Categorie archief: poëzietijdschrift

MUG #14 is uit!

Metamorfosen

.

Het leukste, kleinste maar meest eigenzinnige poëziemagazine van de lage landen publiceert haar 14e editie met als richting ‘Metamorfosen’. In editie 14 kun je gedichten lezen van Monica Boschman, Hein van der Schoot en de Vlaamse dichter Steven Van Der Heyden van wie in februari 2023 een nieuwe bundel ‘Filigraan’ verschijnt bij uitgeverij P.

Het artwork wordt dit keer verzorgd door tattookunstenaar Sophie van der Waard (swaard_ op Instagram). Met een voorwoord van Marie-Anne en een nieuwe Luule, dit keer van onze grafisch vormgever Bart.

De nieuwe MUGzine is natuurlijk gratis digitaal te lezen op de website maar steeds meer liefhebbers kiezen ervoor MUGzine ook op papier te ontvangen en worden donateur. Vanaf € 20,- ontvang je een jaar lang elke MUGzine op papier thuis. Dat is ruim 80 pagina’s poëzie van bekende dichters en aanstormende talenten plus het werk van kunstenaars uit verschillende disciplines.

Om Steven Van Der Heyden alvast een extra steuntje in de rug te geven hier het gedicht van zijn hand getiteld ‘Karkasgroei’ (staat niet in de MUGzine).

.

Karkasgroei

.

Amper schoongelikt door de moedertong

raak ik gescheiden op zoek naar groei in

het grensgebied tussen geboorte en slacht

.

De beslotenheid van plastic wanden

houdt me op mijn plaats, geen weide-uitloop

maar een cel van slechte smaak

.

Opgefokt met kunstmelk kan ik me geen houding geven

de vlekken als eilanden op mijn vacht

verdwaalde puzzelstukken op zoek naar een geheel

.

Hier word ik vlees aan de haak

.

Een huis staat onder water

Hannah van Binsbergen

.

Rond lezend ( dat is dat ik begin met zoeken naar iets en van de één op de andere website terecht kom, en uiteindelijk bij iets eindigt waar ik helemaal niet naar op zoek was) op het internet kwam ik een gedicht tegen van Hannah van Binsbergen (1993) waarvan de titel me op het verkeerde been zette. Bij ‘Een huis staat onder water’ moest ik denken aan de situatie waarbij je hypotheek hoger is dan de waarde van je huis. Tegenwoordig lijkt dat iets van vroeger, toen huizen nog betaalbaar waren. Maar niets is minder waar, hier gaat het om een huis dat onder water staat. Het gedicht komt uit Tirade. Jaargang 57 (nrs. 447-451) uit 2013.

.

Een huis staat onder water

.

een ding vertelt me wat ik zag
en vouwt me open een verleden dag
en zegt me wat ik zag.
ik zeg: dit is orakeltaal
maar volg het door de kast de kamer
waar de meisjes emmers dragen
waar zo wreed veel water is
het toont me kijk, hier lag de la, de lepel
hier de bronzen waterkraan
en dit is onderaan de trap en dit is
bovenaan de trap
en sinds de wereld is begonnen
is dit altijd onze nis geweest
en waren wij veel langer dan de weg
van wildernis naar werkbaarheid
want dit is woud en dit is vlees geweest
maar ik heb in dit huis geslapen
bij het krieken van de dag gebeefd
de deur geopend en gebeefd
.

De Bevera

Max Niematz

.

