Site-archief
De onkuisheid
Hugues C. Pernath
.
Woensdagavond keek ik naar De Vooravond, de talkshow op de vooravond op NPO 1. In deze aflevering was Wilfried de Jong aanwezig wat mijn aandacht trok. Hij presenteert met de Vlaamse Ruth Joos vanaf aanstaande zondag wekelijks het programma ‘Brommer op Zee’, waarin ze schrijvers en dichters interviewen over hun werk. In deze aflevering werd de beide presentatoren gevraagd naar mooie zinnen en Ruth Joos pakte een dichtbundel en las de eindzin van een gedicht voor ‘Hier ben ik, want ik blijf’ zonder verdere uitleg van wie het gedicht was of uit welke bundel het kwam.
Uiteraard ga ik dan zoeken en zo kwam ik bij het gedicht van Hugues C. Pernath ‘De onkuisheid’ uit.
Hugues C. Pernath (pseudoniem van Hugo Wouters, 1931 – 1975) was een Vlaams dichter. Zijn werk neigt naar het pessimistische, is emotioneel sterk geladen en was in het begin modern maniëristisch. Later wilde hij zich hieraan ontworstelen; zijn poëzie werd toen toegankelijker en meer gestructureerd. Pernath was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Gard Sivik’ en ‘Het Cahier’. Later verliet hij deze redacties om zitting te nemen in de redactie van het ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’. Tevens was hij (vanaf 1973) lid van het Antwerps genootschap ‘Pink Poets’. Pernath ontving voor zijn werk onder andere de Jan Campert-prijs (1974) en postuum de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie (1977). Er is een poëzieprijs naar hem vernoemd: de Hugues C. Pernath-prijs.
Het gedicht waaruit Ruth Joos citeerde was het gedicht ‘De onkuisheid’ en dat nam ik uit de bundel ‘Mijn tegenstem’ Gedichten 1966-1973 uit 1975.
.
De onkuisheid
Voor Myra
.
Geloof in mij, want ik geloof in jou
Weigerend wat was en wetend wat ons weerhield.
Ik zal je vernoemen, je mee voorbij dit leven dragen
Jij, Enige, en schaduw die mij bedekt.
Door jou ben ik geworden en met de littekens
Van jouw weefsels, de waas van jou.
.
Zo ons zwijgen, zo ons zeggen.
Niets werd ons beloofd, alleen het leven
Dat wij kozen kan ons nemen of verlaten,
Geen medelijden, want niets heeft ons gemaakt.
.
Omdat ik voor jou mijn speeksel spaarde, en nu
Na de nacht en de nevel, in jouw angsten herleef
En tracht je te beschermen tegen de gruwel.
Er is geen klacht meer nodig, de pijn heeft opgehouden
En voldaan. Slechts jij en ik ontkiemen en gedijen
In het louterende onbekende van de tederheid.
.
Onwennig ligt ons landschap, een scheppingsverhaal
In ons zoeken en ons vinden, het reddeloze volgen
Van de onderwerping die onze lichamen rekt.
Spin. Spin en bewaar mij in jouw liefde.
.
Zo zullen wij beschreven staan, ouder wordend
Dan de valk die zijn vlucht begint en rimpels trekt
Over de dorre braaklanden van vroeger en voorheen.
Geen misverstand. Tussen jou en mij geen overleven
Want deze dag betekende voor mij het begin der dagen.
Jij bent mijn eerste dag. Hier ben ik, want ik blijf.
.
Rob de Vos prijs 2021
Daphne Schrijvers
.
Binnenkort start de inzendtermijn voor de jaarlijkse Rob de Vos prijs voor poëzie die Meander jaarlijks uitschrijft. Zoals elk jaar zal de wedstrijd ook weer gedeeld worden via de bijzonder informatieve website https://schrijvenonline.org/ . In 2020 was Daphne Schrijvers winnaar van de Rob de Vos prijs met het gedicht ‘Je kunt positie kiezen’.
