Site-archief

Met glinsterend haar

Mark Braet (1925 – 2003)

.

Marcel Maurits (Mark) Braet  was dichter, humanist, links politiek militant, uitgever en vertaler van Pablo Neruda. Braet begon met dichten in 1939 maar zijn eerste dichtbundel verscheen in 1950 met de titel ‘Achttien stappen in de storm’.

Braet was heel actief in de contacten met het (voormalig) Oostblok. In 1958 is hij mede-stichter van de Vereniging België-DDR. Van 1963 tot 1970 is hij Politiek secretaris van de Communistische Partij België. In 1968 Maakt hij deel uit van een delegatie van het Centraal Komité van de KPB (Communistische Partij van België)  voor een studiereis naar de Sovjet Unie. Hij bezoekt aldaar de Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Rusland, de SSR Oezbekistan en het Autonoom gebied Bachkirië.

Als secretaris Generaal van de Belgo-Sovjetse Vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR) verzorgt hij de culturele uitwisselingen tussen Vlaanderen en de 15 Sovjetrepublieken. In 1984 maakt hij samen met Willy Spillebeen en Bart Vonck een vertaling van de Canto General van Pablo Neruda.

Mark Braet was een zeer actief publicist  in verschillende tijdschriften. Hij verzorgde inleidingen bij publicaties en tentoonstellingen, nam deel aan talrijke letterkundige en politieke avonden, debatten, poëziehappenings, en interviews. Daarnaast gaf hij regelmatig lezingen over Pablo Neruda, de Spaanse burgeroorlog, Bertold Brecht en Federico García Lorca.

In zijn vroege poëzie is zijn activisme een belangrijk thema. De gedichten gaan over oorlog, verzet, sabotage en angst. Het is strijdbare poëzie, waarin het leven van onderdrukten sociaal-realistisch wordt weergegeven. In zijn latere poëzie is de liefde in al zijn vormen het allesoverheersende thema.

.

Met glinsterend haar

.

Met een gelaat van nachtelijk water

ach water is zwart en hopeloos diep

en dieper dan het gelaat van het water

waarop een zilveren kangoeroe liep

 

en ik dacht dat ik sliep in de diepte

maar slapend rechtopstaan is recht

naar de dood gaan met glinsterend haar

met een woord dat men nachtelijk zegt

 

en ik dacht ach ik dacht dat ik dacht

maar de dag staat bleek in mijn mond

maar mijn mond is nu nachtelijk graf

en graf is het woord dat ik vond

.

Uit: Onbewoonbaar verklaard, 1972.

braet

Braet-11

Mao Tse Tung

The long march

.

Soms kom je onverwachte verrassingen tegen. Zo ook afgelopen zaterdag. Ik was bij een kringloopwinkel in Voorburg en kocht daar onder andere het obscure bundeltje Mao Tsetung: Poems. Een in 1976  door Foreign Languages Press in Peking uitgegeven bundel met vertaalde gedichten van de voormalig leider van China. Mao Zedong (zoals wij hem tegenwoordig kennen) leefde van 1893 tot 9 september 1976. De vraag is dus of hij nog leefde toen deze bundel werd uitgegeven of dat het is uitgegeven naar aanleiding van zijn dood. We zullen het nooit weten.

Het is in ieder geval de eerste editie (en daar zal het waarschijnlijk ook wel bij zijn gebleven). Met voorin een uitvouwbaar handschrift van Mao, een foto met zijn handtekening en 36 gedichten van zijn hand. Achterin een noot van de vertalers over de gedichten die allemaal in traditionele Chinese versvormen geschreven zijn als de tzu, de lu, de chueh en twee variaties op de shih.

De gedichten zijn geschreven tussen 1925 en 1963 met intrigerende titels als The people’s liberation army captures Nanking (1949), Reply to comrade Kuo Mo-jo (1961) en Militia women, inscription on a Photograph (1961).

Omdat de Lange mars van Mao heel bekend is hier het gedicht The long march (1935).

.

The long march

(a lu shih)

.

The red army fears not the trials of the long

march,

Holding light ten thousand crags and torrents.

The Five Ridges wind like gentle ripples

And the majestic Wumeng roll by, globules of clay.

