken bij.

.

Kijk. Daar kruipt al zonlicht in mijn lijst.

.

O, als ik dood zal, dood zal zijn…

Jan Hendrik Leopold

.

Vandaag is het Allerzielen, de dag dat veel mensen stilstaan bij familie en vrienden die hen zijn gestorven. Vanavond sta ik met 15 andere dichters van Dichter bij de dood, op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag waar we voor bezoekers die daar prijs op stellen een troostrijk gedicht voordragen. Vanaf 19.00 uur is er op de begraafplaats een route uitgezet met fakkels waar men langs een aantal graven kan lopen waar dichters staan. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/10/21/poezie-op-allerzielen/

Voor een ieder die Allerzielen op een andere manier doorbrengt of op een andere manier aan overledenen denkt wil ik hier het gedicht ‘O, als ik dood zal, dood zal zijn…’ delen van Jan Hendrik Leopold (1865-1925) uit ‘Verzameld Werk’ Deel 1, Verzen uit 1967.

.

‘O, als ik dood zal, dood zal zijn..’

.

‘O, als ik dood zal, dood zal zijn

kom dan en fluister, fluister iets liefs,

mijn bleke ogen zal ik opslaan

en ik zal niet verwonderd zijn.

.

En ik zal niet verwonderd zijn;

in deze liefde zal de dood

alleen een slapen, slapen gerust

een wachten op u, een wachten zijn.’

.

Een verjaardagsgedicht

Ted Kooser

.

Voor mij is een dichtbundel vorm en inhoud maar ook vormgeving. Aan een slecht vormgegeven dichtbundel, hoe mooi de poëzie erin ook is, kan ik me echt ergeren. Een dichtbundel, vind ik, is een kunstwerkje in taal en waarom zou je dat verpakken in een slechte verpakking? Er zijn dichtbundels waar je op het eerste oog van denk; mwah. Dat gaat zeker op voor de bundel ‘Licht!’ Het museum van de poëzie, 125 dichters uit meer dan vijftig landen. Gekozen door Amnesty International en samengesteld door Daan Bronkhorst uit 2014.

De bundel is klein maar dat hoeft absoluut geen bezwaar te zijn, voorzien van een harde kaft, ook al niks mis mee, maar de foto op de voorkant, het teveel aan informatie op de omslag en de wat obligate foto doen af aan de inhoud; 125 gedichten over licht van allerlei dichters van over de hele wereld.

Gedichten van Nobelprijswinnaars, literaire sterren en vervolgde schrijvers en dichters. Zoals het gedicht ‘Een verjaardagsgedicht’ van dichter Ted Kooser (1939) Poet Laureate in de Verenigde Staten van 2004 -2006 en winnaar van onder andere de Pulitzerprijs. Ik koos dit gedicht omdat vandaag mijn oudste dochter jarig is.

.

Een verjaardagsgedicht

.

Net na het ochtendgloren, de zon staat

met haar zware rode hoofd

in een ijzeren kraag van bomen,

wachtend tot er iemand komt

met zijn emmer

voor het schuimig witte licht

en daarna een lange dag in de weide.

Ook ik besteed mijn dagen grazend

smullend van ieder groen moment

tot de duisternis roept

en ik met de anderen

de nacht in wandel

zwaaiend met de kleine tinnen bel

van mijn naam

.