De in Tilburg geboren maar in Groningen wonende dichter, schrijver Max Niematz (1942) debuteerde in 1987 als dichter met de dichtbundel ‘De bestijging van Popoque’ bij BZZTOH waarna in 1988 en 1991 nog twee dichtbundels werden gepubliceerd. De laatste bundel was ‘Zielsvrienden’. En dat was ook echt de laatste want daarna schreef Niematz nog slechts romans. Op zijn website schrijft hij daarover:

“Hoewel Niematz de poezie een warm hart toedraagt, ging hij zich vanaf 1991 volledig op proza toeleggen en wel om twee redenen: hij merkte dat de poëzie een te introverterende werking op hem had, zij werd te beklemmend, de dichter in hem begon alsmaar dieper te denken, dieper te voelen, dieper in zichzelf af te stijgen. En twee: hij zou graag ook die meer sociale aspekten van zijn karakter aan bod laten komen als humor, mensenliefde c. q. -verachting, narratief talent, gevoel voor theater. Helaas moest hij constateren dat proza zo mogelijk nog hogere eisen stelt aan het denk-, voel- en in-zichzelf-afstijgvermogen dan poëzie, ja, dat proza nog beklemmender is en zeker zo vervreemdend en consumptief werkt op de scheppende geest.”

Desalniettemin verschijnen in Hollands Maandblad 2022-3 maar liefst drie gedichten van zijn hand. Of hij van gedachten is veranderd weet ik niet maar ik hou het in de gaten. Ik koos uit de drie gedichten het gedicht ‘De Bevera’ wat voor zover ik hen kunnen vinden een rivier in Liguria (Noord Italië) is.

.

De Bevera

.

Deze rots… Ooit regende hij neer

uit de wand hoog boven je en deed de aarde

in zijn val beven. Nu ligt hij hier, de rust

zelve, groot en hoekig als een zerk,

een welkome cesuur op je trektocht. Ergens

in deze woeker van klitten en doornen

moet de doorgang zijn die je toestaat naar

de stroom af te dalen. Diep onder je hoor je

het water woelen. Je benen nemen rust,

maar je hoofd gaat alvast vooruit naar

de plek van betovering, het drinkt er

de schoonheid al van in. Terwijl je het lamme

lijf afzinkt in zijn koelte, wordt alles vreemd

om je heen: wie je bent en dat je hier zit

op deze rots – alles wordt verdacht of

hooguit herinnering, alles spoor van vroeger

leven, één slierende vloed van eeuwen

die je meesleurt, de diepte in.

.

 

Vrees niet

Liter

.

In Nederland zijn verschillende literaire en poëziemagazines. Veel zijn bekend omdat ze al lang bestaan of een zekere naam hebben (Hollands Maandblad en De Gids). Een aantal andere magazines zijn minder bekend bij het brede publiek (Liter en Awater). En sommige zijn nog nieuw en werken hard aan een naam en nieuw publiek (MUGzine). In het literair tijdschrift Liter (nummer 104, jaargang 25 met als titel ‘Lezen is geloven’) staan essays, artikelen, korte verhalen en gedichten.  Een mooi vormgegeven tijdschrift met een kundige redactie en medegefinancierd door de Vermeulen Brauckman stichting.

Op de website van deze stichting lees ik: “De Vermeulen Brauckman Stichting steunt grote projecten die de Bijbel ontsluiten voor een breed publiek. Ook bieden wij een helpende hand aan nieuwe, nog voor groei vatbare initiatieven.” En hoewel ik wars ben van publicaties die vanuit een bepaalde hoek verschijnen moet ik zeggen dat bij Liter dit niet tot irritaties leidt. Het is een mooi blad waar religie af en toe aan de orde komt maar waarin vooral veel moois te lezen valt.

Ik koos uit nummer 104 een gedicht van Hedwig Selles. Door de opmaak van het gedicht is het me niet duidelijk of het gedicht nu ‘Vrees niet’ of ‘Gedicht’ heet. Ik vermoed het eerste. Hedwig Selles (1968) heeft cultuurwetenschappen gestudeerd en bracht meerdere gedichtenbundels uit, onder andere ‘Wie hier binnentreedt’ (2016), waarover Piet Gerbrandy schreef: ‘Hedwig Selles schrijft organische poëzie, waarin “het schorre oergeluid van wereld vuur en wind” te horen is. Dat lijkt me een formidabele prestatie.’