Warm the steep cliffs lapped by the waters of golden

sand,

Cold the iron chains spanning the Tatu river.

Minshan’s thousand li of snow joyously crossed,

The three armies march on, each face glowing.

.

(Five Fidges en Wumeng zijn gebergten, Minshan is een deel van de Yangtze rivier)

mao1

mao2

mao3

 

Robert Frost

50 plus

.

Robert Lee Frost (1874 – 1963) was een Amerikaans dichter en toneelschrijver. Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Reeds tijdens zijn leven was Frost een veelvuldig geciteerd en geëerd dichter. Hij ontving vier Pulitzer prijzen voor Poëzie voor de bundels ‘New Hampshire: A Poem with Notes and Grace Notes’ (1924), ‘Collected Poems’ (1930), ‘A Further Range’ (1936) en ‘A Witness Tree’ (1942).

 .

What fifty said..

 

When I was young my teachers were the old.
I gave up fire for form till I was cold.
I suffered like a metal being cast.
I went to school to age to learn the past.

Now when I am old my teachers are the young.
What can’t be molded must be cracked and sprung.
I strain at lessons fit to start a suture.
I got to school to youth to learn the future.

.

Frost

Gedicht op een tapijt

Obe Postma

.

Van de Friese dichter Obe Postma (1868 – 1963) is in Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum in Leeuwarden, op het tapijt in de hal een gedicht geplaatst. Het betreft hier het gedicht ” ‘T hat west, it is ‘t” uit 1951.

Postma debuteerde in 1902 in het tijdschrift ‘Forjit my net’ . In 1947 kreeg hij de Gysbert Japicxprijs voor de bundel ‘It sil bestean’  en in 1954 won zijn gedicht  ‘Fan de fjouwer eleminten’ de Rely Jorritsmaprijs.

 

T hat west, it is ‘t

 

 

Hat west, it is; it stiet beskreaun

En heart ta wrâlds bestean,

’t Is by it grutte barren komd

En kin net mear fergean.

 

Wy drage it mei yn ùs ûnthâld

In libben barrens stik,

Mar fêster wierheid hat it wûn

Yn ivichheids beskik.

 

O freonen dy’t myn jonkheit hie,

O mienskip my sa nei!

Fergûn, ferstoarn? Mar heger geast

Hat it yn ljochte dei.

 

Uit: Samle fersen

 

Nederlandse vertaling

 

’t Is geweest;

 

 

het is, het staat beschreven

En hoort tot werelds bestaan,

’t Is bij het grote gebeuren gekomen

en kan niet meer vergaan.

 

Wij dragen het mee in ons

Een gebeurtenis uit het leven,

Maar vaster werkelijkheid heeft het gewonnen

in eeuwigheids plan.

 

 

O vrienden wie mijn jeugd had

O gemeenschap mij zo dichtbij

Vergaan, gestorven? Maar hoger geest

Heeft het in lichte dag.

 

Vertaling: Andrys Stienstra

gedicht op tapijt

 

Foto Jan Kalma

Brodsky

Joseph Brodsky ( 1940 – 1996)

.

Van de Russische dichters vandaag de dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd geboren in een Joods Russische familie in Leningrad. De familie Brodsky overleefde tijdens de tweede Wereldoorlog het beleg van Leningrad. Joseph werd vernoemd naar de Sovjet dictator Joseph Stalin. Na vele baantjes en zichzelf Engels en Pools te hebben geleerd, schreef Brodsky eind jaren vijftig zijn eerste gedichten. Vanaf 1960 publiceerde hij gedichten en vertaald werk in literaire tijdschriften. Na een schijnproces in 1963 waarin hij van parasitisme werd beschuldigd werd hij veroordeeld tot 5 jaar dwangarbeid. Het proces veroorzaakte veel ophef onder dichters in de Sovjet Unie en in het Westen. Onder andere Jean-Paul Sartre zette zich in voor zijn zaak. Na anderhalf jaar werd hij vrijgelaten en in 1972 werd hij uitgewezen. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten waar hij de rest van zijn leven zou wonen.In 1977 kreeg hij het Amerikaans staatsburgerschap en in 1987 de Nobelprijs voor de Literatuur. Na de val van het communisme wilde Brodsky niet terug naar Rusland.