Daphne Schrijvers (1975) uit Groningen heeft psychologie gestudeerd. Momenteel studeert ze aan de Schrijversvakschool in haar woonplaats. Poëzie schrijven is voor haar – in een wereld waarin veel naar buiten gericht is – een manier om een moment onder de oppervlakte te kijken, naar binnen te keren; om woorden te geven aan dat wat voorheen woordloos was en zo de binnenwereld een podium te geven. Haar beschouwende natuur draagt hier sterk aan bij. Daphne schrijft sinds een paar jaar gedichten die ze nu graag meer naar buiten wil brengen.
Iedereen kan meedoen in 2021, er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden voor deelname, die vind je hier https://meandermagazine.nl/2021/03/rob-de-vos-prijs-2021/ . Het gedicht waarmee Daphne Schrijvers in 2020 de Rob de Vos prijs won staat hieronder. Het juryrapport lees je op de website van Meander.
.
Je kunt positie kiezen
–
Je kunt positie kiezen in een kamer met beperkt
daglicht en troosteloos interieur. Je toont iedereen
–
de mogelijke wapens: een verbroken belofte, het zout
voor een wond – je legt scherpe woorden
op de punt van andermans tong.
–
Je kunt je lichaam uitstrekken, iemand wijzen op het zachte
vlees tussen je ribben en de geheime plek met oud venijn
tien centimeter onder je linker schouderblad.
–
Je tekent alvast je silhouet in krijtstreep
op de koude vloer, de handpalmen hulpeloos geopend
–
– je wacht.
.
Blauw
Geliefde kleur
.
Van een collega kreeg ik de tip om de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een bloemlezing in de rainbowpocket reeks en samengesteld door Elisabeth Lockhorn te lezen. Uiteraard doe ik dat graag en ik heb de bundel dan ook meteen geleend bij mijn bibliotheek. Alles in deze bundel draait om de kleur blauw. Ik moest hierbij meteen denken aan ‘Blauw’ van The Scene denken maar er blijken heel veel dichters (soms zijdelings) over de kleur blauw te hebben gedicht. In de inleiding staat onder andere dat uit onderzoek, gehouden in tien verschillende landen op vier verschillende continenten in 2015, bleek dat de kleur blauw met afstand de meest geliefde was. En dat deze uitkomst al uit meerdere onderzoeken sinds de Eerste Wereldoorlog kwam. Kortom een logische keuze voor een verzamelbundel met poëzie.
Omdat er zoveel gedichten in deze bundel staan heb ik er maar meteen een Dubbel-gedicht van gemaakt. Dus twee gedichten van twee verschillende dichters over het zelfde onderwerp. In dit geval met een gedicht van Leonard Nolens (1947) oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Twee vormen van zwijgen’ uit 1975 en het gedicht ‘Korfu’ van J.B. Charles (1910 – 1983), dat oorspronkelijk verscheen in ‘De groene zee is mijn vriendin’ uit 1987.
.
Blauwvraat, jij, blauwvraat.
.
In Czernowitz je vroegste keelgehaspel
als een monsterteerling geworpen
in de sterren die schaatsen op zwart ijs.
En daarna. Berlijn. Sjofel met je wang
tegen de stad geleund, de gooui die je was
tot taal ontcijferd en verwrongen tot vraag.
.
Had ik had ik…
Had ik een hand, een woord,
een antwoord kunnen geven in Parijs?
Wellicht je baard, Paul, je hart
gestreeld, je stem
gekust.
.
Korfu
.
De heuvel de zitreuzin aan de zee
houdt op haar schoot vlak boven het strand
een huisje witter nog dan het zand.
.
Moedertje heuvel trekt haar groen
reuzinnekleed van twee miljoen
olijfbomen tot zover naar benee
dat witter dan het is het huis gaat lijken.
.
De zee zegt, goed, ik doe ook mee.
Zij neemt een reckitts zakje blauw en maakt
zich op om in het vogeltje te kijken.
.
Bezoeken
Anne Kranendonk
.
