Categorie archief: (bijna) vergeten dichters
De mattenklopper
(bijna) vergeten dichters
.
Henricus Zacharias Alexander (Alex) Gutteling (1884 – 1910) was een dichter en criticus. Alex. Gutteling debuteerde in 1906 met ‘Een jeugd van liefde’. Zijn bundel ‘Doorgloeide wolken’ verscheen postuum in 1911. In 1912 verscheen eveneens postuum Guttelings vertaling van ‘Paradise Lost’ van de Engelse dichter John Milton.
Hoewel de dichter Gutteling uit het collectief geheugen van Nederland is verdwenen nam Gerrit Komrij een gedicht van hem op in de bundel ‘In liefde bloeyende’ de Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten. Van Gutteling nam hij het gedicht ‘De mattenklopper’ op.
Komrij schrijft hierover: Het gaat over zoiets onspectaculairs als een mattenklopper. Zo’n ding lijkt op het eerste gezicht misschien geknipt voor het achterwerk van een poëzie-professor, maar minder als onderwerp voor een gedicht. Toch heeft Gutteling het aangedurfd. In het gedicht blijft hij in de ontroerde, verstilde toonzetting die bij een mattenklopper past.
.
De mattenklopper
.
Er is een schoonheid in ’t armoedigst kleine,
Die zich in stilsten droom slechts openbaart.
Gelijk somtijds een zwerver eenzaam staart
Naar een Moors venster, sierlijk rijk van lijnen,
Zo boeit dit nietig ding betoovrend mijnen
Ontroerden blik: hoe speels en toch hoe klaar ‘t
Riet zich verwindt en tot een steel zich paart:
Geringde palmenstam en blonde schijnen!
Was het een kunstenaar die voor het eerst verzon
Zo tot een kroon, een arabesk, te spreiden
lichte en veerkrachtige stengels, guld in zon?
Of is elk ding dat zorgvol en bescheiden
De mens goed voor zijn doel vervaardgen kon,
Schoon geen ’t vermoed, Schoonheid voor alle tijden?
.
(bijna) vergeten dichter
Astère Michel Dhondt
.
Astère Michel Dhondt is een Nederlandse schrijver van Belgische afkomst. Geboren in Machelen-aan-de-Leie (Vlaanderen) verwierf hij in 1975 de Nederlandse nationaliteit. Dhondt was vooral in de jaren 60’en 70′ actief als dichter waarbij zijn openlijke pedofilie als thema vaker in zijn werk voor kwam. De gedichtencyclus Maartse gedichten (waarvan hier een gedeelte) verscheen oorspronkelijk in ‘De koning en de koningin van Sikkim in de Haarlemmerhouttuinen’ uit 1971.
.
Maartse gedichten
.
Vrijdag 7 maart
Prins Bernhard der Nederlanden
Loopt
Al een jaar of dertig veertig
Met een anjer in zijn knoopsgat
.
Kuilen vol dode anjers
Heeft die man
Achter zich gelaten
.
Woensdag 19 maart
Doorheen de damp
En het geraas
Van deze nijvere stad
Spoedden twee heksen zich
.
Op een gammele bezem
Van de Kinkerstraat
Naar het Concertgebouw
.
Gezegend zij de Heilige Maagd!
Het bijgeloof begint weer te gedijen
.
Amsterdam, maart 1969
.
Erotiek in poëzie
Dana Hokke
.
In 2000 schreef de Groene Amsterdammer over de toen 70 jarige ‘vergeten’ dichter Dana Hokke (alias van Dana Constandse). Deze dichter publiceerde in 1982 de bundel ‘Gebroken wit’ maar in de jaren daarna was slechts sporadisch nieuw werk van haar te lezen. Gedichten verschenen in Hollands Maandblad, Lust & Gratie, Maatstaf en in de poëziekalender van Meulenhoff maar ook in het Vlaamse Gierik en het besloten Tijdschrift Ons Kent Ons (TOKO).
Het hele artikel kun je hier lezen https://www.groene.nl/artikel/wie-schrijft-die-blijft-4
Uit haar bundel een erotisch gedicht getiteld ‘Vergelijking’.
.
Vergelijking
.
Het paren van nijlpaarden
is minstens zo subtiel
als onze logge bezigheid
in bed. Ook hier
stroomt Gods water echter
opgewekt over de akkers
of onbekommerd de delta in
al naar gelang het
zo uitkomt.
.
Van de morgen tot morgen
Bloemlezing van moderne poëzie (1964)
.
Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.
Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.
Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.
.,
In het bos
.
Daar was het zo stil,
ik kon mijn stem er niet verbergen
in het rumoer van auto’s,
in de muziek van een café.
.
Er was geen omweg voor het woord
en geen geluid waarin het kon verdrinken
en weer gevonden worden
alsof het van een ander was.
.
Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,
had je het onherroepelijk gehoord,
hadden wij zwijgend verder moeten lopen.
Te stil was het, ik durfde niet.
.
En toen we bijna bij de huizen waren
en ik het zeggen ging, zag je
een eekhoorn, je wees
en holde naar de boom waarin hij was geklommen.
.
(bijna) vergeten dichters
Ferdinand Langen en Koos Schuur
.
Van Renzo Verwer ( van http://www.renzoverwer.wordpress.com) kreeg ik een berichtje dat Ferdinand Langen (1918 – 2016) was overleden op 20 juli. Hij was de oudst levende schrijver op dat moment (hij zou komende week 98 zijn geworden). Nu schrijf ik over dichters en niet over schrijvers maar Langen (geboren als Egbertus Pannekoek) schreef ook gedichten.
