Categorie archief: Over Poëzie

Gedichtencabine

Maarten Inghels

.

Afgelopen week was ik voor mijn werk in Eindhoven bij de Dutch Design Week. Naast heel erg veel mooi, praktisch, vernieuwend en interessant design in werkelijk alle vromen kwam ik daar ook de Poem Booth tegen, of in goed Nederlands de Gedichtencabine. De Poem Booth is ontwikkeld door studio VOUW (Mingus Vogel en Justus Bruns) en werkt met AI (Kunstmatige Intelligentie). De gedichten zijn op maat afgestemd door de Vlaamse multidisciplinair kunstenaar, dichter en schrijver Maarten Inghels (1988).

Het werkt heel eenvoudig. Je gaat voor de cabine staan en je ziet jezelf in de cabine. Voor de cabine is een zuil met een rode knop. Deze druk je in en vervolgens maakt de gedichtencabine een gedicht op maat, op basis van jouw foto. Uiteraard heb ik dit gedaan. Mijn foto kun je hieronder bekijken met het gedicht. Waar ik echter achter kwam na wat onderzoek op Internet, is dat alle gedichten die gemaakt worden met de Gedichtencabine tijdens de Dutch Design Week ook op een website verschijnen. Als je weet wanneer je foto is genomen kun je dus scrollen naar de datum en het tijdstip en voila! Dan heb je je gedicht ook in het Nederlands! De gedichten die je op het scherm van de Gedichtencabine ziet zijn namelijk allemaal in het Engels.

Dat laatste heb ik dus gedaan en op 27 oktober om 12.58 verschijnt inderdaad ‘mijn gedicht’. Als je de Engelse versie voor jezelf vertaald (of de eerste zin) heb je het snel gevonden. Hieronder zie je de foto die ik nam van de Gedichtencabine met mijn gedicht en daarboven de Nederlandse vertaling. Over de inhoud en de kwaliteit van deze ‘gadget’ kun je twisten maar dat zal ik hier niet doen. Het feit dat er mensen zijn die hiermee aan de slag zijn gegaan kan ik alleen maar waarderen.

.

Ga staan, silhouet tegen
de grimmige stilte.
In je handen spint een dwaallichtje
verhalen.
Plots strekt zich een spectrale schaduw uit.
Jouw fluistermuur
draagt ​​nu een gezicht.
.

Concrete poëzie

Eugen Gomringer

.

Ik heb op dit blog al vaker over concrete poëzie geschreven, meestal aan de hand van een voorbeeld of naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen binnen de concrete poëzie. Nu heb ik echter een klein boekje op de kop weten te tikken dat over dit onderwerp gaat. Het betreft hier ‘Concrete poëzie’ van Erik Slagter, een vijfde deel uit de reeks Moderne Literatuur Nederlands uit 1971.

Het boekje begint met een voorwoord van Slagter waarin hij eigenlijk de essentie van concrete poëzie in de laatste alinea weet te pakken: “Maar in deze tijd van massacommunicatie telt het gevoel van één mens nog nauwelijks mee. De kunstenaar zoekt daarom naar iets anders. Hij wil met gebruikmaking van de nieuwste technieken en materialen iets vinden dat iedereen aanspreekt en verrast doordat het de dingen ineens vanuit een onverwachte hoek laat zien. Met de klank of met de vorm van het woord is dat te bereiken. Dat wil nu concrete poëzie.”

De term concrete poëzie stamt uit begin jaren ’50 van de vorige eeuw. In 1953 schreef de Zwitserse dichter en beeldhouwer Eugen Gomringer (1925) gedichten die hij konstellaties noemde. In die periode reisde hij naar Zuid-Amerika en besloot samen met enkele Braziliaanse dichters om hun poëzie voortaan concrete poëzie te noemen. De naam verspreidde zich over Amerika en Europa waar veel dichters de naam gingen gebruiken, zodat het niet lang duurde voordat bijna niemand precies meer wist wat de naam inhield.

In 1967 verscheen in Amerika een bloemlezing met concrete gedichten van vijfenzeventig dichters uit 20 landen. Hoewel Gomringer in 1955 besloot zijn poëzie concrete poëzie te noemen, was hij niet de eerste die dat deed. In 1953 schreef al een Zweedse dichter Öyvind Fahlström (1928-1976), een manifest voor concrete poëzie. Dit manifest verscheen in een kleine oplage en Fahlström was toen een bekende abstracte kunstschilder. Maar in de jaren ’50 van de vorige eeuw waren er meer dichters die zich bezig hielden met een vorm van poëzie die later concrete poëzie genoemd zou worden. In Italië was er een groepje dichters in Milaan onder leiding van de dichter en futurist Carlo Belloli (1922-2003) die zijn gedichten al ‘visuele woorden’ noemde. Maar ook in Oostenrijk en Duitsland waren er dichters die met hun poëzie nauw aansloten bij deze vorm.

