Categorie archief: Poëzie en Kunst

Visuele poëzie

Anatol Knotek

.

De in Oostenrijk geboren en gevestigde kunstenaar Anatol Knotek (1977) is een specialist in visuele poëzie. Zijn deskundige talenten in de kunsten overstijgen je gemiddelde schilderij of illustratie. Knotek verwerkt de kunst van het geschreven woord in zijn creaties. In feite zijn zijn tekstportretten een samensmelting van krabbels en handgeschreven tekst. De poëziekunstenaar werkt vaak met een permanente stift op canvas. Knotek gebruikt woorden die een zekere waarde hebben voor het gezicht van elke figuur, of het nu gaat om bekende figuren in het leven of gewoon om een ​​vrouw die in blauw is getekend. Als je er met een mooi vergrootglas naar kijkt, kun je Bob Dylans eigen songtekst ‘We live in a political world’ zien, gekrabbeld op de achtergrond van zijn portret tussen een zee van woorden.

Naast dit soort visuele poëzie maakt hij ook tekst objecten waarvan je hieronder een mooi voorbeeld kan zien.

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen

Lies van Gasse

.

Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze schreef onder andere de bundels ‘Hetzelfde gedicht steeds weer'(2009), ‘Brak de waterdrager’ (2011), ‘Wenteling'(2013), ‘Zand op een Zeebed’ (2015) en ‘Wassende stad’ (2017). Met ‘Brak de waterdrager’ won ze de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor poëzie, met ‘Wenteling’ werd ze genomineerd voor de Pernathprijs.

Van Gasse profileert zich ook met mengvormen van poëzie en beeld. Zo verraste ze met de graphic poems ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’ (i.s.m. Peter Theunynck) ,waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en schreef ze met Annemarie Estor aan het multimediale epos ‘Hauser’.

In het gedicht zonder titel uit haar bundel ‘Wassende stad’ geeft Lies Van Gasse op een eigenzinnige manier gestalte aan het wezenlijk romantisch levensgevoel dat iedereen weleens overvalt, dat al wat mooi was in ons leven, in onze relatie met een ander misschien wel voorgoed verleden tijd is, dood is.

Wil je de analyse van onderstaand gedicht in zijn geheel lezen ga dan naar https://poezieleesgroep.wordpress.com/analyse-van-enkele-gedichten-6/

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
als ik het in mijn hand kon houden vergeten
hoeveel wegen ik wil trekken in de lijnen
van die hand ik ben mijn oorsprong vergeten
de stappen die ik sindsdien heb gezet en die
me het strak gechronometreerde leven in hebben
geleid vergeten dat ik kon vergeten ik ben

bijna vergeten hoe een lichaam voelt
wanneer ik het opbouw uit de vlakken
van mijn hand vergeten hoe een zijwaartse vlam
een schouder kan belichten vergeten
hoe ik vergat de verdwaalde lok over je gezicht
het spannen van je hoekige kaaklijn je
in rust zelfs bewegende handen vergeten –

we leven in een zelfde bacteriële werkelijkheid

wat die hand met dat lichaam kan doen
hoe we kinderen op de wereld zetten
om die te vergeten, vergeten hoe

een blik in het ijle een streling van zon
regen die valt als onverwacht applaus

.

Het is jij of ik

Kunst en poëzie

.

Ik schreef al vaak over de combinatie van kunst en poëzie. Soms betreft het hier kunstzinnig vormgegeven poëtische uitingen of (beeldende) kunst waarin poëzie is verwerkt en vandaag wil ik het hier hebben over een boek als kunstobject waarin poëzie en fotografie is opgenomen.

Het betreft hier het kunstboek ‘het is jij of ik’ van Marilou Klapwijk. Het boek ‘Het is jij of ik’ gaat over jou en mij. Marilou schrijft hierover:

.

“Maar ‘wij’ hadden iedereen kunnen zijn. Alle facetten van onze identiteit worden achterwege gelaten. Jij en ik zijn in dit boek dus ongeacht: onze relatie, geschiedenis, afkomst, rijkdom, uiterlijk, welzijn, gezondheid, geaardheid, geslacht, talent, persoonlijkheid, leeftijd of erfenis. 

_Maar wat blijft er dan nog van ons over? 

Zijn het onze intenties, ons dagelijks (on)gesproken dialoog, ons conflict, ons vertwijfeld monoloog. Of slechts de leurende bevestiging van je identiteit door de blik van de ander?

Dit boek is een zoektocht naar het onherleidbare aspect van jou.

