Dichter in verzet
Piet Gerbrandy
.
Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).
In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.
In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’
Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.
Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is
.
Geloof mij toch:
tegen de dood kan alles
worden ondernomen wat zich nu
nog verschuilt in zijn macht.
Vader en moeder tegelijk,
wordt hij zelf het kind
dat zin voor zin zich uitput,
zich afbeult tot wat er is: nacht-
vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;
brulapenkoralen; kikkerrit kloppend
tegen stilstaand water; pauwestaarten,
Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit
de duisterende frambozen daarmee zich
een voorhoofd wenst te tooien,
vlak voor het bevel, hope telkens ooit.
.
Voor twee scharren blauwbekken
W. Hussem
De, in Rotterdam geboren en in Den Haag overleden, kunstenaar Willem Frans Karel Hussem (1900 – 1974) was een Nederlandse schilder, beeldhouwer en dichter. Als dichter kende ik zijn naam al wel, als W. Hussem, maar eigenlijk alleen van een enkel gedicht in een bloemlezing. Zaterdag kocht ik in Heythuysen, een dorpje in midden Limburg, bij de plaatselijke kringloop de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ van zijn hand uit 1966.
Hoewel Hussem vooral bekendheid geniet als schilder ( werk van hem bevind zich in de collecties van o.a. Het gemeentemuseum in Den Haag en het Stedelijk in Amsterdam) publiceerde hij veel dichtbundels.
Kunstenaars die zich met een van of beide door Willem Hussem beoefende disciplines bezighielden, verenigden zich rond hem in de Posthoorngroep, genoemd naar een Haagse horecagelegenheid waar tot voor kort nog een poëziepodium werd georganiseerd.
In 1940 debuteerde hij bij L.J.C. Boucher met De kustlijn, gevolgd door Uitzicht op zee, dat verscheen bij A.A.M. Stols (1941). Vooral in de jaren zestig verschenen veel dichtbundels, waarvan de bekendste is Voor twee scharren blauwbekken (1966). Sommige boeken werden door hemzelf uitgegeven, zoals Lessen in luchtdruk. Ook na zijn dood bleef zijn dichtwerk verschijnen, het laatst de bundel Met inkt zeggen (2011), die met Hussems penseeltekeningen verlucht is.
In de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ staan veel korte gedichten, zonder titel. Daarom uit deze bundel een paar voorbeelden.
.
het botwant leeg
het aas verspeeld
ik ga wormen dollen op het wad
.
voor els
behoedzaam brengt zij
plantje voor plantje
over naar het bloembed
struikelt
en valt midden in de roos
.
met de stamgasten
in het dorpscafé
drink ik mij dronken
aan hun eenzaamheid
.
venus
mars
de grote beer
verder en verder
ga ik de hei op
ineens besef ik
hoe laat het is
boven de dennen
gloort de dag
.
Zeemanslied
Hans Dorrestijn
.
Vandaag voor de laatste keer Hans Dorrestijn als dichter van de maand februari. Nogmaals uit de bijzonder aardige bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ uit 1997 het gedicht (lied) ‘Zeemanslied’.
.
Zeemanslied
Golven hoog te loef, te lij.
We varen klif en klip voorbij.
Giek en gaffel buigen krom.
Haal op, haal om.
Pekbroek, tuig, het ruime sop.
De zeeman heeft een haringkop.
Haal om, haal op.
Opperbram hoog in de mast.
Daar tuimelt me de varensgast.
Haal op, hou vast.
Haring hom en haring kuit.
Het bloed spat alle kanten uit.
Haal om, haal op.
Het bloed spuit alle kanten op
Haal om, haal uit.
.
Nog maar een paar kleintjes
Uit mijn boekenkast
.
Omdat ik er zin in heb nog een paar mooie voorbeelden van (ultra) korte gedichtjes uit het bundeltje ‘Het kleinste gedicht’ De Favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen.
.
