Site-archief
Klein verzet : Kamiel Choi
Een recensie
.
Iedereen die zich met poëzie bezig houdt weet dat poëzie slechts een bezemkast bezet houdt in het huis van de literatuur. Poëzie is een niche. Vraag aan 100 mensen wat ze van poëzie vinden en 95 zullen er waarschijnlijk zeggen dat ze er niks van begrijpen. En dat terwijl er toch heel veel goed leesbare poëzie is. Misschien leest het niet zo makkelijk als een roman waarin met heel veel woorden iets wordt beschreven maar dat maakt poëzie er natuurlijk niets minder op, misschien is de leeservaring van poëzie juist door de beperking zelfs groter.
Ik begin met deze inleiding bij de recensie van de nieuwste bundel van Kamiel Choi (1979) schrijver, dichter en filosoof getiteld ‘klein verzet’ dat hij in eigen beheer in 2024 publiceerde, omdat binnen de poëzie er, ondanks het gegeven dat het maar een niche is in de literatuur, toch ook gelijkvormigheid voor komt. Hoe dat komt, daar heb ik wel een theorie over. Doordat veel dichters het vak leren via schrijversvakscholen, lijkt de poëzie die ze schrijven vaak erg op elkaar in thematiek, vorm en inhoud.
Niet de poëzie van Choi. Kamiel Choi is één van die stemmen in de Nederlandse poëzie die volledig autonoom en uniek is. Er zijn meer dichters die dit zijn maar Choi steekt er wat mij betreft bovenuit als het gaat om het hebben van een eigen stem. Zijn bundel ‘klein verzet’ zou ik als puzzelpoëzie willen beschrijven. Puzzelpoëzie in de zin dat ik gedurende het lezen van de bundel steeds opnieuw op het verkeerde (of moet ik zeggen ‘ander’) been werd gezet. Deze bundel is een soort escape room met daarin een sleutelgedicht dat meer licht schijnt op het geheel. Maar daarover later meer.
De bundel kent geen duidelijke afbakening in hoofdstukken maar er zijn wel onderdelen te herkennen. Zo zijn er ongeveer 16 gedichten die titels hebben met economische begrippen (o.a. Jaaropgaaf, Dividend, Ebitda) die je als onderdeel zou kunnen beschouwen. Zo maakt ‘de bosmens’ (Orangoetang) in vier gedichten zijn opwachting. Begint de bundel met een gedicht in vele talen en herhaalt hij dit in het gedicht ‘nemd’ op pagina 74 en 75. Zijn er twee drieluiken opgenomen ‘lyrische schetsen’ en ‘semantische schetsen’.
De bundel is, zo lees ik in een recensie van Anneruth Wibaut op Meander (waar Choi ook recensent was): Bevat gedichten van zeer uiteenlopende vorm: van larmoyante lyriek tot klankexperiment, van prozagedicht tot kreet, en van ready-made tot absurdisme.’. Ze nam dit over van de website van Choi. Toch vind ik dat dit de bundel tekort doet. Maar ik lees ook op zijn website: ‘Klein verzet staat ook voor de kleine versnelling, de versnelling waarmee je tegen de wind en bergop fietst. Dat kleine verzet is belangrijker dan hysterische dramatiek. Niet het grotere aantal, maar het grotere uithoudingsvermogen telt.’
En met deze uitspraak van Choi kom ik terug op mijn eerdere opmerking dat ik deze bundel bij uitstek puzzelpoëzie vind. Want met een groot uithoudingsvermogen is er zoveel te genieten in deze bundel. Iets dat je bij oppervlakkige lezing waarschijnlijk niet meekrijgt, tenzij je zo belezen bent dat je alle verwijzingen meteen kan plaatsen, maar ik denk dat de kans zeer groot is dat niemand dit kan. Want naast dat Choi achterin de bundel veel aanwijzingen weggeeft op de pagina’s ‘aantekeningen’ die verwijzen naar de verschillende onderschriften bij gedichten, is er het sleutelgedicht. Deze onderschriften lijken soms los van het gedicht geplaatst, soms duidelijk bij het gedicht horend, voor een complete leeservaring zou je bij elk van dit soort aantekeningen eerst achterin de bundel moeten kijken waar deze aantekening vandaan komt zodat je wat meer duiding krijgt bij het gedicht.