_Ik zal nooit weten wat jij denkt. 

Het boek bevat poëzie en fotografie, die de situaties schetsen van ‘iets’ alledaags. Ze worden onderbroken door notities, reviews, berichten of opmerkingen van een voorbijganger, die ook als zodanig zijn vormgegeven. Alles gebeurt tegelijkertijd. We leven in contrast. Het boek is een poging dit enigszins inzichtelijk te maken en werpt een blik op de diversiteit aan perspectieven in het (digitale) leven.”

.

Het boek is opgedeeld in 14 clusters en een aantal spreads kun je hieronder zien. Op de foto (spread zoals Marilou ze noemt) ‘Dun ijs’ is het volgende gedicht te lezen:

.

We hebben het er (maar) niet (meer) over

Het zet ons beiden aan een kant van de weg

Een zee bevroren tussen ons in

.

Diep water _ Dun ijs

.

Toch wilde ik de oversteek wagen

al was het alleen maar

.

om je hand vast te houden

.

Meer over Marilou en het boek ‘Het is jij of ik’ kun je lezen op http://www.marilouklapwijk.nl/het-is-jij-of-ik  . Om het boek te realiseren zijn ze (de uitgever en Marilou) middels een crowdfunding op voordekunst.nl een voorverkoop gestart. Er zijn (zoals ze dat noemen) tegenprestaties voor grote en kleine bijdrage. Eén daarvan is dus het aankopen van een boek voor €40. Het boek verschijnt bij Uitgeverij Unformed Informed. Deze uitgeverij onderzoekt in samenwerking met kunstenaars ‘het boek’ als kunstruimte. Een speelruimte die constant in ontwikkeling is. Waarbij de kaders steeds opnieuw worden bepaald door de verschillende samenwerkingen waarbinnen deze ontstaan. Zo ook de manier hoe het uiteindelijke ‘boek’ zijn publiek zal ontmoeten.

.

De eerste foto van God

Cees Nooteboom

.

Pas geleden was ik in het GEM, het museum voor actuele kunst in Den Haag en in een van de tentoonstellingen, een overzichtstentoonstelling van het werk van fotograaf Eddy Posthuma de Boer, hing een foto van hem met daarbij een gedicht. Het betrof hier het gedicht ‘De eerste foto van God’ van Cees Nooteboom.

Dit gedicht en deze foto verschenen voor het eerst in het tijdschrift Avenue, in het september nummer van 1982. Avenue was een Nederlands modetijdschrift opgericht in oktober 1965 en het heeft bestaan tot 1994. Het was een glossy, geïnspireerd op het toonaangevende Parijse modeblad Vogue. De bedenker was Joop Swart, een van de grondleggers van World Press Photo. Hij werd ook de hoofdredacteur.

Ik herinner mij de Avenue als een mooi vormgegeven, voornaam en stevig magazine waar inderdaad de fotografie belangrijk was maar waar ook ruimte was voor reportages, literatuur en poëzie. In dat magazine verscheen dus de foto van Eddy Posthuma de Boer waarbij dichter/schrijver Cees Nooteboom het gedicht ‘De eerste foto van God’ schreef.

.

De eerste foto van God

.

Zo zag ik eruit na die eerste dag
Ik alleen met mijn stenen van steen.
Ik alleen met mijn luchten van lucht.

.
Dat was de dag waarop ik nog gelukkig was,
de aarde nog woest en ledig.
Pas daarna schiep ik de bomen,
de dieren, het leger en die fotograaf.

.
Dikwijls heb ik heimwee naar de dag
waarop ik hem maakte, als allereerste.
Hij en ik, samen in mijn schepping,
ik in mijn paarse jasje tussen mijn luchten van lucht,
hij met zijn oog als een spiegel op mijn stenen van steen,

.
en verder niets.

.

De Stenen Strofe

Gedichtenroute

.

De stadsarchivaris van Bergen op Zoom, Cees Vanwesenbeeck kreeg in 1996 de Sakkoprijs voor Kunsten en Letteren. Hij besteedde een deel van zijn prijzengeld aan een opdracht aan de dichter Bert Bevers, om een gedicht te schrijven voor op de kopgevel van het gebouw van de Gemeentelijke Archiefdienst (later het Regionaal Historisch Centrum).

 

Dat gedicht werd ‘Bergen op Zoom’. Marc Meeuwissen maakte het grafisch ontwerp en in november 1997 werd het gedicht onthuld. De reacties waren zo enthousiast dat de gedachte post vatte een hele reeks van dit soort Stenen Strofen doorheen de gemeente te realiseren.