Wat was er nu nieuw aan deze vorm van poëzie? Gomringer wilde gedichten schrijven die zoveel mogelijk uitdrukten met zo weinig mogelijk middelen. Hij ‘ontdekte’ dat het mogelijk is poëzie te schrijven met bijvoorbeeld maar één woord, zodanig op een vel papier geschreven dat er evenveel mee wordt uitgedrukt als met een gedicht met veel woorden. Een mooi voorbeeld is zijn gedicht uit 1953 ‘ping pong’.

.

ping pong

ping pong ping

pong ping pong

ping pong

.

De dichter laat met dit voorbeeld zien dat het ping pong-spel kan worden uitgedrukt met de taal zelf, door de woorden zo te plaatsen dat het spelverloop uit het beeld is af te lezen. Wanneer je dit gedicht hardop voorleest komt de klank overeen met het geluid van de ping pong-bal op de speeltafel, wat dit gedicht niet alleen een beeldtekst maar ook een klankgedicht maakt.

Naast deze voorbeelden staan er nog vele andere concrete dichters in dit heerlijke boekwerkje. Van de Belgische dichters Mark Insingel en Ivo Vroom, de Nederlandse dichters Herman Damen en Hans Clavin en uiteraard misschien wel de bekendste concrete dichters de Fransman Stéphane Mallarmé en natuurlijk Jan Hanlo.

.

 

 

 

Regenbooggedicht

Rachel Rumai Diaz

.

De CPNB (stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) heeft schrijver, dichter, performancekunstenaar en programmamaker Rachel Rumai Diaz (1990) gevraagd een regenbooggedicht te schrijven in aanloop naar de Pride in Amsterdam. Rumai Diaz is oprichter van feministisch literair platform Zus & Zo en werkt momenteel aan haar debuutroman, over de vrouwen uit haar familiegeschiedenis. Rumai Diaz wil mensen met haar gedicht een hart onder de riem steken. Haar gedicht wordt vanaf nu verspreid via sociale media en staat samen met een persoonlijk interview in Nederlands grootste queer lifestylemagazine Winq. Maar nu dus ook hier op dit blog te lezen.

.

Ergens

.

Ergens in het land

wordt een jongetje geboren dat geen jongetje is

vergeeft een dochter haar moeder

vergeet een moeder haar dochter

leert een grootmoeder de nieuwe voornaamwoorden van haar kleinkind

.

wordt een nieuwe regenboogvlag voor de derde keer in een jaar opgehangen op

dezelfde plek

is de safe space van een groep

doelwit voor een andere

houdt een koppel elkaars handen alleen maar achter gesloten deuren vast

.

ergens in de wereld

begon pride als een protest

is pride nog steeds een protest

is je land

en al je herinneringen achterlaten de enige manier om te overleven

is een mens een mens zonder daar uitleg over te moeten geven

.

soms is vieren

het besef dat houden van wie je wilt net zo belangrijk is al houden van wie je bent

een x in een paspoort als teken van verandering

een keuze die niet in twijfel wordt gebracht

moed niet als een schild te hoeven dragen

de liefde van een vader

.

twee vrouwen in Iran die elkaar kussen in het openbaar

de hoop om ooit te kunnen trouwen op Curacao

het schrijven van een gedciht

voorlezen aan wie je wil

.

het gevoel dat ik ergens bijhoor

.

Slam- en Spoken word poëzie

Mini cursus Spoken word en Slam poëzie

Op de website van adazing.com kwam ik een goed artikel tegen over de verschillen en overeenkomsten van slam poëzie en Spoken word poëzie. Ook biedt dit artikel een minicursus Spoken word of Slam poëzie, waar je overigens als voordragend dichter ook veel aan kunt hebben. Voor het gemak heb ik het vertaald en kun je het hier lezen.

Mensen hebben verschillende opvattingen over slam-poëzie en Spoken word. Sommigen noemen ze poëzie, anderen een gescripte vorm van poëzie en sommigen een vorm van rap of hiphop. Wat je opvatting ook is, beide bevatten ze elementen van poëzie, ook al gaat het om uitvoering. In werkelijkheid worden slampoëzie en Spoken word door elkaar gebruikt. Dat komt door de overeenkomsten tussen beide. Ook zijn de verschillen tussen de twee klein in vergelijking met hun overeenkomsten.

Slam-poëzie staat bekend als een vorm van gesproken poëzie die wordt uitgevoerd in een slam. Het wordt uitgevoerd als een wedstrijd tussen dichters tijdens een evenement. Gewoonlijk wordt bij een slam  het publiek gevraagd om de prestaties van elke dichter te beoordelen. Het hangt er ook van af hoe het het publiek aanspreekt.

