Categorie archief: Vlaamse dichters
Dag stoel naast de tafel
Paul van Ostaijen
.
Over de modernistische Vlaamse dichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen schreef ik al een aantal keer. Omdat hij in de traditie van Dada allerlei bijzondere vormen meegaf aan zijn gedichten, over zijn graf en zijn geboortehuis en nu dus opnieuw. De reden dit keer is dat ik nu een bundeltje met zijn gedichten in bezit heb. Dit heb ik gekregen van een vaste lezer van dit blog Drager Meurtant. Het betreft hier een bundeltje uit 1969 met de titel ‘Dag stoel naast de tafel’ een bundel met de teksten van een programma van fragmenten uit het muzikaal, plastisch, literair oeuvre van de Vlaamse expressionistische dichter Paul van Ostaijen, gespeeld door Arena | De nieuwe komedie. De premiere van dit stuk vond destijds plaats in het Paviljoentheater in Scheveningen gelegen naast het Kurhaus.
Het bundeltje bestaat uit vier delen: introductie, deel 1, deel 2 en Music Hall. In de bundel is ook het gedicht ‘Voetbalmatch’ opgenomen met een onderschrift erbij uit een brief van Ostaijen aan Jos. Leonard waarin hij schrijft “Wat gedicht ‘Voetbalmatsj’ betreft, dit gedicht is niet van mij. Een mistificatie van ik weet niet wie uit Avondlied samengeflikt.”
In dit bundeltje ook het gedicht ‘Nachtelijke optocht’ waar heel duidelijk één van zijn dominerende inspiratiebronnen uit naar voren komt namelijk beeld-klank-woord en in dit geval dus vooral klank.
.
Nachtelijke optocht
.
Taptoe oe oe taptoe
stapt al maar toe
zwart van de nacht dat dik drukt de stijve straat
breekt licht logge lucht
en muziekgeschetter
Licht van de laaiende lansen
laaiende stap van de lichtende lansen
lansen van het laaiende licht
dansende licht van de laaiende lansen
dansend laaien van de lichtende lansen
laaiende lansedans
Lansgekletter
muziekgeschetter
lichtende kadans
laaiende lansen
laaiende kadans van lichtende lansen
lichtend lucht kadans en dans van laaiende lansen
kadans van laaiende lansedans
kadans van dans
Lichtende lampen
laaiende lampen
licht van laaiende lampen
dans van laaiende lampen
kadans van lichtende lampen
kadans van laaiende lampen
dans van de lucht in waaiende lampen
waaiende dans van de lucht in laaiende lampen
laaiende kadans in de waaiende lampedans
kadans van lampedans
licht van lampen
Lansgekletter
muziekgeschetter
geschetter van klare klarinetten
helder gekletter van klare klarinetten
helder gekletter klarinettegeschetter
Stappen op straat
stappen breken de straat
stramme stappen breken de straat
horizontaal
vertikaal
vooral diagonaal
lampen lichte kadans
klare klarinetten dansen in de lansedans
klarinetten lampen en lansedans
transparant
Taptoe
oe oe
taptoe
.
Een pissebeds achtkantig lied
Herlinda Vekemans
.
In Gent kocht ik de dichtbundel ‘versneden’van Herlinda Vekemans. Haar debuutbundel. Na gepubliceerd te zijn in De Revisor, Dietse Warande en Belfort, En er is, Poëziekrant, Rottend Staal, Digther en Nieuwzuid werd deze bundel uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2005. In 2006 gevolgd door de bundel ‘Buiging’, in 2011 ‘Schrikdraad’en in 2015 door ‘Kwartet voor het einde van de tijd’. Olivier Messiaen (1908-1992), waarin het leven en werk van de Franse componist Olivier Messiaen centraal staat. Vekemans (1961) geeft medisch en academisch Engels aan studenten en biomedische onderzoekers van de Universiteit van Leuven. In 2009 verschijnt poëzie van haar hand in ‘Het liegend Konijn’ en in 2010 in ‘Vlaanderen.