Hedwig Selles publiceerde eerder korte verhalen en gedichten in bijvoorbeeld De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, DWB, Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Selles wordt geïnspireerd door dichters als Achterberg, Faverey, Arends, Auden, Gerlach en Peeters. Haar persoonlijk leven met anorexia heeft haar schrijven ook beïnvloed. Ik las op een website dat ‘haar levensdrift wel dieper gaat dan haar woordkunst’. Met dat laatste is helemaal niets mis getuige het gedicht ‘Vrees niet’.

.

Vrees niet

.

Ik haat de dood, echt

ik haat de dood

maar ik kan het niet laten

ik kan het niet laten

gewoon even dood

.

kijken hoe het is

ik kan het toch gewoon proberen

in de vrieskou min vijftien graden

in de hitte plus veertig graden

er komt een moment dat je het kunt voelen

.

dat je het lichaam gaat verlaten

dat je valt en dat je echt wilt

leven.

.

God danst Dada

Tristan Tzara

.

In 1972 verscheen bij Fizz-Subvers Press een klein maar heerlijk vreemd bundeltje van Tristan Tzara: ‘God danst Dada’. Deze bundel werd mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Fonds en verscheen in een oplage van 500 stuks. De bundel begint met het ‘Manifest van monsieur Antipyrine’ uit 1916 en al lezend door dit manifest weet je meteen weer waar Dada over gaat: nihilisme en anti-esthetiek, en voeg daar voor mij nog maar wat surrealisme aan toe en algemene verwarrende gekte. In de Encyclopedia Britannica staat bij het lemma Dada: nihilistische en anti-esthetische beweging in de kunsten die vooral floreerde in Zürich , Zwitserland; New York ; Berlijn , Keulen en Hannover , Duitsland; en Parijs in het begin van de 20e eeuw.

In de bundel, vertaald door Peter Nijmeijer en Sjoerd Kuyper, staan foto’s, illustraties en gedichten van Tristan Tzara. Tzara (1896 – 1963) werd geboren in Roemenië maar verhuisde in de eerste wereldoorlog naar Zürich. Daar richtte hij samen met Hans Arp, Hugo Ball en Richard Huelsenbeck ‘Cabaret Voltaire’ op, de bakermat van de Dada beweging. Cabaret Voltaire verscheen eerst als tijdschrift maar werd al snel de naam van soirées die tot heftige confrontaties met het publiek zouden leiden. Op deze soirées werden klankgedichten (klinkerkonserten) voorgedragen, werd nieuwe muziek ten gehore gebracht en werden provocerende Dada-manifesten voorgelezen. Provocatie als kunstvorm. De Dadaïsten hadden met deze kunstvorm de intentie om mensen bewust te maken van hun vastgeroeste leefwijzen maar het publiek beantwoordde dit vaak met fysiek geweld.

In 1919 verhuisde Tzara naar Parijs waar hij enkele jaren Dada manifestaties organiseerde. In 1922 werd Dada , vooral door interne conflicten tussen Tzara en Andre Breton, ontbonden, waarna Breton zich op het surrealistische pad begaf. Rond 1930 verzoenden de twee zich echter weer en schreef Tzara meer surrealistische gedichten. Later weer ontwikkelde hij echter een geheel eigen stijl en bleef hij actief als dichter en schrijver tot zijn dood. Zijn werk is, ondanks zijn Roemeense afkomst volledig door hem in het Frans geschreven.

De bundel ‘God danst Dada’ is dus een vertaling vanuit het Frans. Leuk om te weten is dat deze bundel en andere uit deze reeks tussen de 75 cent en een gulden kostte destijds. Uit deze merkwaardige bundel koos ik het gedicht ‘De staart van de duivel is een fiets’ dat in 1920 werd geschreven en verscheen in ‘Manifeste sur l’amour faible et l’amour amer’ .

.

