Site-archief
Winterochtend
Herman de Coninck
.
Staand voor mijn boekenkast realiseerde ik me dat het alweer enige tijd geleden was dat ik in een bundel van Herman de Coninck las. Een aantal jaar geleden na de Coninck (1944 – 1997) als dichter ontdekt te hebben, las ik hem veel en schreef ik ook veel over hem. Maandenlang was hij dichter van de maand, de oervader van deze rubriek. Maar zoals dat soms gaat, na een overdosis van een dichter volgt er een tijd zonder.
Maar deze week las ik opnieuw in de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975 zijn tweede bundel na zijn debuut ‘De lenige liefde’. Ik koos uiteindelijk voor het gedicht ‘Winterochtend’ misschien wel door de hitte van de afgelopen dagen, maar waarschijnlijk vooral omdat het zo’n mooi gedicht is.
.
Winterochtend
.
Ik hou van ochtendlijk vrijen,
vóór alles weer moet
nog even mogen. En nadien buik aan rug
nog wat tegen elkaar aanliggen in de klaarte
van net-klaargekomen-zijn.
.
Buiten ligt alles helder vastgevroren,
een klare vriesochtend is altijd klaarder
dan een zomerochtend, ongeveer zoals
helderheid in een zwart-witfilm
helderder is dan in kleuren.
Alles is zichtbaar. De naakte feiten
hebben koud.
.
Maar wij niet. Na de liefde buiten komen
is zoiets als van de sauna
in ijskoud water springen: je voelt het
nauwelijks. Je voelt het net genoeg
om je ijzersterk te weten.
.
Haiku’s en limericks
Rud Brenninkmeijer en Bastiaan Plompverloren
.
Tussen al de poëziebundels die ik koop en krijg zitten soms ook bundels die ik misschien niet had gekocht als ik ze om de kwaliteit zou hebben gekozen maar die toch iets aardigs, bijzonders of grappigs hebben. Als je over poëzie en haar rafelranden schrijft, zoals ik doe, horen dit soort bundeltjes daar ook bij.
De twee bundeltjes waaruit ik vandaag iets wil plaatsen hebben gemeen dat ze geschreven zijn rondom een specifieke versvorm; de limerick en de haiku. Omdat ik ervan uitga dat iedereen wel min of meer weet wat deze twee versvormen als eigenschappen hebben zal ik daar hier niet verder op ingaan.
De eerste bundel is een redelijk obscuur bundeltje getiteld ‘limerick of limerjij?’ van Bastiaan Plompverloren (wat naar ik aanneem een pseudoniem is). In het voorwoord van Viktor Aanstoot, de hoofdredacteur van literair tijdschrift ‘Stokebrand’ schrijft hij: Voor al die mensen die telkenmale beweren dat slechts het Engels zich goed leent voor een superieure limerick, mag dit boekwerkje een bewijs zijn van de grote flexibiliteit van onze moedertaal. En hoewel dit werkje uit 1975 enigszins een melig karakter heeft, staan er toch best aardige limericks in.
De tweede bundel is van Rud Brenninkmeijer uitgegeven in eigen beheer (Boekscout), is getiteld ‘Geen poot om op te staan’ en bevat haiku’s en zo. Alles behalve melig en voor de liefhebber van haiku’s vast en zeker zeer te genieten. In de bundel ook schilderwerk van Brenninkmeijer. De bundel werd in 2011 uitgegeven.
.
’n Emeritus zeide in Gaastmeer:
“Uw bloed, lieve vrouw, kookt en raast weer.
Houdt toch uw fatsoen
we hebben pensioen
en derhalve geen enkele haast meer!”
.
Tulpen in mijn vaas
ze mogen zich uitleven
ver hun bloei voorbij
.
De onkuisheid
Hugues C. Pernath
.