Het briesen van een paard…
.
‘Het briesen van een paard
onder mijn raam vannacht’
.
daar zou misschien een gedicht
in gezeten hebben.
(Bert Voeten)
.
Ekster
.
Hij is van boom tot grassen bezig
in dit landschap, als toerist.
Ik ben zijn camera,
ook op hem gericht.
(Robert Anker)
.
Closed
.
Muizenisisminimumeis
(Chr. J. van Geel)
.
geboorte
.
het wordt niet gehoord
noch gezien
hoe het leeft dat wat dood is
.
zoals wat werd verwekt
niet terstond wordt ontdekt
(Lucebert).
.
En tot slot, ik kon het niet laten, nog een van mezelf, niet uit de bundel.
.
In een notendop
.
Het zaadje dat ik plantte
en zorgvuldig water gaf
groeit nu naar de zon
maar steeds verder van mij af
(Wouter van Heiningen)
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen
Vasalis
.
In de afgelopen jaren schreef ik al vaker over de dichter Vasalis. Ze schreef dan ook prachtige poëzie. Daarom vandaag ook weer een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1975 een liefdesgedicht met de intrigerende titel ‘Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen’
.
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.
.
Medina Schuurman
Serge R.van Duijnhoven
.
In de bijzonder leuke verzamelbundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ samengesteld door Isa Hoes staat ook een gedicht van Serge R. van Duijnhoven (1970). Omdat ik Serge als dichter en als mens hoog heb zitten wilde ik zijn gedicht ‘Voor Medina’ hier met jullie delen.
Medina Schuurman (1969) is actrice en ze speelde onder andere in de televisieserie ‘Rozengeur & Wodka Lime, Penoza en Celblok H. (in twee daarvan speelt Isa Hoes ook; toeval?). Daarnaast is ze scenarist en werkt ze aan haar eerste boek. Maar wat belangrijker is in dit geval is dat ze de geliefde is van Serge. Dat levert dus een prachtig liefdesgedicht op dat Serge schreef voor haar.
.
Voor Medina
.
Zul je weten liefste dat
als ik niet zoals jij
negen maal tien jaren
worden zal maar eerder ga
dan jij, dat jij de laatste ster
.
zult zijn die mijn geest
nog ten tonele voeren zal
op de finale drempel
tussen aarde en heelal
wees verzekerd, lief
.
indien mijn adem schokt
en ziel vervliedt
dat jij tot aan mijn laatste
snik mijn grote liefde was
en, zo hoop ik toch
.
jouw prins die met zijn tong
voor jou zijn minnezangen zong
en die, indien hij eerder gaat
dan jij, dat niet zal doen als fielt
of schoft omdat hij jou verlaat
.
maar slechts uit hoffelijkheid
in de hoedanigheid van vazal
die de route vast voor je verkent
en er zeker van wil zijn dat hij-
eens de stonde aan zal breken
,
dat ook jij ter sterre varen zal-
met een zwier daarboven
als eerste de deur voor
jou persoonlijk openen zal
op die finale drempel
.
tussen aarde en heelal
.
Umbrisch getijdenboek
Hans Franse
.
Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.
Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.
De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.
Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.
.
Processie
.
De cirkel van gesloten muren
weerstond de tand des tijds,
maar het gebit van de huizenrij
vertoond verval en gaten,
hier en daar opgevuld
met amalgaam van andere tijden.
Er waren toen nog heilige heiligen
die zegenend relikwieën
onder andere tegen kiespijn aandroegen
om het eindeloze verval te weerstaan.
Eenmaal per jaar worden
de heiligen gevierd
en loopt de bevolking
gezellig keuvelend en biddend
achter de muziek aan
voor de grote feestelijke middagmaaltijd
terwijl de oude pastoor met veel moeite
het Allerheiligste vasthoudt
en net doet alsof hij het
echt belangrijk vindt.
.
















