Categorie archief: Over Poëzie

Iedereen stadsdichter

Steven Van de Putte

.

Van uitgeverij Politeia, kreeg ik, op mijn verzoek, een exemplaar van het vuistdikke boek ‘Iedereen stadsdichter’ van de Vlaamse Steven Van de Putte (1976). Van de Putte is licentiaat in de taal- en letterkunde en master in de rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Gent en beide studies worden verenigd in dit boek wat mij betreft. Hij werkt als jurist en diensthoofd bestuurszaken bij de stad Deinze en auteur van verschillende publicaties. In 2018 debuteerde Van de Putte als dichter met de bundel ‘Moederstad’. Na vier jaar stadsdichterschap van Deinze (2019-2023) verscheen de bundel ‘OEKKAF’. Van de Putte publiceerde daarnaast gedichten in onder andere Het Gezeefde Gedicht, Roer, De Vallei en De schaal van Dighter.

Ik ben pas net in het boek begonnen maar nu al enthousiast. In ‘Iedereen stadsdichter’ brengt de schrijver alle goede praktijken van het stadsdichterschap uit Vlaanderen en Nederland samen. Acht maanden lang heeft Van de Putte veldwerk verricht in beide landen en het resultaat is een inspiratieboek met verhalen, anekdotes en aanbevelingen hoe een stad (maar lees ook dorp, regio of provincie) het stadsdichterschap op een goede, professionele en voor beide partijen (stadsdichter en stad) aantrekkelijke en profijtelijke manier kan vormgeven.

Zoals ik al schreef, ik ben nog maar net begonnen met lezen over de geschiedenis van het stadsdichterschap en de evolutie van deze functie door de eeuwen heen en, vooral na 2004 toen de eerste officiële stadsdichters in Nederland (Bart Droog FM in 2002) en Vlaanderen (Tom Lanoye in 2003) werden aangesteld. Maar al balderend door het boek kan ik niet wachten om verder te lezen. De titel van het boek verwijst naar het gelijknamige project van dichter Seckou Ouologuem, stadsdichter van Antwerpen (2020-2021) waarin hij de kaart van Antwerpen hertekende tot een grote verhalenkaart.

Ik zal, wanneer ik het boek uit heb, opnieuw mijn mening geven over ‘Iedereen stadsdichter’. Voor nu wil ik mijn waardering uitspreken voor de noeste arbeid (die gezien het woord vooraf van Steven Van de Putte zeker geen straf was) die de schrijver heeft verricht. Om mijn waardering mede vorm te geven wil ik hier graag het gedicht ‘Stroom’ van Van de Putte delen uit zijn bundel ‘De ring is rond’ uit 2023. Ik nam het van de website Roer.me vrijhaven voor poëzie (waar onder andere Steven Van Der Heyden redacteur is).

.

Stroom

.

ik volg je kookwasfilmpje

dat vlekken uit geheugen wist,

herstel kreuken in een handomdraai.

.

de keukenkast belooft smoothies.

ik vul de blender tot op de bodem

alles blijft onzacht als glas

.

ik open een lade lichte kleren

spaghettibandjes tegen je angst

de ingemaakte kasten in je hoofd

.

ik neem je rode wollen trui vast

leg de mouwen om mijn schouders,

beloof je dat alles in zijn plooien valt.

..

stilaan leer ik het leven opnieuw te rijden,
geruisloos en zonder fossiele brandstof.
mezelf steeds weer opladen blijft een opgave.
.
.

Orakelpoëzie

Waka (Poëzie)

.

Van Marianne ontving ik een mail met daarin een paar foto’s uit Japan. De foto’s zijn genomen in een tempel waar je voor 100 yen mag rammelen met een koker tot er een stokje uitkomt met daarop een nummer. Dat nummer correspondeert met één van de laadjes uit een bijbehorend kastje. Uit dat laadje haal je dan vervolgens een briefje met een waka (gedicht) dat de vorm heeft van een tanka.