In het literaire tijdschrift ‘Gedicht’ dat werd uitgegeven bij De Bezige Bij van 1974 tot 1976 kwam ik een dichter tegen die ik niet kende. Het betreft hier dichter Anne Kranendonk (1953). In ‘Gedicht’ zijn maar liefst 6 gedichten van haar gepubliceerd. In het korte stukje achterin staat vermeld dat ze in Hoek van Holland is geboren en Nederlands studeert in Amsterdam. Op zoek naar meer informatie over deze (bijna) vergeten dichter kwam ik nog een vermelding tegen in Tirade 1986, jaargang nummer 30 waar ze met vier gedichten in stond.
Uit ‘Gedicht’ nummer 7 uit 1975 het gedicht ‘Bezoeken’ van haar hand waaruit haar verbinding met de kust (Hoek van Holland) blijkt.
.
Bezoeken
.
Zonder weifeling stembanden roerend
op de hoogtijdagen van het strand
dat bij onweer bladstil is en mooier
met de overgekookte soep thuis op het
vuur hemelschreiend prijzen
.
niet nu ontoereikend de fatale luchtlagen
bezwerende zon die de achterkant van een
rotsenstruik (vergif van de stekelnoot)
nauwkeurig voor uitdaging bewaart:
het geruste karkas van de verwelkte narcis.
.
De menselijke natuur
Gerrit Bakker
.
Niets is zo fijn als voor je boekenkast te gaan staan en tussen de vele bundels op de boekenplanken een bundel te kiezen die je al lange tijd niet meer hebt ingezien. Helemaal als het een bundel van bijna 50 jaar geleden betreft. In de bloemlezing ‘ Lees eens een gedicht’ uit 1974 heeft samensteller Ton van Deel een keuze gemaakt uit het poëzie-fonds van uitgeverij Querido.
Kees Fens schreef destijds in een recensie in de Volkskrant over deze bloemlezing: “Hij (Ton van Deel) heeft de gedichten gegroepeerd rond makkelijk herkenbare thema’s, de bloemlezing heeft dus een echte opbouw.Maar de gevolgde opzet heeft bovendien dit resultaat: de verzen – ook van moeilijkere dichters- gaan ineens functioneren binnen het dagelijks leven. Poëzie wordt alledaagsere dan u denkt. Dat een bloemlezing dat kan bereiken is een prestatie.”
Alle reden dus om dit boek weer eens te herlezen en tot de conclusie te komen dat Fens gelijk had en dat er in de bundel dichters staan die in de vergetelheid dreigen te raken of dat al zijn.
Een van die dichters is Gerrit Bakker. Bakker (1939-2011) debuteerde in 1963 met de bundel ‘Een koe slaapt ‘s avonds buiten’. Zijn laatste bundel publiceerde hij is 1975 ( ‘Ommekeer’ ) en zijn werk werd in verschillende bloemlezingen opgenomen waaronder in ‘De Nederlandse Poezie van de 19de en 20ste Eeuw in 1000 en enige Gedichten’ van Gerrit Komrij. Uit de bundel ‘De menselijke natuur’ uit 1966 komt het volgende gedicht.
.
De jager mikt met een oog dicht.
Hij ziet het platte land.
Met opgestoken oren
ontspringt het konijn de dans.
Eenoog die zich op de vlakte houdt
hij deert het konijn geen haartje.
De jager scherpt zijn schuttersgave verder
op de stelen van de bloemen in het veld.
Met beide ogen open
maakt hij voor zijn vrouw een krans.
.
Ellen Lanckman
Ze houdt niet van taal, ze is taal
.
Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.
Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.
Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’: “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.
Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.
.
Gisteren wilde ik je bellen
om te kijken of er nog restjes zijn
van die keer
dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.
.
Misschien lig ik ergens
onder je bed, opgekruld
tussen het stof
en andere vergane dromen.
.
Of verdwaald
in het kuiltje van de matras, daar
waar mijn lichaam het jouwe vond.
Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.
.
