Site-archief

Der Hirt auf dem Felsen

Herman de Coninck

.

Vandaag op de zondag van Herman de Coninck een gedicht uit zijn bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991. Het gedicht met de intrigerende titel ‘Der Hirt auf dem Felsen’ .

.

Der Hirt auf dem Felsen

.

Een klarinet is genaakt van o’s.

Die worden door twee kleppen dichtgehouden.

Dood laat er twee tegelijk open.

.

Uit de riolering van de dood komt dit lied.

Uit open deksels van de hel.

Tot helemaal boven stijgt verdriet.

.

Ik kan handen over mijn oren doen

maar dan blijf ik zien.

Ik kan ze voor mijn ogen slaan

maar dan blijf ik horen.

Notenbalken van wanhoop tot sopraan.

.

Zoals Alfred Brendel na twintig jaar Schubert

naar zijn vingers kijkt. Zij

hebben het bestaan.

.

Ongehoord! podium

Zondag 24 september 2017

.

Tijdens de afgelopen zomerperiode reed de Poëziebus weer door Nederland en Vlaanderen met aan boord 20 dichters. Een aantal van deze dichters komt nu naar het podium van Ongehoord! om daar ook hun kunsten te vertonen. In september, de Jongerenmaand in de bibliotheek van Rotterdam, hebben we ons programma dan ook gericht op jonge én talentvolle dichters. Daarnaast hebben we een jonge getalenteerde zangeres die de muziek verzorgd en één getalenteerde maar iets oudere dichter. Uiteraard is er ook weer een open podium en we verwachten nog dat er nog een dichter wordt toegevoegd aan deze line up.

Wie komen er op zondag 24 september vanaf 14.00 uur op de 4e etage van de centrale bibliotheek in Rotterdam:

.

Anne-Fleur van der Heijden

Ook al doet haar naam anders vermoeden, Anne-Fleur van der Heiden (1987) is geen grachtengordelmeisje, maar geboren in Rotterdam-Zuid. Anne-Fleur studeert in het laatste jaar poëzie aan de Schrijversvakschool Amsterdam, de school ligt wel aan de grachtengordel. In januari verschijnt haar debuutroman ‘Klaproos’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

.

Giovanni Baudonck

Giovanni is een Belgo-Mauritiaan afkomstig uit Gent.

Hij maakt deel uit van Transfo Collect, een platform voor theatermakers en acteurs in samenwerking met het RITS en De Kriekelaar waar hij actief is als coach/begeleider.

Verder is Giovanni ook zanger en woordkunstenaar.

Zo schrijft hij poëzie en kortverhalen in het Frans, Engels en Nederlands

De laatste jaren geeft hij ook Slam workshops als freelancer en heeft hij al op verschillende slam podia’s gestaan in heel Vlaanderen.

Verder is hij één van de coaches van Capital Slam 2017 waarbij hij doorheen heel Vlaanderen honderden jongeren in aanraking liet komen met Slam en Spoken Words.

.

Tijdelijke Toon

.

Tijdelijke Toon is dichter, boom en labrador in één. Een podiumbeest met zijn wortels ver naast zijn schoenen, zijn hoofd in de wolken en weinig geld. Tijdens het optreden mag hij niet gevoerd worden!

.

Adriana Kobor

Dichteres, geboren in Hongarije 1988, actief in Nederland en België sinds 2006. Haar gedichten trachten de grenzen van de taal te verkennen en te verleggen. Het grootste deel van haar werk is in het Engels, maar ook haar verzen en verhalen geschreven in andere talen krijgen de aandacht van auteurs en publiek.

.

June Bobbe

June Bobbe is 19 jaar oud.  Zij heeft haar havo diploma gehaald op de Havo/vwo voor muziek en dans (Codarts) met als hoofdvak zang. Na het behalen van haar diploma besloot ze niet verder te gaan met zingen maar het als hobby te houden. Dit jaar heeft ze haar propedeuse Communicatie behaald op de Hogeschool Rotterdam. Volgend jaar wil ze verder gaan studeren op de universiteit maar is er nog niet uit over welke studiekeuze, vandaar dat ze dit jaar een tussenjaar heeft genomen om een jaar naar het buitenland te gaan. Voordat het zover is komt ze naar het podium van Ongehoord!

.

Martin Beversluis

Martin was van augustus 2015 tot augustus 2017 de zevende stadsdichter van Tilburg. Bij zijn installatie in 2015 verscheen ook meteen Martin’s nieuwe bundel ‘Meandertaler’ bij uitgeverij Blikvorm. Dat maakt hem de eerste stadsdichter in Nederland en Vlaanderen die al bij zijn installatie een dichtbundel presenteert.

