Categorie archief: Versvormen
GVDKU
Freda Kamphuis
.
Ik ben een fan van experimentele poëzie, om de zoektocht naar de grenzen, de vorm, de inhoud, het anders kijken naar gedichten en poëzie. En hoewel ik experimentele dichters niet direct tot mijn ‘favoriete’ dichters zal bestempelen (ik hou van alle dichters, van alle vormen en stemmen in de poëzie maar ik heb wel degelijk favorieten) heb ik er altijd een gezonde nieuwsgierigheid naar.
Een paar jaar geleden kwam ik in de Slegte in Antwerpen de bundel ‘Titel’ uit 2014 van Freda Kamphuis tegen, toen werd mijn interesse meteen al gewekt maar uiteindelijk kocht ik de bundel, uitgegeven door uitgeverij Voetnoot, niet. Achteraf had ik daar wel spijt van. Gelukkig kwam ik haar bundel ‘GVDKU’ uit 2012 tegen in een tweedehandsboekenwinkel en kocht hem meteen.
De bundel van Kamphuis (1965) bestaat uit vormgedichten, kunstzinnig vormgegeven gedichten, Haiku’s en vrije gedichten. De haiku’s zijn grappig en spitsvondig:
.
Zinnebeeld
.
Het punt van de
dood is dat het
stopt na de zin.
.
Uit de bundel blijkt dat Freda de kunstacademie heeft gedaan, de combinatie van afbeeldingen en tekst is vaak kunstig en bijzonder. Een bundel vol verrassingen. Maar dus ook gedichten die het genieten waard zijn zoals het gedicht ‘Parallel’.
.
Parallel
.
Een rollator schuift traag
onmodieus voorbij, de man
die moeizaam gaat daarachter
kijkt vermoeid, totaal niet blij
zet beide voeten stap voor stap
achter zijn wankel ogend rek.
.
In tegenstelling tot het meisje
met de paarse zonnebril vlakbij
dat zo te zien vooral nog haastig,
dorstig leven wil, met één sprong
op haar fiets verdwijnt en daardoor
net niet ziet hoe hij verschijnt.
.
Kringloopvers
Bas Boekelo
.
Zoals dat met bijzondere dingen gaat, zeker als ze aanslaan bij een groter publiek, komen er afgeleiden of variaties op het thema. Zo ook bij de Takhmis. Hierover schreef ik een paar dagen geleden al en op Het Vrije Vers zijn ook van deze variant al een aantal voorbeelden te vinden. Bas Boekelo verzon de variant en op voorspraak van Jaap van den Born werd de variant het Kringloopvers genoemd, wat volgens mij een heel adequate benaming is. Er zijn heel weinig regels voor deze variant maar een belangrijke is wel dat regel 1 en de laatste regel citaten zijn uit een bestaand gedicht moeten zijn.
Light verse dichter Remko Koplamp (1953) kwam met een variant, waarin uit twee heel verschillende gedichten geciteerd wordt: de eerste regel komt uit het gedicht ‘Februarizon’ van Paul Rodenko (1920 – 1976) en de laatste regel komt uit het gedicht ‘de ballade van de Katholiek’ van Anton van Duinkerken (1903 – 1968).
.
Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
Naar binnen toe was slechts een kwestie van techniek
Ik fluister zacht of zij haar blousje los wil knopen
Terwijl ik bezig ben mijn broek reeds af te stropen
Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek!
.
Takhmis
Versvorm
.
De Arabische Takhmis is: een lyrische devotie (of een vroom en ernstig gedicht) ontstaan in de 18e eeuw in het Midden-Oosten geschreven in 5 enkele hemistiches (halve versregel of halve alexandrijn: Een dichtregel van zes jamben: een jambe is een versvoet van twee lettergrepen, eerst een onbeklemtoonde, gevolgd door een beklemtoonde). De strofes zijn geschreven in enkele hemistiches waarbij de laatste 2 regels eerder werk van een andere dichter bevatten. Het rijmschema is: aaax bbbbx (x zonder rijm).
Een voorbeeld van dichter Jaap van den Born (o.a. ook redacteur van Het Vrije Vers) waarbij hij voor de laatste twee regels koos voor het gedicht ‘Ik ween om bloemen’ van Willem Kloos (1859 – 1938). Voor de volledigheid heb ik dit gedicht na de Takhmis van van de Born geplaatst.
.
Ik gaf een por, de ogen half geloken
En zei: ‘Hé trut! Wat zit jij uit te spoken?’
Ze sprak betraand, haar ogen rood ontstoken:
‘Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En voor de ochtend van haar bloei vergaan’
.
Ik ween om bloemen
.
Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan.
.
Gij kwaamt, en ‘k wist — gij zijt weer heengegaan…
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
Ik zat weer roerloos nà die korten waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken
.
Zo als een vogel in den stillen nacht
Op éés ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt, ’t is dag, en heft het kopje en fluit,
.