Spoken word verwijst naar een gedicht dat is geschreven en moet worden uitgevoerd (uitgesproken). Het verwijst naar poëzie die is geschreven voor uitvoering op het podium. Het kan worden uitgevoerd waar de dichter maar wil of waar hij een platform heeft om op te treden.

Waar zitten dus de verschillen tussen Slam-poëzie en Spoken word? Slampoëzie wordt uitgevoerd als een vorm van competitie met andere dichters. Spoken word is meestal geen wedstrijd is, het kan gewoon een optreden zijn om een ​​publiek te vermaken. Slam-poëzie komt voor in evenementen die bekend staan ​​​​als een poëzie-slam. Maar Spoken word kan bij elke bijeenkomst of evenement die je maar bedenkt voorkomen, zelfs in een klaslokaal.

Het is echter beide uitvoeringspoëzie. Dat houdt in dat je het gedicht hardop voorleest, lichaamstaal, gebaren en gezichtsuitdrukkingen gebruikt om de boodschap goed over te brengen. Je hebt ook een vergelijkbare voorbereiding nodig om ze te schrijven en uit te voeren. Daarom hebben ze dezelfde elementen, procedures en stappen voor schrijven en uitvoeren.

Welke elementen, procedures en stappen worden hgier bedoeld?

Concrete taal: Gesproken woordpoëzie maakt gebruik van concrete taal. Het bevat woorden en zinnen die je publiek een duidelijk begrip van het onderwerp geven. Het maakt het gedicht ook helder en levendig. Ook gebruikt het een taal die de zintuigen aanspreekt.

Houding:  Je moet het uitvoeren op een manier die de meningen en gevoelens erachter verspreidt. Je moet je gedicht kunnen uitspelen. Het is de houding die je uitstraalt waardoor het echt gesproken woordpoëzie wordt en niet alleen een voordracht.

Herhaling: het gaat om het herhalen van enkele zinnen of woorden om nadruk te leggen. Dergelijke woorden of zinnen blijven gemakkelijk in de hoofden van je publiek hangen. Het draagt ​​​​ook bij aan het spannend maken van het gedicht.

Literaire middelen: Spoken word bevat literaire middelen. Ze helpen om Spoken word meer te maken dan alleen simpele zinnen. Ze laten het publiek dus zien wat je bedoelt en drukken emoties uit. Ze omvatten vergelijkingen, metaforen, personificaties, enz. Hier geldt echter dat er niet teveel van dit soort literaire middelen moeten worden imngezet om het helder en duidelijk te houden.

Ritme: Dit verwijst naar een geluidspatroon dat wordt geleverd met het benadrukken van verschillende lettergrepen. Het geeft een soort flow aan het gedicht. Het gebruikt ook geluid om de betekenis te versterken. Je kunt sommige geluidsmiddelen zoals onomatopee, alliteratie en consonantie gebruiken om ritme te creëren.

Rijm: het gaat om het gebruik van dezelfde klanken aan het einde van een regel. Je kunt er echter voor kiezen om geen rijm te gebruiken. Het is jouw stijl. Maar zoals ook bij literaire middelen; gebruik het met mate.

Hoe schrijf je slam poëzie of Spoken word poëzie?

Kijk hoe anderen optreden: Om gesproken poëzie effectief te schrijven en uit te voeren, moet je anderen zien optreden. Je kunt een Poetry Slam bijwonen of online bekijken. Let op degenen die het meest indruk op je maken en waarom ze dat deden. Let ook op hun woordgebruik, ritme en stroom van de gesproken woorden. Sommige mensen geven er misschien de voorkeur aan deze stap te nemen voordat ze hun gedichten schrijven. Anderen geven er de voorkeur aan dit te doen nadat ze klaar zijn met schrijven om inspiratie op te doen voor het uitvoeren ervan. Dus kijk hoe anderen optreden wanneer het jou uitkomt.

Kies een onderwerp: Voordat je je gesproken woordgedicht schrijft, moet je een onderwerp kiezen. Je moet een onderwerp kiezen waar je gepassioneerd over bent, omdat het gedicht met emoties wordt uitgevoerd. Je kunt er ook een kiezen die een speciale herinnering is. Het is echter het beste als het niet te breed maar specifiek is. Een onderwerp over ‘liefde’ kan bijvoorbeeld worden beperkt tot ‘je eerste liefde ontmoeten, of hoe je van je moeder houdt’. Het kan ook gericht zijn op uw ervaringen, zoals ‘deel uitmaken van een grote familie’. Het kan ook de vorm hebben van een vraag als “Wat is angst?” Het punt is dat wat je ook kiest, je passie moet uitlokken terwijl je optreedt. Schrijf al je ideeën op: als je eenmaal je onderwerp hebt geselecteerd, neem dan de tijd om ideeën op te schrijven. Als je aan het brainstormen bent, schrijf dan op wat er in je opkomt. Schrijf al je gedachten en gevoelens over het onderwerp op. Je kunt ook pauzes nemen en er later op terugkomen. Verder helpt het ook als je een pen en een klein dagboekje in je zak of tas hebt. Op die manier kun je gemakkelijk willekeurige ideeën neerleggen waar je ook bent. Het is normaal dat je afdwaalt als je aan het brainstormen bent. Dat betekent niet dat je het niet goed zult doen.