Maar al zou je me zoeken,
en zelfs vinden,
dan weet ik: Van jou
ben ik nooit helemaal
.
teruggekeerd.
.
Clowns
Dubbelgedicht
.
Wanneer je poëziebundels leest kom je regelmatig gedichten tegen met dezelfde titel. Deze gedichten kunnen echter uit totaal verschillende tijden komen, in verschillende stijl zijn geschreven en heel verschillend zijn van inhoud of betekenis. Juist omdat een vergelijking tussen gedichten met dezelfde titel zo interessant is, is er de categorie Dubbel-gedichten.
Een nieuw voorbeeld van een dubbelgedicht zijn de onderstaande twee gedichten over clowns. Het eerste gedicht ‘Clowns’ is van de Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923 – 1998) in een vertaling van Jana Beranová uit de bundel ‘Machine van woorden’ uit 1985.
Het tweede gedicht met de titel ‘Clown’ is van de dichter Martinus Nijhoff (1894 – 1953) genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1975 maar voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘De wandelaar’ in 1916.
.
Clowns
.
Waar gaan de clowns naar toe?
.
Wat eten de clowns?
.
Waar slapen de clowns?
.
Wat doen de clowns,
wanneer niemand,
maar dan ook niemand meer lacht,
.
mamma?
.
.
Clown
.
Met blauw-papierenpijlen op mijn wangen
En op mijn hoofd een gele ster geplakt,
Blijf ik, terwijl een aap mijn handen pakt,
Onderste-boven aan een rekstok hangen.
.
Mijn meester wil de wereld vroolijk maken,
– ‘Satans Apostel’ noemt mij ’t aanplakbord –
En ’t volk, een optocht gekke pelgrims, wordt
Hierheen gestuurd, en ik moet het vermaken.
.
Het lacht om alles wat mijn waanzin doet,
Ik speel voor hond, voor mensch, voor olifant:
Ik blaf, ik schreeuw, ik daver met mijn snuit-
.
Laat in den nacht stroomt het de tent weer uit:
Ik leun op ’t plein, waar de lantaarn brandt,
Tegen den paal, en keur mijn daden goed.
.
Black rage
Lauryn Hill
.
Nu de discussie rondom discriminatie en racisme steeds luider en vaker wordt gevoerd in de Verenigde Staten maar ook in Nederland en in heel veel landen ter wereld, worden er ook steeds meer (protest) liederen geschreven over dit onderwerp. Op de website https://www.cleveland.com/entertainment/2016/07/black_lives_matter_25_songs_th.html staan 25 songs ‘that embody the movement. Songs door bekende en minder bekende artiesten, van rap, hiphop, soul naar pop maar allemaal met dezelfde belangrijke boodschap; racisme en discriminatie moet stoppen.
Onder deze artiesten ook Lauren Hill (1975) de Amerikaanse hip-hop artiest en actrice. Hill werd in 2003 bekend als activiste toen ze kritiek uitte op de Katholieke kerk toen bekend werd dat er op grote schaal door priesters minderjarige jongens seksueel waren mishandeld en ze de kerk opriep spijt te betuigen (wat ze nooit hebben gedaan).
In het nummer ‘Black rage’ legt ze uit waar de woede vandaan komt, en dat racisme, discriminatie, en erger in zoveel aspecten van de levens van zwarte Amerikanen voorkomt.
.
Black Rage
.
Raping and beatings and suffering that worsens
Black human packages tied up in strings
Black rage can come from all these kinds of things.Black rage is founded on blatant denial,
sweet economics, subsistent survival,
deafening silence and social control,
black rage is found in all forms in the soul,When the dog bites, when the bee stings, when I’m feeling sad,
I simply remember all these kinds of things, and then I don’t fear so badBlack rage is founded who fed us self hatred
Lies and abuse while we waited and waited
Spiritual treason
This grid and it’s cages
Black rage was founded on these kinds of thingsBlack rage is founded on dreaming and draining
Threatening your freedom
To stop your complaining
Poisoning your water
While they say it’s raining
Then call you mad
For complaining, complaining
Old time bureaucracy
Drugging the youth
Black rage is founded on blocking the truth
Murder and crime
Compromise and distortion
Sacrifice, sacrifice
Who makes this fortune?