Andere steden hebben weliswaar vergelijkbare projecten, maar de Stenen Strofen zijn door de desbetreffende dichters op verzoek van het comité steeds ofwel op Bergen op Zoom geschreven, ofwel op de locatie waar ze werden gerealiseerd. Maar er zijn ook gedichten opgenomen van de in Bergen op Zoom geboren dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

De gedichten worden gejureerd door Wim van Til (directeur van het Poëziecentrum Nederland), Tony Rombouts (ere-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen) en telkens de voorgaande dichter.

Inmiddels is zijn er vele gedichten aan de route toegevoegd, 15 in het stadscentrum en 4 buiten het stadscentrum en nog steeds komen er gedichten bij. Soms is er gekozen voor de uitvergroting van een fragment. Het hele gedicht is in alle gevallen te lezen op een speciaal aangebracht bordje.

Gedichten zijn er te genieten van dichters als Hans Tentije, Albert Hagenaars, Johanna Kruit en Ester Naomi Perquin van wie het gedicht ‘Iemand bedacht’ is aangebracht op een gevel aan de Zuidmolenstraat. Meer informatie vind je op https://www.stenenstrofen.nl/index.html

Iemand bedacht

.

Een man gaat slapen in een dorp en wordt wakker in een stad.

Zijn bed is blijven staan, zijn huis, de naam

die hij kent is gebleven.

.

Ach, niemand vertelt hem ooit wat. Hij staat op en wast zich,

het is een doodnormale dag. Hij spoelt dorpsstof van zijn huid,

luistert naar de kerk, de hoge vogels, opent dan het luik.

.

En kijk eens aan, de lengte van de horizon, de halve hemel

en acht eeuwen stedelijk leven rollen zich

recht voor hem uit.

.

Een dorp past doorgaans in één blik. Een stad in steeds opnieuw

beseffen waar je bent. Steeds andere ogen om te zien dat je bed

vannacht is gebleven, dat je huis er nog staat.

Dat je woont in een naam die je kent.

.

Teken aan de wand

Ruben Philipsen

.

In het hoofdgebouw van de universiteit Maastricht, de Minderbroedersberg, waar het bestuur van de universiteit zetelt is momenteel een tentoonstelling te zien van vier kunstenaars die aan de Universiteit van Maastricht werken als receptionist. Hun zoektocht naar dat ene moment, het verborgene of het ongrijpbare lijken ze gemeenschappelijk te hebben. Met notities, tekeningen, foto’s, schilderijen of installaties leggen ze hun ‘data, hun gedachten en gevoelens in tekens vast.

Een van die vier kunstenaars is Ruben Philipsen (1969), fotograaf en kunstenaar en verantwoordelijk voor de omslagen van mijn bundels ‘Zichtbaar alleen’ en ‘Zoals de wind in maart graven beroert’. Hij maakte de installatie ‘I HAD A SPIRIT’. De woorden (in losse letters) zijn boven de ingang van het hoofdgebouw van de universiteit aangebracht en komen uit een gedicht van de Amerikaanse katholiek theoloog, dichter, auteur en sociaal activist Thomas Merton (1915 – 1968).

Merton was trappist en monnik in de Abbey of Our Lady of Gethsemani (abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Gethsemani) bij Bardstown in Kentucky. Als voorstander van de oecumene trad hij in dialoog met vooraanstaande vertegenwoordigers van andere religies (waaronder de Dalai Lama). Thomas Merton is ook een belangrijke hedendaagse mysticus.

Heel zijn leven bleef Merton gedichten schrijven. De oorspronkelijke gedichten waren zeer toegankelijk en kenden succes. Mettertijd werd zijn poëzie steeds hermetischer. Hij eindigde met twee lange, zeer complexe gedichten, die afzonderlijk in boekvorm werden uitgegeven: ‘Cables to the ace’ en ‘The geography of Lograire’.

.

O Sweet Irrational Worship
.
Wind and a bobwhite
And the afternoon sun.
.
By ceasing to question the sun
I have become light,
.
Bird and wind.
.
My leaves sing.
.
I am earth, earth
.
All these lighted things
Grow from my heart.
.
A tall, spare pine
Stands like the initial of my first
Name when I had one.
.
When I had a spirit,
When I was on fire
When this valley was
Made out of fresh air
You spoke my name
In naming Your silence:
O sweet, irrational worship!
.
I am earth, earth
.
My heart’s love
Bursts with hay and flowers.
I am a lake of blue air
In which my own appointed place
Field and valley
Stand reflected.
.
I am earth, earth
.
Out of my grass heart
Rises the bobwhite.
.
Out of my nameless weeds
His foolish worship.
.

