Site-archief
Nieuwe poëzie
Lisa Ozemoyà
.
Het is niet vaak dat ik een gedicht deel van iemand waarover vrijwel niets te vinden is. In het geval van Lisa Ozemoyà (1977) was het dan ook even zoeken want haar naam is een pseudoniem. Lisa Ozemoyà is niet de eerste de beste. Deze chirurge is adjunct kliniekhoofd van een kliniek in Brussel en is gespecialiseerd in digestieve en cœlioscopische heelkunde, functionele chirurgie, proctologie.
Nu komt het vaker maar niet heel regelmatig, voor dat uitgesproken Beta’s zich opwerpen als dichter en dat zijn vaak zeker niet de minste: Leo Vroman (bioloog en hematoloog), Jan Lauwereyns (neurowetenschapper), Samir Hanssen (Nanoschaaltechnoloog) en Maarten t Hart (bioloog). En daar kunnen we nu dus de Vlaamse dichter/chirurg Lisa Ozemoyà aan toevoegen. Het gedicht hieronder is er een van drie die op Meander verschenen op https://meandermagazine.nl/2021/02/lisa-ozemoya/
.
–
De nare geur van zweet drupt langs de wanden,
en draait de rollen om van het toneel.
De barsten in de muren weergalmen de hoop
die gevangen zit in de stemmen van de verdoemden.
Geef
Neem
Streel
Verdraag
Walg
Sterf.
–
De zure smaak van niet gedronken wijn
wachtend in de kelken
Bloedrood glanzend
Onaangetast,
zoals ik,
wordt de standaard meug van elke dag.
–
Zout kan de pijn niet verzachten.
Likkend aan de steen der wanhoop,
weerkaatst het blauwe van je ogen
de glans die ooit was.
–
‘Hoop doet leven’
sakkert de arme hond, de enige die nog schittert door mijn komst.
Zo laag zijn we gevallen,
ploeterend door de brij van schuld.
–
‘Leve de illusie’
is het parool van elke dag.
Grootmoeder
Dubbel-gedicht
.
Vandaag in het Dubbel-gedicht twee gedichten over grootmoeders of oma’s. In deze twee gedichten is heel goed het verschil te lezen tussen hoe er naar een oma werd gekeken rond 1900 en hoe dat was rond het einde van de 20ste eeuw.
Het eerste gedicht is van de Vlaamse dichter Virginie Loveling (1863 – 1923). Virginie Loveling debuteerde, samen met haar twee jaar oudere zuster Rosalie, met realistische, observerende gedichten, die een sentimentele ondertoon hadden. Na Rosalies vroegtijdige overlijden in 1875 schreef ze in hoofdzaak novellen en romans in een vrij sobere en realistische stijl. Het gedicht van Loveling is getiteld ‘Grootmoeders portret’ en komt uit ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige Letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980.
Het tweede gedicht in dit Dubbel-gedicht over grootmoeders en oma’s is van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het gedicht of eigenlijk de liedtekst is getiteld ‘Oma’s’ en ik nam het uit ‘Willem Wilmink verzamelde liedjes en gedichten’. De tekst is van het nummer ‘Oma’s van de CD ‘Loodzware tassen’ uit 2005.
.
Grootmoeders portret
.
In grootmoeders kamer daar hangt het beeld
uit hare kinderjaren:
Een lachend mondje, peerlenoog
En bruine kroezelharen
.
De kinderen stonden en staarden ’t aan,
En ’t zeî aan het ander:
”Och, waar’ dat schoone kindje hier,
Wij speelden met malkander!”
.
En de oude in haar leunstoel met bril en toer,
Keek op bij deze rede:
”Wie zou dat schoone kindje zijn?…
Gij speelt er altijd mede”.
.
Oma’s
.
Kinderen! Mijn oma komt
en ze blijft wel zeven dagen
en dan is het altijd feest
en ik kan haar alles vragen,
alles wat ik lekker vind,
-Ze verwent je, lieve kind.
.
En mijn oma heeft een brede hoed
en daar kom ik mee naar beneden
en mijn oma lacht erom,
want ze houdt wel van verkleden,
ze vindt mij zo’n leuke vent.
-Omdat oma jou verwent.
.
Oma neemt van alles mee
wat ik heel goed kan gebruiken.
Ze heeft snoepjes in haar tas
die naar odeklonje ruiken,
ze heeft lolly’s en kaneel.