De tanka is een kort gedicht (denk ook aan de haiku) gebruikt om ‘korte gedichten’ te onderscheiden van de langere chōka (in de tijd dat deze vorm ontstond, de 8ste eeuw).  In de negende en tiende eeuw werd het korte gedicht echter, met name met de compilatie van de Kokinshū (een vroege bloemlezing van de Japanse poëzie), de dominante vorm van poëzie in Japan, en het oorspronkelijk algemene woord waka werd de standaardnaam voor deze vorm.

De Japanse dichter en criticus Masaoka Shiki (1867-1902) heeft de term tanka in het begin van de twintigste eeuw nieuw leven ingeblazen vanwege zijn uitspraak dat waka vernieuwd en gemoderniseerd moest worden. Haiku is ook een van zijn ‘uitvindingen’. Deze term gebruikte hij voor zijn herziening van de op zichzelf staande Hokku. De Hokku is de openingsstrofe van een Japans orthodox, samenwerkend gedicht, renga , of van zijn latere afgeleide, renku, dat dus aan het einde van de 19e eeuw tot haiku werd omgedoopt en sindsdien de meest bekende Japanse dichtvorm is buiten de Japanse landsgrenzen.

Het Genootschap voor de Japanse Badhuizencultuur organiseert sinds een aantal jaar elk jaar een haikuwedstrijd over deze cultuur. Als voorbeeld wordt een haiku van Masaoke Shiki meegestuurd over de badhuiscultuur in Japan.

.

in het badhuis

gaan over Ueno’s bloesems

de verhalen rond

.

 

Moeilijke oefening

Sylvie Marie

.

Naar aanleiding van de Special van MUGzine had ik met een vriend een discussie over wat nou precies een gedicht goed maakt, of een dichter een goede dichter. Voor mij, en ik denk voor velen, is dit de belangrijkste vraag die je over poëzie kan stellen en tegelijkertijd de moeilijkst te beantwoorden. Ik heb op dit blog al verschillende keren ideeën en gedachten gedeeld over wat nou toch een gedicht een goed gedicht maakt.

Tom Lanoye gaf 5 tips voor het schrijven van goede poëzie, zelf ben ik al eerder op zoek gegaan naar wat poëzie is, de website adazing.com gaf een mini cursus Spoken word en Slam poëzie maar dat is een specifieke vorm van poëzie, in ‘Waarom poëzie belangrijk is‘ vind je wat antwoorden, op de website letmus worden 6 tips gegeven voor een goed gedicht, Dennis G. Jerz geeft 10 tips voor het schrijven van een goed gedicht, CBC de Canadese omroep geeft 11 Do’s en Dont’s en tenslotte geeft literacyideas.com nog de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van poëzie.

Allemaal goed bedoelde tips, aanwijzingen, regels en ideeën over wat een gedicht een goed gedicht maakt en hoe je een goed gedicht herkent. En dit is nog maar een tipje van de sluier, er is nog veel meer over dit onderwerp te vinden op dit blog.

Wij kwamen een eind maar uiteindelijk ook niet tot een eensluidende conclusie. Tot ik vandaag een gedicht las van Sylvie Marie (1984). In Querido’s Poëziespektakel staat het gedicht ‘Moeilijke oefening’. Een kort gedicht van slechts 5 regels die voor mij de essentie van een goed gedicht omvat. Mocht je na het lezen van al die tips, ideeën en aanwijzingen het idee hebben dat je er nooit uit komt, lees dan dit gedicht. Dit gedicht zegt alles.

.

Moeilijke oefening

.

stel je eens

een gedicht voor,

.

zwart op wit.

.

lees nu eens

enkel het wit.

.

Wim T. Schippers

Jana Beranováprijs

.