Maar eer ’t zijn vaakrige oogjes gans ontsluit
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door ’t sluimerend geblaarte een zwakke klacht.
.
Anagramsonnet
Drs. P.
.
Ik las de bundel ‘Weelde en feestgedruis’ de beste gedichten van Drs. P. uit 1986. Drs. P. (1919-2015) is een van de taalvaardigste dichters die ons taalgebied heeft gekend en toen ik het gedicht ‘Poly-interpretabel’ las werd ik opnieuw verrast door zijn virtuose dichtersstem. In dit anagramsonnet speelt de Drs. weer listig met woorden. Een anagram is of zijn woord(en) ontstaan door herschikking van één of meer andere woorden, met name gebruikt bij namen. Ik bleef bij dit gedicht hangen door de smakzoen uit de eerste regel, een smakzoen, door alle afstand die we tegenwoordig houden al bijna iets van ‘vroeger’.
.
Poly-interpretabel
.
In smakzoen hangen rode etenswaren
En zware honden (koest man!) en sigaren
Na Mao’s knarsen zweeg een hedonist
we zoeken dorstig manna, hè, en snaren.
.
Een ranke non had zwanenroes gemist
Haar Weense kannen zoemen … ’n Drogist
Zwemt in Arosa, Dongen, Sneek en Haren
Hoera, ze kennen Wrongman, een sadist
.
Shoarma, snoer, Nanking, een zedenwet-
Zo werken grind en thee om ananassen
Ga! Wens een nazihemd en tsarenkroon
(Weer hazendrek, gans, tennis, anemoon)!
Haemorroïden wenken: zang en tassen?
Een heidens werk, zo’n anagramsonnet
.
Gedichtenwedstrijden
Vrij vers of vaste versvormen
.
Zo aan het einde van 2021 is het misschien leuk om nog eens aan een gedichtenwedstrijd mee te doen. Op de website van Schrijven online staan er verschillende. Hier een aantal heel verschillende die je wellicht de moeite waard vindt.
VWN
Op de website van de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en –communicatie Nederland kun je meedoen aan een poëziewedstrijd die ter ere van hun 35-jarige jubileum wordt georganiseerd. Ze zijn daarbij op zoek naar de mooiste wetenschapspoëzie binnen het Nederlandse taalgebied. Wie schrijft het beste nieuwe gedicht over de wetenschap in de ruimste zin van het woord?
Elk gedicht wordt anoniem beoordeeld door een onafhankelijke voorjury. De pakweg honderdtwintig best beoordeelde gedichten zullen worden gebundeld in een nieuw te verschijnen gedichtenbundel.
De jury, bestaat uit Anna Enquist, Ionica Smeets, Edward van de Vendel en Marlies ter Voorde. De jury zal drie winnaars selecteren. Op de winnaars van de derde tot en met eerste prijs ligt naast 100, 150 en 250 euro een wetenschappelijk verantwoord boekenpakket te wachten. De uiterste inzendtermijn is 28 november 2021.
Haiku Kring
De Haiku Kring Nederland organiseert een kukai. Een kukai is een haikuwedstrijd waarbij de deelnemers ook de jury zijn. Je kan je haiku inzenden tot en met 28 november. Alle inzendingen komen overzichtelijk en anoniem op een webpagina te staan. Je mag stemmen op jouw favoriete drie haiku’s, maar je mag natuurlijk niet op je eigen haiku stemmen. De regels omtrent de haiku en het elfje zijn denk ik wel bekend. Haiku; drie regels met respectievelijk 5,7 en 5 lettergrepen per zin, waarbij een zintuigelijke ervaring naar voren komt.
Ministerie van Liefde en Waardering
Als laatste de Gedichtenwedstrijd van het Ministerie van Liefde en Waardering. Het thema is liefde en waardering en het dient te passen op een A4 vel. Verder zijn er geen regels. Ook zijn er geen inschrijfkosten. De inzendtermijn is (uiterlijk)10 februari 2022. Er kunnen maximaal twee gedichten per persoon ingestuurd worden.
.
Al draagt een aap
Jacob Cats
.
De Nederlandse taal zit vol uitdrukkingen die we voor vanzelfsprekend aannemen, maar waar we eigenlijk maar zelden bij stilstaan waar ze vandaan komen. Veel spreekwoorden en gezegdes daar weten we wel min of meer van wat ze betekenen en waar ze vandaan komen. Zo komen uitdrukkingen als ‘het over een andere boeg gooien’ en ‘kielhalen’ overduidelijk uit de scheepvaart.
Dat er ook vaste zinsconstructies en uitdrukkingen uit de poëzie komen is vaak minder bekend. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat de uitdrukking ‘Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding’ komt uit een gedicht van Jacob Cats (1577 – 1660). Jacob Cats was een Nederlands dichter, jurist en politicus. Hij is ook bekend als Vader Cats, vanwege zijn veelal didactische gedichten. Ook een uitdrukking als ‘Kinderen zijn hinderen’ komt uit een van zijn gedichten. Hoogstaande dichtkunst maakte hij niet, eerder volkskunst. Zijn moralistische lessen verpakte hij in toegankelijke taal en rijm. Hij was behalve bij de culturele elite populair in brede lagen van de bevolking.
