Site-archief

Vuur en ijs

Robert Frost

.

De Amerikaans dichter en toneelschrijver Robert Lee Frost (1874 – 1963) stierf toen ik 9 dagen oud was. Ondanks dat dit alweer ruim een halve eeuw geleden is worden zijn gedichten nog steeds gelezen en gewaardeerd. Zijn bekendste gedicht is waarschijnlijk ‘The road not taken’ (dit gedicht kun je lezen in mijn bericht van 3 juli 2012).  Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Frost ontving vier Pulitzer-prijzen voor Poëzie.

De Vlaamse Lepus heeft gedichten van Frost vertaald in het Nederlands (zoals hij ook vertalingen maakte van gedichten van E.E. Cummings, ook hier op dit blog te lezen). Het gedicht ‘Fire and Ice’ wil ik vandaag met jullie delen in het Engels en in de vertaling van Lepus.

.

Fire and Ice

Some say the world will end in fire,
Some say in ice.
From what I’ve tasted of desire
I hold with those who favor fire.
But if it had to perish twice,
I think I know enough of hate
To say that for destruction ice
Is also great
And would suffice.
.
Vuur en ijs
.
Men zegt dat de wereld zal vergaan in vuur,
Men zegt ook in ijs.
Naar wat ik van begeerte proefde
Ga ik akkoord met hen die kiezen voor vuur.
Als ik echter tweemaal moet vergaan,
Dan is vernietiging met ijs ook prachtig,
Want haat is machtig
En ik meen te weten
Dat het zou volstaan.
.

Bemoediging

Wolf Biermann

.

De Poëzie van de Duitse dichter en zanger (Karl) Wolf Biermann (1936)  staat in het teken van het gedeelde Duitsland. Ook uitte hij fundamentele kritiek op het stalinistische regime van het voormalige Oost-Duitsland in zijn gedichten. Hij wordt dan ook vooral als een politiek dichter gezien.

Zijn vader werd als Jood en verzetsman vermoord in Auschwitz en op 14 jarige leeftijd (wat zijn verdere leven getekend heeft), was hij al lid van de Freie Deutsche Jugend (een communistische jeugdbeweging). In 1953 verhuisde hij op 17 jarige leeftijd naar de DDR. Daar begon hij met het schrijven van gedichten en liederen. In 1963 leidde het stuk Berliner Brautgang tot het eerste conflict met de autoriteiten. Het door hem opgerichte Berliner Arbeiter- und Studententheater wilde dit stuk spelen, dat over de bouw van de Berlijnse Muur handelde. Het mocht niet worden opgevoerd en het theater -een verbouwd cinemazaaltje- werd gesloten voordat de première kon plaatsvinden. In datzelfde jaar werd hij ook geweigerd als lid van de communistische partij van de DDR, de SED.

Nadat in 1965 zijn gedichtenbundel “Die Drahtharfe” en zijn eerste langspeelplaat “Wolf Biermann (Ost) zu Gast bei Wolfgang Neuss (West)” worden uitgegeven in de Bondsrepubliek, verbiedt de DDR-overheid Biermann om nog op te treden, te publiceren of buiten de DDR te reizen. De SED beschuldigt hem van klassenverraad en obsceniteit. Vanaf dat moment komt werk van Biermann dan ook vooral uit in West Duitsland waarna dit clandestien zijn weg vindt naar Oost Duitsland.

In 1976 mag hij voor het eerst weer naar West Duitsland om op te treden. Als hij daar verblijft wordt zijn staatsburgerschap van de DDR ingetrokken en kan hij niet meer terug naar de DDR, ondanks grote protesten van schrijvers, kunstenaars en intellectuelen uit het West en Oost Duitsland.

Biermann zette zijn carrière verder met optreden en nieuwe teksten, waarin hij de DDR op de korrel bleef nemen en tegelijk ook zijn geloof in een vorm van socialisme en communisme tegen het stalinisme uitte. Hij brak later met zijn socialistische overtuiging, terwijl er eind jaren 80 ook een zekere actie-moeheid zichtbaar werd. In de jaren  ’90 kreeg hij meer interesse in zijn Joodse roots, treedt regelmatig op in Israël en vertaalt hij Joodse poëzie. Tegenwoordig woont Biermann in Hamburg en is nog altijd actief. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn werk zoals  de Georg-Büchner-Preis in 1991, en is sinds zijn zeventigste verjaardag in 2006 drager van het Groβes Bundesverdienstkreuz. Ook is hij ereburger van de stad Berlijn.

Uit 1968 het gedicht ‘Ermutigung’ (bemoediging) in het origineel en in vertaling van L. van Summeren.

.