Stalen poëzie

Cortenstaal

.

Op zoek naar iets heel anders kwam ik op internet een aantal mooie vormen van poëzie in vreemde vormen tegen. Of eigenlijk moet ik zeggen poëzie in bijzondere uitvoeringen. In dit geval namelijk uitgesneden in platen Cortenstaal.

Cortenstaal, ook bekend onder de merknaam COR-TEN-staal, is een metaallegering, bestaande uit ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd. Cortenstaal is een weervast staal en de bruine roestkleur is het meest typische uiterlijke kenmerk.

Regelmatig kom ik kunst in de buitenruimte tegen die is uitgevoerd in dit soort staal. Als je ooit een roestige vorm van kunst buiten ziet ga er dan maar vanuit dat het hier Cortenstaal betreft. En er is dus ook poëzie uitgevoerd in Cortenstaal. Zo kwam ik Staaltjes natuur tegen http://www.staaltjesnatuur.com van Geert De Kockere. Of litanuurtjes zoals hij ze noemt; gedichten uitgesneden in platen Cortenstaal. De gedichten worden gesneden in een plaat staal van 62 bij 62 en kunnen als een kunstwerk in de tuin kunnen worden gezet, aan een muur gehangen of zelfs binnen in een hal voor een poëtische noot kunnen zorgen.

Hieronder een aantal voorbeelden (niet alleen van Geert De Kockere overigens, er zijn meerdere aanbieders.

.

Genieten van kunst

Dubbelgedicht

.

Dat er veel onderwerpen zijn waarover dichters schrijven is duidelijk. Feitelijk kan een dichter over alles schrijven. Opmerkelijk is het dat bepaalde onderwerpen dan juist weer veel voorkomen, waarschijnlijk omdat het veel mensen aanspreekt (liefde, dood, het dichterschap). Ook over kunst of eigenlijk over losse kunstwerken wordt veel gedicht. Zelf heb ik me daar ook ‘schuldig’ aan gemaakt (bijvoorbeeld mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ over het gelijknamige kunstwerk van Salvador Dali  https://www.deoptimist.net/2012/09/vers-in-de-etalage-17/ ).

Het is eigenlijk veel leuker om te kijken hoe dichters in algemene zin naar kunst kijken en erover schrijven, dus niet over een bepaald kunstwerk maar over de kunsten in brede zin. Daarover gaat dit dubbel gedicht.

Het eerste gedicht is van Willem Wilmink (1936 – 2003) en is getiteld ‘Kunstgenot’. Een gedicht waarin beschreven wordt hoe er van kunst (in dit geval klassieke muziek) genoten wordt door mensen die van kunst houden. het gedicht komt uit ‘Zeven liedjes voor een piek’ uit 1972.

In het tweede gedicht wordt door dichter Jules Deelder (1944 – 2019) ook de vraag gesteld wie er van kunst houdt, maar hier neemt het gedicht toch een heel andere wending. Het gedicht ‘Kunst’ komt uit ‘Renaissance; gedichten ’44 – ’94’ uit 1994.

.

Kunstgenot

(Wijze: Beethoven’s Negende, Slotkoraal)

.
Vader moeder zuster broeder
kind en kraai en man en vrouw
gaan vanavond weer genieten
in het oud Concertgebouw:
Ma die draagt haar fraaiste knotje,
dochter is als maagd verkleed,
en zo kan men gaan genieten
van het componistenleed.
.
Vader moest nog even kuchen,
moeder is met hijgend hert
op de violist aan ’t letten,
die begint met zijn concert:
O wat prachtig, wat gevoelig,
o wat hypersensueel,
welk een fraaie strijkstokvoering,
welk een heerlijk snaargestreel!
.
In de pauze praten dames
op een muzikaal niveau:
‘O dat jonge dirigentje –
was mijn eigen zoon maar zo!’
‘En jouw kind is groot geworden,
’t is een dametje, zowaar!’
‘Ja, mevrouw, dat is geen wonder,
ze is tweeëndertig jaar.’
.
Aan de pauze komt een einde,
na de pauze komt Ravel,
als dat maar niet té modern is –
maar gelukkig gaat het wel.
Kopje koffie nog bij Keijzer
als besluit van ’t kunstgenot:
ja, muziek dat is iets heerlijks,
ja, muziek is iets van God.
.
.
Kunst
.
‘Wie van de aanwezigen
houdt er van kunst?
.
‘Ikke’
.
‘Prachtig! Dan kunt u
mij vast wel even helpen
met het ophangen van de
schilderijen.’
.