Op vrijdag 15 december ontvangt Wim T. Schippers (1942)  de Jana Beranováprijs 2023. De jury van de Jana Beranováprijs 2023 bestaat uit Hans Sibarani (voorzitter), Gina van den Berg, Frank van Dijl, Julia van Weijen en ik zelf. Aan de prijs is een bedrag van € 4.000 verbonden. Stichting Woordnacht stelde de Jana Beranováprijs – vernoemd naar de levende Rotterdamse dichter (1932) en mede ondersteund door Boekhandel Donner- in 2019 in.

De jury benadrukt het iconische gehalte van Schippers en noemt de prijs ‘op het lijf geschreven’. De Jana Beranováprijs bekroont jaarlijks een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of moreel gangbare criteria.

Voor de prijsuitreiking zijn nog plaatsen beschikbaar. Wil je bij deze, toch wel unieke, bijeenkomst zijn, mail dan naar relatiebeheer@woordnacht.nl

Wim T. Schippers is natuurlijk bekend (toneel)schrijver, televisie- en programmamaker maar maakte van 1984 tot 1991 ook het meeste bizarre maar ook meest geweldige radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond. Een onderdeel van dat programma was de poëzierubriek met Wilhelmina Kuttje (met twee T). Ik schreef hier al eerder  hier, hier , hier en hier over en ik plaatste toen ook al een gedicht van Wilhelmina Kuttje. Nu, om de prijs aan deze bijzondere Nederlander te benadrukken, nogmaals een gedicht uit de bundel ‘Kuttje compleet’ uit 1989 getiteld ‘Kopzorgen’.

.

Kopzorgen

(Uit de bundel De gedachten)

.

Wat gaat er om

in al die bolletjes met kuif

op steeltjes aan met allerhande

grutgevulde zak met vel met

uitgedraaide botten, ook wel romp?

Is het smachten naar gestreel?

.

Gedraag, gehaast, vol wens en drift

braaf, verdwaasd, den pens vol gift

o kroelend kakkend mensenbeest

waar o waar zit dan uw geest

die zelfbespieg’lend denkt te zijn

doch siddert in een valsche schijn

.

En huivert voor den dag van morgen

.

Foto: Niels Jens

Waarom zijn veel dichters ook kunstenaar

Maggie Millner

.

Op de website https://lithub.com las ik een interessant artikel van Maggie Millner over de combinatie van functies of rollen die veel voorkomt namelijk die van dichter én kunstenaar. En kunstenaar is een ruim begrip in deze. Dat kan gaan van danser, illustrator, filmmaker, zanger, fotograaf, multimedia ontwerper etc.

Ze begint haar artikel met: “Hoe meer poëzie ik lees, hoe meer ik ontdek dat een onwaarschijnlijk aantal goede dichters in feite multidisciplinaire kunstenaars zijn. Ik zeg onwaarschijnlijk omdat poëzie op zichzelf al een moeilijk genoeg beroep is; de zwakke relatie met zowel kapitaal als lezerspubliek betekent dat dichters hun schrijfwerk vaak aanvullen met redactionele of onderwijsopdrachten, waardoor er relatief weinig ruimte overblijft voor andere bezigheden. Toch is schrijven voor veel dichters slechts een van de vele creatieve praktijken, en blijkt het een van de meest geciteerde poëtische regels aller tijden te zijn: van Horatius ‘ut pictura poesis’, of vertaald ‘zoals schilderen is, zo is poëzie ook’.”

Ze correspondeerde vervolgens met verschillende dichters in verschillende stadia van hun carrière waarbij ze vragen stelde over de druk om te specialiseren, of er keuzes werden gemaakt om zich uit te drukken per discipline en of er makkelijk gewisseld werd tussen de verschillende disciplines. Een conclusie die  Zachary Schomburg, dichter en illustrator in één van de interviews trekt is dat het maken van kunst op zijn best dezelfde ervaring is als het ervaren van kunst. Of zoals hij het zegt: “Ik wil het zoals ik wil eten, en ik eet niet slechts één soort voedsel. Soms maak ik wat ik eet, en soms eet ik wat andere mensen maken.”