Ermutigung

Du, laß dich nicht verhärten
in dieser harten Zeit.
Die allzu hart sind, brechen,
die allzu spitz sind, stechen
und brechen ab sogleich. Du, laß dich nicht verbittern
in dieser bittren Zeit.
Die Herrschenden erzittern
– sitzt du erst hinter Gittern –
doch nicht vor deinem Leid. Du, laß dich nicht erschrecken
in dieser Schreckenszeit.
Das wolln sie doch bezwecken
daß wir die Waffen strecken
schon vor dem großen Streit. Du, laß dich nicht verbrauchen,
gebrauche deine Zeit.
Du kannst nicht untertauchen,
du brauchst uns und wir brauchen
grad deine Heiterkeit. Wir wolln es nicht verschweigen
in dieser Schweigezeit.
Das Grün bricht aus den Zweigen,
wir wollen das allen zeigen,
dann wissen sie Bescheid

 

Bemoediging
Jij laat je niet verharden
In deze harde tijd
Die veel te hard zijn breken
Die veel te scherp zijn steken
En breken af meteen. Jij laat je niet verbitteren
In deze bittere tijd
De heersers zullen sidderen
Jij zit niet achter spijlen
Voor jouw verdriet
Toch niet voor jouw verdriet. Jij, laat je niet afschrikken
In deze deze tijd van schrik
Ze willen immers zorgen
Dat we de wapens strekken
Nog voor de grote strijd. Jij, laat je niet verbruiken
Gebruik de tijd van jou
Je kunt niet onderduiken
Wij kunnen je gebruiken
Vooral je energie. We zullen niets verhullen
In deze verhulde tijd
Het groen breekt uit de twijgen
Wij willen dat iedereen tonen
Dan weten zij het ook

.

biermann

Met dank aan Wikipedia.

Eigenzinnig erotisch gedicht

Gerrit Achterberg

.

Lezend in ‘de verzamelde gedichten’ van Gerrit Achterberg, uitgegeven in mijn geboortejaar, kwam ik het prachtige gedicht ‘Concave’tegen. Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.

Nu wist ik niet wat Concave betekent dus even opgezocht voor mijzelf en jullie.

Concave of Concaaf is een ander woord voor hol (het tegengestelde van bol of convex). Voorbeeld: de concave kant van een schaal is de binnenkant; de buitenkant noemen we de convexe kant.

Met deze wetenschap lees je het gedicht al iets anders maar feit blijft dat het natuurlijk gewoon een heel mooi voorbeeld is van hoe een erotisch gedicht (ook) kan zijn.

.

Concave

.

Liggend twee heilige heelallen in elkander,

hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,

voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,

schuif ik bedachtzaam bolsegment

na bolsegment langs uwe klingen

zonder in u te dringen;

wij hebben eender middelpunt.

.

energie

achterberg

Gerrit Achterberg (1905-1962). Collectie Letterkundig Museum. Den Haag.

(bijna) vergeten dichters

Ferdinand Langen en Koos Schuur

.

Van Renzo Verwer ( van http://www.renzoverwer.wordpress.com) kreeg ik een berichtje dat Ferdinand Langen (1918 – 2016)  was overleden op 20 juli. Hij was de oudst levende schrijver op dat moment (hij zou komende week 98 zijn geworden). Nu schrijf ik over dichters en niet over schrijvers maar Langen (geboren als Egbertus Pannekoek) schreef ook gedichten.

Zo debuteerde hij met het gedicht ‘Projectie’ dat je kunt terug lezen op de website van Tzum http://www.tzum.info/2016/07/nieuws-ferdinand-langen-1918-2016-overleden/

Omdat ik verder geen gedicht van Langen kon vinden wil ik hier een gedicht van een andere, in 2015 gestorven dichter en vriend van Langen, plaatsen, namelijk Koos schuur. Met Ferdinand Langen was Koos Schuur oprichter en redacteur van ‘Het Woord’ (1945-1949). Vanaf 1945 was Schuur enige tijd letterkundig adviseur bij de Bezige Bij. 

Voor A. Marja (ook uit Groningen) schreef hij het gedicht ‘Een kind tekent’ uit ‘Gedichten 1940-1960’ uit 1963.

.

Een kind tekent

voor A. Marja

koe en paard kakelbont
en een huis van karton
en op de weg een hond
en in de lucht een zon

(het heeft de boom vergeten)

de zon is geel, de hond is bruin
de weg is wit – de witte weg –
en helemaal rondom de tuin
tot aan het huis een groene heg

(maar ’t heeft de boom vergeten)

het huis is rood, het dak is rood
en uit de schoorsteen komt wat rook
waar is de boom?
o sapperloot
nu is de boom er ook

.

schuur

Domoren en dromers

Hans Verhagen

.

Dichter, journalist, schilder en filmmaker Hans Verhagen (1939) debuteerde in 1961 met de (in eigen beheer uitgegeven) dichtbundel ‘Anatomie van een Noorman’. In 1963 volgde ‘Rozen & Motoren’, bij  uitgeverij Nijgh & van Ditmar.  Hij maakte deel uit van de redactie van Gard Sivik, wat later De Nieuwe Stijl werd.

Vanaf de jaren tachtig houdt hij zich vrijwel alleen bezig de schilderkunst. Hij maakte in 2004 een comeback als dichter met de bundel ‘Moeder is een rover’, gevolgd door ‘Draak (2006) en ‘Zwarte gaten’ (2008). In 2003 verschenen zijn verzamelde gedichten in de bundel ‘Eeuwige Vlam’.