Greed, falsely called progress
Such human contortion
Black rage is founded on these kinds of things
So when the dog bites
And the bee stings
And I’m feeling mad
I simply remember all these kinds of things
And then I don’t fear so bad
Free enterprise
Is it myth or illusion
Forcing you back into purposed confusion
Black human trafficking
Or blood transfusion
Black rage is founded on these kinds of things
Victims of violence
Both psyche and body
Life out of context IS living ungodly
Politics, politics
Greed falsely called wealth
Black rage is founded on denying of self
Black human packages
Tied and subsistence
Having to justify your very existence
Try if you must
But you can’t have my soul
Black rage is founded on ungodly control
So when the dog bites
And the beatings
And I’m feeling so sad
I simply remember all these kinds of things
And then I don’t feel so bad
.
Herinnering aan Willem Elsschot
Peter van Steen
.
In de rubriek ‘Dichters over dichters’ dit keer een gedicht van Peter van Steen over de schrijver en dichter Willem Elsschot (1882 – 1960). Het gedicht ‘Herinnering aan Willem Elsschot’ staat in ‘De spiegel van de Nederlandse poëzie, dichters van de twintigste eeuw’ uit 1983 samengesteld door Hans Warren.
Over Peter van Steen (1904 – 1971) is niet zoveel bekend, gelukkig vond ik via de geweldig rijke website https://www.dbnl.org een artikel over deze Amsterdamse dichter uit het Jaarboek van de Maatschappij Nederlandse Letterkunde uit 1975. Peter Mourits (de echte naam van Peter van Steen) begon als schrijver van romans maar in oorlogstijd ontdekte hij de poëzie. In de tweede wereldoorlog publiceerde hij anoniem en in eigen beheer drie boekjes; ‘Bezet gebied’ en ‘Nieuwe lente’ in 1944 en ‘Vijf dagen’ in 1944-1945 (eerste en tweede druk).
Peter van Steen was een onvoorwaardelijk bewonderaar van de romans van Willem Elsschot waar hij en zijn vrouw Riek af en toe gingen logeren. Willem Elsschot schreef een inleidend woord voor Peter van Steens novellenboek ‘Alarm in de spiegel’ (1951), waarin hij hem ‘de verpersoonlijking van de opstandigheid’ noemde, ‘niet alleen tegen de tyrannie, maar tegen alles wat laag is, gluiperig, laf of halfslachtig.’ Het is dan ook niet verwonderlijk dat Peter van Steen een gedicht aan zijn favoriete schrijver/dichter schreef dat eerst in het ‘Nieuw Vlaams tijdschrift’ in 1965 en later in zijn bundel ‘Aan het raam en erbuiten’ uit 1971 verscheen.
.
Herinnering aan Willem Elsschot
.
Zo vaak moet ik nog aan hem denken,
hij schreef niet meer
maar ’t was zo veilig dat hij er nog was;
nu kijk ik naar zijn dodenmasker.
Zó veel bleef ongezegd
van Bach en Mozart , Multatuli,
van communisme en het christendom;
hij zou ze samen laten gaan
maar in de duinen zong hij luid
met tranen in de ogen:
‘Und alle deine Tränen
und alle deine Tränen
und alle deine Tränen
mamita mia
werden wir rächen’
en hij schuwde het geweld,
sprak tandenknarsend van tederheid.
Maar uitdagend zong hij verder:
‘Und alle deine Knechtschaft
und alle deine Knechtschaft
und alle deine Knechtschaft
mamita mia
werden wir brechen.’
Maar het slijpen in de straten van Antwerpen is voorbij;
geen schuimend bier,
geen onverzettelijkheid,
geen snelle blik naar mooie vrouwen,
fini, afgelopen, uit.
‘De aarde is niet uit haar baan gedreven.’
.