In de bundel ‘versneden’ wordt nogal wat versneden en met elkaar vermengd, volgens de regels van bestaande verhoudingen maar ook in nieuwe en uitdagende combinaties. De bundel bestaat uit 3 hoofdstukken: proloog, De stervende Galliër, Versneden en Epiloog, De stervende Galliër. Uit het laatste hoofdstuk het gedicht ‘Een pissebeds achtkantig lied’.
.
Een pissebeds achtkantig lied
.
And other strains of woe, which now seem woe
William Shakespeare, , sonnet 90
.
amper zand en zwart en bar al
en dor en droog de leeftocht door
en scherp schrapend in oor onder
en strak van blik de ogen kwijt
en arm aan regen en boswee
en mergloos en weesmoe en dicht
met stofpootjes vol net niet nat
aarddonker de zonzolder op
.
Ik ben terug gegaan
Marieke Eggermont
.
De Vlaamse Marieke Eggermont is geboren in 1975 in Tiegem (West-Vlaanderen) maar ze woont intussen in Gent. In 2017 ronde zij haar basisjaar literaire creatie af en in 2018 bij Creatief Schrijven (Creatief Schrijven vzw ontwikkelt, stimuleert en ondersteunt initiatieven die schrijfliefhebbers in Vlaanderen kansen geven), schreef ze zich in voor de schrijversacademie van creatief schrijven bij de afdeling Poëzie. Ze werd gepubliceerd op de website ‘Het gezeefde gedicht’ van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele. Van haar hand is het gedicht ‘Ik ben terug gegaan’.
.
Ik ben terug gegaan
Ik ben terug gegaan, mijn lief
De open plek was leeg
De bootvrouw had geen passagiers
Er was geen huislijk licht
Ik zocht de versie die jij koos
En voorbij die eerste strofe
stond ik recht en danste ik
een tweede keer, voor jou.
Ik walste dit keer heel alleen
En bij de laatste noten
Nam ik je gevoelens vast,
was ik dicht bij jou vandaan.
.
Stormspinsel
Liefdespoëzie
.
In het begin van 2019 gaf ik via mijn uitgeverij van poëzie MUG books de bundel uit van de Vlaamse dichter Evy van Eynde, getiteld ‘Zal ik liefde noemen’. In deze bundel staan prachtige liefdesgedichten en omdat ik in de stemming ben (liefdespoëzie kan eigenlijk altijd) wil ik hier graag nog een gedicht uit deze bundel met jullie delen. De bundel is te koop bij de dichter https://evyvaneynde.wordpress.com/2019/01/20/zal-ik-liefde-noemen-3 voor de mooie prijs van € 12,50.
Ik koos voor het gedicht ‘Stormspinsel’ uit het hoofdstuk ‘Een beek | Een zee’. Wil je Evy live aan het werk zien en horen dan kun je terecht tijdens de Poëziebustoer van dit jaar (5 t/m 11 augustus) in een aantal Nederlandse en Vlaamse steden. Hou https://poeziebus.nl/ in de gaten voor de dienstregeling in augustus.
Stormspinsel
.
Het dondert en het bliksemt
en het hagelt sabels
rondom mij
.
spin mij
een flinterdun vliesje
.
Op rijstpapier
en rozenblaadjes
pen je me zoet
.
dat je me ziet
dat je me wilt
dat je me doet
.
In de storm die mij belaagt
me wankelen laat, plaag
jij me vloeibaar
.
in een cocon
van malse regen
.
Mieke Maaike’s obscene jeugd
Dichter bij Boon
.