Woensdagavond keek ik naar De Vooravond, de talkshow op de vooravond op NPO 1. In deze aflevering was Wilfried de Jong aanwezig wat mijn aandacht trok. Hij presenteert met de Vlaamse Ruth Joos vanaf aanstaande zondag wekelijks het programma ‘Brommer op Zee’, waarin ze schrijvers en dichters interviewen over hun werk. In deze aflevering werd de beide presentatoren gevraagd naar mooie zinnen en Ruth Joos pakte een dichtbundel en las de eindzin van een gedicht voor ‘Hier ben ik, want ik blijf’ zonder verdere uitleg van wie het gedicht was of uit welke bundel het kwam.
Uiteraard ga ik dan zoeken en zo kwam ik bij het gedicht van Hugues C. Pernath ‘De onkuisheid’ uit.
Hugues C. Pernath (pseudoniem van Hugo Wouters, 1931 – 1975) was een Vlaams dichter. Zijn werk neigt naar het pessimistische, is emotioneel sterk geladen en was in het begin modern maniëristisch. Later wilde hij zich hieraan ontworstelen; zijn poëzie werd toen toegankelijker en meer gestructureerd. Pernath was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Gard Sivik’ en ‘Het Cahier’. Later verliet hij deze redacties om zitting te nemen in de redactie van het ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’. Tevens was hij (vanaf 1973) lid van het Antwerps genootschap ‘Pink Poets’. Pernath ontving voor zijn werk onder andere de Jan Campert-prijs (1974) en postuum de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie (1977). Er is een poëzieprijs naar hem vernoemd: de Hugues C. Pernath-prijs.
Het gedicht waaruit Ruth Joos citeerde was het gedicht ‘De onkuisheid’ en dat nam ik uit de bundel ‘Mijn tegenstem’ Gedichten 1966-1973 uit 1975.
.
De onkuisheid
Voor Myra
.
Geloof in mij, want ik geloof in jou
Weigerend wat was en wetend wat ons weerhield.
Ik zal je vernoemen, je mee voorbij dit leven dragen
Jij, Enige, en schaduw die mij bedekt.
Door jou ben ik geworden en met de littekens
Van jouw weefsels, de waas van jou.
.
Zo ons zwijgen, zo ons zeggen.
Niets werd ons beloofd, alleen het leven
Dat wij kozen kan ons nemen of verlaten,
Geen medelijden, want niets heeft ons gemaakt.
.
Omdat ik voor jou mijn speeksel spaarde, en nu
Na de nacht en de nevel, in jouw angsten herleef
En tracht je te beschermen tegen de gruwel.
Er is geen klacht meer nodig, de pijn heeft opgehouden
En voldaan. Slechts jij en ik ontkiemen en gedijen
In het louterende onbekende van de tederheid.
.
Onwennig ligt ons landschap, een scheppingsverhaal
In ons zoeken en ons vinden, het reddeloze volgen
Van de onderwerping die onze lichamen rekt.
Spin. Spin en bewaar mij in jouw liefde.
.
Zo zullen wij beschreven staan, ouder wordend
Dan de valk die zijn vlucht begint en rimpels trekt
Over de dorre braaklanden van vroeger en voorheen.
Geen misverstand. Tussen jou en mij geen overleven
Want deze dag betekende voor mij het begin der dagen.
Jij bent mijn eerste dag. Hier ben ik, want ik blijf.
.
Rob de Vos prijs 2021
Daphne Schrijvers
.
Binnenkort start de inzendtermijn voor de jaarlijkse Rob de Vos prijs voor poëzie die Meander jaarlijks uitschrijft. Zoals elk jaar zal de wedstrijd ook weer gedeeld worden via de bijzonder informatieve website https://schrijvenonline.org/ . In 2020 was Daphne Schrijvers winnaar van de Rob de Vos prijs met het gedicht ‘Je kunt positie kiezen’.