Dan het sleutelgedicht wat mij betreft. Dit staat op pagina 14 en heeft geen titel. In dit stuk wordt geschermd met verwijzingen naar bestaande en onbestaande mensen en poëtische lemma uit het lexicon van de poëzie. Zo schrijft hij: ‘Door academische referenties op te nemen wordt een belofte gedaan van waarheidsgetrouwheid, die voor bepaalde lezers een zweem van arrogantie impliceert en derhalve een onaangename indruk kan wekken.’ Maar meteen daaropvolgend: ‘Door in tweede instantie te vermelden dat de bovengenoemde referenties volledig uit de duim zijn gezogen, werkt de dichter een zekere aandoenlijkheid in de hand, en daarmee, zo luidt de vermetele hoop, een ontvankelijkheid voor het geschrevene.’
Zo is er een verwijzing naar Asemische poëzie, poëzie die de grenzen opzoekt van de taal, structuur en betekenis. Is er vanuit de Asemische poëzie indirect een verwijzing naar surrealisten als Max Ernst, Henri Michaux en de COBRA beweging. Wordt hyposignoïde genoemd, Dat is wanneer er sprake is van verminderde elektrische activiteit van hersengolven, vergeleken met wat normaal verwacht wordt. Maar wordt ook ene Jekyll J. Frummelsbach opgevoerd. Een niet bestaande persoon maar bij het lezen van de naam gaan je gedachten meteen naar De vreemde zaak van Dr. Jekyll en Mr. Hyde van Robert Louis Stevenson.
In dit stuk lijkt Choi te strooien met kruimels aan de hand waarvan je de bundel beter leert kennen. Naast de zelfspot en het absurdisme schuilt er waarheid achter deze woorden. Want wanneer je de academische referenties, de verwijzingen en het benoemen van figuren uit de Griekse mythologie en de plaatsen die Choi in de gedichten benoemt opzoekt, ontvouwt zich een soort tweede laag die de lezing inhoudelijk zeer ten goede komt. Een voorbeeld: in het gedicht zonder titel op pagina 21 worden een aantal plaatsnamen genoemd. Potosi herkende ik, daar (in Bolivia) ligt de Zilverberg waar onze ‘Zilvervloot’ vandaan kwam ooit en is een mijnwerkersstadje. Ook de andere namen van plaatsen verwijzen naar mijnsteden (kolen, koper, jade, ijzer, steenkool). Met deze kennis lees je dit gedicht meteen anders. Een ander mooi voorbeeld vind ik het gedicht ‘Clara Scifi 1212’. Als je niet weet dat dit gedicht gaat over de heilige Clara van Assisi en dat zij in het jaar 1212, toen Clara achttien werd, zich aansloot bij Franciscus van Assisi en non werd, dan lees je dit gedicht heel anders en misschien blijft het zonder deze kennis abracadabra voor je.
Om nu niet de verwachting te wekken dat elk gedicht een zoekplaatje is wil ik hier het gedicht ‘In het vrije veld’ plaatsen. Want naast de bovengenoemde gedichten staan er ook voldoende gedichten is die zonder ‘onderzoek’ goed te lezen en genieten zijn. gedichten waar de kritische wereldburger Choi zijn kijk geeft op allerlei onderwerpen maar ook de dichter die de wereld met verbazing en een groot poëtisch gevoel beziet.
.
In het vrije veld
.
Als mens ben ik laat.
Soms denk ik
dat het gras onder mijn blote voeten volstaat,
dat ik mag staan: aards, kranig, als een drager
waar niets te dragen is.
.absurd, authentiek, zoekplaatje, verwijzingen, aantekeningen,
Overal om me heen speelt de taal
in vol ornaat, haar spel bouwt sluizen
voor de tijd in onze huid.