Valerie Hsiung, dichter en zangeres zegt: “Om dezelfde reden dat ik geloof dat vertalen een andere dimensie aan de stem van een dichter toevoegt – wat in de basis het enige is dat er toe doet bij poëzie of zang – geloof ik dat een diepgaande betrokkenheid bij welke andere discipline dan ook de schrijfpraktijk kan verdiepen.”

Matthea Harvey, dichter en multimedia beeldend kunstenaar benadert het vanuit een andere hoek: “Ik denk dat zoveel dichters interdisciplinaire kunstenaars zijn, omdat dichter zijn draait om aandacht, en die aandacht vertaalt zich niet alleen in woorden.”

Paige Taggart, dichter en juwelier bekijkt het meer vanuit haar gevoel: “Ik denk dat een grote meerderheid van de dichters en kunstenaars van nature gevoeliger zijn voor de wereld en dus gebonden zijn aan overvloedige bronnen van interpretatie.”

Heel interessante bespiegelingen en ook wij in Nederland (en eigenlijk in alle culturen en landen waarschijnlijk) kennen dichters die ook andere disciplines beoefenen. Denk aan Armando (die vele andere disciplines beoefende), Frans Vogel, Maarten Inghels, Hans Wap, Jan Elburg, Hugo Claus, Rogi Wieg en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Een gedicht kiezen uit al deze multidisciplinaire dichters is niet eenvoudig en tegelijkertijd juist makkelijk (het zijn er zoveel). Ik heb voor het gedicht ‘Het laatste gesprek’ van Armando (1929-2018) gekozen uit de bundel ‘Dagboek van een dader’ uit 1973.

.

Het laatste gesprek

.

‘Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?’
‘Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?’
‘Ik wacht op woorden, heer.’
‘Ik was de Dader, u het Offer. De medemens is leeg.’
‘Sterven Daders niet?’
‘Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.’
‘Heeft u ginds gesproken, heer?’
‘De dagen zijn beschreven.’
‘Heeft de Tijd nog kwaad gewild?’
‘Ja, het slagveld is begroeid.’
‘Geen spoor van oorlog meer?’
‘Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.’
‘Nadert weer de Dood, o heer?’
‘Neen. Hij was er al.’

.

 

 

Een kinderspiegel

Poëzie voor jongeren

.

Op de geweldige informatieve website DBNL.org lees ik een artikel uit het tijdschrift Tsjip/Letteren (tijdschrift voor literaire vorming van de stichting Promotie Literatuuronderwijs) uit jaargang 7 (1997). In totaal heeft dit tijdschrift 15 jaargangen bestaan tot en met 2005. In dit artikel van Kees Combat beschrijft de auteur ‘De 30 mooiste gedichten uit de Nederlandse literatuur’ van dichter en poëziekenner Remko Ekkers dat verscheen in 1992.

Deze bundel werd door Ekkers ‘onmiskenbaar een kleine canon van de Nederlandse poëzie, een gestaald kader van veel geciteerde en vaak gebloemleesde gedichten’ genoemd. De gedichten werden gekozen op basis van een enquête onder leraren met als enige vraag: ‘Als u het voor het zeggen had, welke gedichten zouden uw leerlingen dan eigenlijk uit het hoofd moeten kunnen opzeggen?’

De lijst bestaat uit 30 gedichten waarvan de meest recente uit eind jaren ’60 begin jaren ’70 zijn. Je zou zeggen dat de voorkeur van de docenten (uit hun jeugd) duidelijk naar voren komt en waarschijnlijk ook toen al (jaren ’90) niet echt meer aansloot bij de belevingswereld van jongeren die toen literatuuronderwijs genoten. Wat dat betreft sluiten de boeken van ‘Woorden temmen’ deel 1 en deel 2 vele malen beter aan bij waar jongeren mee bezig zijn en in geïnteresseerd zijn.