Daphne Schrijvers (1975) uit Groningen heeft psychologie gestudeerd. Momenteel studeert ze aan de Schrijversvakschool in haar woonplaats. Poëzie schrijven is voor haar – in een wereld waarin veel naar buiten gericht is – een manier om een moment onder de oppervlakte te kijken, naar binnen te keren; om woorden te geven aan dat wat voorheen woordloos was en zo de binnenwereld een podium te geven. Haar beschouwende natuur draagt hier sterk aan bij. Daphne schrijft sinds een paar jaar gedichten die ze nu graag meer naar buiten wil brengen.
Iedereen kan meedoen in 2021, er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden voor deelname, die vind je hier https://meandermagazine.nl/2021/03/rob-de-vos-prijs-2021/ . Het gedicht waarmee Daphne Schrijvers in 2020 de Rob de Vos prijs won staat hieronder. Het juryrapport lees je op de website van Meander.
.
Je kunt positie kiezen
–
Je kunt positie kiezen in een kamer met beperkt
daglicht en troosteloos interieur. Je toont iedereen
–
de mogelijke wapens: een verbroken belofte, het zout
voor een wond – je legt scherpe woorden
op de punt van andermans tong.
–
Je kunt je lichaam uitstrekken, iemand wijzen op het zachte
vlees tussen je ribben en de geheime plek met oud venijn
tien centimeter onder je linker schouderblad.
–
Je tekent alvast je silhouet in krijtstreep
op de koude vloer, de handpalmen hulpeloos geopend
–
– je wacht.
.
Blauw
Geliefde kleur
.
Van een collega kreeg ik de tip om de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een bloemlezing in de rainbowpocket reeks en samengesteld door Elisabeth Lockhorn te lezen. Uiteraard doe ik dat graag en ik heb de bundel dan ook meteen geleend bij mijn bibliotheek. Alles in deze bundel draait om de kleur blauw. Ik moest hierbij meteen denken aan ‘Blauw’ van The Scene denken maar er blijken heel veel dichters (soms zijdelings) over de kleur blauw te hebben gedicht. In de inleiding staat onder andere dat uit onderzoek, gehouden in tien verschillende landen op vier verschillende continenten in 2015, bleek dat de kleur blauw met afstand de meest geliefde was. En dat deze uitkomst al uit meerdere onderzoeken sinds de Eerste Wereldoorlog kwam. Kortom een logische keuze voor een verzamelbundel met poëzie.
Omdat er zoveel gedichten in deze bundel staan heb ik er maar meteen een Dubbel-gedicht van gemaakt. Dus twee gedichten van twee verschillende dichters over het zelfde onderwerp. In dit geval met een gedicht van Leonard Nolens (1947) oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Twee vormen van zwijgen’ uit 1975 en het gedicht ‘Korfu’ van J.B. Charles (1910 – 1983), dat oorspronkelijk verscheen in ‘De groene zee is mijn vriendin’ uit 1987.
.
Blauwvraat, jij, blauwvraat.
.
In Czernowitz je vroegste keelgehaspel
als een monsterteerling geworpen
in de sterren die schaatsen op zwart ijs.
En daarna. Berlijn. Sjofel met je wang
tegen de stad geleund, de gooui die je was
tot taal ontcijferd en verwrongen tot vraag.
.
Had ik had ik…
Had ik een hand, een woord,
een antwoord kunnen geven in Parijs?
Wellicht je baard, Paul, je hart
gestreeld, je stem
gekust.
.
Korfu
.
De heuvel de zitreuzin aan de zee
houdt op haar schoot vlak boven het strand
een huisje witter nog dan het zand.
.
Moedertje heuvel trekt haar groen
reuzinnekleed van twee miljoen
olijfbomen tot zover naar benee
dat witter dan het is het huis gaat lijken.
.
De zee zegt, goed, ik doe ook mee.
Zij neemt een reckitts zakje blauw en maakt
zich op om in het vogeltje te kijken.
.
Bezoeken
Anne Kranendonk
.
