Site-archief

Echo echo

Klein maar fijn

.

Herinner je je nog dat fragment waarin Trump bij een persconferentie de hand van zijn vrouw Melania wilde pakken? En dat ze toen resoluut zijn hand weigerde? Een bewijs dat er tussen de buitenkant (first lady die haar man steunt) en de binnenkant ( twijfels over haar huwelijk, die man en het leven dat ze leidde) nogal wat speelde? Dat laatste is mijn invulling overigens, dat ze eigenlijk diep ongelukkig is wat maar weer eens bewijst dat geld niet gelukkig maakt.

Dichter Kreek Daey Ouwens (1942) schreef er een schrijnend gedicht over in haar bundel ‘ Echo Echo’  uit 2020 dat werd uitgegeven door uitgeverij Vleugels. Je zou er een Luule over willen schrijven.

.

Dat pak. Die zak.

Maar het gemak

van ongelukkig zijn.

.

Gelukkig hoef ik er geen Luule over te schrijven want die staat al achterop de nieuwe MUGzine. Dezelfde MUGzine gemaakt door https://poetryaffairs.nl/ en https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en vormgegeven door BRRT.Graphic.Design, waarin een drietal gedichten van Kreek Daey Ouwens zijn opgenomen. Samen met gedichten van Anouk Smies, Mark van Tongele en Bianca Boer (die ook voor de illustraties tekende). Half september verschijnt nummer 9 van jouw en mijn kleine opdondertje van een Poëziemagazine waarin je altijd verrast en nooit teleurgesteld bent. Om in de stemming te komen alvast dat gedicht. Van Kreek Daey Ouwens.

 

De hemel boven de dikke man is dezelfde
hemel als die boven de zee.
De dikke man zegt: Rechts. Rechts. Rechts.
Hij steekt zijn hand op.
Hij steekt zijn hand op boven zijn land.
Melania heeft een dichtgestopte mond.
Aan haar hand fonkelt een ring.
De schoenen van de dikke man marcheren
tussen het fonkelen over de stenen.
Melania kijkt naar de zee.
Ze ziet de lijken drijven in de zee.
Melania kijkt net zo lang naar de zee tot
die ijs ijskoud wordt.
De dikke man pakt haar hand.
Melania voelt zichzelf aan die hand.
Melania voelt zichzelf helemaal alleen aan
die hand.
Melania voelt zichzelf alleen aan die hand
op de televisie staan.

.

 

Nummer 9

MUGzine

.

In september komt alweer de 9e editie van MUGzine uit, het kleinste maar allerleukste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen met opnieuw hoogwaardige poëzie en interessante illustraties. We kunnen al een paar namen noemen van dichters die met hun poëzie in nummer 9 vertegenwoordigd zullen zijn. Dat zijn uit Vlaanderen de dichter Mark van Tongele en uit Rotterdam de dichter Anouk Smies. Andere namen volgen snel. Uiteraard staat er in #9 een gloednieuwe Luule.

Zoals je misschien al weet is MUGzine gratis digitaal te lezen via https://mugzines.nl/ maar maken we voor de liefhebbers ook een papieren editie. Van elke editie worden 100 exemplaren op papier gedrukt. Als je deze wilt ontvangen via de post kun je donateur worden. Vanaf € 20,- per jaar ontvang je alle 5 de nummers van 2021.

MUGzine is een samenwerking van https://poetryaffairs.nl/https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en BRRT.Graphic.Design.

Om je alvast warm te maken voor het nieuwe nummer hier een gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele (1956). Deze Vlaamse dichter uit Mechelen moest zijn studie geneeskunde afbreken door een zwaar ongeluk waardoor hij tijdelijk in coma lag. Van Tongele kiest na zijn herstel voor de poëzie en schrijft in december 1984 in een ‘Open brief aan een dichter’ (in het tijdschrift Yang) over digitale poëzie in een maatschappij die beheerst zou worden door de nieuwe technologie. Hij had dus al een vooruitziende blik in een tijdvak waarin de hele digitalisering nog moest beginnen.

In 1980 debuteert hij met de bundel ‘Over leven en dood’ waarna nog vele bundels zullen volgen.

In een interview in Poëziekrant (juli-augustus 2018) zegt hij zelf over zijn poëzie: “Voor mij maakt elke bundel deel uit van mijn ‘symfonie’: motieven allerlei duiken telkens opnieuw overal op in mijn werk. Meer dan het inhoudelijke gaat het om de klank en het ritme van woorden, regels, gedichten, bundels. Het is een spel, leuk omdat er niets moet, alles mag, een poging tot het neutraliseren van de zwaartekracht, o de dood, maar ook de zon, het licht, blij zijn hart en geest vrijmaken.”

