Site-archief

Dankie

Gert Vlok Nel

.

De Zuid Afrikaanse dichter/singer-songwriter Gert Vlok Nel (1963) studeerde Engels, Afrikaans en geschiedenis aan de Universiteit van Stellenbosch en werkte daarna als gids, barman en bewaker. Hij publiceerde slechts 1 bundel, die hem bekend maakte ‘Om te lewe is onnatuurlik’ . Deze bundel bevat een aantal persoonlijke gedichten, waarvoor hij de Ingrid Jonkerprijs kreeg. In  2007 verscheen een Nederlandse editie van Nel’s dichtbundel, met de originele Afrikaanse teksten én een Nederlandse vertaling. De Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog schreef er een voorwoord bij.

.

Dankie

.

Trek my nader.

wieg, wieg saam

en dankie vir jou

hartklop teen myne.

.

Jouw glimlag teen my wang

en jou asem in my hare

en elke dou sag soen

is vir my my son opkoms

en goue druppels lig.

.

D

Antoinette Sisto

Herinnering

.

Vandaag zou, de vorig jaar veel te jong gestorven dichter, Antoinette Sisto (8 mei 1963 – 7 juli 2017) jarig zijn geweest. Haar overlijden laat nog altijd een gat achter bij degene die haar hebben gekend.

Als eerbetoon aan een bijzondere vrouw en prachtig dichter wil ik daarom vandaag een gedicht over haar van de dichter Stanislaus Jaworski met jullie delen.

.

Antoinette Sisto

.

Nu zij weg is kan zij overal zijn
op mijn linker- en mijn rechterschouder
telt ernstig mijn goede daden en trekt
tong uit haar mond de slechte ervan af

Voor mij uit op straat, op het plein
haar loopje wordt herkend
tot zij in de drukte verdwijnt
onderweg naar ergens

Ik zie haar gezicht in de wolken
hoor haar stem bescheiden spreken
zingen van engelen die vanavond

niet zullen vliegen, want zij
zal als altijd bij me zijn
zacht voor mij als watten

.

Het kleine meisje

Nâzım Hikmet

.

In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.

Zo ook de dichter  Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963).  Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden  in meer dan 50 talen vertaald.

In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.

.

Het kleine meisje

.

Bij zovelen klopte ik aan,

wie weet, ook bij jou misschien.

Maar doden zijn onzichtbaar,

ik kan me niet laten zien.

.

Het is nu tien jaar geleden

dat ik in Hiroshima stierf.

Ik ben een meisje van zeven,

dode kinderen groeien niet.

.

Eerst vatte mijn haar vuur,

dan verbrandde mijn ogen.

Ik werd een handvol as,

mijn bloed is vervlogen.

.

Ik vraag van jullie niets,

je hoeft niet te boeten.

Een kind dat verbrandde

kan niet eens meer snoepen.

.

Ik klop weer bij jullie aan:

geef me toch je woord van eer.

Laat de kinderen snoepen.

en doodt hen nooit meer, nooit meer.

.

De muze en Europa

Venezia

.

In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.

De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.

.

Venezia

.

Nu is de laatste straal van de zon geweken,

En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos

Erlangs wuift, schuchter doet verbleken

.

Het laaiend rood tot bijna blauwend roos

Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.

Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos

Om, op het water dat zoo luid kan spreken,

.

Te varen in de schaduw der paleizen,

Wanneer met dieper kleur de zomernacht

Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,

.

En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,

Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,

Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.

.

Grafschrift

Gert Vlok Nel

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik aandacht besteedde aan de Zuid-Afrikaanse poëzie. Daar gaat vandaag verandering in komen. Gert Vlok Nel (1963) is een Zuid-Afrikaans dichter en zanger. In 1993 debuteerde hij met de dichtbundel ‘Om te lewe is onnatuurlik’. Gert Vlok Nel werd geboren in Beaufort-West, Zuid-Afrika. Hij studeerde Engels, Afrikaans en geschiedenis aan de Universiteit van Stellenbosch en werkte daarna als gids, barman en bewaker. Voor de dichtbundel ‘Om te lewe is onnatuurlik’ ontving hij de Ingrid Jonker Prize. In ‘De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten’ nam Gerrit Komrij 8 gedichten van Gert Vlok Nel op.

Van de CD en DVD  ‘Beaufort Wes se Beautiful Woorde’ uit 1998 het gedicht ‘Grafschrift’ of in het Afrikaans ‘Epitaph’.

.

Epitaph

.