.
Ik verlang diepe bewondering,
de angel van jouw complimentjes
dwars door mijn huid.
Ik neem alle beweging terug,
wordt de ademteug ertussen,
.
sta als een aap in nat gras
te bedenken hoe gratis alles is.
.
Mijn conclusie na het lezen van deze bundel is dat er nog steeds dichters zijn en die volkomen authentiek hun poëzie de wereld insturen. Deze bundel heeft geen ISBN nummer en is in eigen beheer uitgegeven. Dat maakt het vinden, als je er niet op zoek naar bent, moeilijk. Toch verdient deze bundel een groot publiek. Voor de rechtgeaarde poëzieliefhebber is er in ‘klein verzet’ zoveel te genieten, zo’n bundel gun je een groter publiek. De bundel is te koop bij de dichter via zijn website via de link hierboven.
.
Doe mee aan de Rob de Vos poëziewedstrijd
Monique Leferink op Reinink
.
Ook in 2025 organiseert Literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander, weer een poëziewedstrijd vernoemd naar de oprichter van Meander Rob de Vos. Eerdere winnaars van deze poëzieprijs waren Mandy Eggerding (2020), Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) Steven Van Der Heyden (2023) en Monique Leferink op Reinink (2024).
Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Zo ook dit keer.
Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zevende keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Dwalen’.
‘Not all those who wander are lost.’ – J.R.R. Tolkien
Soms is dwalen een zoektocht. Soms is het een bestemming op zich. In het thema ‘Dwalen’ ligt ruimte voor ontdekking, voor verlies, voor het onbekende en voor het vinden van onverwachte paden. Hoe vertaal jij dit in poëzie?
Het ingezonden gedicht is:
- in het Nederlands geschreven
- in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
- niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
- in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
- niet ondertekend met je naam
- geïnspireerd op het thema
- nooit ergens eerder gepubliceerd
- nooit genomineerd of bekroond
- niet kwetsend of discriminerend
- na inzending niet meer te veranderen
De jury bestaat in 2025 uit:
- Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent)
- Hettie Marzak (recensent)
- Anneruth Wibaut (schrijver, dichter, recensent)
- Annet Zaagsma (dichter)
- Marc Bruynseraede (schrijver, dichter, recensent)
- Tom Veys (schrijver, dichter, recensent)
Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In december volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van https://schrijvenonline.org/ of op schrijverspunt.nl. Hier zijn ook alle voorwaarden en het wedstrijdreglement te lezen.
Zoals geschreven was de winnaar van de Rob de Vos poëziewedstrijd in 2024 Monique Leferink op Reinink. Haar winnende gedicht ‘Canto’ lees je hieronder.
.
Canto
–
Ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de zwarte gaten in zijn geheugen
aan hoe hij steeds meer naar binnen groeit
zijn ingevallen wangen, open mond
en het cirkelen van gieren
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe zij door wankele gangen dwaalt
ongenode gasten als schaduwen achter zich aan
de tijd een half open vuilniszak
op de vloer van haar bestaan
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe hij het wit papieren zakdoekje zorgvuldig opvouwt
dan zegt ‘ik ben een klootzak, ik ga dood, wat moet ik doen?’
zij zijn deken rechttrekt, op de vlucht voor een man
die haar komt ontvoeren
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de afgeplakte spiegel, het deksel op de postoel
de blinde herhalingen, hoe het kwijt en vergeet
en steeds maar raakt, teloor gaat
in alle sponningen van het vreemde
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren,
aan haar luier en de schilfers op zijn paarse voeten
zijn knieën in een hoek van de kamer
het gordijn waarachter een eik en iets al blauw
en zij, zo eindeloos de verte.
.
Albert Hagenaars
Snijpunt Snijvlak
.