Zo debuteerde hij met het gedicht ‘Projectie’ dat je kunt terug lezen op de website van Tzum http://www.tzum.info/2016/07/nieuws-ferdinand-langen-1918-2016-overleden/
Omdat ik verder geen gedicht van Langen kon vinden wil ik hier een gedicht van een andere, in 2015 gestorven dichter en vriend van Langen, plaatsen, namelijk Koos schuur. Met Ferdinand Langen was Koos Schuur oprichter en redacteur van ‘Het Woord’ (1945-1949). Vanaf 1945 was Schuur enige tijd letterkundig adviseur bij de Bezige Bij.
Voor A. Marja (ook uit Groningen) schreef hij het gedicht ‘Een kind tekent’ uit ‘Gedichten 1940-1960’ uit 1963.
.
Een kind tekent
voor A. Marja
koe en paard kakelbont
en een huis van karton
en op de weg een hond
en in de lucht een zon
(het heeft de boom vergeten)
de zon is geel, de hond is bruin
de weg is wit – de witte weg –
en helemaal rondom de tuin
tot aan het huis een groene heg
(maar ’t heeft de boom vergeten)
het huis is rood, het dak is rood
en uit de schoorsteen komt wat rook
waar is de boom?
o sapperloot
nu is de boom er ook
.
Zwarte zwanen
Paul Marijnis
.
In het kader van de (bijna) vergeten dichters vandaag aandacht voor dichter, schrijver en journalist Paul Marijnis (1946 – 2008). Marijnis debuteerde pas in 1993, toen hij 47 was met de roman ‘De zeemeermin’. Hij is de auteur van een klein oeuvre dat bestaat uit drie romans, een verhalenbundel en twee dichtbundels te weten ‘Gilette’ uit 1998 en ‘Rode zoenen’ uit 2002. Voor de laatste ontving hij in 2003 de J.C. Bloem-poëzieprijs.
Uit de bundel ‘Gilette’ het gedicht ‘Zwarte zwanen’.
.
Zwarte zwanen
.
Een vlugge glimp van witte lingerie
onder roetwolk van rokken: zwarte zwanen
die, gekoppeld in een zelfde rêverie,
als kanten schuitjes door de vijver varen:
kokette weduwen die niet om hun doden
blijven treuren – zwart is in de mode.
Eén kijkt soms even of haar spiegelbeeld
zich onder water net zo erg verveelt.
.
Frits Ekkel
Aart van Zoest
.
Op zoek naar de dichter Frits Ekkel (vader van Jonge Helden Daan en Willem Ekkel) kom ik op de website van Aart van Zoest (1930) http://aartvanzoest.nl/.
Op zijn site heeft van Zoest, overduidelijk een groot fan van de poëzie van Ekkel, twee gedichten van hem geplaatst. Of het hier Frits Ekkel, vader van, betreft weet ik niet maar het gedicht dat ik aantrof kan ik zeer waarderen. daarom hier het gedicht ‘gedicht’.
.
gedicht
om het gedicht hangt vaal
schijnsel, de schim van een lamp
of een kaars op zijn eind
door de gordijnen komt
licht zonder zon, de dag
is ontwricht en voor je het weet
is het huis er ontheemd en
er worden regels vermist
ik breng alles in het geweer
en besluit tot een vuist
op papier, tot een sluitend
tegengedicht
maar geen woord
dat van zich laat horen
geen woord dat er juicht of
vooraan wil staan
wat verschijnt gaat timide
zijn weg en vergruist
het is een dag vol omissies
en muizenissen en lege seconden
die moe zijn gestreden
ik zwicht en blijf achter
zonder verweer
het gedicht en blijf achter
zonder verweer
het gedicht is een kooi
een schande
het werkt bijna nooit
is levenloos
leeft niet langer
dan een amoebe in hooi
wat ik wil is een
raadsel, een noest in het hout
een spoor van een voet in
het zand, wat ik wil
is een misverstand
het gedicht wordt een lus
om mijn hals
een moet in mijn wang van
een blijvende bittere kus
.
Reïncarnatie
Patricia Lasoen
.
De Vlaamse schrijfster, dichter en essayiste Patricia Lasoen (1948) werd samen met dichters als Herman de Coninck Roland Jooris en Daniël Van Ryssel tot de nieuwe realisten gerekend. In haar werk gaat ze uit van de dagelijkse realiteit maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief dat dienst doet als decor. Lasoen gebruikt in haar werk graag under- of overstatements. Daarnaast komen verhalende en surrealistische elementen voor in haar poëzie maar is ze daarin toch ook maatschappelijk geëngageerd.
In 1968 debuteert ze met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. In 1977 ontvangt ze de Poëzieprijs van de provincie West-Vlaanderen voor ongepubliceerd werk voor de bundel ‘Veel Ach & een beetje O’. Haar laatste werk verscheen alweer enige jaren geleden.
.
Reïncarnatie
mijn voetjes warmend
hoog tussen je zachte dijen
denk ik plots
aan die kale man
die vroeger de piano stemde
en alleen maar melk en
regenwater dronk.
Hij geloofde aan reïncarnatie en
– verstrooid de snaren toetsend –
heeft hij op een dag verteld
dat ik vroeger een prinses was
of de dochter van een Indianenstamhoofd
en Kiruka heette.
Zelf zou hij terugkeren
als bruingestreepte kater.
.