De staart van de duivel is een fiets

.

met praalwagens

er zijn uitvinding

bloemenfeest

.

straatspektakel duiven

hij ander zijn visitekaartje

of houdt een zijn als een vermaarde en

ik niet

.

wel hij beetje mij

Nationaal Majorettenpeleton

.

(vooral liefhebberij zegt

lentefeest)

.

gigantiese als zijn majorettes

heb karnaval present ook

of hij dat de mij zijn

en beschouwt als is geen

herfstfeest

.

of

.

Dada is een maagdelijke mikrobe

Dada is tegen het Lieve leven

Dada

naamloze vennootschap voor de uitbuiting van ideeën

Dada kent 391 houdingen en 391 verschillende kleuren al naar

gelang het geslacht van de president

Het verandert – bevestigt – beweert tegelijkertijd het tegen-

deel – belangeloos – schreeuwt – vist

Dada is een kameleon, uit op snelle en winstgevende

verandering

Dada is tegen de toekomst. Dada is idioot. Dada is dood. Leve

Dada. Dada is geen literaire stroming, brul brul

.

 

De Veerman

Romain John van de Maele

.

Via Alja Spaan, goede vriendin en medebestuurslid van Meander, kreeg ik een mail waarin ik gewezen werd op ‘De Veerman’ gewezen, een  Tijdschrift voor West- en Noord-Europese literatuur en kunst dat gemaakt wordt door Romain John van de Maele. Romain is onder andere voormalig recensent bij Meander. In ‘De Veerman’ staan maar liefst 85 pagina’s met literatuur en kunst, zoals beloofd. In dit tijdschrift ook veel aandacht voor poëzie.

Zoals voor de poëzie van Edward Hoornaert (1981). Deze dichter debuteerde in 2016 met de bundel ‘Wij vreemden’. In de periode 2021-2023 is hij stadsdichter van Roeselare (Vlaanderen). Hij publiceerde gedichten in Gierik & NVT, Kluger Hans, Met Andere Zinnen en Plebs. Voorts is hij de bezieler van het dichterscollectief Obsidiaan en redacteur van het online tijdschrift Roer.

Als mede (poëzie-)tijdschriftmaker (van MUGzine) wil ik graag de aandacht vestigen op dit mooie initiatief van Romain. Daarom uit zijn debuutbundel van Edward Hoornaert, ‘Wij vreemden’ het gedicht ‘Morgenland’ dat ook te vinden is in ‘De Veerman’.

.

Morgenland

.
altijd juichen wij een vorig leven toe
gaan wij op zoek naar wat er achter onze rug
opdoemt – terwijl wij denken aan het verlies

.
denkt het verlies aan ons, er is geen weg vooruit
er is alleen het bed dat naar de liefde leidt en daar verstomt
wat ons betreft is dit het einde niet, we weten hoe het is
een voorstelling te maken van wat nog komen moet

.
in functie van wie achterblijft – ons huis het nest
dat ruimte liet

.
de tak waarop de vogel zat de verte ontegensprekelijk nabij

.

Remco Campert

Het raadsel

.

In een Awater van vorig jaar (de speciale editie rond de poëzieweek uitgegeven samen met de Poëziekrant) las ik een uitgebreid verslag of analyse van het gedicht ‘Het raadsel van de Overtoom’ van de pas geleden overleden dichter Remco Campert door dichter Rob Schouten (1954). Het gedicht komt uit de bundel ‘Straatfotografie’ uit 1994.

Omdat het zo’n eenvoudig gedicht lijkt maar juist wanneer je het leest en herleest complexer is dan het lijkt. En omdat er een tijd was dat ik daar bijna dagelijks kwam. Had ik dit gedicht toen gekend, dan had ik vast en zeker met andere ogen naar de Overtoom gekeken.

.

Het raadsel van de Overtoom

.