Albert Hagenaars (1955) ken ik al lang als dichter, schrijver en recensent van NBD Biblion (werk dat, schande!, tegenwoordig door AI wordt gedaan), zo schreef hij de aanschaf informatie voor mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’. Maar ik ken hem ook uit Bergen op Zoom waar hij zijn culturele activiteiten als beeldend kunstenaar en galeriehouder begon (en waar ik regelmatig een gevelgedicht van hem tegen kom).
In 1980 koos hij echter voor de literatuur. Literair werk van zijn hand verscheen in tijdschriften als De Tweede Ronde, Literair Akkoord, Maatstaf en Raster. En nu ook in MUGzine nummer 25.
Enkele bundels verschenen integraal in een andere taal: het Engels, Frans, Indonesisch en Roemeens, losse gedichten ook in het Duits, Pools en Spaans.
In MUGzine #25 verschenen twee nieuwe gedichten (een dubbelgedicht) van hem getiteld ‘Snijpunt Snijvlak’ te lezen op mugzines.nl en uiteraard in de papierenversie van MUGzine. Omdat niet iedereen dit leest hieronder deze gedichten.
.
|
SNIJPUNT Dit woord of die woorden? Deze borst en benen of dat lijf? Taal kent geen grenzen, zij steekt ze in gedachten over in andermans verstijven. Liefde zonder keuze is taal gezwollen van tekort in man na man na vrouw, op het snijpunt van het lot. Albert Hagenaars
|
SNIJVLAK Deze woorden of dat woord? Dit lijf of die borsten en billen? Liefde kent grenzen, hij denkt aan andervrouws taal tussen zwellende lippen. Niet talen naar een keurslijf is graaien voor wie zich verliest in vrouw na vrouw na man, op een snijvlak van een toeval. Albert Hagenaars
|
.
Discipline
Eric van Loo
.
In 2021 overleed Eric van Loo, collega bij Meander (recensent, verantwoordelijk voor de Meander Klassiekers en redacteur van Meander Magazine) en dichter. Op de website verscheen na zijn overlijden een mooi en persoonlijk in memoriam geschreven door drie van zijn collega’s bij Meander Hans Puper, Janine Jongsma en Alja Spaan.
In 2016 verscheen van Eric van Loo de debuutbundel ‘De regels van het spel’ bij Uitgeverij Kontrast. De bundel was het resultaat van 10 jaar dichterschap. Met zijn debuutbundel won Eric van Loo in 2017 de derde prijs van de Eijlders Poëzie Aanmoedigingsprijs. In 2018 won hij de 22e editie van de Willem Wilmink Dichtwedstrijd.
In de bundel ‘In donzen dromen’ de 100 beste gedichten uit de Gedichtenwedstrijd 2020 van het PoëzieCentrum Gent, staat een gedicht van Eric getiteld ‘Discipline’ dat ik hier graag deel.
.
Discipline
.
Wanneer het regende bleef de tuinman
binnen. Hem werd een schone taak gegeven:
oude meubels in de was zetten. Het donkere
hout, de geur van boenwas – een zuivere meditatie.
.
Een paar dagen later regende het opnieuw.
En weer wachtte hem een poetsdoek
en werd hem ingewreven dat elke bezigheid
zijn eigen waarde heeft.
.
Het regent regelmatig in Engeland.
En telkens wachtte hem de poetsdoek
en werd hem ingewreven dat eigenwaarde
een vorm van hoogmoed is. Niet zijn.
.
Pas na weken begon hem te dagen
hoe hij deze taak meester kon worden.
Hij wreef zich de ogen uit. Alsof de zon
doorbrak, alsof hij eindelijk
.
op zijn plaats was.
.
Rob de Vos-prijs 2024
Doe mee!
.
In 2020 begon literair E-magazine Meander met de uitreiking van de Rob de Vos-prijs voor poëzie. In 2020 was Mandy Eggerding de winnaar, gevold door Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) en Steven Van Der Heyden (2023). Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Afgelopen jaar zijn de winnaar en de genomineerde dichters met hun gedichten opgenomen in editie 20 van MUGzine.
Ook dit jaar wordt er weer een editie georganiseerd door Meander. Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zesde keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Overmacht’.