Maar de aap en de gouden ring komt dus ook uit een van zijn gedichten, die onder andere in ‘Alle de wercken’ uit 1655 verscheen.
.
Al draagt de aap een gouden ring
zo is het toch een lelijk ding
Al heeft de sim een gouden rok,
Zo is ‘et toch maar enkel jok;
Want schoon zij met een grote pracht,
Wordt deftig in het spel gebracht,
En dat ze voor de eerste maal
Komt prachtig treden op de zaal,
Komt wonder moedig aan de dag:
Zij is een aap, gelijk ze plach’;
Want eer men nog de rolle sluit,
Zo kijken hare grillen uit,
Want zijde, goud, fluweel, satijn,
En geven niet als enkel schijn.
De vors die huppelt naar de poel,
Al zat hij op een gouden stoel.
.
Twee-pigrammen
Florence Tonk
.
Vorig jaar brachten uitgeverij Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam een bundel uit met poëzie over het thema van de Boekenweek in een specifieke dichtvorm. Het thema dat jaar was rebellie en de dichtvorm het sonnet. Ook dit jaar koos men een thema; tweestrijd en als vorm koos men het epigram. Bovendien bevat de bundel dit jaar ook gedichten van andere dichters dan die van Nieuw Amsterdam en Wereldbibliotheek.
Het epigram heeft de volgende vaste regels: acht regels; vrije versvorm; hetzelfde slotwoord in de regels 1,3,5 en 7; metrum naar believen; de slotregel bevat de pointe. Een ander woord voor epigram is puntdicht. Het is een kort gedicht, vaak geestig. Slechts enkele gedichten uit de bundel voldoen aan deze regel. Ook de humoristische laatste zin met een rake pointe komt niet vaak voor. Wel zien we dat de gedichten acht regels tellen en dat de herhaling van het slotwoord veel is toegepast.
Omdat het thema Tweestrijd is heeft men voor de titel Twee-pigrammen gekozen, epigrammen over tweestrijd. Dichter Florence Tonk (1970) heeft zich voorbeeldig aan de regels van het epigram gehouden met haar gedicht ‘Puntdicht’ dat subtiel knipoogt naar het gedicht ‘Sotto voce’ van Vasalis.
.
Puntdicht
.
Een punt breekt af, de punt doet pijn
in zinnen aan mijn zusjes
een punt die stopt, veroorzaakt pijn
staat voor venijn en stelligheid, gelijk
is niet vrijblijvend, dat doet pijn
het stokken, afgesloten zijn
mijn tere zusjes lijden pijn
geen punt, het mag niet van mijn brein.
.
Haiku’s en limericks
Rud Brenninkmeijer en Bastiaan Plompverloren
.
Tussen al de poëziebundels die ik koop en krijg zitten soms ook bundels die ik misschien niet had gekocht als ik ze om de kwaliteit zou hebben gekozen maar die toch iets aardigs, bijzonders of grappigs hebben. Als je over poëzie en haar rafelranden schrijft, zoals ik doe, horen dit soort bundeltjes daar ook bij.
De twee bundeltjes waaruit ik vandaag iets wil plaatsen hebben gemeen dat ze geschreven zijn rondom een specifieke versvorm; de limerick en de haiku. Omdat ik ervan uitga dat iedereen wel min of meer weet wat deze twee versvormen als eigenschappen hebben zal ik daar hier niet verder op ingaan.
De eerste bundel is een redelijk obscuur bundeltje getiteld ‘limerick of limerjij?’ van Bastiaan Plompverloren (wat naar ik aanneem een pseudoniem is). In het voorwoord van Viktor Aanstoot, de hoofdredacteur van literair tijdschrift ‘Stokebrand’ schrijft hij: Voor al die mensen die telkenmale beweren dat slechts het Engels zich goed leent voor een superieure limerick, mag dit boekwerkje een bewijs zijn van de grote flexibiliteit van onze moedertaal. En hoewel dit werkje uit 1975 enigszins een melig karakter heeft, staan er toch best aardige limericks in.
De tweede bundel is van Rud Brenninkmeijer uitgegeven in eigen beheer (Boekscout), is getiteld ‘Geen poot om op te staan’ en bevat haiku’s en zo. Alles behalve melig en voor de liefhebber van haiku’s vast en zeker zeer te genieten. In de bundel ook schilderwerk van Brenninkmeijer. De bundel werd in 2011 uitgegeven.
.
’n Emeritus zeide in Gaastmeer:
“Uw bloed, lieve vrouw, kookt en raast weer.
Houdt toch uw fatsoen
we hebben pensioen
en derhalve geen enkele haast meer!”
.
Tulpen in mijn vaas
ze mogen zich uitleven
ver hun bloei voorbij
.
