Een meisje van twaalf vraagt of ik weet
waar op de Overtoom de muziekschool is
ik weet het niet heb je het nummer niet
de Overtoom is zo lang maar verderop
dat rode gebouw zie je wel is een school
misschien is het daar maar daar is het niet
blijkt als ze me achterna komt gelopen
daar is het niet zegt ze ik ga maar terug
naar mijn moeder en vraag haar het nummer
zegt ze en aarzelt (haar mond) en blijft staan
alsof het om iets anders gaat en kijkt me aan
(haar ogen) of ik de oplossing weet
maar ik ben al op weg naar iets anders
dat ik ook niet oplossen kan

.

terwijl zij natuurlijk de oplossing was

.

Doe mee en… wie weet!

Poëziewedstrijd 2022

.

Bij de laatste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! in 2020 was Sara De Lodder de winnaar met het gedicht ‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’. De redactie van MUGzine (altijd op zoek naar nieuw talent) zag er alle reden in Sara te vragen voor een bijdrage aan MUGzine #5 . Ook de nummer 2 van deze gedichtenwedstrijd Marie-anne Hermans kreeg een plek in MUGzine.

Alle reden dus om dit jaar mee te doen aan de gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!. Hier vind je alle gegevens zoals het thema ( Twist), het regelement en de prijzen. Dus twijfel niet langer, spring in de pen, de vulpen, het potlood of beter nog, je pc of laptop en doe mee! En maak kans op een plekje in het leukste en meest eigenwijze minipoëziemagazine van de lage landen.

.

Om alvast in de sfeer te komen hier een gedicht van dezelfde Sara De Lodder getiteld ‘Tot stof’. 

.

Tot stof

ik zocht een kind, zo eentje die van haar fietsje valt
brult, op je afrent en van je houdt

ik hecht geloof aan een kind dat net als van een
hangertje, zo in je handen glijdt

niet te vaak, niet te vlug, liever het als een knoopje
losmaken en het vouwen naar je borstkas

bind haar longen aan je hart vast, trek haar recht
uit je navel, aan een schoot

ontkom je niet, maak met een lapje grond een
midden voor het kind – pas op

ze fietst zo van je weg, en in de verte lijkt ze weer
je kind, je houdt van haar

al vanaf de eerste keer dat je haar in je handen had
leek ze eeuwig

voeten zoeken het open veld: je veegt haar jeugd op
als het laatste restje stof

.

Stad van schrijvers

Antwerpen

.

In 2004 was Antwerpen Wereldboekenstad of zoals het officieel heette World Book Capital 2004. Vanwege haar bijzonder rijke aanbod als boekenstad (Antwerpen beschikt over prachtige archieven, bibliotheken en musea alsmede twee grote boekenbeurzen, uitgeverijen en boekhandels, literaire festivals en een veelvoud aan literaire organisaties). Enige jaren geleden heb ik samen met een aantal collega bibliotheekdirecteuren een bezoek gebracht aan Antwerpen en toen viel me al op dat de gemeente een ambtenaar speciaal voor boeken en literatuur had, iets wat ik nergens ooit ben tegen gekomen.

Wat Antwerpen ook boekenstad maakt is het grote aantal schrijvers dat er woont en werkt. In 2004 zette de stad samen met partners een uitgebreid programma op, ABC2004. Artistiek coördinator was Michaël Vandebril.  Met steun van de Antwerpse bibliotheken werd het project ‘Levende schrijvers’ opgezet, een portrettengalerij van 26 ‘Antwerpse’ auteurs. Een deel is in Antwerpen geboren en getogen in de stad een ander deel is er komen wonen en werken.