Uit zijn bundel ‘Lichtspraak’ uit 2008 komt het gedicht ‘Een tongeldoosje’.

.

Een tongeldoosje

.

Openluchting: vanille-

bloesem, flammé, ja-

woorden, doodsrookver-

drijvers, moedersuiker,

hagelslag en muisjes,

stofgoud, gloeikous,

springzaad, zeejoechee,

levantijnen en sta-oppers,

sterrenzilverrichellopers,

wolkenspiegels, wimpelheil,

engelkruid en toverschijn,

vervoering, mer à boire,

château-neuf-du-mark

 
 
.

Eddy’s verstrooiing

Anton Korteweg

.

Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.

Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.

In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.

Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.

.

Eddy’s verstrooiing

(voor P.P.

‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo

verstrooie men as.’

Chinese wijsheid

.

Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,

gekromde regenjas met wapperende panden,

als boos tegen de storm optornend op een hoefpad

een man uitzaaiend, en daarachter wij,

.

een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen

met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,

want Eddy was een te benijden echte

dichter geweest, steeds goed omringd, morsige

door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en

hardlijvige vriendachtigen, – dat volk

woei de dichter toen in de gezichten.

.

We nipten daarna in De Hommelhof

zijn as van haar en huid, eigen en andermans,

en dachten bedremmeld die Eddy.

.

Ik was er trouwens niet bij

maar zie het weer duidelijk voor me.

.

grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou

Voor eeuwig verbonden

Rodaan Al Galidi

.

De uit Irak afkomstige dichter Rodaan Al Galidi ( Rodhan Al Khalidi, 1971) woont sinds 2007 in Nederland. In 1998 vroeg hij, na gevlucht te zijn uit Irak, asiel aan in Nederland. Dit werd toen geweigerd. Hij leerde zichzelf de Nederlandse taal en ontving in Vlaanderen een werkbeurs. In 2007 kreeg hij, door een generaal pardon, alsnog een verblijfsvergunning. In 2011 schreef hij in NRC Next dat hij was gezakt voor zijn inburgeringsexamen waardoor hij geen Nederlands paspoort kreeg maar hij behield wel zijn verblijfsvergunning.

Inmiddels heeft hij meerdere romans, verhalenbundels, columns en 9 poëziebundels gepubliceerd. In 2007 werd zijn bundel ‘De herfst van Zorro’ genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Daarnaast ontving hij vele prijzen voor zijn proza en ander werk waaronder de Literatuurprijs van de Europese Unie 2011 voor ‘De autist en de postduif’.

Dit jaar schreef hij samen met de Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert het Poëzieweekgeschenk ‘Samen al ’t hope’. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Voor eeuwig verbonden’ over hoe leven en dood in alles met elkaar verbonden zijn.

.

Voor eeuwig verbonden

.

De dood en het leven

gaan naar dezelfde school,

zitten bij elkaar in de klas,

luisteren naar dezelfde meester.

Bij een vraag steken ze beiden hun vinger op

en geven samen hetzelfde antwoord.

In de pauze spelen ze op hetzelfde plein,

vallen uit dezelfde tak,

kloppen hetzelfde zand uit hun schoenen

en na de laatste les,

gaat het leven naar de dood

en de dood naar het leven.

.

 

De aanzet tot een web

Toon Tellegen

.

Lezend in de bundel ‘Gedichten 1977 – 1999’ van Toon Tellegen (1941) kwam ik het gedicht ‘De mug’ tegen. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten ben ik sinds 2014 actief als faciliterend uitgever met MUGbooks en sinds vorig jaar samen met Marie-Anne en Bart oprichters en uitvoerders van het leukste en meest eigenwijze mini poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, MUGzine. Het zal je dan ook niet verbazen dat mijn ogen blijven steken bij een gedicht getiteld ‘De mug’.

Naast dit gegeven is Toon Tellegen een dichter met een geheel eigen stem die altijd weer verrast met zijn poëzie.  Reden genoeg voor mij om dit gedicht met jullie te delen. het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981.

.

De mug

.

Een witte Dante en een spekstenen ventje met hoogrode konen,

mollige handen op zijn rug

en nietsontziende ogen,

beiden ver van huis, misschien voorgoed

-naspeuringen naar vroeger zijn tevergeefs geweest, hangt boven allebei hun hoofden-

staan naast elkaar en kijken ernstig door mij heen.

Mijn bureau.

De muze die naar binnen vliegt, een mug,

vliegt in een web, het web van mijn herinnering.

Wie is de spin

van al die wonderlijke, wiebelende draden?