Laasnag het ek gedroom dat ek weer in 1975 woon, die jaar
toe ek laas gelukkig was. Toe het ek afgekom by die trap &
vir my water getap in die kombuis dit was so stil in die huis.
Die mooiste jare is verby. Anyway & toe het ek gedroom dat
ek in ’n jaar so ver as moontlik van 1998 af gaan woon.Laasjaar het ek gedroom dat ek weer in my eie mooiste
woorde woon in my mooiste dorp & dat ek weer gesond
begin te word. Toe het ek wakkergeskrik & iets was nie pluis
nie ek was so lost ek was nie in my eie huis nie.
Die mooiste woorde is verby. Anyway & toe het ek gedroom
dat ek in ’n taal so ver as moontlik van Afrikaans af kan
gaan woon.In my boyhood het ek ’n meisie gehad sy was beautiful
beyond Afrikaans sy kon heelnag my so hartseer dans & sy
was somehow Gert se laaste stance. En toe het sy gedroom
dat sy in ’n lyf so ver as moontlik van my lyf af gaan woon.
Die mooiste liefde is verby. Anyway & toe het ek gedroom
dat ek by haar lyf so ver as moontlik van my lyf af gaan
woon.Somewhere het ek gedroom dat ek my eie begrafnis bywoon
& Pa was daar & Ma was daar & al my gelifdes soos in my
gelukkigste jaar. Maar die mooiste was dat dit die mooiste was
dit dit was dat ek afgebuk het na die grond & myself gesoen
het op my eie mond.
Die mooiste drome is verby. Anyway & toe het ek gedroom
dat ek in ’n droom so ver as moontlik van hier & nou af kan
gaan woon.

Laasnag het ek gedroom dat ek weer in 1975 woon, die jaar
toe ek laas gelukkig was. Toe het ek afgekom by die trap &
vir my water getap in die kombuis dit was so stil in die huis.
Die mooiste jare is verby. Anyway & toe het ek gedroom dat
ek in ’n land so ver as moontlik van Suid-Afrika af gaan
woon. & toe het ek gedroom dat ek in ’n land so ver as
moontlik van Suid-Afrika af gaan woon.

.
Grafschrift
.
Vannacht droomde ik dat ik weer in 1975 woonde, het jaar
toen ik het laatst gelukkig was. Toen liep ik de trap af &
ging water halen in de keuken het was zo stil in huis.
De mooiste jaren zijn voorbij. Hoe dan ook, & toen droomde ik dat
ik in een jaar zover mogelijk van 1998 ging wonen.Vorig jaar droomde ik dat ik weer in mijn eigen mooiste
woorden woonde in mijn mooiste dorp & dat ik weer gezond
begon te worden. Toen schrok ik wakker & er was iets niet pluis
ik was zo de weg kwijt dat ik niet in mijn eigen huis was.
De mooiste woorden zijn voorbij. Hoe dan ook, & toen droomde ik
dat ik in een taal ging wonen zover mogelijk van het Afrikaans
vandaan.In mijn jeugd heb ik een meisje gehad ze was mooi
het Afrikaans voorbij ze kon de hele nacht zo innig verdrietig dansen & ze
was ergens Gerts laatste pose. En toen droomde ze
dat ze in een lijf ging wonen zover mogelijk van het mijne vandaan.
De mooiste liefde is voorbij. Hoe dan ook, & toen droomde ik
dat ik met mijn lijf zover mogelijk van haar lijf ging
wonen.Ergens heb ik gedroomd dat ik mijn eigen begrafenis bijwoonde
& Pa was er & Ma was er & al mijn geliefden
net als in mijn gelukkigste jaar. Maar het mooiste was het mooiste was
dat ik me bukte naar de grond & ik mezelf zoende
op mijn eigen mond.
De mooiste dromen zijn voorbij. Hoe dan ook, & toen droomde ik
dat ik in een droom ging wonen zo ver mogelijk van hier & nu
vandaan.

Vannacht droomde ik dat ik weer in 1975 woonde, het jaar
dat ik voor het laatst gelukkig was. Toen liep ik de trap af &
ging water halen in de keuken het was zo stil in huis.
De mooiste jaren zijn voorbij. Hoe dan ook, & toen droomde ik dat
ik in een land ging wonen zover mogelijk van Zuid-Afrika
vandaan. & toen droomde ik dat ik in een land ging wonen zover
mogelijk van Zuid-Afrika vandaan.

.
Met dank aan poetryinternationalweb

Voor wie dit leest

J.A. Emmens

.

In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.

De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen.  Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.

Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.

.

Rapport over de angst

.

Oorsprong nog onbekend, het groeit,

naar men thans aanneemt, in ’t geheim,

merkwaardig struikgewas

.

Paart zelden, in volwassen staat

als in een mist ontwaard,

gehuld in ziektes uiterst ingenieus.

.

Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,

verouderd tegengif,

is het wel eens genadig.

.

Dichter van de maand oktober

Antoinette Sisto

.

Op 3 juli jongstleden overleed Antoinette Sisto (1963), een prachtig dichter en een lief en mooi mens op veel te jonge leeftijd. Antoinette was dichter, vertaalde Italiaanse poëzie en ze was sinds 2007 redacteur voor Meander. Voor Meander interviewde ze vele dichters waaronder mij in 2014. Ik had haar leren kennen op het WAK festival in Den Haag en sindsdien volgde ik haar als dichter. Ze droeg een aantal keren voor op podia die ik organiseerde en ik mocht bij de presentatie van haar laatste bundel ‘Hoe de zee een woord werd’ in februari van dit jaar een aantal van haar gedichten voordragen. Als mens en als dichter wordt ze enorm gemist. Alle reden om haar dichter van de maand oktober te maken.

Op alle zondagen in oktober zal ik een gedicht uit één van haar bundels plaatsen. Deze keer uit haar laatste bundel het gedicht ‘Diner voor twee’.

.

Diner voor twee

.

Neem een bovengemiddeld slimme man
kies een bekoorlijke vrouw
geef de vrouw dat beetje koketterie
dat ruim door de beugel kan, onzichtbare lipstick
de man geen sigaret
maar een kalm gebaar van handen
zonder trouwring

zoek een decor bij elkaar
intieme muren, een goed verlicht restaurant
een kamerscherm
dat toch niet formeel aandoet.

Laat obers met zwarte vlinderstrikjes
hen bedienen met discretie, zonder tolken of
overbodige vorken, ervoor waken
dat ze geen wijn morsen
op haar met ijver uitgekozen jurk.
Laat hen niet meer dan twee ons vlees
per persoon eten.

Voeg beslist geen strijkers toe
maar laat van tijd tot tijd
passende geluiden vallen
het zachte tinkelen van metaal
tegen porselein de aandacht
van verlegen blikken afleiden
servetpunten die de lippen teder deppen
na elk met zorg gekozen woord
dat toch spontaan op de tong uiteenvalt.
Let op zonder te veel zout of bittere nasmaak.

Laat emoties hoog oplopen
een reden om het af te zoenen
op de drempel van de buitendeur zonder glas.
Maak dat ze tenslotte verdwijnen
hun schaarse woorden, de lichamen wit
tegen het donker, wanneer de avond sneller valt.

.

Halina Poświatowska

Liefdespoëzie

.

Halina Poświatowska ( 1935 – 1967) was een Pools dichter die door een ongeneeslijke hartafwijking niet oud is geworden. In 1967 overleed zij na een hartoperatie aan trombo-embolische complicaties. Poświatowska behoort tot de moderne tijd dichters in Polen. Ze debuteerde in 1956 met gedichten in het blad ‘Gazeta Czestochowa’. Hierna volgden drie dichtbundels met titels als ‘Today’ (1963), ‘Ode to hands’ (1966) en postuum ‘One more memory’ (1968).

De belangrijkste motieven van haar poëtische werk zijn de liefde en de dood.  Bewust van haar broosheid, heeft Poświatowska herhaaldelijk haar tegenstand tegen het onbegrensde lot uitgesproken. Zij klaagde de onvolmaaktheid van het menselijk lichaam aan, maar ze gebruikte ook elk moment van haar leven. In haar werken negeerde ze haar vrouwelijkheid. Ze schreef over zichzelf en andere vrouwen als heldinnen. Dit alles ingebed in diepe filosofische gedachten. De poëzie van Halina Poświatowska is een studie van de menselijke natuur, van een liefdevolle vrouw en  van een vrouw die bewust is van haar sterfelijkheid.

Uit ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw uit 2003, het gedicht zonder titel in vertaling van Karol Lesman.

.

*

.

Ik ben Julia

ik ben 23 jaar

ooit proefde ik van de liefde

ze smaakte bitter

als een kop zwarte koffie

versterkte

mijn hartslag

prikkelde

mijn levend organisme

wiegde mijn zintuigen

.

ze heeft me verlaten

.

ik ben Julia

op een hoog balkon

hangend

schreeuw ik kom terug

ik roep kom terug

ik bezoedel

mijn gebeten lippen

met de kleur van bloed

.

ze is niet teruggekomen

.

ik ben Julia

ik ben duizend jaar

ik leef-

.

