Site-archief
Luuk Gruwez
Kanker
.
Laat je door de titel van dit blogbericht niet afschrikken. Het betreft hier de titel van een gedicht van de Vlaamse dichter Luuk Gruwez (1953). Het gedicht komt uit de bundel ‘De feestelijke verliezer’ uit 1985 en iedereen die iemand is verloren aan kanker (zeker zoals in dit gedicht een jongere zij aan borstkanker) zoals ik, zal het met mij eens zijn dat dit een prachtig gedicht is.
.
Kanker (1)
.
God, herstel deze vrouw, zij is nog niet
voltooid. Zij moet mij nog ten grave dragen.
o, leg haar straks, al stijf van ouderdom,
met beide borsten in een kist.
.
ik weet dat U soms voorkomt in het wild
naast aasgier, lynx en tijgerkat:
fouilleer haar niet tot op het bot
of daar nog ergens kanker zat.
.
ook ik lijd honger aan haar lijf.
wees niet bekommerd om uw maal:
ik wil een ander kwijt in ruil voor haar.
ik wil een ander kwijt, of tenminste mij.
.
Over en over
Ellen Warmond
.
Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.
Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.
Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.
.
Over en over
.
Taal toespitsen
tot huidloze speling
net nog tastbaar
.
tederheid meegedeeld
middels één ooghaar
.
dit is mijn bedoeling
bijna bewijsbaar.
.
Couveuse
Paul Gellings
.
Voormalig stadsdichter van Zwolle, gemeenteraadslid, docent Franse Taal- en Letterkunde, vertaler, schrijver en dichter. Paul Gellings (1953) is een veelzijdig man. In 1976 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Tragiek van een jonge haan’ waarna nog 5 poëziebundels volgde alsmede een aantal romans.
Gellings publiceert met enige regelmaat gedichten, novellen en artikelen in literaire tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Bzzletin’, ‘Hollands Maandblad en ‘Tirade’. Ook is hij werkzaam als recensent bij ‘De Stentor’ en het ‘Nieuw Israëlietisch Weekblad’.
Zijn bundel ‘Het oog van de egel’ werd in 1991 genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs en in 2012 werd hij, door het Franse ministerie van Cultuur benoemd tot Chevalier dans l’Ordre des Palmes Académiques (Ridder in de Orde der Academische Palmen) voor zijn inzet voor de Franse Taal- en Letterkunde.
Uit de bundel ‘Antiek fluweel’ uit 1997 het gedicht ‘Couveuse’.
.
Couveuse
.
Kijk hoe stil ze worden bij de luier
die het klein karkas omvat, zoals de
scherf van een eierschaal het beetje
leven dat de avond niet zal halen.
.
De telefoon eruit, gordijnen dicht,
zo groot en zo onwerkelijk hun huis
vandaag. Kijk hoe stil ze zijn nu,
niet ontwaken uit hun boze droom.
.
Erheen, steeds maar weer erheen;
in kijken schuilt nog altijd wat
beweging en in traanvocht hoop.
.
Kijken – en vooral niets zeggen,
want in het woord loert gevaar:
is het gezegd, dan is het waar.
.
Bijna om niets
Ellen Warmond
.
Vandaag een gedicht van de dichter Ellen Warmond (1930 – 2011). Ellen Warmond publiceerde vele dichtbundels en zij werkte samen met anderen mee aan de serie ‘Schrijvers Prentenboek’ van het Letterkundig Museum. Voor haar werk ontving zij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de Jan Campertprijs (1961) en de Anna Bijns Prijs (1987).
In haar overwegend sombere poëzie, met een ingetogen taalgebruik vol personificaties, is ook plaats voor afstandelijkheid en ironie.
Centraal staat de existentialistische confrontatie met de tijd, die bij de mens gevoelens van vervreemding, leegte, eenzaamheid en angst veroorzaakt. Sommigen herkennen in haar werk de melancholie van vrouwen voor wie de grote feministische doorbraak nooit gekomen is.
Ook in het volgende gedicht over de liefde herken je deze kenmerken. Uit: ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.
.
Bijna om niets
.
Al mijn woorden heb ik al opgedeeld
tussen jij en jou en jouw
meer kan ik niet doen
.
ik leg mijn handen op
het hakblok van je argwaan
.
ik roep de vogels aan
om bijval
.
de wind houdt zich afzijdig
maar goedmoedige wolken zeggen
dat het verdriet voorbij is.
.
Regenboog
Hiroshi Kawasaki
.
Kawasaki (1930-2004) was kort na de oorlog bouwvakker, klusjesman en kantoorbediende. Vanaf 1951 verschijnen gedichten van zijn hand in tijdschriften. Hij was één van de oprichters van het literaire tijdschrift Kai (1953). Hij debuteerde met zijn bundel ‘Hakucho’ (Zwaan) in 1955 en schreef daarna vele dichtbundels, luisterteksten, kinderboeken en essays. In 1980 nam hij deel aan Poetry International en in de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International 1970 – 1985’ zijn twee gedichten van hem opgenomen in vertaling van Noriko en Pim de Vroomen. Hier het gedicht ‘Regenboog’.
.
Regenboog
.
Verstrooid stond ik stil in het gras.
‘Jullie twee daar, gaan jullie trouwen?
hoorde ik zeggen.
Ik antwoordde: ‘Ja!’
