Categorie archief: Bibliotheken
Poëzie / Költészet
Poëzieproject
.
Eind 2016 werd ik benaderd door de Stichting Maassluis Partnerstad Kézdivásárhely met de vraag of ik mee wilde denken over een project met de zusterstad van Maassluis in Roemenië Kézdivásárhely. Deze stad in het Hongaars sprekende deel van Roemenië is naast Hatvan (in Hongarije) al jaren zusterstad van Maassluis en er zijn op verschillende niveau’s al uitwisselingen en projecten gedaan. Maar nog niet op het gbeid van literatuur en poëzie. Ik heb vervolgens een aantal dichters van de Poëziewerkplaats benaderd met de vraag of ze mee wilde doen. Ook in Kézdi heb ik via mijn collega van de bibliotheek aldaar gevraagd naar namen van dichters. Toen ik die kreeg en deze dichters voorstelde om mee te doen was men meteen enthousiast.
Vervolgens had het vertalen nogal wat voeten in de aarde, met nagenoeg geen budget en de wil om een bundeltje te laten maken hebben we naar wegen gezocht om dit te realiseren. Uiteindelijk is dat gelukt en van de 9 deelnemende dichters (5 uit Nederland en 4 uit Roemenië) is een gedicht van het Hongaars naar het Nederlands en van het Nederlands naar het Hongaars. Ans van der Wiel tekende voor de vormgeving en het werd uitgegeven onder uitgeverijnaam van MUG books. Nu is dit kleine maar fijne bundeltje een feit. Ik sta er zelf in met het gedicht ‘Voor jou’ of ‘Hozzád’ maar hier koos ik voor een gedicht van Sántha Atilla met het gedicht ‘Rákosidénes’ of zoals het in de vertaling heet ‘Dénesrákosi’.
.
Dénesrákosi
Hij ging, want hij werd meegenomen.
Achttien jaar was hij. Gelukkig
kreeg hij van zijn moeder genoeg mee,
zodat hij nog voor enkele dagen de smaak van thuis proeven kon.
Hij ging, want hij werd meegenomen.
Rechtstreeks naar het Italiaanse front,
terwijl hij alleen maar aan vrouwen kon denken.
Bij de Piave hebben ze zich
voor drie jaar ingegraven,
de frontlijn en hij werden beide stijf;
daarvoor kreeg hij een extra portie broom.
Misschien leerde hij een Italiaans meisje kennen,
dat van hem hield en een vers broodje voor hem bakte,
maar hij kan ook maagd zijn geweest,
toen hij aan het prikkeldraad bleef hangen.
Rákosidénes
Ment, mert vitték,
tizennyolc évesen. Még szerencse,
hogy anyja felcsomagolta,
és pár napig szájában érezhette
az otthoni kenyér ízét.
Ment, mert vitték,
egyenesen az olasz frontra,
pedig csak a nőkön járt az esze.
Piavénál három évre beásták
magukat a földbe,
a frontvonal és ő is megmerevedett,
ezért extra adag brómot kapott.
Lehet, megismert valami olasz lányt,
ki szerette és friss cipót sütött neki,
de az is lehet, szűz volt,
mikor a szögesdróton fennakadt.
.
Ik heb het rood van het joodse bruidje lief
Pierre Kemp
.
Van sommige dichtbundels of bloemlezingen weet ik nog precies wanneer of bij welke gelegenheid ik ze voor het eerst zag of las. Dat geldt zeker voor de bloemlezing ‘Ik heb het rood van het joodse bruidje lief’ uit 1988 en samengesteld door Ton van Deel. Ik herinner het mij zo goed omdat ik destijds net was begonnen met het collectioneren voor de bibliotheek waar ik werkte. De recensie was niet bijzonder positief, maar mijn interesse was gewekt zodat ik de bundel toch heb aangeschaft terwijl poëzie voor zo’n kleine bibliotheek zeker geen automatisme was om aan te schaffen (eerder het omgekeerde).
Toen ik de bundel een aantal weken later in handen kreeg sloeg ik als eerste het gedicht van Pierre Kemp met de (bijna) gelijknamige titel op. Bij het gedicht een afbeelding van het schilderij van Rembrandt (in zwart-wit, dat wel maar de afbeelding stond op de voorkant in kleur). Toen, en nog steeds, leest het gedicht als een liefdesgedicht, de liefde van de dichter die hij voelde voor het schilderij en de schilder toen hij het schilderij bezag.
.
Het Rood van het Joodse Bruidje
.
Archivering door de Koninklijke Bibliotheek
Nieuws
.