In de jaren tachtig las ik het boek ‘Mieke Maaike’s obscene jeugd’ van Louis Paul Boon (1912-1979). Een hilarisch pornografisch werkje van Boon dat in een samenvatting die ik las als volgt werd omschreven: In 1972 verscheen het frivool-erotische boekje Mieke Maaike’s obscene jeugd, dat sindsdien tweeëntwintig drukken beleefde. Dit vrolijke verhaal over de vroegrijpe en seksueel onverzadigbare Mieke Maaike is de vleesgeworden parodie op de pornografische roman. In dit boek wordt het meesterschap van de “viezentist’ Louis Paul Boon nadrukkelijk geëtaleerd.
Afgelopen februari kocht ik in Gent de bundel ‘Dichter bij Boon’ 27 gedichten opgedragen aan Louis Paul Boon uit 2012. Uitgegeven door Honest Arts Movement (HAM), waar Boon een van de mede stichters van was en in het jaar waarin Louis Paul Boon 100 jaar geworden zou zijn. Ham heeft tot doel het bevorderen van de onderlinge samenwerking tussen kunstenaars van diverse disciplines enerzijds en kunstminnaars anderzijds. HAM reikt ook jaarlijks de Louis Paul Boonprijs uit aan laureaten die net het humane in zijn brede betekenis in hun werk betrekken.
In de bundel ‘Dichter bij Boon’ staat een gedicht van Maud Vanhauwaert over deze novelle van Boon getiteld ‘Mieke Maaike, omfloerst’. Maud Vanhauwaert (1985) is stadsdichter van Antwerpen (2018-2019), dichter en actrice en redacteur bij het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort.
.
Mieke Maaike, omfloerst
.
“zo groot” toonde ik
zoals ook vissers doen
.
de diepzakkende
schoot me dusdoende
te binnen
.
breder dan een koordje
.
ik krulde naar buiten
het kriewelde
tot in het kruintje
.
heel bewogen
slaakten wij
jonge naakte diertjes
.
briesten, de kantjes omzoomd
.
Ze legt haar lippen te luister
Dimitri Verhulst
.
Ik werd vanmorgen wakker en ik voelde de behoefte aan schoonheid, aan ware poëzie, aan iets moois dat ik vandaag wilde delen. Staand voor mijn boekenkast kwam ik uit bij de bundel van Dimitri Verhulst ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ met daarin uit het hoofdstuk ‘De dochters worden wakker’ het gedicht 3.
.
3
.
De jacht is open op de dromen.
Ze opent de blinden en verzint
dat ze kan vrijen met het licht.
Zij is tezelfdertijd een vrouw,
tezelfdertijd een man,
en zij bemint zichzelf in evenwicht.
Ze legt haar lippen te luister
aan het vuile woord dat ze graag fluistert
wanneer ze koude ruiten likt.
Wat het vel veel beter weet:
de aanraking heeft een hekel
aan de zienden.
Zij sluit haar ogen
en laat zich wild bekruipen
door het onbekende.
Buiten tuchtigt de natuur
de wereld met haar wetten.
Maar in haar valt het licht nu in.
.
Jana Arns
Twaalf ribben
.
Opnieuw een dichter op verzoek, dit keer op verzoek van Luce Rutten. De Gentse Jana Arns (1983) is muzikant (dwarsfluit), fotograaf en dichter. Met haar debuut ‘Status: het is ingewikkeld’ uit 2016 won zij de prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Haar tweede bundel ‘Nergens in het bijzonder’ verscheen in februari 2018 . Ze publiceerde in De poëziekrant, Deus ex Machina, Gierik & NVT, Meander, Het Gezeefde Gedicht, Het Liegend Konijn en won de eerste prijs van de Literaire Prijzen Stad Sint-Truiden (2018) én Literatuurprijs Zeist (2018). Ze was ook meermaals genomineerd voor de Melopee poëzieprijs. Enkele gedichten werden opgenomen in de bloemlezing ‘De 100 beste Nederlandstalige gedichten’ van de VSB Poëzieprijs uitgegeven door De Arbeiderspers 2018.