Ballingschap is een centraal thema in Brodsky’s poëzie, naast isolement van de mens in het algemeen. Een ander thema dat telkens terugkeert in zijn werk, is de relatie tussen dichter en maatschappij: Brodsky benadrukt telkens de kracht van de literatuur, die naar zijn mening in staat is het publiek positief te beïnvloeden en de cultuur en de taal waarvan zij deel uitmaakt, in sterke mate te vormen. Hij was van mening dat de westerse literaire traditie deels verantwoordelijk is voor het overwinnen van de grote rampen van de twintigste eeuw, zoals het nazisme, het communisme en de beide wereldoorlogen.

Uit ‘Triton’ uit 1998, in een vertaling van M. Zeeman het gedicht’Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië’

.

Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië

.

Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd

was naar Australië. Van ver maar doodgemoedereerd

kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat

en het gedoe met je flat, je weet hoe dat gaat,

’t is helaas niet in het centrum, maar wel dicht bij zee,

vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt weer mee,

dikke enkels, ‘En ik ben mijn slippers kwijt’

klonk het zakelijk, om niet te zeggen, zuur.

En ineens gierde de hoor ‘Adelaide! Adelaide!’,

en bulderde, beukte, alsof er tegen de muur

een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.

Toch is dit stukken beter dan ingeblikte as,

dan het document waarop een sterfdatum staat-

je echoënde norse stem die praat en praat

en de poging om je voor te doen als spook

.

voor ’t eerst sinds jij bent opgegaan in rook.

.

Joseph Brodsky portrait

 

Met dank aan ‘Spiegel van de Russische poëzie’ en Wikipedia.

The Raven

Edgar Allen Poe

.

Het meest beroemde gedicht van Edgar Allan Poe ‘The Raven’ (uit 18450  heeft talloze verfilmingen en niet te vergeten honderden verwijzingen en referenties in de pop en populaire cultuur. Leuk weetje: Boris Karloff speelt in zowel The Raven (1935) als in The Raven (1963) . De twee films zijn alleen verbonden door de titel en verwijzingen naar Poe’s werk (de eerste betreft een interpretatieve dans van het gedicht, de laatste is een komedie). En die twee staan nog los van The Raven (1915) en The Raven (2012).

Het gedicht van Edgar Allen Poe heeft dus nogal wat los gemaakt bij filmmakers. Het gedicht is nogal lang vandaar dat ik hier de eerste en laatste strofe plaats.

Wil je het hele gedicht lezen, dan kan dat op http://www.heise.de/ix/raven/Literature/Lore/TheRaven.html

.

The Raven

.

Once upon a midnight dreary, while I pondered weak and weary,
Over many a quaint and curious volume of forgotten lore,
While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping,
As of some one gently rapping, rapping at my chamber door.
`’Tis some visitor,’ I muttered, `tapping at my chamber door –
Only this, and nothing more.’

.

And the raven, never flitting, still is sitting, still is sitting
On the pallid bust of Pallas just above my chamber door;
And his eyes have all the seeming of a demon’s that is dreaming,
And the lamp-light o’er him streaming throws his shadow on the floor;
And my soul from out that shadow that lies floating on the floor
Shall be lifted – nevermore!

.

Het hele gedicht voorgedragen door Vincent Price.

.

Kwakoe

Poëzie bij een standbeeld

.

Paramaribo telt veel beelden, maar geen ervan is zo populair als dat van Kwakoe. Het stelt geen historische figuur voor – al willen velen dat graag geloven dat Kwakoe de eerste zwarte grondbezitter van Suriname zou zijn geweest.  Geregeld is het voorzien van hoofddeksels en kledingstukken, en dan vooral van de pangi. Dit zijn de kleurige omslagdoeken die nog altijd door de marrons gedragen worden. Marrons zijn nakomelingen van slaven die van de plantages waren weggevlucht en die vanuit het binnenland de koloniale overheid belaagden.

.