Schrijf je eerste concept: nadat je klaar bent met het schrijven van je ideeën, moet je je eerste concept opschrijven. Kies de woorden of zinnen die betrekking hebben op je onderwerp. Kies het beste uit de berg ideeën die je in eerste instantie hebt opgeschreven. Neem ook woorden op die passen bij het verhaal dat je wilt doorgeven. Begin met eenvoudige zinnen tot je het kader voor je gedicht hebt. Als je eenmaal hebt begrepen wat het verhaal vertelt, ben je klaar om te gaan.

Gebruik literaire middelen: Nu je een raamwerk hebt om mee te werken, kun je literaire middelen gebruiken. Ze geven een flow aan je gesproken woorden. Voeg ze toe in de juiste delen van je gedicht. Kies ook zaken zoals vergelijkingen, metaforen, enz. Controleer op zinnen die beter klinken met een literair middel. Wis je originele regels echter niet. Geef de vervanging ernaast aan of schrijf een andere kopie met de vervanging. Het kan helpen omdat de originele regel nog steeds nuttig kan zijn.

Maak gebruik van herhalingen en woordspelingen: Het toevoegen van herhalingen en woordspelingen kan je gesproken woorden een boost geven. Wanneer je enkele woorden of regels herhaalt, worden ze benadrukt. Ook blijft het zich herhalen in de geest van je publiek en wordt het daardoor gedenkwaardig. Bovendien creëren woordspelingen een mix van gevoelens bij je publiek. Het verbetert ook de creativiteit van je gedicht.

Verbeter het geluid: je schrijft je gesproken woorden op om het hardop voor te lezen, dus zorg ervoor dat het goed klinkt. Je hebt geen rijmschema nodig, maar je kunt rijm gebruiken om het geluid te verbeteren. Ook kan het ritme van je gesproken woord verbeteren als je poëtische middelen gebruikt. Ze omvatten alliteratie, onomatopee, enzovoort.

Herzie je gedicht: Nadat je klaar bent met het verbeteren van je gedicht, hoef je het alleen maar te herzien. Het zou je moeten helpen om je gedicht af te ronden. Neem eerst een pauze (erg belangrijk!). Het zal je helpen je stuk met frisse ogen te herzien. Als je het herziet, zul je waarschijnlijk zien wat je op een betere manier had kunnen schrijven. Lees het hardop, eerst voor jezelf en daarna voor een vriend. Probeer het meerdere keren te doen. Voer ook eventuele correcties uit die je opmerkt. Bovendien moet je je gesproken woorden op papier hebben. Het moet op de juiste manier kunnen worden doorgegeven aan je publiek. Nadat je je gedicht hebt geschreven, moet je het onthouden. Dat maakt het makkelijker om het uit te voeren. Maar het helpt om veel te oefenen om een ​​geweldige presentatie te geven.

Houding: Oefen de juiste houding voor je presentatie. Je zult rechtop moeten staan, met opgeheven hoofd. Houd er rekening mee dat de juiste houding je zelfvertrouwen uitstraalt. Je publiek zal dus sneller willen zien wat je te bieden hebt. Daarom is het verstandig te oefenen, omdat je misschien nerveus bent, vooral als het je eerste keer is. Je kunt echter elke houding gebruiken die je gesproken woorden verklaren tijdens je optreden.

Oogcontact: Maak van tijd tot tijd oogcontact met je publiek. Het zal hun aandacht trekken en zal ook helpen om dat deel te benadrukken. Maak niet de fout om met een stuk papier het podium op te gaan. Zelfs als je het verbergt, zal je publiek merken dat je naar iets anders kijkt.

Volume en toonhoogte: Je volume en toonhoogte moeten je gesproken woorden duidelijk maken. Ze kunnen ook enkele woorden of regels benadrukken. Je stem moet luid genoeg zijn zodat je publiek je kan horen. Maar het helpt als je niet te snel spreekt.