In 2009 ontvangt hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn poëzie vanwege zijn humor, zijn engagement, zijn poëtische durf en eigenzinnigheid. Uit ‘De eeuwige vlam’ het gedicht ‘Domoren en dromers’.

.

Domoren en dromers

.

De grote roergangers van deze tijd,

alle rimpels met zich mee dragend van de levenszee,

vrezen geen verzet van de domoren van het verstand:

‘wie denkt, denkt vroeg of laat wel met ons mee’.

.

Maar wie met de onvervalste wijsheid van een ongeschoolde

en van dromen en drift doortrilde hand

de hemel aansnijdt om zijn naam te kerven

in de regenbogen –

die beschouwt de gangster aan het roer als vijand.

.

2009-05-13 Amsterdam portret van dichter schilder P C Hooftprijswinnaar Hans Verhagen (1939)

Hans Verhagen bij de opening van zijn schilderijententoonstelling in Vlissingen in 2009

Schapen in de mist

Sylvia Plath

.

De Amerikaanse dichter, romanschrijfster en essayiste Sylvia Plath (1932 – 1963) pleegde zelfmoord na een leven dat werd beheerst door een bipolaire stoornis. Connie Palmen schreef het prachtige boek ‘Jij zegt het’ over het huwelijk van Sylvia Plath en Ted Hughes. Hierover schreef ik op 7 september van het vorig jaar.

Nu wil ik uit haar bundel ‘Ariël’ die in 1965 verscheen een gedicht met jullie delen in het (oorspronkelijke) Engels en in de vertaling van Anneke Brassinga getiteld ‘Sheep in fog / Schapen in de mist’

.

Sheep in fog

.

The hills step off into whiteness.

People or stars

Regard me sadly, I disappoint them.

.

The train leaves a line of breath

O slow

Horse the colour of rust,

.

Hooves, dolorous bells-

All morning the

Morning has been blackening,

.

A flower left out.

My bones hold a stilness, the far

Fields melt my heart

.

They threaten

To let me through to a heaven

Starless and fatherless, a dark water.

.

.

Schapen in de mist

.

De heuvels stappen weg, het wit in.

Mensen of sterren

bezien me treurig, ik stel ze teleur.

.

De trein laat een streep adem achter.

O traag

Roestkleurig paard,

.

Hoeven, smartelijk gerinkel –

de hele ochtend

Is de ochtend zwarter geworden,

.

Een bloem in de kou.

Mijn botten zijn vol stilte, de verre

Velden smelten in mijn hart.

.

Ze dreigen

Mij de ingang tot een hemel

Sterrenloos, vaderloos, een donker water.

.

Ariel

 

sylvia-plath

Otiot

Lut de Block

.

Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.

In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.

Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.

.

Otiot

.

Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt

zich weg van het lichaam. De klinkers botsen

tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.

In den beginne was het woord. Een alefbeet

van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.

Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken

in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van

zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’

noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.

De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.

D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels

klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-

maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.

.

lut

Slijtage

Judith Herzberg

.

Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.

.

Slijtage

.

Bovenop de berg stopt het kamermeisje

een munt in de panoramakijker

en richt hem op de overkant waar zij nu

een minuut haar vriendje hout ziet hakken.

.

Forceer het oog terug, maar nooit

staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst

zoiets begrijpelijks te doen.

.

Zelfs heel exact, twee kanten blouses

uit Beiroet, worden vaag

omdat de lucht trilt.

Of zijn de ogen zelf beslagen?

.

Het is de regen die voortdurend regent

in versleten films

en ruisend valt op oude schellak platen.

.

beemdgras_1e_druk_omslag_0

JH

 

Die achternacht

Joost Zwagerman (1963 – 2015)

.

Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’

De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.

Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.

.

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.

Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen

.

Uit: Roeshoofd hemelt

.

zwagerman

Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl

Dada poëzie

Tristan Tzara

.

In de twintiger jaren van de vorige eeuw werd door Tristan Tzara, één van de stichters van de Dada beweging, een ‘recept’ geschreven voor het maken van een Dada gedicht.

Tristan Tzara (1896 – 1963) werd als Sami Rosenstock geboren in Roemenië en was was een dichter, essayist en performanceartiest die het grootste deel van zijn leven in Frankrijk leefde. Hij begon Dada toen hij in de Eerste Wereldoorlog, samen met Hugo Ball, naar Zürich vluchtte. De eerste voorstellingen vonden daar plaats, in Cabaret Voltaire. In 1919 vestigde hij zich in Parijs waar hij na drie jaar, als Dada ophoudt te bestaan (in 1921), bij de literaire voorloper van de surrealisten terechtkomt.

Zijn ‘recept’ voor het maken van een gedicht in Dada stijl is even simpel als inventief. Je zou het de eerste vorm van een readymade kunnen noemen.

tzara

dada

flux-de-luxe

Dada gedicht van Hugo Ball

Ball-1920-karawane