Budé over Armando

Dichters over dichters

.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ van Frans Budé, gepubliceerd in 2015 staat fraaie poëzie te lezen. Franciscus Hyacinthus Gerardus Antonius (Frans) Budé (kom er nog maar eens om zulke prachtige voornamen) is een Nederlands dichter geboren in Maastricht (1945). Budë debuteerde in 1968 met een aantal gedichten dat werd afgedrukt in Elseviers Weekblad. Zijn eerste bundel ‘Vlammend marmer’ verscheen in 1984, waarna hij een groot oeuvre van poëzie, proza en essays opbouwde. Budé is bekend door de vele gedichten die hij schreef bij werk van beeld kunstenaars.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ zijn 14e dichtbundel, staan een aantal voorbeelden van gedichten die hij naar aanleiding van of over beeldende kunst schreef. Misschien is daarom ook het gedicht ‘Armando uitgelicht’ opgenomen maar omdat Armando ook een dichter is heb ik het gedicht toch vooral gelezen als een gedicht van de ene dichter over een andere dichter.

.

Armando uitgelicht

.

Als een blad neerdaalt midden in het zwijgen, water

zich samentrekt en weer uitvloeit, als een bos

het duister afschermt, een bronstig hert vervaagt

in gedempt licht en druppels schuchter beginnen

aan een eentonig vallen zonder zich te schikken

naar strak staande waterplassen. Als de rots gestreng

zijn rug recht voordat hij de avond omhelst,

verguld met zichzelf tijd in handen krijgt die hij

openbreekt en uitzet ver het landschap in, dan,

ja dan, verwijdt zich het ogenblik, schuift de horizon

de zee vooruit, verspreidt een geur van zout en zand.

.

(Wasser)

.

Wachten op betekenis

Antjie Krog

.

Gisteravond was er op NPO2 in de serie ‘Sign of the Times’ een documentaire over het leven van de Zuid Afrikaanse dichter Antjie Krog uit 2019 van Wilberry Jakobs getiteld ‘Mensch’. In het poëzietijdschrift Awater staat deze maand een mooi interview met deze zelfde dichter. Reden genoeg om een gedicht van haar hier te delen. Via Gedichten.nl en dingenvanalledag.blogspot.com kwam ik langs het gedicht ‘Waiting for meaning’. Na wat speurwerk blijkt dit gedicht te komen uit de bundel ‘Wat de sterren zeggen’ uit 2009. ‘Waiting for meaning’ is geschreven bij het schilderij met diezelfde titel van Marlene Dumas. De gedichten in deze bundel werden vertaald door Robert Dorsman.Bij de bundel zit een CD en op Youtube vond ik een video waarin Antjie het gedicht voordraagt in het Afrikaans.

.

Waiting for meaning (Marlene Dumas, 1988)
.
een vreemde minnaar doet je anders vasthouden
je schouders puilen anders uit zijn handpalmen
je borsten bundelen anders in zijn hals
omdat hij vreemd is, ben jij bevreemdend heel
.
en van jezelf ontdaan wat zijn wij
oud geworden hoe verkniesd tot kommer
hoe verspoeld in schuld en klier
mijn hart vlucht als een rat
.
ik denk aan jou en steek de winter over
ik denk aan jou en koude knettert aan mijn huid
droef droef zo ver het hart kan zien
.
we hebben de jeugd uit onze haren geschud we kunnen
ons leven niet meer zogen we veroorzaken elkaar
jij daar, ik hier-suf gebeukt en tot stikkens toe verwurgd
.
.
Waiting for meaning (Marlene Dumas 1988)
.

’n vreemde lover laat jou anders vasthou
jou skouers skil anders uit sy palms
jou borste bondel anders in sy nek
omdat hy vreemd is, is jy bevreemdend heel

.

en ontslae van jouself hoe oud
het ons geword hoe verknies tot kommer
hoe verspel in skuld e klier
my hart vlug soos ’n rot

.

ek dink aan jou en ek steek die winter oor
ek dink aan jou en koue sweis aan my vel
droef droef so ver die hart kan inkyk

.

ons het die jeug uit ons hare geskud ons kan
ons lewe nie meer melk gee nie ons veroorsaak mekaar
jy daar, ek hier- voos gekneus en behoorlik strotomdraai

.

.