Het ingezonden gedicht is:
- in het Nederlands geschreven
- in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
- niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
- in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
- niet ondertekend met je naam
- geïnspireerd op het thema
- nooit ergens eerder gepubliceerd
- nooit genomineerd of bekroond
- niet kwetsend of discriminerend
- na inzending niet meer te veranderen
De jury bestaat dit jaar uit: Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent), Hettie Marzak (recensent), Onno-Sven Tromp (dichter, schrijver, recensent), Kamiel Choi (dichter, schrijver, recensent), Hans Franse (letterkundige, publicist, recensent) en Jeanine Hoedemakers (dichter, recensent). Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In november volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van schrijverspunt.nl
Vorig jaar won Steven Van Der Heyden, daarover heb ik toen al geschreven. De tweede plaats in 2023 was voor Annika Cannaerts (1964) met het gedicht ‘Laatste groet aan mijn lichaam’.
.
Laatste groet aan mijn lichaam
–
Zoals je met het kind op de arm door de kamer stapte, samen
de dingen aanwees: dag kast en dag stoel en dag tafel en
naar boven keek: kijk, de lamp, en hier, de schakelaar, licht
aan, licht uit, oh
–
dus dat daar op het bed is het lichaam zonder
vonk, strak en koud als tafel en stoel
mes en vork
–
wat achterblijft: de tekening van je voeten in de oude schoenen
het schrift met verse gedichten op de boekenplank, nog warm
ik ken jou uit mijn hoofd, jij vreemdeling
hier heb je je punt
–
op de schouw glanzen foto’s
onecht, ik groet je liever zoals je aankwam
bij je eigen deur, zoals je in je eigen
spiegel keek, mijn oude kind
–
dag lichaam, dag bed, dag raam, dag licht
.
Oorlogscyclus
Elly de Waard
.
Dichter, vertaler, recensent en popcriticus Elly de Waard (1940) debuteerde in 1978 met de bundel ‘Afstand’. Daarvoor, in de jaren ’60 van de vorige eeuw, woonde ze samen met de dichter Chr. van Geel (1917-1974). Na zijn dood begon ze zelf met het schrijven van gedichten. Haar belangrijkste voorbeelden waren Emily Dickinson, Sylvia Plath, Vasalis en Ida Gerhardt.
In 1984 richtte ze de dichtersgroep De Nieuwe Wilden, vernoemd naar ‘Neue Wilde’ een 20e-eeuwse, naoorlogse kunststroming ontstaan in Duitsland omtrent 1980. Het voornaamste doel van deze groep was dat vrouwen zichzelf als dichters gingen erkennen. Na haar debuut publiceerde De Waard nog zo’n 20 dichtbundels waaronder in 2016 de bundel ‘In die tijd’. In die bundel las ik het gedicht ‘Oorlogscyclus’. Een bijzonder gedicht waarover ik me afvraag wat het was dat het moment markeerde tussen de oorlog en het einde van ‘de tijd dat de dichter het goed had’.
.
Oorlogscyclus
.
Mijn droom dat de zee het duin overspoelde
Aan het eind van het Doornvlak
groeide een palm. Zo snel dat, hoewel
zijn stam maar een meter mat
zijn kroon de dertien al ruim overspande
.
Ik ging kijken, één keer
Ik ging weer, hij groeide
Ik nam iemand mee, of die het ook zag
maar kon in de verte
geen palm meer ontdekken
.
Ik had die dag al zoveel gelopen, ik raakte alleen
op een duintop gestrand. de Noordzee kolkte
er om mij heen en brak
met zijn golven
mijn toevluchtsoord af –
.
Ontwortelde bomen boden
een houvast tot ik in het donker
tussen de steunberen van een fly-over
beschutting vond –
.
Ooit werd ik in een oorlog geboren
Aan het eind kleurt de wereld opnieuw in bloed
.
In de tijd daartussen had ik het goed
.
De Regentes
Zelfportret met Woord
.