Pauzeren: Pauzeer wanneer het nodig is. Zeg niet alleen de woorden van begin tot eind zonder pauzes. Een korte pauze telkens wanneer een punt de lijnen scheidt, is essentieel. Je kunt echter naar eigen goeddunken pauzes gebruiken om je punt te maken.

Gezichtsuitdrukking: Je gezichtsuitdrukking moet de sfeer van het gesproken woord weerspiegelen. Als er op verschillende punten verschillende stemmingen zijn, moet je gezichtsuitdrukking gemakkelijk kunnen veranderen om ze weer te geven.

Gebaar: Je kunt verschillende gebaren gebruiken om duidelijker uit te drukken wat je wil overbrengen. Het geeft ook weer wat het gedicht inhoudt. De manier waarop je je lichaam beweegt of je handen gebruikt, zegt veel over het gedicht en benadrukt een punt.

Conclusie. In wezen zit het belangrijkste verschil tussen slampoëzie en Spoken word in de gebeurtenissen waarbinnen ze worden uitgevoerd. Verder bereid je je voor beide optredens op dezelfde manier voor. Daarom hebben ze dezelfde elementen en hetzelfde kader bij het schrijven ervan. Dus je kunt het gedicht dat je hebt geschreven gebruiken als een Spoken wordtekst om mee te dingen naar een poëzie slam. Op deze manier kun je gemakkelijk je gedicht of tekst schrijven, onthouden, oefenen en ten slotte uitvoeren als Spoken word of slam-poëzie.

.

Jan Arends

Interpretatie van een gedicht

.

Via het wereld wijde web kwam ik op de website van de Universiteit Gent een artikel tegen van Bart van der Straeten over een gedicht van Jan Arends. Nieuwsgierig als ik ben kwam ik erachter dat Bart van der Straeten maar liefst 239 publicaties over poëzie, poëziegerelateerde en literaire onderwerpen in de Universiteitsbibliotheek heeft staan. Het artikel waar ik op stuitte gaat over een gedicht zonder titel van Jan Arends (1925-1974) dat oorspronkelijk verscheen in 1965 in de bundel ‘Gedichten’ en later werd opgenomen in de bundel ‘Vrijgezel op kamers’ uit 2003. In dit artikel uit 2006 schrijft B. van der Straeten zijn interpretatie van dt gedicht.

Die interpretatie luidt als volgt. “In dit gedicht heeft Jan Arends een tegenstelling ontwikkeld tussen de mens en de dieren. Aan de dieren worden positieve eigenschappen toegeschreven, aan de mens negatieve. De dieren hebben minder last van angst. Ze staan dichter bij de dingen (‘zijn na tot de boom’), dichter bij ‘het weten’. Ze staan dichter bij de rust, de harmonie, de vrede van een bekende, geruststellende wereld (zijn ‘bijna nog het slapen in eigen grond’). De mens daarentegen heeft noch het weten, waardoor hij ‘verworpen’ is, noch het zijn, waardoor hij ‘volledig uitgestoten’ is. De mens is een wezen dat autonoom leeft, dat geen eenheid vormt met de hem omringende wereld (dat ‘als een verachtelijk eigen’ is). Zijn aanwezigheid brengt schade toe aan ‘de dingen’; aan die wereld die is en die weet, die in de eerste twee strofen beschreven wordt. De mens ‘weet’ niet, hij ‘denkt’, en is daarom onmachtig.”

Een treffende en terechte interpretatie denk ik, maar oordeel zelf.

.

Veel minder
in de orde van de angst
de dieren.

.
Vogels en vliegen
zijn na tot de boom,
zijn bijna nog het weten
Een tor die kruipt
is bijna nog het slapen
in eigen grond.

.
Onmachtig
in mijn denken
ben ik mens.
Volledig uitgestoten
door het zijn.
Verworpen door het weten
als een verachtelijk eigen
dat in de dingen schade is.

.

De dichter is een koe

Gerrit Achterberg

.

Via via ( ik mag graag browsend van het ene naar het andere artikel of website surfen op Internet, zo kom je de interessantste dingen tegen) kwam ik al lezend uit bij een artikel waarin verwezen werd naar de beginregels van een gedicht. Dit gedicht heb ik op DBNL.org gevonden en blijkt van Gerrit Achterberg (1905-1962) te zijn. De beginregels zijn: Gras… en voorbij het grazen / lig ik bij mijn vier poten / mijn ogen te verbazen. Het zijn de beginregels van het gedicht ‘De dichter is een koe’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Eiland der ziel’ uit 1939.

