Site-archief
Je lippen zijn zo zacht
Eva Meijer
.
Meestal debuteren dichters na een periode van schrijven, voordragen, publiceren in tijdschriften of digitaal. Een enkele keer komt een debuut na een lang leven van publiceren van alles behalve poëzie. Zo’n geval is Eva Meijer (1980 ). Meijer is filosoof, kunstenaar, schrijver, en singer-songwriter. Ze schreef vijftien boeken – romans, essays en academische filosofie – en haar werk is vertaald in meer dan twintig talen. Haar werk werd meerdere keren genomineerd voor verschillende prijzen (Libris Literatuurprijs, de ECI Literatuurprijs, de Vondel vertaalprijs en de International Dublin Literary Award) en ze won de Lezersprijs van de BNG Bank Literatuurprijs en de Halewijnprijs.
En nu, na alles wat ze al heeft bereikt op muzikaal, filosofisch en literair gebied, is er haar debuut als dichter met de bundel ‘Het witste woord’ dat pas geleden verscheen. Hoewel de bundel goed onthaald werd (zo was het de clubkeuze van poëzietijdschrift Awater) is er ook wel wat kritiek te horen. Zoals op het gedicht ‘Zee me’ (al zo vaak gedaan en daardoor niet verrassend of origineel) en op het eenregelige gedicht ‘Misschien’ dat wat nietszeggend is.
Gelukkig is er ook veel te genieten in deze bundel. Onder andere het gedicht ‘Je lippen zijn zo zacht’. Een liefdesgedicht Dat mij zeer kan bekoren.
Je lippen zijn zo zacht
.
Je lippen zijn zo zacht. Wat schud je met je hoofd?
Je vingers om mijn pols. Je zegt: niet weggaan. En gaat weg.
Je lippen zijn zo zacht.
.
Wat zich uitvouwt om ons heen. De regen en de velden, geel en grijs
en grijs en groen – je zij, je arm, je bovenbeen. Dat blauwe overhemd.
Het gras is hoog, het buigt.
.
Je lippen zijn zo zacht, je houdt mijn hand zo vast.
De hond loopt door een plas. We missen woorden voor het blijven.
.
Waarom kijk je naar het pad? En schuin en niet naar mij.
En ook niet naar de vogels.
Je huid zit achter stof.
.
Waarom kijk je zo naar mij? Er valt motregen op je woorden.
Je moet nog leren om te blijven. Leren kijken naar dat ene.
.
Maar we hebben alle tijd. En je lippen zijn zo zacht net als je ogen.
.
Amsterdamned
Ester Naomi Perquin
.
Soms zijn gedichten op het eerste oog gewoon een gedicht; met een onderwerp en een persoon in een situatie. Niets bijzonders. Totdat het gedicht raakt aan een gezamenlijke ervaring, dan gaan er ineens andere dingen meespelen. In het gedicht ‘Amsterdamned’ van Esther Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Meervoudig afwezig’ uit 2017 is er echter sprake van niet één laag, geen twee lagen maar meerdere lagen.
Allereerst is er de gedeelde ervaring, de film ‘Amsterdamned’ van Dick Maas uit 1988, die veel van ons, die al wat ouder zijn, gezien en meegemaakt hebben. De hype die rond de film hing mocht er zijn destijds. Een tweede laag is het gegeven dat het onderwerp een persoon (vader) zijn 15 seconds of fame beleeft in deze film. Hoeveel mensen zouden er niet jaloers zijn op deze vader, in een kaskraker op het grote witte doek te zien zijn, al is het maar als figurant. Dan is er nog een laag namelijk dat haar vader is overleden voordat de film in première ging, haar moeder die extra informatie geeft en een inkijkje in hoe het eraan toegaat op zo’n set (geleende kleren, geleende fiets, het keer op keer overdoen van iets dat slechts heel zijdelings de film zou halen).
En een persoonlijke observatie; de voormalig stadsdichter van Rotterdam die een gedicht schrijft met de titel ‘Amsterdamned’, iets dat vele Rotterdammers denk ik regelmatig zo aanvoelen als ze aan de hoofdstad denken. Een gedicht kortom dat op het eerste gezicht een beschrijving lijkt van een situatie ergens in het verleden, maar waar na nauwkeuriger lezing zoveel meer inzit.
.