Hans Franse (1940) studeerde Nederlands en muziek. zwierf door Nederland, was leraar, letterkundige, consulent en schouwburgdirecteur. schreef 7 boeken en 7 gedichtenbundels. Hij woont en werkt afwisselend op Scheveningen en in Umbria, Italie. Hans schrijft al sinds jaar en dag recensies en columns voor Meander, het literaire E-magazine voor Nederlandstalige poëzie. In die hoedanigheid heb ik Hans en zijn vrouw Andrea Vonk, al een aantal maal ontmoet en gesproken. Ik ken Hans al langer want in 2016 werd hij tweede bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd en in 2017 droeg hij voor op het podium van poëziestichting Ongehoord. In dat jaar ook schreef ik over zijn bundel ‘Umbrisch getijdenboek’.
En nu gaat er opnieuw een bundel van hand verschijnen en heeft hij mij gevraagd hem te interviewen tijdens de presentatie van ‘Zelfportret met Woord’ dat op 10 maart verschijnt bij uitgeverij U2pi. De presentatie is op zondag 10 maart vanaf 14.00 uur bij boekhandel van Stockum in de Haagse Passage in de binnenstad. De Voorzitter van de Eerste Kamer, prof. dr. J.A. Bruijn zal de eerste bundel in ontvangst nemen. Ook de stadsdichter van Roeselare, Steven van der Heijden, zal aanwezig zijn en een exemplaar aangeboden krijgen.
Hans kennende wordt dit een feest van verhalen. De toegang is gratis dus maak van je saaie zondag een poëtisch en literair hoogtepunt van de week en kom naar Den Haag.
Van Hans heb ik toestemming om een gedicht uit de bundel te plaatsen als kers op de taart. Ik koos voor het gedicht ‘Weimarstraat’. En wel om de volgende reden. In de jaren ’90 van de vorige eeuw woonde ik op de Regentesselaan in Den Haag en vlakbij, om de hoek op de Weimarstraat, was een oud zwembad. Zo een met één bad en daaromheen gallerijen waar de kleedhokjes waren. Daar ging ik vaak ’s morgens baantjes trekken. Inmiddels is de Regentes, zoals het zwembad heette geen zwembad meer maar is er een heel sfeervol theater in gevestigd waar je nog altijd de aflopende vloer van het zwembad kan zien.
.
Weimarstraat
waar mijn moeder leerde zwemmen in de jaren twintig
.
De kille regen van november
een grijze Haagse straat,
twee ingedeukte pothoeden,
een vaal geworden bontjas met een mof
van opossum of ongeboren lam,
een versleten vleugje hermelijn.
.
Ondanks de regen
staat de Regentes al jaren droog;
men speelt de schim van
een overleden Charleston
in wat eens bestond
als trotse bad- en zweminrichting.
.
Op het Regentesseplein staat de naald,
gedateerd gedenkteken,
wachtend op nieuwe allure
en veel beter weer.
.
Zelf dichter worden
Koenraad Goudeseune
.
De Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune (1965-2020) was naast dichter ook prozaschrijver, auteur van brieven en recensent. Goudeseune debuteerde als dichter met de publicatie van het gedicht ‘Populieren’ in literair tijdschrift Dietsche Warande & Belfort. Tussen 1987 en 2020 verschenen negen gedichtenbundels en zeven prozawerken (vier brievenromans, drie verhalenbundels) van zijn hand bij verschillende uitgeverijen. In het najaar van 2020 werd bij hem vergevorderde kanker vastgesteld. Na een initiële behandeling werd hij in november 2020 uit het ziekenhuis ontslagen. Hij maakte de keuze voor euthanasie en overleed op 9 december dat jaar.
In zijn brieven, recensies en verhalen zet Goudeseune zich af tegen de ‘ons-kent-onsmentaliteit’ in het literaire wereldje. Hij meet zichzelf graag de rol van ‘miskende outcast’ aan. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door een mengsel van ironie en sarcasme maar is hij ook milder zo blijkt uit bijvoorbeeld het gedicht ‘Zelf dichter worden’ uit ‘Dat zij mij leest’ uit 1998.