Desalniettemin levert het overzicht van Ekkers wel een mooie doorsnee op van bijzondere gedichten door de eeuwen heen. Opmerkelijk voor mij was het gedicht ‘Een kinderspiegel’ van Judith Herzberg (1934). Ik had het gedicht ooit wel gelezen in haar bundel ‘Beemdgras’ uit 1968 maar dat het op dit lijstje zou belanden had ik niet kunnen bevroeden. In de serie Meander Klassiekers beschrijft Inge Boulonois hoe dit gedicht nog altijd actueel is.

.

Een kinderspiegel

.

Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.

.
Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.

.
Ik neem een hond, drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.

.
Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij als maar bij elkaar.
.

De dichter als ziener

Poëzie in de Arabische wereld

.

Op de website mo.be staat een bijzonder goed en informatief artikel van Brigitte Herremans met als titel ‘De dichter als ziener in de Arabische wereld’. Brigitte Herremans is onderzoekster mensenrechten aan de Universiteit Gent. Ze werkte 16 jaar lang als experte Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen.

In dit artikel beschrijft Herremans welke rol poëzie speelt in de Arabische wereld. Van Syrië naar Palestina en van Jordanië tot Irak en Egypte tot Libanon. Poëzie is overal in Arabische wereld. Gedichten maken deel uit van het erfgoed van het Midden-Oosten en Noord-Afrika en zijn verankerd in de traditie. Betogers scanderen verzen tijdens protesten, zangers brengen poëzie naar de huiskamers, jongeren experimenteren met poëtische taal op sociale media.

In het artikel gaat Herremans in op de vele Arabische dichters die middels poëzie zich verzetten tegen onderdrukking, bezetters en sociale onrechtvaardigheid. Een van de dichters die Herremans beschrijft is de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish.

Mahmoud Darwish (1941-2008) was dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. Darwish publiceerde meer dan dertig gedichtenbundels en acht prozawerken. Hij was uitgever van de bladen Al Jadid, Al Fajr, Shu’un Filistiniyya en Al Karmel (1981). Hij kreeg internationale erkenning voor zijn poëzie, waarin zijn liefde voor Palestina centraal stond. Zijn werk kreeg talrijke onderscheidingen en werd vertaald in twintig talen.

.

Wij gaan naar een land

.

– Wij gaan naar een land dat niet van ons vlees is. De kastanje groeit niet uit onze botten.

– Zijn stenen zijn geen geit in het lied der bergen; de ogen der kiezels geen lelies van de dalen.

– Wij gaan naar een land dat geen eigen zon over ons heen hangt.

– De vrouwen van legenden klappen voor ons; een zee over ons en voor ons

– Als graan en water van jullie zijn afgesneden, eet dan onze liefde en drinkt onze tranen.

– Zwarte doeken voor de dichters; een rij van marmeren beelden zal onze stemmen doen weerklinken.

– Een schuur om onze geesten te beschermen tegen het stof van de tijd; een roos over ons, een roos voor ons.

– Jullie hebben jullie glorie, wij de onze. Ach een land waarvan wij alleen zien wat niet gezien wordt: ons geheim.

– Wij hebben onze glorie: een troon op voeten afgesneden door stegen die ons voeren naar vele huizen, maar niet de onze.

– De geest moet de geest in zijn geest vinden, of hier sterven…

.

Gedichtencabine

Maarten Inghels

.

Afgelopen week was ik voor mijn werk in Eindhoven bij de Dutch Design Week. Naast heel erg veel mooi, praktisch, vernieuwend en interessant design in werkelijk alle vromen kwam ik daar ook de Poem Booth tegen, of in goed Nederlands de Gedichtencabine. De Poem Booth is ontwikkeld door studio VOUW (Mingus Vogel en Justus Bruns) en werkt met AI (Kunstmatige Intelligentie). De gedichten zijn op maat afgestemd door de Vlaamse multidisciplinair kunstenaar, dichter en schrijver Maarten Inghels (1988).