Dit standbeeld is van beeldhouwer Jozef Ludwig Klas (1923-1996). Het beeld staat in Paramaribo. Het beeld stelt een bevrijde negerslaaf voor die zijn ketenen heeft verbroken. ‘Kwakoe’ is de naam voor een man geboren op woensdag. De afschaffing van de slavernij was op woensdag 1 juli 1863. Het beeld werd 100 jaar na de afschaffing van de slavernij onthuld door de toenmalige premier van Suriname Johan Adolf Pengel.

Eelco van  der Waals schreef een gedicht over Kwakoe.

.

Kwakoe (1)

Geen woensdag
zoals die ene

juli 1863
waarop de

nazaten van overzee
burgers werden

van hun
nieuwe land

Bij Ondrobon
Coronie
Commewijne

Kwakoe
ging ons voor

.

Met dank aan Meland Langeveld

Kwakoe

Dichters omnibus

9e Bloemlezing 

.

Vandaag in de categorie ‘Uit mijn boekenkast’ het bundeltje Dichters Omnibus, 9e bloemlezing. Door ESSO Nederland N.V. in 1962 als nieuwjaarsgeschenk voor 1963 aan haar medewerkers gegeven. Uitgegeven door A.A.M. Stols / J.P. Barth te ‘s-Gravenhage.

Uit deze bundel een gedicht van Bertus Aafjes.

.

Kamelen

.

Langs het stervend goud der horizon

Gaan op slanke wereldse benen

De kamelen, plotseling verschenen,

Naar het wachtend water van de bron

.

En hun hals reikt ver vooruit naar ’t doel

En hun neuzen staan gevleugeld open,

Dédaigneus en adelijk. Zo lopen

Joodse rabbi’s soms door het stadsgewoel.

.

Dorstig dravend en door niets belet

Laten zij nochtans hun haast niet blijken,

Zouden liever aan hun dorst bezwijken

dan de maat verliezen van hun tred,

En zij zweven door het avondgoud

Als muziek – die enkel wordt aanschouwd

.

dichtersomnibus

Films gebaseerd op poëzie

Deel 1: Lady Lazarus

.

Was ik al een categorie begonnen over poëzie in films (meestal gedichten of delen van gedichten die in een film voorkomen), er zijn ook films gebaseerd op een gedicht of een dichtbundel. In deze nieuwe categorie zal ik een aantal van deze films behandelen.

Vandaag als eerste ‘Lady Lazarus’ van Sylvia Plath (1932 – 1963).

Deze experimentele film uit 1991 van filmmaakster en feministe Sandra Lahire is gemaakt rond het beroemde gedicht van Sylvia Plath ‘Ladfy Lazarus’. De film bestaat behalve uit audio fragmenten waarbij Sylvia Plath gedichten voordraagt als Lady Lazarus, Cut, Daddy, Ariel en Ouija ook uit een interview met haar uit 1962.Sandra Lahire beschrijft haar film als de eerste in een trilogie waarbij de film een visuele reactie is op de woorden van Sylvia Plath die vooral een voorbeeld zijn van haar zwarte humor en cinematografische visie, aldus Lahire. Een carrousel van ingeraamde beelden in een atmosfeer van constante metamorfose; haar poëzie als film.

.