Deze week kreeg ik een heel mooi bericht van de Koninklijke Bibliotheek (KB) met de mededeling dat men mijn website wil gaan archiveren, of zoals de KB schrijft:
In het kader van het initiatief van de Koninklijke Bibliotheek (KB) om een selectie van Nederlandse websites te bewaren voor toekomstig onderzoek, willen wij ook uw website archiveren en voor de lange termijn bewaren. Het gaat om de website en eventuele bijbehorende subdomeinen die toegankelijk zijn via de volgende URL(s):
https://woutervanheiningen.wordpress.com/
Als nationale bibliotheek is de KB wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen publicaties, al of niet elektronisch. De KB ziet het als haar taak om ook websites duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor toekomstige generaties en ze te behoeden voor verlies door bijvoorbeeld technologische veroudering.
Om die reden archiveert de KB websites die als verzameling een representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet.
Je begrijpt dat ik zeer vereerd ben met dit bericht en het feit dat men mijn website als zodanig heeft gewaardeerd.
.
Endre Ady
Hongaars dichter
.
Al jaren kom ik met enige regelmaat in Hongarije en de laatste 20 jaar vooral in het stadje Hatvan omdat de plaats waar ik werk, Maassluis, een stedenband heeft met Hatvan. De bibliotheek in Hatvan is vernoemd naar een beroemd Hongaars dichter Endre Ady (1877 – 1919).
In het begin van de twintigste eeuw maakten de Hongaarse dichters er aanspraak op dat ze in de voetsporen traden van Sándor Petőfi, schrijvend in een geïmiteerde volkse stijl, maar wars van de visie van Petőfi (en, meestal, van zijn talent) dat blijkbaar niet te evenaren was. Ady was de eerste die brak met de traditie, en de nieuwe moderne stijl propageerde. Hoewel hij zichzelf zag als een eenzaam, verkeerd begrepen revolutionair, kozen in werkelijkheid vele dichters van zijn generatie zijn kant (en velen van hen imiteerden zijn stijl).
Zijn twee eerste dichtbundels toonden niets nieuw; hij was nog onder de invloed van de 19e-eeuwse dichters zoals Petofi of János Vajda. De eerste elementen van zijn eigen stijl kwamen niet voor in zijn gedichten maar in zijn essays en overige geschriften. Ady was zonder twijfel beïnvloed door het werk van Charles Baudelaire en Paul Verlaine. Hij gebruikt dikwijls het Symbolisme, zijn terugkerende thema’s zijn God, Hongarije en het gevecht tot overleven.
het gedicht ‘Bloed en goud’ van Ady is vertaald uit het Hongaars door Rudolf Polak.
.
Bloed en goud
.
Eén zelfde lied dreunt in mijn oren
Bij smart, die kreunt, bij vreugd, die zingt,
Bij ’t bloed, dat stroomt, bij ’t goud, dat klinkt.
.
Ik weet, ik zweer het, dit is: Alles,
Vergeefs de strijd, vergeefs de moed;
Slechts bloed en goud en goud en bloed.
.
En alles sterft en gaat ten onder,
De roem, de rang, het loon, het lied.
Maar bloed en goud, – zij sterven niet.
.
Er rijzen volk’ren en verdwijnen,
Geheiligd is, die thans met moed
-Als ik – verkondigt: goud en bloed.
.
Woordwaarde
Mirjam Noach
.
Dichters kom je op de gekste plekken tegen. Zo blijkt een collega van me bij ProBiblio (de provinciale ondersteuningsorganisatie van bibliotheken) Mirjam Noach polderdichter van de Haarlemmermeer te zijn. Begin dit jaar hield de bibliotheek Haarlemmermeer een collecte van woorden. Van de meer dan 100 opgehaalde woorden maakte Mirjam het volgende gedicht ‘Woordwaarde’ waaruit duidelijk blijkt in welke omgeving je dit gedicht kan plaatsen.
.
Woordwaarde
.
Hoi windmolen in het open landschap van de polder,
Ben je polderwind aan het vangen?
Zo dicht bij Schiphol in de stroom van vliegtuigen,
En het vliegtuiglawaai.
Mensen op weg naar de zomerzon
Opstijgend via de Bulderbaan
Langs het laatste stukje Bulderbos.
Afhankelijk van de tijd kleurt de lucht oranje
Hemelsbreed zicht op het uit de klei getrokken land.
Kruisbestuiving door het bedwingen van de waterwolf,
Waar akkerbouw ontstond en visch plaatsmaakte voor graan.
Hoe zou Charlotte Demantons dat illustreren
– Wanneer ze zou fietsen op de rechte wegen –
De boerderij van Amersfoordt, de ringvaart en het gemaal?
Onoverzichtelijk lijnenspel boven de oude A9,
Het Haarlemmermeerse bos zonder populieren op de Geniedijk.
In het gras bespreek ik met mijn lief de liefde gezellig in het groen
Calatrava siert met zijn bruggen Harp, Citer en Luit,
De recht-toe-recht-aan-weg.
Rechtlijnig, zonder poespas – weet ook Onno Hoes
Is de polder.
Spottershill en de ruimte aan de horizon waarin we samenleven,
Met koolmees of poldervogel, rups en katjes aan een polderboom.