Beversluis debuteerde in 1995 met de bundel ‘De Zeisloper’. Hij speelde als dichter in de band Listening Principles, en speelde met die band onder andere in het voorprogramma van Jan Akkerman tijdens Queenspop 1998 in Tilburg, en op het Terschellingse Oerol-festival in 1999. Beversluis werkte daarna samen met zeefdrukker/ beeldend kunstenaar John Dohmen. Uit deze samenwerking ontstonden de bundels ‘Rijpen onder invloed’ (2005) en ‘Blauw van jou’ (2007).

Sinds 2007 is Martin Beversluis succesvol actief als slamdichter in de Nederlandse Poetry Slam. In 2009 stond hij in de Finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en in 2011 in de Halve Finale. Op 5 november 2011 presenteerde Martin Beversluis zijn zevende bundel: ‘Talisman’, die verscheen bij Uitgeverij teleXpress in Tilburg.

Sinds 2014 werkt Martin Beversluis samen met DJ Underground Tacticz als Meandertaler. Met Meandertaler stond hij onder andere op de Uitmarkt 2014 in Amsterdam.

Een bundel met de Tilburgse Stadsgedichten van Martin Beversluis staat gepland voor najaar 2017.

.

Van deze laatste wat oudere maar zeker zeer getalenteerde dichter het gedicht”Schermmensen’ met dank aan http://fleursdumal.nl

.

Schermmensen

En op een ochtend
waren we kleiner
enkel een wandelend
schermpje van vier bij acht
centimeter met echt alle
communicatie bij de hand
verleerden we langzaam onze taal
onze tongen hingen er slapjes bij
want we scholden liever
ons schermpje vol
dat was anoniemer

starend in een nieuwe wereld
die onvoorstelbaar groot
toch klein en handzaam is
vier bij acht centimeter
voldoende om een mens
in op te bergen het laat
zelfs nog wat ruimte
voor vage fantasie

maar ook die zullen we weldra
in kaart kunnen brengen
we zullen haar van alle kanten
aandachtig bestuderen
en uiteindelijk besluiten
dat dat schermpje
nog een centimeter kleiner kan.

.

Jawoord

Herman de Coninck

.

Op deze zondag in september opnieuw een gedicht van Herman de Coninck. Uit de bundel ‘De gedichten’ uit 2014 (in mijn geval), een liefdesgedicht. Soms denken mensen dat liefdesgedichten heel hoogdravend (moeten) zijn, met vuur en vlam, boordevol emoties. Terwijl de mooiste liefdespoëzie volgens mij altijd klein en subtiel is. Zoals het volgende gedicht van Herman de Coninck, zonder titel uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’.

.

Zoals het strand en de zee:

jij gaat nooit weg. En ik

kom altijd terug. Het is bijna zo goed

.

als blijven. Voor een jawoord

is het te laat.

Maar je zegt niet nee.

.

Zondag, dichter van de maand

September

.

Er zijn dichters die ik graag en regelmatig teruglees. Het viel me op (naar aanleiding van het bericht over Edna St. Vincent Millay) dat ik al een tijdje geen poëzie van Herman de Coninck had gelezen. Terwijl De Coninck echt één van mijn favoriete dichters aller tijden is (zoals ook E.E. Cummings, Vasalis en Charles Bukowski). Toen ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck weer ter hand nam wist ik dat ik weer over zijn werk wilde gaan schrijven.

Daarom heb ik, na een aantal maanden zonder dichter van de maand en inmiddels een paar jaar zonder Herman de Coninckzondag, besloten dat ik de komende maanden de zondag weer zal gebruiken voor nieuwe dichters van de maand. In ieder geval zal ik de onlangs veel te jonge gestorven dichter Antoinette Sisto een plaatsje geven als dichter van de maand maar andere suggesties zijn welkom.

Nu, in september, een terugkeer van één van de grootste dichters die het Nederlands taal gebied en Vlaanderen in het bijzonder heeft voortgebracht, Herman de Coninck. Uit zijn bundel ‘De gedichten’ en dan bijzonder uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Walcheren’.

.

Walcheren

.

Een echtpaar tegen de wind in

in twee strandstoelen: het lijkt wel

of ze tegen 100 per uur

vooruitgaan

.

Zo is stilstand hier: uit alle macht.

Duinen vestigen

het wereldrecord standhouden:

de nul meter in twee eeuwen.

.

 

Mijn honden en ik

Hugo Claus

.

Heel eerlijk gezegd is Hugo Claus voor mij een redelijk onbekende dichter. Ik heb wel wat gedichten van hem gelezen maar dat zijn er eigenlijk niet zoveel. In de vuistdikke bundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 las ik echter een gedicht van hem waar ik aan bleef hangen.