Samen met dichters Roel Richelieu van Londersele en Charles Ducal maakte ze de voorstelling ‘Het muzikale huwelijk’ en met dichters Frouke Arns en Astrid Arns vormt ze ‘Drie maal Arns en daarmee BASta!’.
Met het gedicht ‘Twaalf ribben’ won met ze de Literatuurprijs Zeist 2018
.
Twaalf ribben
Ons kind is bang voor suikerspinnen.
Het spiegelpaleis in haar hoofd is beslagen.
Zij is de schim binnen dit spookhuis.
met rijstkorrels na de komma,
tafels gedekt met breuken.
Samen snijden ze het brood van de korsten.
Lopen op eetstokjes over onaangeroerde borden.
Zij is twaalf ribben,
aangelengd met water.
Grutto Grutto Fuut Fuut
Robin Hannelore
.
De Vlaamse dichter Robin Hannelore (1937, pseudoniem van August Obbels) is vooral bekend in de Belgische Kempen. Hij kreeg in 1968 en 1977 de poëzieprijs van de provincie Antwerpen. Naast zijn auteursactiviteiten was hij tot 1997 leraar Germaanse talen in zowel Herentals als Antwerpen. Binnen zijn zeer ruime thematiek neemt Hannelore het dikwijls op voor de zwakkeren, de onderdrukten en de onmondigen. Deze voorkeur, die in zijn werk meermaals naar boven komt, kwam tot een hoogtepunt in ‘Een brief aan de koning’ (1979). In zijn veelheid van stijlen waagde hij zich enkele malen in het magisch realisme, wat hem de vriendschap opleverde met Hubert Lampo. Samen met Frans Depeuter en Walter van den Broeck was Hannelore ook medestichter van het satirisch-kritische tijdschrift ‘Heibel’, dat hij in 2007 met Depeuter opnieuw tot leven riep. Hannelore schreef zo’n 20 poëziebundels en hij debuteerde in 1958 met de poëziebundel ‘Waan en pijn’.
In 1978 verscheen in de serie ‘Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ in de Vlaamse pockets, een bloemlezing van zijn werk onder de titel ‘Het koekoeksspog’. Wat dat precies betekent is me niet helemaal duidelijk, het Vlaams woordenboek geeft niet direct uitsluitsel, maar het lijkt een afgeleide van gespogen dat ‘heel erg gelijkend op’ betekent. Hierin gedichten uit zijn bundels uit de jaren ’60 en ’70.
De bundel begint met een ‘gedicht’ of een uitspraak van Hannelore waaruit blijkt dat hij het opneemt voor de onderdrukten en de onmondigen.
.
En kom je tenslotte toch naar de Kempen,
denk dan niet te lichtvaardig dat je
het koekkoeksspeeksel, het kikkerspog
of het lenteschuim ontdekte.
Ik loop hier namelijk in het voorjaar steeds
op, voor de voeten van, of in het gezicht van
de parvenu’s, de spekulanten, de mongoloïde politici
en de goden te spuwen.
.
Verder in de bundel blijkt dat Hanelore wel degelijk ook gedichten schrijft die minder activistisch zijn en de schoonheid van de Kempen en de natuur als onderwerp hebben zoals in het gedicht ‘Grutto Grutto Fuut Fuut’ dat nooit gebundeld werd.
.
Grutto Grutto Fuut Fuut
.
Ik lig hier als een driedubbele gek
Te lachen in het gras de witbol
Beroesd van tijm en koeiedrek
De schaduw van de eik zit vol
.
harig wilgeroosje en oud geluk
En gesjirp van een krekel een mus
De Kempen bulkt van de volle pluk
Halfapen toeren er rond in een bus
.
Onder dit groen orgiastisch gewelf
Op dit eeuwig wilde herdersfeest
Ben ik te gast bij de zwarte elf
.
Ik adem ril geniet als een beest
Verlaat hier tenslotte voorgoed mezelf
Nimmer is iemand zo vrij geweest.
.

