In een artikel van Hugo Brems uit 1991 over dit gedicht schrijft hij: “Dit beroemde gedicht van Achterberg wordt doorgaans gelezen als de uitwerking van de metafoor die al in de titel wordt uitgedrukt. De dichter, die vooreerst algemeen (‘De dichter’) met een koe wordt geïdentificeerd, verschijnt in het gedicht als ik, als geïndividualiseerde, sprekende koe, die zich bezint over haar eigen gedrag en haar eigen gedachtengang en die bovendien commentaar levert op de houding van anderen tegenover haar (en vice versa): kikkers, kinderen, de boer. Zonder titel lijkt het wel een met verwondering en gevoeligheid geschreven inleving in de koe, een ‘testament to his country roots’ zoals Paul Vincent het formuleerde in een commentaar bij zijn Engelse vertaling van het gedicht. Mét de titel erbij wordt het een nogal doorzichtig gedicht over het dichterschap: de dichter als herkauwer, die put uit het onderbewuste en ten slotte zijn gedichten als voedzame melk aan de lezers meedeelt.”

Ik zet dit laatste stuk er met opzet bij om te laten zien wat een titel met een gedicht kan doen. Zonder titel zou dit gedicht inderdaad een uitwerking van een metafoor zijn, wordt er iets gevraagd van je, als lezer, namelijk de metafoor in te vullen. Met de titel erbij wordt het meteen duidelijk wat de dichter bedoelt. Een titel kan dus een heel mooie toevoeging zijn aan een gedicht maar kan ook soms meteen al teveel weggeven. Het mooiste vind ik, is wanneer een titel een stukje van de puzzel (het gedicht) is, een onderdeel dat je meeneemt in het lezen van het gedicht en dat je nodig hebt om een gedicht te doorgronden. Dichters (ook ik) hebben soms de neiging in de titel een verklaring of uitleg van het gedicht te stoppen. Voor het gedicht en voor de lezer is het beter dit niet te doen.

.

De dichter is een koe

.

Gras… en voorbij het grazen
lig ik bij mijn vier poten
mijn ogen te verbazen,
omdat ik nu weer evengrote
monden vol eet zonder te lopen,
terwijl ik straks nog liep te eten,
ik ben het zeker weer vergeten
wat voor een dier ik ben – de sloten
kaatsen mijn beeld wanneer ik drink,
dan kijk ik naar mijn kop, en denk:
hoe komt die koe ondersteboven?
Het hek waartegen ik mij schuur
wordt oud en glad en vettig op den duur.
Voor kikkers en voor kinderen ben ik schuw
en zij voor mij: mijn tong is hen te ruw,
alleen de boer melkt mij zo zalig,
dat ik niet eenmaal denk: wat is hij toch inhalig.
’s Nachts, in de mist, droom ik gans onbewust
dat ik een kalfje ben, dat bij de moeder rust.

.

Poëzie verkoopt niet

Poëzie is populair

.

Ik kan je bijna horen vragen huh? Bij de aanhef van dit stuk over poëzie staat ‘Poëzie verkoopt niet’ en meteen daaronder ‘Poëzie is populair. Dat lijkt een tegenstelling en toch is het dat niet. In ‘Schrijven magazine’ van februari dit jaar staat een lang artikel over poëzie. Dat poëzie leeft maar slechts mondjesmaat wordt verkocht.

Het artikel begint, zoals zo vaak, met het onderzoek dat Kila van der Starre deed in 2017 over de belevenis van poëzie door de Nederlander. Uit dat onderzoek blijkt dat maar liefst 97% van de Nederlanders in aanraking komt met poëzie. Kila plaatste nog gisteren een post op Instagram dat ze benaderd werd door de Telegraaf over dat zelfde onderzoek, 6 jaar na verschijnen. Dat in aanraking komen met poëzie gebeurt, je raadt het al, vooral buiten het boek. Op gebouwen, Internet, in kranten, in theaterzalen op de radio enzovoorts komen de Nederlandsers poëzie tegen.

Veel (vooral jongeren) lezen poëzie online. Zoals via InstagramUit een zoekwoord analyse van Arjan Jonker blijkt dat er maar liefst 2,4 miljoen keer per jaar op gedichten of poëzie wordt gezocht online. Omdat dat natuurlijk niet alleen de termen zijn waarop men zoekt ligt het totaal van zoekopdrachten nog veel hoger (denk aan dichter, dichtbundel etc.).

Een andere conclusie is dat Vlamingen en Nederlanderspoëzie vaker gezamenlijk ervaren, veelal auditief, dus door ernnaar te luisteren. Overigens staan de top 10 van best verkochten bundels van Vlaanderen en Nederland ook geplaatst in het artikel. Opvallend vind ik dat van de 10 er in Nederland maar liefst 6 in staan van buitenlandse dichters (vooral Rupi Kaur drie keer) en in Vlaanderen slechts drie (allemaal van Rupi Kaur). In Vlaanderen staan ook hedendaagse dichters als Delphine Lecompte (op 1 en op 6), Lieke Marsman (op 3), Maud Vanhauwaert (op 7), David Troch (op 8) en Leo Bormans (op 10). Terwijl in Nederland Lieke Masrman (op 1 en 5), De Poëzieboys (op 9) en Merel Morre (op 10 staat). In bedie landen staat alleen in Vlaanderen op 4 een klassieke held uit de poëzie namelijk het verzameld werk van Paul Celan.