-Ze verwent je veel te veel.
.
Spook en reus en toverheks,
daar kan oma van vertellen
en ze geeft me veel patat
en ze geeft me frikandellen
met een lekkere vette smaak.
-Ze verwent je veel te vaak.
.
Nooit praat oma erdoorheen
als ik ooit een keer wil praten,
Na het eten moet ze vaak
hele kleine windjes laten,
rikketikketikketik.
-Ze bederft je dat vind ik.
.
Klimaatdichters
Yanni Ratajczyk
.
Enige tijd geleden schreef ik al over de klimaatdichters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/07/28/klimaatdichters/een groep dichters en woordkunstenaars die het klimaat aan het hart gaat, die het manifest onderschrijven https://www.klimaatdichters.org/in-woord en waar ik me inmiddels ook bij heb aangesloten. Van de klimaatdichters verscheen pas geleden de bloemlezing ‘Zwemlessen voor later’ klimaatpoëzie. Elke maand wordt er op de website een gedicht van de maand gekozen en deze maand is dat het gedicht ‘3 280 840 ft’ van de jonge Vlaamse dichter Yanni Ratajczyk.
Yanni Ratajczyk (1994) is filosoof, dichter en liefhebber van absurde humor. Hij studeerde in Antwerpen en Leuven en is (poëzie)redacteur bij Deus Ex Machina. Na een liftreis van vier maanden is hij te vinden op diverse literaire evenementen waar hij graag de muren tussen tekst, performance en publiek sloopt.
.
3 280 840 ft
.
die duizend kilometers tussen ons
laat deze nog weerklinken, weergaloos
ik wantrouw afstand wanneer ze onecht lijkt
zoals ik beducht ben voor gedempt geluid
van ruzies tussen boekenkasten
ben je zover gekomen om de zomer te zien
vergaan tot stof, is dit nu zo vraag je je af
ik heb een scherm zeg ik, ik zal het gebruiken
om de wereld te ontkleden, desnoods zet ik
zwermen vogels in
ze brengen eilanden in kaart, ze laten zien
hoe we stilaan dichterbij drijven
zonder voluit te beseffen
deze verte is geen verte meer
niet langer tussen ons
.
Sterfbed
Dubbel-gedicht
.
Nu er weer meer sterfgevallen zijn door Corona leek het me goed om hier op de een of andere manier middels poëzie bij stil te staan. Dat doe ik middels een dubbel-gedicht met als thema het sterfbed. Twee gedichten uit twee totaal verschillende tijdperken van twee totaal verschillende dichters.
De eerste dichter is Hélène Swarth (1859 – 1941). Zij was een van de Tachtiger en was tot op hoge leeftijd productief en in haar beste gedichten toont zij zich de evenknie van de andere vooraanstaande Tachtigers. Een criticus schreef over haar: “Door de zuiverheid van uitdrukking wist zij een volmaakte eenheid van vorm en inhoud te bereiken. Aan het liefdesverlangen paarden zich gevoelens van eenzaamheid en deze verdiepten haar zintuiglijke ontvankelijkheid zo, dat haar natuurpoëzie bij wijlen een kosmisch-religieuze beleving laat doorstralen.”
De tweede dichter is Eric Derluyn (1943). Deze Vlaamse dichter studeerde Germaanse filologie (studie van Germaanse talen) en debuteerde in 1969 met ‘De geliefde van Altena’ waarna verschillende dichtbundels volgden. Daarnaast verscheen veel van zijn werk in literaire tijdschriften tijdschriften en bloemlezingen.
Het gedicht ‘Bij moeders sterfbed’ van Hélène Swarth heb ik genomen uit de bundel ‘Morgenrood’ uit 1929, het gedicht ‘Sterfbed’ komt uit ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ uit 2015 maar verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Een reiziger, hij slaapt’ uit 2012.
.
Bij Moeder’s Sterfbed
.
.
Sterfbed
een anekdote
.
Nooit nog een mooie zondag; een zondag
met zoiets: op de kerselaar schitteren
bloesems; in hun schaduw gaat het gesprek
over niets; niets wordt aangereikt, niets uit-
.
gewisseld, niets dan hoog in de lucht een
kleine versleten wolk; uitgerafeld
passeert ze van één onzichtbare hand
in een andere onzichtbare hand.
.