De taal van Claus is bijna realistisch en fysiek en toen ik dit gedicht las herkende ik de stijl die ik mij herinnerde van de romans die ik van hem las. Oorspronkelijk verscheen dit gedicht in de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’.

.

                                                            Met dank aan Bijke.punt.nl

Staande tapijten

Annemarie Estor

.

Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht.  Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).

In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’  en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.

.

Staande tapijten

.

Als je met je nagels op mijn billen schrijft

verschijnen op de doodgestaarde muur

tussen de palen van het hemelbed,

staande tapijten met uitzinnige partijen

en patronen: ontworpen voor stelsels

waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,

tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.

.

Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt

over mijn gebladerte, camelia,

dan wellen geuren op

uit gebergten van hoofdkussens,

doordrenkt met rotte perzikken,

ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,

zwarte pruimen uit monden van mannen.

.

                                                                                                                                                                                 Foto:  Knack, Charlie De Keersmaecker

 

 

 

Ne me quitte pas

Chanson op een kist

.

Op internet kwam ik via Pinterest een afbeelding tegen van een kist waarop de tekst van het lied ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel was aangebracht. Toen ik de tekst en de video van Brel opzocht kwam ik ook een vertaling van het nummer tegen. De tekst is net zo poetisch in het Nederlands als ik al vermoedde (mijn Frans is niet zo geweldig). Daarom niet allen de video om nog eens van te genieten maar ook de Franse en Nederlandse tekst.

.

Ne me quitte pas

.

Ne me quitte pas, il faut oublier
Tout peut s’oublier, qui s’enfuit déjà
Oublier le temps des malentendus et le temps perdu
A savoir comment oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi, le coeur du bonheur
Ne me quitte pas (3x)

Moi je t’offrirai des perles de pluie
Venues de pays où il ne pleut pas
Je creuserai la terre jusqu’après ma mort
Pour couvrir ton corps d’or et de lumière
Je ferai un domaine où l’amour sera roi
Où l’amour sera loi
Où tu seras reine
Ne me quitte pas (5x)

Je t’inventerai des mots insensés que tu comprendras
Je te parlerai de ces amants-là
qui ont vu
deux fois leurs coeurs s’embraser
Je te raconterai l’histoire de ce roi mort
De n’avoir pas pu te rencontrer
Ne me quitte pas (4x)

On a vu souvent rejaillir le feu de l’ancien volcan
Qu’on croyait trop vieux
Il est paraît-il
des terres brûlées
Donnant plus de blé qu’un meilleur avril
Et quand vient le soir pour qu’un ciel flamboie
Le rouge et le noir ne s’épousent-ils pas
Ne me quitte pas (5x)

Je ne vais plus pleurer
Je ne vais plus parler
Je me cacherai là à te regarder
Danser et sourire
Et à t’écouter
Chanter et puis rire
Laisse-moi devenir l’ombre de ton ombre
L’ombre de ta main
L’ombre de ton chien
Ne me quitte pas (4x)

.

Ga niet bij me weg

.

Ga niet bij me weg, je moet vergeten
Alles kan vergeten worden wat al bijna weg is
Vergeet de tijd van de misverstanden en de verloren tijd
Die je nodig had om te begrijpen hoe je de uren moet vergeten
Die de doodsteek gaven
Aan het geluk met teveel waaroms
Ga niet bij me weg (4x)

Ik zal je paarlen van regen aanbieden
Uit landen waar het niet regent
Ik zal het land bewerken tot na mijn dood
Om jouw lichaam met goud en licht te overdekken
Ik zal een omgeving scheppen waar liefde koning zal zijn,
Waar liefde zal heersen
Waar jij koningin zult zijn
Ga niet bij me weg (5x)

Ik bedenk voor jou dwaze woordjes die je zult begrijpen,
Ik zal het met je hebben over die geliefden
die al twee keer hebben gezien hoe hun hart
in vuur en vlam werd gezet
Ik zal je het verhaal van deze koning vertellen die is
gestorven omdat hij jou niet meer heeft kunnen vinden
Ga niet bij me weg (4x)

We zien zo vaak dat het vuur weer oplaait In een oude vulkaan
Waarvan we dachten dat hij uitgedoofd was
Het heeft veel weg van verbrande aarde
Die meer graan opbrengt dan een schitterende aprilmaand
En wanneer de avond valt met een vlammende hemel
Vermengen het rood en zwart zich dan niet met elkaar?
Ga niet bij me weg (5x)

Ik zal niet meer huilen
Ik zal niets meer zeggen
Ik zal me daar verstoppen om naar jou te kijken
Hoe je danst en glimlacht
En om naar je te luisteren
Hoe je zingt en daarna lacht
Laat mij de schaduw van jouw schaduw worden
De schaduw van jouw hand
De schaduw van jouw adem
Maar ga niet bij me weg
Ga niet bij me weg (3x)
.