Amsterdamned
.
Ik zag de film waarin mijn vader heeft gefigureerd: één shot
waarin hij langsloopt en niets doet – nou ja, hij steekt,
een herenfiets aan de hand, de gracht over
en kijkt even naar een eend.
.
Die fiets was niet van hem, weet ik.
Het jasje dat hij draagt geleend.
.
Mijn moeder is erbij geweest. Hij moest, zegt ze, zes keer oversteken
voor het hem lukte te lijken op wat elke regisseur graag ziet:
een doodgewone man met een doodgewone fiets.
.
Hij haalde het einde van de zomer, mijn zevende verjaardag en
bijgevolg ook de première niet. Ik zag hem twintig jaar daarna:
moordenaar die door de grachten snijdt en vrouwen grijpt
en dan, naast de klopjacht, een flits van dat gezicht.
.
Een man met een fiets die de gracht oversteekt.
De eend, zag ik, is er nog uitgeknipt.
.
Onrust
Lieve Van Damme
.
Zo nu en dan pak ik een boek uit mijn boekenkast met de verwachting dat ik daar dichters ga aantreffen die ik nog niet ken. Zo’n boek is ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980. In dit boek kom ik het gedicht ‘Onrust’ tegen van Lieve van Damme.
Lieve Van Damme (1912-1998), pseudoniem van Godelieve Van Damme-Ketele, was een Vlaamse dichter wier Oeuvre maar een paar bundels beslaat. Om precies te zijn publiceerde ze 5 bundels. Haar debuut in 1962 ‘Duinhelm en polderriet’ werd gevolgd door ‘Bladnerven’ (1964), ‘Reizen en rozen (1966) en ‘Aren lezen’ (1968). Uiteindelijk zou pas 10 jaar na deze laatste bundel haar allerlaatste bundel verschijnen ‘De lange draad’ in 1978.
In 1962 schreef Remi Van de Moortel naar aanleiding van haar debuut, in het kunsttijdschrift West-Vlaanderen: Haar verzen zijn meestal losjes en licht, rustig en kalm, maar niet zonder een diepere achtergrond. Dat geldt ook voor het gedicht dat ik las in ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ met als titel ‘Onrust’ dat werd genomen uit haar bundel ‘Reizen en rozen’ uit 1966.
.
Onrust
.
Niet op reis gaan
maar terugkomen
van ver het zout smaken
dat in de lucht blijft hangen
en het zeewier ruiken
het onaangeroerde reisgoed terugbrengen
en verwacht worden.
.
Gedichten op bierviltjes
Gedichten op vreemde plekken
.
Het is alweer even geleden dat ik hier een voorbeeld gaf van een gedicht op een vreemde plek. Dat wil zeggen, een gedicht dat ergens op geprint, geschreven, gedruklt of geschilderd is buiten een boek. Op internet kwam ik een leuk voorbeeld tegen van poëzie op een vreemde plek, niet origineel in de zin dat een gedicht op een bierviltje iets nieuws is of iets heel origineels maar de uitvoering vind ik dan weer wel heel aardig.
In 1985 bracht Novella een serie bierviltjes met gedichten van bekende Nederlandse dichters. Ter promotie van de reeks werd één gedicht van Hans Andreus op groot formaat bierviltmateriaal gezeefdrukt in een oplage van 7 exemplaren. In 1994 verscheen een tweede reeks. Inmiddels zijn de bierviltjes collectorsitems geworden en worden ze op sites als Lastdodo aangeboden. Dat er nog weinig animo voor is blijkt wel uit het feit dat de hoogste prijs voor bijvoorbeeld een viltje met een gedicht van Judith Herzberg momenteel € 0,10 is. Desalniettemin een erg leuk voorbeeld van poëzie op vreemde plekken.
.
Hier ben ik
Philip Huff
.
In ‘de lage landen’ het tijdschrift dat context geeft bij cultuur in Vlaanderen en Nederland (voorheen Ons Erfdeel) kiest Jozef Deleu twee keer per jaar uit de recente poëzieoogst vier gedichten die hem bijzonder getroffen hebben. Jozef Deleu (1937) is stichter en oud-hoofdredacteur van Ons Erfdeel vzw. Daarnaast is hij dichter, schrijver en samensteller van het ‘Nieuw Groot Verzenboek’ dat in 2021 voor het laatst verscheen. Ook is hij oprichter (2003) en enige redacteur van ‘Het liegend konijn’, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie.