De fotograaf Andy Huysmans portretteerde dichters, romanciers, scenaristen en theaterauteurs in hun huiselijke omgeving. Alle schrijvers werd gevraagd een gedicht of tekstfragment te kiezen bij de foto. Alle foto’s en gedichten/tekstfragmenten verschenen in een boek met de titel ‘Levende schrijvers’.  Veel dichters dus met bekende namen als Bart Moeyaert, Hugo Claus, Peter Holvoet-Hanssen, Joke van Leeuwen en Ramsey Nasr. Maar ook Marcel van Maele (1931 – 2009). Deze dichter, beeldhouwer, prozaïst en toneelschrijver schreef ‘rebelse’ poëzie, in taal vol neologismen die breekt met semantische en syntactische  regels. Hij was een van de leidende figuren van het tijdschrift Labris (1962-1976), waarin een experimentele stijl prominent aanwezig was. Hij was lid van de Zestigers . Van Maele was de laatste 20 jaar van zijn leven volledig blind.

In de bundel is hij met foto en het gedicht ‘Onverwoord’ opgenomen.

.

Onverwoord

.

Als fluistervinken ingedut

wachten woorden op mondig worden

en dromen forellen en metgezellen,

flarden heimwee en zaligheid.

.

En de dichter, hij nadert

de bron waarin de woorden worden

en legt er een oorsprong ver

zijn oren te kijk.

.

En later als het water luider wordt,

als de klanken zich verbeelden,

als de taal haar tanden in de tongen slaat,

spring in ’t veld oplaaiend lawaai.

.

En hoe bij het doven van de geluiden

woorden ontstaan, hoe ze naar handen tasten

zodat de dichter ze kneden moet. En hij die

watertandend naar woorden dorst mag mee

naar zee.

.

Reisgenoten

20 jaar poëzietijdschrift Awater

.

In 2002 richtte Gerrit Komrij, destijds Dichter des Vaderlands, het poëzietijdschrift Awater op. Een tijdschrift om de Nederlandstalige poëzie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Nu, 20 jaar later, komt Awater met een bloemlezing van dichters die de afgelopen 20 jaar aan het tijdschrift hebben meegewerkt. De bloemlezing is getiteld ‘Ik vond vele reisgenoten’ en ik kreeg hem bij mijn abonnement op dit tijdschrift met het zomernummer van 2022 meegestuurd.

De bundel wordt ingeleid door Myrte Leffring en bevat 20 gedichten van bekende dichters die een gedicht schreven rond het thema ‘Ik zoek een reisgenoot’ het motto van het gedicht ‘Awater’ van Martinus Nijhoff uit 1934 (waar het tijdschrift naar vernoemd is). Zoals op het achterflap te lezen staat is het resultaat een rijk scala aan poëtische bestemmingen, met de nodige obstakels én prachtige uitzichten onderweg.

Als er voor mij één ding blijkt uit deze jubileumbundel dan is het dat de poëzie in Nederland (en de andere Nederlandstalige gebieden) leeft en veelzijdig is en dat er voor een poëzietijdschrift altijd ruimte is. Wat mij betreft op naar het volgende jubileum.

Onder de deelnemende dichters in de jubileumbundel grote bekende dichtersnamen en een enkele wat minder bekende. Ik koos voor het gedicht ‘Een wat langere reis’ van Jan Glas (1958) een Gronings beeldend kunstenaar, schrijver, dichter, zanger, fotograaf en redacteur van het Groningse tijdschrift Krödde. Ik koos dit gedicht omdat de laatste strofe mij heel erg deed denken aan het gedicht ‘Mannenman’ dat ik schreef in 2013.

.

Een wat langere reis

.

Voor een wat langere reis zoek ik gezelschap.

Een ezel. Een met harde hoefjes. Sterk, koppig en lief.

.

Een metgezel om de bevroren uren in te halen.

Om samen op te trekken door ons laagland

en te krabbelen in de bergen over steile paadjes

langs geïsoleerde dorpen waaruit rook kringelt.

Af en toe iets zeggen.

.

Wat ik te bieden heb, ik val met de deur in huis:

ik ben een truffel, opgegraven door een varken.

Heb slanke handen en haal honden aan. Een eenling

.

met weinig ambities. Ik hoef geen man te zijn.

Ik wil er eentje spelen.

.