Het werkt heel eenvoudig. Je gaat voor de cabine staan en je ziet jezelf in de cabine. Voor de cabine is een zuil met een rode knop. Deze druk je in en vervolgens maakt de gedichtencabine een gedicht op maat, op basis van jouw foto. Uiteraard heb ik dit gedaan. Mijn foto kun je hieronder bekijken met het gedicht. Waar ik echter achter kwam na wat onderzoek op Internet, is dat alle gedichten die gemaakt worden met de Gedichtencabine tijdens de Dutch Design Week ook op een website verschijnen. Als je weet wanneer je foto is genomen kun je dus scrollen naar de datum en het tijdstip en voila! Dan heb je je gedicht ook in het Nederlands! De gedichten die je op het scherm van de Gedichtencabine ziet zijn namelijk allemaal in het Engels.

Dat laatste heb ik dus gedaan en op 27 oktober om 12.58 verschijnt inderdaad ‘mijn gedicht’. Als je de Engelse versie voor jezelf vertaald (of de eerste zin) heb je het snel gevonden. Hieronder zie je de foto die ik nam van de Gedichtencabine met mijn gedicht en daarboven de Nederlandse vertaling. Over de inhoud en de kwaliteit van deze ‘gadget’ kun je twisten maar dat zal ik hier niet doen. Het feit dat er mensen zijn die hiermee aan de slag zijn gegaan kan ik alleen maar waarderen.

.

Ga staan, silhouet tegen
de grimmige stilte.
In je handen spint een dwaallichtje
verhalen.
Plots strekt zich een spectrale schaduw uit.
Jouw fluistermuur
draagt ​​nu een gezicht.
.

Concrete poëzie

Eugen Gomringer

.

Ik heb op dit blog al vaker over concrete poëzie geschreven, meestal aan de hand van een voorbeeld of naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen binnen de concrete poëzie. Nu heb ik echter een klein boekje op de kop weten te tikken dat over dit onderwerp gaat. Het betreft hier ‘Concrete poëzie’ van Erik Slagter, een vijfde deel uit de reeks Moderne Literatuur Nederlands uit 1971.

Het boekje begint met een voorwoord van Slagter waarin hij eigenlijk de essentie van concrete poëzie in de laatste alinea weet te pakken: “Maar in deze tijd van massacommunicatie telt het gevoel van één mens nog nauwelijks mee. De kunstenaar zoekt daarom naar iets anders. Hij wil met gebruikmaking van de nieuwste technieken en materialen iets vinden dat iedereen aanspreekt en verrast doordat het de dingen ineens vanuit een onverwachte hoek laat zien. Met de klank of met de vorm van het woord is dat te bereiken. Dat wil nu concrete poëzie.”

De term concrete poëzie stamt uit begin jaren ’50 van de vorige eeuw. In 1953 schreef de Zwitserse dichter en beeldhouwer Eugen Gomringer (1925) gedichten die hij konstellaties noemde. In die periode reisde hij naar Zuid-Amerika en besloot samen met enkele Braziliaanse dichters om hun poëzie voortaan concrete poëzie te noemen. De naam verspreidde zich over Amerika en Europa waar veel dichters de naam gingen gebruiken, zodat het niet lang duurde voordat bijna niemand precies meer wist wat de naam inhield.

