Site-archief
November
Innokenti Annenski
.
De in Omsk (Rusland) geboren dichter, vertaler en essayist Innokenti Annenski (1855 – 1909) is een vrij onbekende dichter uit Rusland. Hij was dan ook een laatbloeier met een klein oeuvre, die pas na zijn dood erkenning kreeg en dan ook nog in een kleine kring van kenners waaronder Boris Pasternak (toch niet de minste). Hoewel hij al vanaf jongs af aan schreef publiceerde hij pas zijn eerste werk in 1901.
Annenski schreef bondige, precieze symbolistische lyriek (dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders) met een melancholieke inslag, die de tragiek van het bestaan tot onderwerp heeft. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel ‘Het cypressehouten kistje’ gepubliceerd. Daarna ontstond pas zijn grootste populariteit, tussen 1910 en 1920, niet alleen vanwege zijn verzen, maar ook vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.
In 1996 verscheen de bundel ‘Vier Petersburgers’ bij uitgeverij De Bezige Bij met daarin onder andere het gedicht ‘November’ van Annenski in een vertaling van Peter Zeeman.
.
November
.
Het avondrood is dof, verschoten,
En doods de gele dageraad.
Een tak door het kozijn omsloten
Hing gister net zo desolaat…
.
Slechts dit wordt mij tot troost geboden:
Al wat ik schrijf wordt delicaat
Met milde tinten overgoten,
In zilverwitte glans gebaad.
.
De nevel houdt de zon gevangen…
Nu in de sneeuw een slee bespannen,
De wolken volgen in hun jacht,
.
Je over schel gefluit verblijden
En deinend door de witte pracht
Naar onbegrensde verten glijden…
.
Blue tits
Phoebe Hesketh
.
Afgelopen zaterdag droeg ik voor tijdens de Dag van de Roos in het Westbroekpark in Den Haag. In dit mooie park vol bomen, struiken, rozen en andere bloemen moest ik denken aan een bundel die ik ooit kreeg van Elisabeth getiteld ‘Poems for gardeners’ samengesteld door Germaine Greer uit 2003. Deze Engelse bundel (hoe kan het ook anders, een dichtbundel over tuinieren), met een collectie gedichten van de antieke oudheid tot de 21ste eeuw staat vol tuingedichten. Over specifieke bloemen en planten, over tuinieren, over bomen en zelfs over gemaaid gras. Maar ook over de dieren in de tuin, zoals de ‘Blue tit’ of Pimpelmees. Het aardige van dit boekje is dan ook nog, speciaal voor de echte natuurliefhebber, dat achterin de bundel informatie staat over het onderwerp van het gedicht. In het geval van de Blue tit over wat de Pimpelmees eet, en waar en wanneer hij nestelt.
De dichter die ‘Blue Tits’ schreef, Phoebe Hesketh (1909-2005) kwam uit Lancashire en was vooral bekend door haar gedichten over de natuur. Zij schreef in haar lange leven 17 dichtbundels.
.
Blue Tits
.
Bobbing on willow branches, blue and yellow
Acrobatic blue tits swing and sway
In careful somersault and neat gyrations
Grub-picking deftly down and bending spray.
.
Now one rebuffs an alien intruder-
Humdrum sparrow, drab among the gold-
Churrs and scolds in azure crested anger,
Scuttles down a twig in blue and bold
Defiance at this urchin gutter-haunter
Till all the blues combine against one grey:
Active whirr and flutter, feathered thunder
Of tiny wings to drive the foe away.
.
Brave blue tit, white-cheeked like a painted toy
Jerking to life from pavement-seller’s string,
Twirls round twigs, his natural trapezes,
Darts to snap a moth upon the wing.
Plumb-as-willow-catkin, primrose-breasted,
This sky-capped morsel magnifies the Spring.
.
Ik ben zo blij, ik ben vreemd blij
Over de liefde
.
P.N. van Eyck was tot vandaag voor mij een onbekende dichter. Tot ik dit gedicht tegen kwam en ik nieuwsgierig als altijd, meer wilde weten van deze van Eyck.
Pieter Nicolaas van Eyck ( 1887 – 1954) was dichter en criticus. Hij is de vader van de bekende architect Aldo van Eyck. Tussen 1909 en 1954 publiceerde hij 12 poëziebundels alsmede verschillende andere publicaties. In 1947 ontving van Eyck de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn bekendste gedicht (uit 1926) is ‘De tuinman en de dood’maar hier kun je het gedicht ‘Wat deert me nieuwe liefdes-tijd” lezen. Hoewel het Nederlands van een heel andere tijd is en daardoor misschien wat moeilijk te begrijpen is het gedicht en de thematiek van alle tijden
.
Wat deert me nieuwe liefdes-tijd
Wat deert me nieuwe liefdes-tijd;
wat deren waan’ge dagen?
‘k Heb mij in bedden neer-geleid
waar vreemde doden lagen…
Wat schade aan hergenoten waan?
Misschien zal ik vergeten
hoe doornen langs een liefde-laan
mijn lede’ aan stukken reten…
– Ik ben zo blij, ik ben vreemd blij,
te kunnen stil geloven
in nieuw-aanblazend min-getij
door oud-gekende hoven.
.
Afbeelding Lans Bebjbe, met dank aan Wikipedia.
.
Met ingehouden stem
Sotto Voce
.
Vandaag was ik me aan het voorbereiden op een kunstveiling van de Kunstuitleen Maassluis waar ik veilingmeester mag zijn. Een kunstwerk was genaamd Sotto Voce en dat deed me denken aan het gelijknamige gedicht van M. Vasalis (pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans 1909-1998). Ik zocht het gedicht op en was opnieuw onder de indruk van de indrukwekkende inhoud. Daarom hier dit mooie gedicht.
.
Sotto voce
Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.
.
Nog is het mooi, ’t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.
.
Uit de bundel: Vergezichten en gezichten met dank aan : http://www.poezie-leestafel.info/m-vasalis