Lady lazarus
.
I have done it again.
One year in every ten
I manage it——
A sort of walking miracle, my skin
Bright as a Nazi lampshade,
My right foot
A paperweight,
My face a featureless, fine
Jew linen.
Peel off the napkin
O my enemy.
Do I terrify?——
The nose, the eye pits, the full set of teeth?
The sour breath
Will vanish in a day.
Soon, soon the flesh
The grave cave ate will be
At home on me
And I a smiling woman.
I am only thirty.
And like the cat I have nine times to die.
This is Number Three.
What a trash
To annihilate each decade.
What a million filaments.
The peanut-crunching crowd
Shoves in to see
Them unwrap me hand and foot——
The big strip tease.
Gentlemen, ladies
These are my hands
My knees.
I may be skin and bone,
Nevertheless, I am the same, identical woman.
The first time it happened I was ten.
It was an accident.
The second time I meant
To last it out and not come back at all.
I rocked shut
As a seashell.
They had to call and call
And pick the worms off me like sticky pearls.
Dying
Is an art, like everything else.
I do it exceptionally well.
I do it so it feels like hell.
I do it so it feels real.
I guess you could say I’ve a call.
It’s easy enough to do it in a cell.
It’s easy enough to do it and stay put.
It’s the theatrical
Comeback in broad day
To the same place, the same face, the same brute
Amused shout:
‘A miracle!’
That knocks me out.
There is a charge
For the eyeing of my scars, there is a charge
For the hearing of my heart——
It really goes.
And there is a charge, a very large charge
For a word or a touch
Or a bit of blood
Or a piece of my hair or my clothes.
So, so, Herr Doktor.
So, Herr Enemy.
I am your opus,
I am your valuable,
The pure gold baby
That melts to a shriek.
I turn and burn.
Do not think I underestimate your great concern.
Ash, ash—
You poke and stir.
Flesh, bone, there is nothing there——
A cake of soap,
A wedding ring,
A gold filling.
Herr God, Herr Lucifer
Beware
Beware.
Out of the ash
I rise with my red hair
And I eat men like air.
.

Hieronder kun je de film bekijken.

https://player.bfi-staging.org.uk/free/film/watch-lady-lazarus-1991-online

.

SylviaPlath_2469087b

Twee uur, bier

Poëzie en film

.

De film Barfly uit 1987 van Barbet Schroeder is een semi-autobiografische film naar het leven van Charles Bukowski. In deze film worden de hoofdrollen vertolkt door Mickey Rourke (die het alter ego van Bukowski speelt Henry Chinaski) en Faye Dunaway (die Wanda Wilcox speelt). Charles Bukowski komt ook heel even kort voor in de film als cameo in een stukje zonder tekst.

Een korte inhoud van de film: Henry Chinaski is dichter en alcoholist, en spendeert zijn dagen in de kroeg. Op een dag ontmoet hij Wanda. Zij is ook alcoholist, en Henry wordt verliefd op haar. Even lijkt het erop dat Henry’s gedichten succesvol worden, maar zijn beroemdheid is van korte duur. Het wordt de twee duidelijk dat ze eigenlijk maar één doel in hun leven hebben, en dat is drinken en de buitenwereld laten voor wat die is.

In de film komen twee (delen) van gedichten voor van Charles Bukowski: ‘2 P.M. Beer’ en ‘Old man, dead in a room’. De laatste komt uit een bijzonderecollectie gedichten met de titel ‘It catches my heart in its hands’ (Loujon Press, 1963). De naam van de collectie gedichten is een regel uit het werk van Robinson Jeffers, een vroege inspiratiebron van Bukowski.

.

“2 p.m. beer”
.
nothing matters
but flopping on a mattress
with cheap dreams and a beer
as the leaves die and the horses die
and the landladies stare in the halls;
brisk the music of pulled shades,
a last man’s cave
in an eternity of swarm
and explosion;
nothing but the dripping sink,
the empty bottle,
euphoria,
youth fenced in,
stabbed and shaven,
taught words
propped up
to die.”

.

“Old man, dead in a room”

.

this thing upon me is not death
but it’s as real
and as landlords full of maggots
pound for rent
I eat walnuts in the sheath
of my privacy
and listen for more important
drummers;
it’s as real, it’s as real
as the broken-boned sparrow
cat-mouthed, uttering
more than mere
miserable argument;
between my toes I stare
at clouds, at seas of gaunt
sepulcher. . .
and scratch my back
and form a vowel
as all my lovely women
(wives and lovers)
break like engines
into steam of sorrow
to be blown into eclipse;
bone is bone
but this thing upon me
as I tear the window shades
and walk caged rugs,
this thing upon me
like a flower and a feast,
believe me
is not death and is not
glory
and like Quixote’s windmills
makes a foe
turned by the heavens
against one man;
…this thing upon me,
great god,
this thing upon me
crawling like snake,
terrifying my love of commonness,
some call Art
some call Poetry;
it’s not death
but dying will solve its power
and as my grey hands
drop a last desperate pen
in some cheap room
they will find me there
and never know
my name
my meaning
nor the treasure
of my escape.

.

Barfly_1987_film_poster