Nooit is het genoeg, nooit.

Verlangen laat de voordeur kraken.

.

Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd

Siel Verhanneman

.

De Vlaamse dichter en schrijver Siel Verhanneman (1989) verloor in 2013 haar vader en drie jaar later haar zus. In 2016, een maand voor de dood van haar zus, bracht de overweldigende respons op sociale media Siel ertoe een dichtbundel in eigen beheer uit te brengen over de dood van haar vader. De 400 exemplaren waren onmiddellijk uitverkocht. Met haar instinctieve poëziedebuut ‘Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd’ (2016) maakte ze angst, verdriet en rouw wijd bespreekbaar.

In 2018 verscheen haar tweede poëziebundel ‘Zo scherp je kon er ook niet geweest zijn’ waarin ze de strijdlustige liefde, het geboetseerde geluk en de luide stilte van gemis verkent en in 2022 staat haar derde poëziebundel gepland (januari) ‘Wat nu met het licht dat binnenvalt’  waarin ze de impact die rouw heeft op intimiteit, spontaniteit en de zintuiglijke weergave van het leven belicht.

In 2020 werd Siel Verhanneman opgenomen in ‘Nu’ als één van de tien meest interessante jonge dichters van het moment. Werk van haar verscheen in Deus Ex Machina, De afstand en Watou 2020, een bloemlezing samengesteld door Peter Verhelst.

Uit haar debuutbundel ‘Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd’ komt het volgende gedicht.

.

Ben ik dan nu
een achterblijver
die uw auto ziet vertrekken
en in slow motion
haar met tranen

uit mijn gezicht veegt.

*

Je kleeft aan me vast als een slechte herinnering.
Je zit me op de huid, je kijkt me op de vingers.
En net als een hond na een regenbui,
probeer ik jou weer van me af te schudden.
Hoe graag ik je in duizend druppels als een plas wil achterlaten.

*

Het voelde als een hete douche
waarvan je
tijdens de eerste aanraking met je huid
twijfelt
of het niet gewoon ijskoud is.

*

De klok definitief op 11u43 gezet zodat de tijd zonder hem niet
verder hoeft te tikken.

.

Voor Leonard Nolens

Bart Meuleman

.

De Vlaamse theatermaker, toneelschrijver, essayist en dichter Bart Meuleman (1965) debuteerde in 1997 met de bundel ‘Kleine criminaliteit’. Bundels van Meuleman werden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs. In 2008 verscheen van zijn hand de bundel ‘omdat ik ziek werd’. In deze bundel geen mooie poëzie, zoals op de achterflap staat te lezen maar gedichten vol rauwe regels over de kwelling van het bewustzijn en het verlangen daarvan bevrijd te zijn.

Maar in deze bundel staat ook een gedicht voor een andere Vlaamse dichter Leonard Nolens. In de rubriek ‘dichters over dichters’ hier het gedicht ‘voor leonard nolens’.

.

voor leonard nolens

.

laat iemand die

.

ademt en gehoorzaamt

en kraakt in de nacht

die dagelijks zijn eiland verschoont

.

zo iemand

.

onvermoeibaar oversteekt, uit talloze

doden opstaat, die met ganzen spreekt en waakt

over stofgoud en distels

.

laat hem een schrikwekkende voorbeeld zijn.

.

wat achter hem ligt is onvoorstelbaar.

.

Partijtje worstelen

Revolver

.

In een klein Vlaams dorpje onder de rook van Antwerpen kocht ik in een kringloopwinkel twee exemplaren van het tijdschrift ‘Revolver’. Ik kende het tijdschrift niet maar na enig speurwerk blijkt dit driemaandelijkse tijdschrift verschenen te zijn tussen 1968 en 2009. Verantwoordelijk uitgever was Gerd Segers en mijn exemplaren zijn uit 1994 en 1995. De prijs voor een jaarabonnement was toen 850 respectievelijk 900 Belgische Franc (zo’n 45 gulden voor 4 nummers) en daarvoor kreeg je wel waar voor je geld.

In Revolver 20/3 (1994) Poetry on the road, of Revolver gaat op reis naar Rotterdam (Poetry International). In dat nummer poëzie van Leo Vroman, Herman de Coninck, Lars Gustafsson, Jack Mapanje, Eva Gerlach, Leonard Nolens, Joachim Sartorius en Kazuko Shiraishi.  In de oorspronkelijke taal (wanneer niet Nederlands) en in vertaling.

Ik koos voor een gedicht van dichter Jack Mapanje (1944) uit Malawi met het gedicht ‘Partrijtje worstelen’ in een vertaling van Daan Bronkhorst.

.