Uit het onderzoek van Kila blijkt dat mensen dichtbundels lezen om: geraakt te worden (25%) of om een gedicht uit te zoeken voor een gelegenheid (20%). De verkoop van dichtbundels loopt al langere tijd terug. Dat is deels te verklaren doordat met name jongeren steeds minder boeken lezen en in toenemende mate online maar ook blijkbaar omdat het aantal mensen dat intrinsiek gemotiveerd is om poëzie te lezen om de schoonheid of de taal erg klein is en kleiner lijkt te worden.

Een voorzichtige conclusie van de hoofdredacteur in zijn redactionele stuk is dat poëzie definitief is losgeraakt van het papier. Is dat erg? Ik denk van niet, mis je iets als je geen poëziebundels leest? Ik denk van wel, de ware liefhebber zal begrijpen wat ik bedoel. Maar zoals de science fiction al jarenlang het kleine stiefzusje is van de lietartuur maar wel gelezen wordt door een kleine maar enthosuaiste groep liefhebbers, zo is het ook met de poëzie. Tel daarbij de aandacht voor poëzie buiten het boek en ik denk dat de conclusie moet zijn  dat A.: poëzie inderdaad steeds minder verkoopt en B.: dat poëzie populair is.

Geen blogbericht zonder gedicht dus daarom een gedicht over poëzie.   In dit geval het gedicht van Rogi Wieg (1962-2015) getiteld ‘Poëzie’ uit zijn bundel ‘De zee heeft geen manieren’ uit 1987.

.

Poëzie

.

Nu is het dus dat ik niet meer weet

hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand

zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet

niet wat je was: ogen, haar, een hand

.

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,

de stadsweg waarover je naar huis gaat,

mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen

van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

.

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig,

– en al die mooie dingen dan –

om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichgtvaardig.

.

Er is weinig taal in mij om zaken

te omschrijven zoals duit gebrek aan angst;

dus noem ik maar wat afgebroken wordt om nog iets goed te maken.

.

 

Waarheidsvinding

De Haarlemse dichtlijn

.

Op Hemelvaartsdag wordt al sinds jaar en dag De Haarlemse Dichtlijn georganiseerd, een poëziefestival waar maar liefst 100 dichters aan kunnen meedoen. In het Verhalenhuis aan de van Egmondstraat kwamen dit jaar ruim 60 dichters bij elkaar, met publiek meer dan 100 mensen. I de Theaterzaal, de Ademende zolder, het Taalterras en de Intieme huiskamer werd in drie ronden voorgedragen. Ik droeg voor in de eerste en de derde ronde met tweemaal drie gedichten.

De organisatie was als altijd van zeer hoog niveau, de inleiders en presentatoren kundig en het was weer een plezier om zoveel bekende en onbekende dichters te mogen beluisteren en spreken. De festivalbundel (te koop voor € 12,- bij de organisatie) die elk jaar gemaakt wordt van alle gedichten die de deelnemende dichters inbrengen werd dit jaar vormgegeven door Mart Warmerdam. Ook ik heb een gedicht ingebracht met het thema ‘Plot’ getiteld ‘Waarheidsvinding’ dat is opgenomen in de bundel.

Het bestuur van Meander (Alja Spaan, voorzitter, Peer van den Hoven en ikzelf) konden op deze mooie middag ook de bundel met bijdragen van de Meandermedewerkers voor het eerst aanschouwen. De bundel ‘Wat maakt een gedicht goed?’ wordt binnenkort officieel gepresenteerd.

.

Waarheidsvinding

.

Ik droomde de waarheid. In die lucide momenten

was er steeds het besef, dat ik kort van herinnering ben.

.

Het verlies van die helderheid laat geen leegte achter,

de waarheid is steeds een momentopname. Waarom

.

waken over gedachten die verlopen in de tijd,

daarin hun uiterste houdbaarheid bereiken? Nu,

.

wakker geworden door de lichtheid van de ochtend,

begin van lichamelijk leven, na de veilige onthechting,

.

blijft opnieuw die vraag liggen. Tijd schenkt pauzes van

schijnbare duidelijkheid in een leven vol ruis.

.

De wereld van het vers

Vogelvrij

.