‘Welnu, als dat het geval is’ – met die woorden
verscheen er een prachtige regenboog.
.
Vervulling
Gerrit Achterberg
.
Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.
In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.
Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.
.
Vervulling
.
Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit.
Je wordt vervuld van oneindigheid.
.
Geboortegrond
Zuid Holland: dichterlijk gewest
.
In 2004 verscheen een heel aardig boekje met de titel ‘Zuid Holland: dichterlijk gewest’ bij de stichting Achterland te Zeist. In de inleiding staat onder andere te lezen: “Het Zuid Hollands landschap en zijn bewoners zijn niet weg te denken uit de literatuur over de diverse regio”s. Dat geldt niet alleen voor de stereotiepe streekroman, maar ook voor de ‘grote literatuur’en niet uitsluitend voor de stad, maar ook voor het platteland. Het ligt daarom voor de hand de diverse streken van de provincie afzonderlijk te bespreken en voor elk van hen de verbintenis tussen landschap en letterkunde separaat in beeld te brengen.”
In dit aardige boek staan foto’s met daarbij tekstfragmenten en gedichten die een relatie met elkaar hebben. Een leuk voorbeeld vind ik het gedicht ‘Geboortegrond’ van Anton Gerits (1953) bij een foto van de oude tramremise van de HTM aan de Parallelweg. Tegenwoordig is deze oude tramremise het Haags openbaar vervoer museum met een groot aantal historische bussen en trams.
.
Geboortegrond
.
Waar weiland is verkleind tot grasgazon
het bos versmald tot park en lindelaan,
ligt mijn geboortegrond gekneveld neer
en zucht onder het harde wegennet.
.
Soms murmelt hij een enkel woord en steekt
een handvol gras tussen de klinkers uit,
maar slechts een enkel kind vermoedt zijn hand
en wroet met passie het plaveisel los.
.
Maar ’s nachts gaan mannen rond met schop en zand
en waar de moedergrond het wegdek breekt
staan ze eerbiedig stil en knielen neer.
Den Haag heeft bijna geen verleden meer.
.
Claus
Hugo Claus (1929 – 2008)
.
Hugo Claus was was een Vlaams dichter, kunstschilder, filmmaker en roman- en toneelschrijver. Hij was de meest bekroonde auteur uit het Nederlands taalgebied. In 50 jaar werd hij 46 keer gekroond. In de loop van zijn lange carrière schreef Claus duizenden gedichten, meer dan 20 romans en vele toneelstukken. Zijn meest bekende meesterwerk is Het verdriet van België uit 1983.
In totaal publiceerde hij tussen 1947 en 2004 in totaal 75 dichtbundels. In de vuistdikke bundel Hugo Claus ; Gedichten 1948 – 1993 staat een overzicht van gedichten uit 27 bundels. ruim 1100 pagina’s uitgegeven door de Bezige Bij in 1994.
Uit deze bundel een gedicht ‘Een kwade man’.
.
Een kwade man
.
Zo zwart is geen huis
Dat ik er niet in kan wonen
.
Zo wit is geen morgen
Dat ik er niet in ontwaak
Als in een bed
.
Zo waak en woon ik in dit huis
Dat tussen nacht en morgen staat
.
En wandel op zenuwvelden
En tast met mijn nagels
In elk gelaten lijf dat nadert
.
Terwijl ik kuise woorden zeg als:
Regen en wind appel en brood
Dik en donker bloed der vrouwen
.
Uit: Een huis dat tussen nacht en morgen staat, 1953
Hoekkamer
Clara Haesaert
.
Vandaag wil ik een vrouwelijk Vlaamse dichter Clara Haesaert belichten. En wel om de volgende reden. Toen ik informatie over haar las waarin stond dat ze zich professioneel inzette voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken scoorde ze als mens al punten bij me, toen ik op zoek ging naar haar poëzie was het duidelijk; ik ging een blogpost over haar schrijven.
Geboren in 1924 was Clara Haesaert na haar studie werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (kom daar tegenwoordig nog maar eens om, ministeries met zulke ronkende namen). In die functie zette ze zich dus in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken.
Op 29 jarige leeftijd debuteerde ze als dichter met de bundel ‘De overkant’ waarna er nog 8 bundels volgden. Haar laatste bundel ‘Voorbij de laatste vijver’ verscheen in 1995. Ze was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift ‘De Meridiaan’ tijdschrift voor kunst en letteren, en oprichtster van Internationaal Kunstcentrum Taptoe in Brussel. Tot slot was ze mede-stichtster van de “Middagen van de Poëzie” en van het Haiku-centrum voor Vlaanderen in Overijse.
Naast de Basiel de Craeneprijs voor haar gedicht ‘de Man’ in 1952 , de Mathias Kempprijs voor Poëzie voor haar bundel ‘Medeplichtig’ in 1984 en ‘Het gulden boek voor Verdiensten bewezen aan het Boekwezen’ in 1991 werd ze in 2001 bevorderd tot Officier in de Leopoldsorde.
Uit jaargang 8 van De Brakke Hond uit 1991 het gedicht Hoekkamer van haar hand.
.
Hoekkamer
Het gulden boek voor verdiensten bewezen aan het boekwezen, bibliotheken, jeugdboeken,





