Partijtje worstelen

.

Dus zoon

de volgende keer als je

weer dier speelt op het zand,

speel geen hyena meegesleurd

door de leeuw, speel

liever de leeuw,

zonodig

sleur je hem mee

doe de hyena die

de leeuw heeft gedood

en als hij gromt

zeg hem dan dat het maar

een spel is – beestenspel

jullie zijn mensen en

de volgende keer is hij

sowieso aanvoerder

in kippenstelen

varkensbloedtappen

en zulk vermaak.

dit was het laatste

partijtje

worstelen!

.

Solo

Roland Jooris

.

In de vakantietijd zal ik wat vaker gewoon een gedicht zonder al teveel extra’s plaatsen, wel uiteraard altijd de bron (bundel, jaar van uitgave en misschien wat extra informatie) maar vooral gedichten van dichters die ik waardeer. Zover is het echter nog niet dus vandaag een gedicht uit de bundel ‘Bladgrond’ waaruit ik al eerder het gedicht ‘Nog’ plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/11/26/nog-2/ . Roland Jooris (1936) is een dichter die zich een ruimte bij elkaar schrapt (Herman de Coninck) of zoals Paul Demets schreef: “Dit is poëzie die onze waarneming problematiseert, die ascese uitprobeert, van het soort wit dat hevig naar aanwezigheid verlangt, terwijl de afwezigheid voortdurend dreigt”.

Poëzie kortom deels in de traditie van de Coninck waarin heel goed is nagedacht over elk woord, elke regel, nergens teveel, overal gebruik makend van wit tussen de regels waar de lezer zelf de invulling kan verzorgen van wat word weggelaten. Geheel tegen de huidige trend van lange proza-achtige gedichten in, precies waar ik van hou. Zoals in het gedicht ‘Solo’.

.

Solo

.

Je slikt je zinnen in

.

Je kijkt naar wat je meent

te weten

.

Een onthutst gerucht

komt uit vervagen

tevoorschijn

.

Het onmogelijke absolute

ligt eigenzinnig op de punt

van je tong

.

Als op een cello

schrijnt

verbeten schot

je hardnekkige

geslotenheid

.

Foto: Tim Heirman

Tattoo

Luuk Gruwez

.

Tatoeages zijn wonderlijke dingen. Ötzi, de ijsmummie uit de Alpen, die zo’n 5350 jaar geleden leefde, had zo’n 61 tatoeëringen. Er zijn tatoeages op Egyptische mummies gevonden, die van 2000 voor Christus dateren. Ook de Oekokprinses (mummie uit de 3e tot de 5e eeuw voor de jaartelling) gevonden in Rusland, droeg tatoeages. In de klassieken wordt er gerefereerd aan tatoeages bij de oude Grieken, de Germanen en nog meer volkeren.

Tot enkele decennia geleden werden tatoeages in Nederland vooral gedragen door zeelieden en soldaten en vrijwel niet door vrouwen. Tegenwoordig hebben meer mensen tatoeages, zowel mannen als vrouwen. Soms lijkt het er weleens op dat er meer mensen met tatoeages zijn dan zonder. Ook bij de bekende Nederlanders en vooral ook de professionele voetballers zijn tatoeages niet meer weg te denken.

Over de literaire of poëzie tatoeage schreef ik al in 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/04/05/tattoo-you/ . In de jaren nadien werden deze tatoeages met literaire of poëtische verwijzingen alleen maar populairder. Het was dan ook onvermijdelijk dat dichters zich met deze vorm van lichaamsversiering gingen sieren en erover begonnen te dichten.

Zoals Luuk Gruwez, de Vlaamse dichter, prozaïst en essayist, in de bundel ‘Bakermat’ uit 2008. Zijn gedicht ‘Tattoo’ zoals tatoeages in toenemende mate genoemd worden geeft een kritisch beeld van de getatoeëerde mens.

.

Tattoo

.

Een na een trokken ze hun kleren uit,

vol schaamte voor wat, amper vod of lomp,

misschien maar beter kon verstookt. Of ook omdat

zij zelf in naakte ikken dreigde te verstikken:

.

snikheet was het die dag. Maar eens

ontbloot ontstonden stilaan grote grijze kiltes,

zoals die een septemberavond soms ontstaan:

eerste dressuur voor najaar en winter

wanneer de kwade hond kan komen.

.

En zij begonnen elkaar liefdevol te verven,

zo vlijtig als maar kon, op borst, op bil en overal,

alsof zij moesten uitgewist. Tattoo na tattoo

brachten zij aan. Tot zij, compleet uit zicht

verdwenen, opgelucht weer adem kregen.

.