In 1967 verscheen in Amerika een bloemlezing met concrete gedichten van vijfenzeventig dichters uit 20 landen. Hoewel Gomringer in 1955 besloot zijn poëzie concrete poëzie te noemen, was hij niet de eerste die dat deed. In 1953 schreef al een Zweedse dichter Öyvind Fahlström (1928-1976), een manifest voor concrete poëzie. Dit manifest verscheen in een kleine oplage en Fahlström was toen een bekende abstracte kunstschilder. Maar in de jaren ’50 van de vorige eeuw waren er meer dichters die zich bezig hielden met een vorm van poëzie die later concrete poëzie genoemd zou worden. In Italië was er een groepje dichters in Milaan onder leiding van de dichter en futurist Carlo Belloli (1922-2003) die zijn gedichten al ‘visuele woorden’ noemde. Maar ook in Oostenrijk en Duitsland waren er dichters die met hun poëzie nauw aansloten bij deze vorm.

Wat was er nu nieuw aan deze vorm van poëzie? Gomringer wilde gedichten schrijven die zoveel mogelijk uitdrukten met zo weinig mogelijk middelen. Hij ‘ontdekte’ dat het mogelijk is poëzie te schrijven met bijvoorbeeld maar één woord, zodanig op een vel papier geschreven dat er evenveel mee wordt uitgedrukt als met een gedicht met veel woorden. Een mooi voorbeeld is zijn gedicht uit 1953 ‘ping pong’.

.

ping pong

ping pong ping

pong ping pong

ping pong

.

De dichter laat met dit voorbeeld zien dat het ping pong-spel kan worden uitgedrukt met de taal zelf, door de woorden zo te plaatsen dat het spelverloop uit het beeld is af te lezen. Wanneer je dit gedicht hardop voorleest komt de klank overeen met het geluid van de ping pong-bal op de speeltafel, wat dit gedicht niet alleen een beeldtekst maar ook een klankgedicht maakt.

Naast deze voorbeelden staan er nog vele andere concrete dichters in dit heerlijke boekwerkje. Van de Belgische dichters Mark Insingel en Ivo Vroom, de Nederlandse dichters Herman Damen en Hans Clavin en uiteraard misschien wel de bekendste concrete dichters de Fransman Stéphane Mallarmé en natuurlijk Jan Hanlo.

.

 

 

 

Regenbooggedicht

Rachel Rumai Diaz

.

De CPNB (stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) heeft schrijver, dichter, performancekunstenaar en programmamaker Rachel Rumai Diaz (1990) gevraagd een regenbooggedicht te schrijven in aanloop naar de Pride in Amsterdam. Rumai Diaz is oprichter van feministisch literair platform Zus & Zo en werkt momenteel aan haar debuutroman, over de vrouwen uit haar familiegeschiedenis. Rumai Diaz wil mensen met haar gedicht een hart onder de riem steken. Haar gedicht wordt vanaf nu verspreid via sociale media en staat samen met een persoonlijk interview in Nederlands grootste queer lifestylemagazine Winq. Maar nu dus ook hier op dit blog te lezen.

.

Ergens

.

Ergens in het land

wordt een jongetje geboren dat geen jongetje is

vergeeft een dochter haar moeder

vergeet een moeder haar dochter

leert een grootmoeder de nieuwe voornaamwoorden van haar kleinkind

.

wordt een nieuwe regenboogvlag voor de derde keer in een jaar opgehangen op

dezelfde plek

is de safe space van een groep

doelwit voor een andere

houdt een koppel elkaars handen alleen maar achter gesloten deuren vast

.

ergens in de wereld

begon pride als een protest

is pride nog steeds een protest

is je land

en al je herinneringen achterlaten de enige manier om te overleven

is een mens een mens zonder daar uitleg over te moeten geven

.

soms is vieren

het besef dat houden van wie je wilt net zo belangrijk is al houden van wie je bent

een x in een paspoort als teken van verandering

een keuze die niet in twijfel wordt gebracht

moed niet als een schild te hoeven dragen

de liefde van een vader

.

twee vrouwen in Iran die elkaar kussen in het openbaar

de hoop om ooit te kunnen trouwen op Curacao

het schrijven van een gedciht

voorlezen aan wie je wil

.

het gevoel dat ik ergens bijhoor

.