Als overwinning op het water, in het honkbalstadion
Waar jongeren op de bank
Kansen zien in zonlicht en wind; gratis geldloos edenisme.
Leuk en leerzaam ook voor expats,
Die desalniettemin voor het ijs betalen.
Vliegtuigen vliegen naar het licht
Over de Geniedijk met zijn fietsers
Weg van loslopende honden, hun tak hun poep en nattigheid
En de agressie die dat oproept.
In deze gemeente waar waarachtig de zomerzon
Wonderwel opkomt en ondergaat
En het effect van die juxtapositie ons heeft bereikt
Voelen wij ons (t)huis.
.
Stumm
Peter Maiwald
.
Afgelopen week was ik met een aantal collega’s op bezoek bij Duitse bibliotheken in onder andere Stuttgart, Mannheim en Heilbronn. In die laatste bibliotheek vond ik tussen de poëziebundels (de Duitse bibliotheken beschikken over het algemeen over een behoorlijke poëziecollectie) in een verzamelbundel een gedichtje dat me aanstond. Het is van de dichter en schrijver Peter Maiwald (1946 – 2008). De vroege publicaties van Peter Maiwald waren agitprop stukken (een vorm van politieke communistische propaganda van na Lenin) in de stijl van Bertold Brecht, gedichten en liederen die tijdproblemen op een gedeeltelijk ironische, soms bittere manier beschreven. Maiwald was lange tijd lid van de communistische partij in Duitsland, maar nadat hij in 1984 het kritische, linkse maandblad Düsseldorfer Demokratie oprichtte, werd hij uit de partij gezet. Zijn poëzie wordt daarna meer poëtisch, traditioneler ook met stanza’s en rijmen.
Uit die periode stamt het gedicht ‘Stumm’ dat ik las in een bundel in de bibliotheek. Voor het gemak heb ik het maar gelijk vertaald.
.
Stom
.
Vandaag zag ik je
(zoals ik je nog nooit zag
na het opstaan naakt
kort in de deuropening staan
.
billen, rug, haar)
lachend gezicht
omdat ik gelukkig was.
Zei verder niets.
.
De twee apen van Bruegel
Wisława Szymborska
.
In een aantal supermarkten staan tegenwoordig boekenkasten waarin je je oude boeken mag achterlaten. Je mag ook boeken uit deze boekenkasten meenemen. Eufemistisch worden deze boekenkasten ‘bibliotheek’ genoemd, waar ze dat vandaan halen is me een raadsel. Het heeft werkelijk niets met een bibliotheek te maken.
In deze kasten staan veelal oude en onleesbare boeken tussen wat modernere maar kapot gelezen boeken. Het lijkt dan ook meer op een dumpplaats van oude boeken dan op de uitgebalanceerde en actuele collecties die bibliotheken te bieden hebben.
Toch kan ik het niet laten er even een blik in te werpen als ik er een tegenkom. Zo ook vorige week. Tussen de al genoemde oude en oninteressante boeken (zelfs een aantal titels die ik in de jaren ’80 las voor mijn Engels lijst) stond dit keer zomaar wel iets van waarde (voor mij). Weliswaar onder de koffie spetters maar toch: ‘Uitzicht met zandkorrel; een keuze uit de gedichten’ van Wislawa Szymborska in een vertaling van Gerard Rasch.
Het leuke aan dit boek is nog wel dat de vorige eigenaar met potlood van alles bij de titels van de gedichten in de inhoudsopgave heeft geschreven. Nog leuker is het dat hij of zij voorin het boek een getypte (met een ouderwetse typemachine) lijst heeft geplakt met ‘het ABC van de mijns inziens beste gedichten’. Dat het er net iets minder zijn dan de helft van alle gedichten in de bundel maakt het vooral curieus.
Ik ben toch blij met deze bundel, Szymborska (1923 – 2012). Ze behoort tot de belangrijkste dichters van haar generatie in Polen en is een van de meest gelezen én gelauwerde dichters van deze tijd. Uit de bundel ‘Uitzicht met korrel’ heb ik voor het gedicht ‘De twee apen van Bruegel’ gekozen (hoewel dit gedicht niet op het lijstje van de vorige eigenaar staat), vooral omdat de eindexamenperiode op dit moment gaat beginnen in mei.
.
De twee apen van Bruegel
.
Zo ziet mijn grote eindexamendroom eruit:
twee apen zitten aan de ketting voor het raam,
buiten waait de hemel voorbij
en baadt de zee.
.
Ik leg examen af in de geschiedenis van de mensen.
Ik stotter en modder.
.
De ene aap, die me aanstaart, luistert ironisch,
de andere doet alsof hij dut –
maar wanneer op een vraag een stilte volgt
zegt hij me voor
met een zacht gerammel van zijn ketting.
.