Een zondag met niets. Over het dunne
laken schuift mijn moeder naar elkaar: haar
uitgerafelde handen; en van
.
levende naar dode hand, verschuift zij
dat niets, die kleine wolk van toen, dat nooit
meer. Ze zegt: en nooit nog zo’n zondag.
.
Van kop tot teen
Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera
.
In 2018 schreef ik een enthousiaste en positieve recensie van het boek ‘Woorden temmen’ van Kila van der Starre en Babette Zijlstra https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/ . Omdat het zo’n geweldig lees- en doe-boek is. Ik schreef toen onder andere: “Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen.” Woorden waar ik nog steeds achter sta. En nu is er dan een tweede deel van Woorden temmen van dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en literatuurwetenschapper Jeroen Dera (1986).
Van den Broeck en Dera zijn ervan overtuigd dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam leest, met al je zintuigen en sensaties. Dat lichamelijke hebben ze heel letterlijk genomen: ieder gedicht in hun poëzie-doe-boek is gekoppeld aan een lichaamsdeel. Zo hoort ‘Graag verlossing’ van Gerda Blees bij de ogen, ‘de rivier’ van Lucebert bij de tong, ‘rib’ van Radna Fabias bij de rib en ‘Als het je overkomt’ van Marieke Lucas Rijneveld bij de knie. Aan de hand van inspirerende lees-, denk-, doe- en schrijfinvalshoeken ga je op poëtische avontuur.
bovenste deel van mijn hoofd
wordt weggenomen, weet ik
dat het poëzie is’
Emily Dickinson
Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera presenteren hun nieuwe bundel
Op vrijdag 11 september a.s. vindt om 16.00 uur bij boekhandel Donner in Rotterdam de boekpresentatie plaats van de nieuwe bundel van Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.
Miriam Piters, neerlandicus en voormalig bestuurslid van Stichting Poetry International, zal dichter-performer Charlotte Van den Broek en literatuurwetenschapper Jeroen Dera interviewen ter gelegenheid van hun nieuwe boek. Tevens aanwezig is literatuurwetenschapper Kila van der Starre, een van de schrijvers van de eerste bundel in de reeks woorden temmen: 24 uur in het licht van Kila&Babsie.
Interview: 16.15-16.45 uur
Gelegenheid tot stellen van vragen-signeren boeken: 16.45-17.00 uur
Borrel: 17.00-18.00 uur (o.v.)
In de bibliotheek
Herman de Coninck
.
Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.
Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.
.
In de bibliotheek
.
Voor Octavio
.
Er is een boek,
‘Het woordenboek der engelen’ geheten.
Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,
Weet ik, want toen ik het deed
Krakte de cover, verkruimelden
De bladzijden. Daar ontdekte ik
.
Dat engelen ooit zo talrijk waren
als vliegensoorten.
In de schemering
Maakten ze de lucht dik.
Je had twee armen nodig
Om ze van je af te slaan.
.
Vandaag schijnt de zon
Door de hoge ramen.
De bibliotheek is een rustige plek.
Engelen en goden opeengepakt
In donkere, ongeopende boeken.
Het grote geheim ligt
Op een schap waar Mrs. Jones
Elke dag op haar ronde voorbijgaat.
.
Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd
Daar nog bovenuit, of ze luistert.
de boeken fluisteren.
Ik hoor niks, maar zij wel.
.
De hazenklager
Awater
.
Sinds enige tijd heb ik een abonnement op Awater, een literair tijdschrift dat wordt uitgegeven door de Stichting Poëzieclub en driemaal per jaar verschijnt. Awater is een zeer informatief magazine met veel nieuws, recensies en artikelen over poëzie. In de laatste editie staan bijvoorbeeld interviews met Antjie Krog en Kees van Kooten (over zijn Haikoots). De naam Awater komt van een verhalend gedicht van de Haagse dichter Martinus Nijhoff uit 1934, dat wordt gerekend tot de klassieken der Nederlandse letterkunde. De tekst kun je hier lezen https://www.dbnl.org/tekst/nijh004awat01_01/nijh004awat01_01_0001.php
Ik heb een abonnement gekozen waarbij je bij elk nummer dat verschijnt de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod krijgt mee gestuurd. Dat abonnement kost iets meer maar is daardoor (voor mij) zeker de moeite waard. Bij de juni editie van Awater zit dit keer de bundel ‘De hazenklager’ van Paul Demets.