In 1985 verscheen bij Athenaeum – Polak het boek ‘De wereld van het vers’ over het werk van Ida Gerhardt van Marie (M.H.) van der Zeyde.  Van der Zeyde heeft Nederlands gestudeerd en promoveerde op Hadewych. Uit de tekst op de achterflap blijkt dat er niemand is die Ida Gerhardt en haar werk beter heeft gekend dan van der Zeyde. In de nalatenschap van de schrijfster (van der Zeyde) werd een afgerond hoofdstuk over ‘De Adelaarsvarens’ uit 1988 aangetroffen en dat hoofdstuk is in de editie van 1992 die ik bezit, opgenomen.

In dit boek is een vrijwel volledige beschrijving van de verzen, de poëzie en het dichterschap van Ida Gerhardt (1905-1997) opgenomen en dat is precies de vraag die de schrijfster van het boek bezig houdt. Een interessant en ook intrigerend boek. Over de bundel ‘De Slechtvalk’ uit 1966 is uiteraard ook een hoofdstuk opgenomen. Hierin worden enkele gedichten beschreven waaronder het gedicht ‘Vogelvrij’.

Van der Zeyde schrijft hierover: “Het eigenaardige ‘Vogelvrij’ staat min of meer op zichzelf, het lijkt anekdotisch (waarschijnlijk ‘waar gebeurd’), en erg mooi is het niet. Maar wanneer ik het goed zie, betekent het meer dan het zo oppervlakkig schijnt. Het zijn niet alleen die dorpskinderen, sterk, bot agressief, die een eenling die anders is ‘schelden en achtervolgen’. De burgerlijke wereld doet niet anders. En zelf in de literaire ‘wereld’ openbaart zich dezelfde tendens. Maar eigenlijk is het ook niet de slotstrofe, die ik in het vers het opmerkelijkst vind; het is de regel ‘en sloeg de kluiten van mijn jas’. Daar zit alles in, de grofheid van de bejegening, de droefheid daarover en ook de verachting. En het mengsel van bitterheid en nuchtere berusting, waarmee de dichter overgaat tot de orde van de dag. Een onopzettelijk en bijzonder sprekend klein zelfportret.”

.

Vogelvrij

.

Kinderen van een prachtig ras

– ik kwam hun noordelijk dorp voorbij –

scholden en achtervolgden mij

en één smeet raak met een pol gras.

.

En toen ik hen ontkomen was

zat ik tussen een wilgenrij,

een oude vrouw in de maand mei

en sloeg de kluiten van mijn jas.

.

Kinderen zijn oprecht en wreed:

zij zagen mij de dichter aan

en deden frank, wat meer discreet

de wereld dagelijks heeft gedaan.

.

Jan Hanlo

Vers

.

Van mijn broer kreeg ik de 400 pagina dikke ‘Verspreide kritieken’, verzamelde essays en kritieken van Paul Rodenko (1920-1976), uitgegeven door Meulenhoff in 1992. In dit vierde deel van een reeks komt de criticus Rodenko aan het woord. Niet alleen poëzie maar ook proza wordt door Rodenko beschouwd. Interessant zijn ook zeker de poëziekronieken die Rodenko schreef voor ‘Delta’ een internationaal tijdschrift, waarin hij de ontwikkelingen op het gebied van poëzie in Nederland in de jaren vijftig beschrijft.

Rodenko, dichter, criticus, essayist en vertaler neemt in dit boek geen blad voor de mond en schrijft over dichters die wij heden ten dagen hoog aanslaan, op soms zeer kritische en cynische wijze (pure kitsch en aanstellerij, bijna eerste rangs-dichters, nog net charmant etc.).

Zijn bespreking van ‘Verzamelde gedichten’ van Jan Hanlo (1912-1969) is daarentegen zeer lovend. Daar lees ik ook het gedicht ‘Vers’ dat Rodenko aanhaalt. Hij zegt hierover: “En, van de subjectiviteit van de dichter uit gezien: wanneer alles met alles te maken heeft, is de ene weg dan niet even goed als de andere, het ene thema even goed als het andere, de ene vorm even goed als de andere? ” Omdat het zo’n mooi gedicht is en omdat Rodenko dit ook ziet als een uiting van de veelkleurigheid van het dichterschap van Jan Hanlo deel ik het hier graag.

.

Vers

.

Op mijn gitaar kan ik zacht een snaar aanslaan

en dan mijn vingers vormen tot een ongewoon akkoord

of laat des avonds langs de door de storm beruiste bomen gaan

.

‘k Kan bladeren in een boek met platen

of op een nieuw vel van mijn bloc een streep zetten

of dwalen naar de stenen bank waar we eens stonden

.

Of met de trein naar Zandvoort naar het strand gaan

en naar de grijze zee en de verlaten branding kijken

en daar met gave schoongespoelde schelpjes in mijn hand staan

.