Ik schrijf hier met enige regelmaat over wat (goede) poëzie is, wat een dichter verder brengt, waar een gedicht aan zou kunnen voldoen om gelezen te worden. En hoe je jezelf als dichter kunt ontwikkelen. Goudeseune verwoordt dit heel mooi in het gedicht ‘Zelf dichter worden’.
.
Zelf dichter worden
.
Begin er niet voor je eenendertigste mee.
Pas dan wordt het niets dat ons allen overkwam
sprekend.
.
Denk aan wat je op de laatste pagina
van een boek zou schrijven en schrap
al het voorgaande en ook dat slot
en begin opnieuw te schrijven.
.
Denk zoveel mogelijk dingen bij elkaar
uit liefde voor het firmament
dat niemand open of dicht zal vouwen.
Trek halverwege de berg je kleren aan.
.
Leef, maar haast je.
.

Het licht
Don Paterson
.
De in 1963 geboren Don Paterson is een Schots dichter, schrijver en (jazz) muzikant. Hij debuteerde in 1993 met de bundel ‘Nil Nil’ waar hij de Forward poëzieprijs won voor het beste debuut. In 1997 volgde zijn tweede bundel ‘God’s Gift to Women’ en daar ontving hij de TS Eliot Prize en de Geoffrey Faber Memorial Prize voor. Zijn gedichtenbundel ‘Landing Light’ (2003) won zowel de TS Eliot-prijs en de Whitbread Poëzieprijs 2003. Paterson is geen veelschrijver maar wat hij schrijft valt erg in de smaak.
Naast eigen dichtbundels was hij redacteur van ‘101 Sonnets: From Shakespeare to Heaney’ (1999) en stelde hij bloemlezingen samen van het werk van Robert Burns (2001) en de bundel ‘New British Poetry’ samen met Charles Simic (2004). Daarnaast schrijft hij literaire kritieken en aforismen.
Hoewel Don Paterson sinds het begin van de jaren negentig als schrijver werkt, verliet hij aanvankelijk de school om een carrière in de muziek na te streven. Hij verhuisde in 1984 naar Londen, nam wat lessen van gitarist Derek Bailey en toerde, en nam muziek op, met Ken Hyder’s Talisker. Hij heeft ook toneelmuziek (en drama) geschreven voor radio en toneel, en een aantal verschillende jazz- en ‘straight’-ensembles.
Hij heeft ook enige tijd als recensent van videogames voor de Times gewerkt. Maar hij is ook geïnteresseerd in taalkundige en cognitieve benaderingen van ars poetica, en er komt een uitgebreid werk over poëtische theorie, ‘The Poem: Lyric, Sign, Metre’ .
In 2005 nam samensteller Daan Bronkhorst het gedicht ‘Het licht’ van Paterson op in de bundel ‘Zo’n gelukkige dag’ Dichters voor Amnesty International. Het gedicht komt uit de bundel ‘In zo’n intieme ballingschap’ uit 2004 in een vertaling van Jan Eijkelboom.
.
Het licht
.
Toen ik het bed bereikte was hij al blind.
Dertien jaren gingen voorbij, toch was mijn geest
nog even donker als op de dag van mijn wijding.
Nu was ik schaamteloos. Ik vroeg hem om het licht.
‘Is ons dat niet geleerd, dat alles ijdel is?
En besefte je niet hoe waar dat is?
Er is geen licht, domoor. Dringt dat nu tot je door?
En hij lachte, en verliet ons toen. Ik was gebroken.
.
Ik ging naar mijn kamer om mijn spullen in te pakken,
mijn bedelnap, mijn mantel en kom; de bidmat
wilde ik achterlaten. Die nacht daar, rafelig en omlijst
in een vierkante late zon. En puur uit gewoonte-
nee, minder, uit niets want ik was het niet meer-
zag ik mijzelf zitten voor één laatste keer.
.