In Awater staat over deze bundel het volgende: “De Vlaamse dichter liet zich in zijn vorige bundels kennen als een schrijver van boeiende maar niet altijd eenvoudige gedichten die de verknooptheid van alles treffend in beeld brengen. In De hazenklager, genoemd naar het fluitje waar- mee jagers hazen lokken, gaat het ook om een vorm van verknooptheid, namelijk die van de mens en de aarde, tussen zogenaamde beschaving en natuur. In zeven cycli van steeds zeven strak vormgegeven verzen, beschrijft Demets alle mogelijke verbanden en ontwikkelingen die de mens als organisch wezen met zijn omgeving en met zichzelf ervaart.”
Paul Demets (1966) is dichter en poëzierecensent voor De Standaard, Cobra.be, Awater en Ons Erfdeel. Hij debuteerde in 1999 met de dichtbundel ‘De papegaaienziekte’ welke werd bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. In 2011 verscheen ‘De bloedplek’, waarvoor hij de Herman de Coninckprijs ontving. In 2018 volgde de bundel ‘De klaverknoop’, die werd bekroond met de Jan Campert-prijs. Van 2016 tot 2019 was Demets plattelandsdichter van de provincie Oost-Vlaanderen. Een aanstelling die hij afsluit met de publicatie van ‘De hazenklager’, zijn nieuwste dichtbundel. Deze bundel bestaat uit 7 cycli van 7 stukken met titels als’Liminaliteit’, ‘Enculturatie’, ‘Adaptatie’, ‘Zoönose’, ‘Diffusie’, ‘Mutatie’ en ‘Degeneratie’. Uit de cyclus ‘Mutatie’ heb ik voor het eerste gedicht gekozen zonder titel.
.
1.
.
Het verbranden van loof op de akker,
het traag optrekken van de rook
als had de lucht moeite met inhaleren.
.
En jij kwam je lichaam niet uit.
.
Je keek, maar de spiegel was beslagen.
Zijn de dieren op hun hoede,
katten die, wanneer iets he doet opschrikken,
.
in hun slaap de oren spitsen?
Je lag uren op de bank en zag op het scherm
ijsschotsen loom worden en drijven.
.
Was je daarvoor aan het bloeden?
.
Korte gedichten
Op maandag
.
De dagen lijken steeds meer op elkaar en daardoor was ik gisteren helemaal in de war. In plaats van korte gedichten van de maand te plaatsen, gaf ik jullie een ‘Cadeautje’. Ook niks mis mee natuurlijk en daarom vandaag, voor een keer op maandag in plaats van op zondag, korte gedichten. Vandaag koos ik voor drie gedichten van dichters uit Vlaanderen en Nederland te weten Hubert van Herreweghen (1920 – 2016) een van de belangrijkste na-oorlogse dichters uit Vlaanderen, de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) en de Vlaamse dichter Petra Van den Berghen (1971).
Van Hubert van Herreweghen koos ik het gedicht ‘Paar’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.
Van Riekus Waskowsky koos ik het gedicht ‘Gospelsong’ uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1985.
Van Petra Van den Berghen koos ik het gedicht ‘grijpen en mazen’ uit ‘Staalkaart van de Nederlandstalige Podiumpoëzie 2017’.
.
Paar
.
Ik zie een jongen naast een meisje lopen,
hij kust haar en zij lacht om het geval.
Genadige dood! Zij kirren en zij hopen,
zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.
.
Gospelsong
.
Elke seconde verandert de wereld
men leeft maar en sterft maar
alsof het niets is en misschien is
het ook wel niets dan wat beweging
waardoor de wereld niet verandert.
.
grijpen en mazen
.
het glijdt de vingers van herhaling door
-tussen-
de pauzes in
snijdend aan gewonde handen grijpen ze doelloos in uitgezette netten
tussen de lijven in wapperen de mazen, bot in hun vieren
in altijd, overal ontglipt.
.
Zo kan het niet langer
Paul Bogaert
.
De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.
Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.
Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.
.
Zo kan het niet langer
,
Sluit af met
ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Ga langs de achterdeur. Die valt
vanzelf in het slot.
.
Ga dan toch lekker
een bosbad nemen of met iemand
uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon
of een lekker gedicht daarover schrijven
in een witte foert. met binnen handbereik
een multipack vederlichte
woehahaha’s.
.
Morgen dus.
Hoe moeilijk kan dat zijn.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
.
