 

Antoinette Sisto (1963 – 2017)

Stilstaan bij een overlijden

.

Gisteravond bereikte mij van een aantal kanten het afschuwelijke en in en in verdrietige bericht dat dichter, vertaler, redacteur van Meander en geweldig mens Antoinette Sisto, na een tweede hersenbloeding, afgelopen maandag is overleden.

Ik heb Antoinette leren kennen bij het WAK festival in Den Haag in 2014 waar we beide gedichten mochten voor dragen. Ik kocht daar haar bundel ‘Dichter bij de dagen’ waar ik van onder de indruk was. Ik nodigde haar uit om bij Ongehoord! te komen voordragen, zij interviewde mij voor Meander en nodigde mij uit om een gedicht voor De Vallei te schrijven.

Onze paden bleven elkaar kruisen, ik schreef recensies over haar bundels ‘Iemand moet altijd gemist worden’ waar ze mij voor de presentatie vroeg en door een stommigheid vergat op te komen dragen en haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ waar ze me opnieuw voor vroeg. Voor mij tekende dat ook de mens Antoinette, vriendelijk, vergevingsgezind en overall een mooi mens.

En nu is ze op een veel te jonge leeftijd overleden. Weggerukt uit het volle leven. Vorige maand nog nodigde ik haar uit om voor te komen dragen bij de slotmanifestatie bij de Week van de Cultuur in Maassluis. Ze wilde graag maar was nog te ziek om te komen. Ik had juist haar gevraagd omdat ik wist dat haar poëzie, waar ik zo van hou, prachtig zou passen bij de ambiance van deze slotmanifestatie. Het mocht niet zo zijn.

Met het overlijden van Antoinette verliezen we een prachtige dichter, een geweldig lieve vrouw en we zullen haar missen. Ik wens haar moeder en haar vriend en iedereen die Antoinette kende en waardeerde heel veel sterkte toe in deze zware en moeilijke tijd.

Uit haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ het gedicht ‘Ik teken de zon’.

.

Ik teken de zon

.

Jouw weg is nu verdonkeremaand

de gekartelde lijnen van rivieren

iemand vaagde ze uit

met gum gedecideerd

welke hand van bovenaf was dat?

.

Sinds jaar en dag loop ik

de drassige hoofdweg af

bossen vol mosgrond sla ik in.

.

Platanen boots ik na

met schaduwhanden

contouren van een onzekere toekomst

knip ik weg, ik teken de zon

zoals hij in kinderschetsen straalt

plat, honinggeel

.

een draaglijk beeld voor heel even.

.

The Faber book of modern verse

William Carlos Williams

.

Voor Vaderdag kreeg ik The Faber Book of Modern Verse (wat is dat toch dat Engelse poëzietitels alle zelfstandig voornaamwoorden zo vaak met een hoofdletter schrijven als ware het Duits?). Dit exemplaar uit 1979 met ruim 400 bladzijden behandelt vele dichters uit de 19e en 20ste eeuw. At random koos ik voor een (voor mij) onbekende dichter namelijk William Carlos Williams. Het gedicht ‘Portret of a lady’ komt uit 1920 en werd gepubliceerd in The Dial’.

William Carlos Williams werd in 1863 in Rutherford in de VS geboren en hij stierf daar ook bijna 100 jaar later in 1963. Hij was arts maar werd als dichter beïnvloed door Ezra Pound die hij op de universiteit had leren kennen.

Williams wilde een heel directe poëzie die aansloot bij de werkelijkheid zoals ze is, en hij had dan ook een afkeer van het gebruik van metaforen en symbolisme in poëzie, iets waarvoor hij later werd bewonderd door de dichters van de Beat generation.

.

Portret of a lady

.

Your thighs are appletrees
whose blossoms touch the sky.
Which sky? The sky
where Watteau hung a lady’s
slipper. Your knees
are a southern breeze — or
a gust of snow. Agh! what
sort of man was Fragonard?
— As if that answered
anything. — Ah, yes. Below
the knees, since the tune
drops that way, it is
one of those white summer days,
the tall grass of your ankles
flickers upon the shore —
Which shore? —
the sand clings to my lips —
Which shore?
Agh, petals maybe. How
should I know?
Which shore? Which shore?
— the petals from some hidden
appletree — Which shore?
I said petals from an appletree.

.