In het literaire tijdschrift ‘Gedicht’ dat werd uitgegeven bij De Bezige Bij van 1974 tot 1976 kwam ik een dichter tegen die ik niet kende. Het betreft hier dichter Anne Kranendonk (1953). In ‘Gedicht’ zijn maar liefst 6 gedichten van haar gepubliceerd. In het korte stukje achterin staat vermeld dat ze in Hoek van Holland is geboren en Nederlands studeert in Amsterdam. Op zoek naar meer informatie over deze (bijna) vergeten dichter kwam ik nog een vermelding tegen in Tirade 1986, jaargang nummer 30 waar ze met vier gedichten in stond.
Uit ‘Gedicht’ nummer 7 uit 1975 het gedicht ‘Bezoeken’ van haar hand waaruit haar verbinding met de kust (Hoek van Holland) blijkt.
.
Bezoeken
.
Zonder weifeling stembanden roerend
op de hoogtijdagen van het strand
dat bij onweer bladstil is en mooier
met de overgekookte soep thuis op het
vuur hemelschreiend prijzen
.
niet nu ontoereikend de fatale luchtlagen
bezwerende zon die de achterkant van een
rotsenstruik (vergif van de stekelnoot)
nauwkeurig voor uitdaging bewaart:
het geruste karkas van de verwelkte narcis.
.
De menselijke natuur
Gerrit Bakker
.
Niets is zo fijn als voor je boekenkast te gaan staan en tussen de vele bundels op de boekenplanken een bundel te kiezen die je al lange tijd niet meer hebt ingezien. Helemaal als het een bundel van bijna 50 jaar geleden betreft. In de bloemlezing ‘ Lees eens een gedicht’ uit 1974 heeft samensteller Ton van Deel een keuze gemaakt uit het poëzie-fonds van uitgeverij Querido.
Kees Fens schreef destijds in een recensie in de Volkskrant over deze bloemlezing: “Hij (Ton van Deel) heeft de gedichten gegroepeerd rond makkelijk herkenbare thema’s, de bloemlezing heeft dus een echte opbouw.Maar de gevolgde opzet heeft bovendien dit resultaat: de verzen – ook van moeilijkere dichters- gaan ineens functioneren binnen het dagelijks leven. Poëzie wordt alledaagsere dan u denkt. Dat een bloemlezing dat kan bereiken is een prestatie.”
Alle reden dus om dit boek weer eens te herlezen en tot de conclusie te komen dat Fens gelijk had en dat er in de bundel dichters staan die in de vergetelheid dreigen te raken of dat al zijn.
Een van die dichters is Gerrit Bakker. Bakker (1939-2011) debuteerde in 1963 met de bundel ‘Een koe slaapt ‘s avonds buiten’. Zijn laatste bundel publiceerde hij is 1975 ( ‘Ommekeer’ ) en zijn werk werd in verschillende bloemlezingen opgenomen waaronder in ‘De Nederlandse Poezie van de 19de en 20ste Eeuw in 1000 en enige Gedichten’ van Gerrit Komrij. Uit de bundel ‘De menselijke natuur’ uit 1966 komt het volgende gedicht.
.
De jager mikt met een oog dicht.
Hij ziet het platte land.
Met opgestoken oren
ontspringt het konijn de dans.
Eenoog die zich op de vlakte houdt
hij deert het konijn geen haartje.
De jager scherpt zijn schuttersgave verder
op de stelen van de bloemen in het veld.
Met beide ogen open
maakt hij voor zijn vrouw een krans.
.
Ellen Lanckman
Ze houdt niet van taal, ze is taal
.
Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.
Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.
Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’: “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.
Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.
.
Gisteren wilde ik je bellen
om te kijken of er nog restjes zijn
van die keer
dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.
.
Misschien lig ik ergens
onder je bed, opgekruld
tussen het stof
en andere vergane dromen.
.
Of verdwaald
in het kuiltje van de matras, daar
waar mijn lichaam het jouwe vond.
Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.
.
Maar al zou je me zoeken,
en zelfs vinden,
dan weet ik: Van jou
ben ik nooit helemaal
.
teruggekeerd.
.