Straatpoëzie

Ida Gerhardt

.

In ‘Onze taal’ het maandblad van het genootschap Onze Taal staat deze maand (nummer 7/8) een groot artikel van vier pagina’s over straatpoëzie met Kila van der Starre. De regelmatige lezer van dit blog weet dat Kila van der Starre de drijvende kracht is achter het project Straatpoëzie waaraan ook ik als partner ben verbonden. In het interview/artikel veel achtegrondinformatie over het project straatpoëzie en de website met deze naam.

Wat ik heel interessant vond om te lezen was dat in de top 10 van meestvoorkomende dichters, als het gaat om gedichten in de buitenruimte, Ida Gerhardt bovenaan staat. Gevolgd door twee, mij veel onbekendere, dichters Ina Stabergh (gewezen stadsdichter van Diest) en Tine Hertmans (tot voor kort dorpsdichter van Destelbergen) beide uit Vlaanderen, want straatpoëzie beperkt zich niet alleen tot Nederland  Er staan meer onbekendere namen in de top 10 maar dat komt omdat sommige streek- of stadsdichters vaak meerdere gedichten op straat hebben staan.

Het gedicht dat het vaakst voortkomt is ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt, maar liefst 7 keer kun je dat in Nederland/Vlaanderen tegen komen in de publieke ruimte. Zoals Kila stelt in het artikel; Dat gedicht wordt vaak gebruikt voor Tweede Wereldoorlog-monumenten. het gedicht gaat weliswaar ook over kerkklokken en muziek, maar als het op zo’n monument staat, lijkt het alleen te verwijzen naar de Joodse gemeenschap en de Holocaust’.

Nog een conclusie uit het onderzoek van Kila; Nederlanders komen in aanraking met poëzie op verschillende manieren. Op 1 staan bruiloften en begrafenissen, op 2 allerlei televisieprogramma’s en op 3 de openbare ruimte. Toen ik dit las wist ik weer waarom een initiatief als Straatpoëzie.nl maar ook de Poëziebus van grote waarde zijn voor de waardering van poëzie. In het artikel vertelt Kila dat ze ook nader onderzoek gaat doen naar poëzie op sociale media, poëziefestivals, kussenslopen, waterflesjes en zelfs getatoeëerde gedichten. Ik zal haar wijzen op mijn rubriek Gedichten op vreemde plekken (maar volgens mij weet ze die wel te vinden), daar staan honderden voorbeelden.

Je kunt nog steeds gedichten in de openbare ruimte aanmelden bij http://www.straatpoezie.nl, eenvoudig en snel, dus weet je ergens een gedicht op straat of buiten check de website even en als het er nog niet op staat, voeg het toe!

.

Het carillon

.

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, –
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius : – een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

.

In het Hof van Breda in Kampen.

 

Mooi gesjeesd doodgaan

Luuk Gruwez

.

In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.

.

Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.

Zij komt met handtas en haar beste hoed,

gekrenkt tot in haar poederdoos,

arm ding, dat alle glorie verloor.

.

Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.

Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,

haar lichaam zo gerantsoeneerd

dat het maar goed was voor een halve eeuw.

.

Dit liefelijk karkas met pruikenbol,

ik kan het domweg niet vergeten.

Hoe zij in alles was gesjeesd,

misschien in doodgaan nog het meest.

.

Hoorzaam

Dichtkunstkrant

.

Bij het opruimen kwam ik de Dichtkunstkrant 2016 tegen. Al bladerend stuitte ik op het gedicht ‘Hoorzaam’ van Steven Graauwmans. Graauwmans (1972), is een Vlaams dichter woonachtig in Brussel. Hij publiceerde o.a. gedichten in De Revisor en De Brakke Hond maar ook in bladen als Passionate, Krakatau en Gierik. In 2006 verscheen zijn debuutbundel ‘Uitzicht lotto’ gevolgd door ‘Reservisten van maandag’ in 2009 en ‘In de blauwe zon’ in 2012.

.

Hoorzaam

.

Zonder geluid hoor je het

hoe de kraan lekt, de kinderen op straat

hoe nylondraden door de lucht spannen

hoe de ruis op herinneringen zich afzet

op dagdagelijksheid

.

Je hoort hoe een grasmaaier aanslaat op zondag

hoe de vrouw de man de huid vol scheldt.

Je hoort het zand tussen je tenen

het getsjirp van lage zwaluwen.

Je hoort hoe de gong slaat

na het verloren gevecht

.

hoe de vuist geheven

tegen een wereld in slow motion.

Wij verhoren het lawaai van elke dag:

hoe in onze borst een boom barst

hoe we de splinters tellen.

.