In ‘de lage landen’ koos hij voor vier dichters te weten Ruth Lasters (1979) , Ester Naomi Perquin (1980), Jens Meijen (1996) en Philip Huff (1984). Van deze laatste koos hij, uit zijn bundel ‘Ik meld mij af, ik meld mij aan’ uit 2023 het gedicht voor Maartje Wortel getiteld ‘Hier ben ik, bij Szymborska’s ‘notitie”. Schrijver Maartje Wortel (1982) werkte vaker met Philip Huff samen onder andere schreef zij het eerste gedeelte van het verhaal ‘Wij’ in de verhalenbundel ‘Goed om hier te zijn’ van Philip Huff.
.
Hier ben ik, bij Szymborska’s ‘notitie’
Voor Maartje Wortel
.
Je zegt ‘Hier ben ik’ maar wie
zegt dat jij er bent als je dat zegt?
Ik kan bijna niet ademhalen
als je zo nietszeggend spreekt.
.
Probeer maar eens een hond te zijn
en als gelijke op te kijken naar je baas,
probeer maar eens zelf je zachte vacht te aaien-
probeer maar eens.
.Jij zegt ‘Ook als ik er niet ben
zijn de woorden er’ maar wat dan mist
is het geluid van je stem,
de mouw van je trui.
.
Ik zit gevangen in een warme auto,
mijn snuit tegen de ruit
.
en je zegt ‘Hier ben ik’
maar ik
ben niet daar.
In elk samenzijn een tegenstelling,
in elke tegenstelling een hiërarchie
.
– in elke relatie laat iemand
iemand anders uit.
.
Blauwe magie
Ineke Riem
.
In de nieuwe bundel van Ineke Riem (1980) ‘Fantasii’ (haar tweede dichtbundel) doet de dichter verslag van een crisis die haar verlamt en haar werkelijkheid uiteen laat spatten, momenten uit haar vroege jeugd drijven boven. Ze neemt je mee in de wereld van een meisje dat een levendige fantasie heeft. Ineke Riem is schrijfster, dichter en illustrator. Voor het gedicht ‘Pegasus in galop’ ontving ze de juryprijs van de Melopee poëzieprijs Laarne (die sinds 2009 elk jaar wordt uitgereikt). Het gedicht verscheen eerder in de Poëziekrant. Ik koos echter voor een ander gedicht uit deze bundel getiteld ‘Blauwe magie’.
.
Blauwe magie
.
Onderschat de magische kwaliteiten van je balpen niet. Alles
wat je schrijft wordt waar.
.
Momenten zijn gemaakt van dunne lagen inkt op luchtpostpapier,
de potloodlijnen in je notitieboekje schetsen de dag.
.
Deze wereld hangt van paperclips en losse velletjes aan elkaar.
In den beginne was er de typemachine.
.
Wees heel voorzichtig met verhalen, schrijf niet over het verdriet
van Tristan, over de zeeën tussen hem en Isolde, het tovergif
in zijn bloed, in haar bloed, de wond die niet heelt.
.
(Schrijf niet: ‘onmogelijke liefde’ als je liever een mogelijke wilt.)
.
Hazel O’Connor
Will you?
.
Sinds kort kan ik weer vinylplaten draaien. Ik heb mijn Langspeelplaten en singeltjes van vroeger nooit weggedaan en dus staat er een archief van 30 jaar te wachten om opnieuw beluisterd te worden. Een van die LP’s waar ik me nu al op verheug is ‘Breaking Glass’ van Hazel O’Connor uit 1980. De LP is feitelijk filmmuziek want Breaking Glass was een speelfilm uit 1980 waarin Hazel O’Connor als actrice de hoofdrol speelde. De film gaat over de opkomst en ondergang van Kate Crowley, een boze maar creatieve jonge zangeres en songwriter.
Op deze plaat staat het, in mijn ogen en oren, legendarische nummer ‘Will you?’. Het werd uitgebracht als vierde single van dit album. Het was een top tien-hit in zowel het Engeland als Ierland. ‘Will you’ was het enige nummer in Breaking Glass dat niet speciaal voor de film was geschreven: in haar autobiografie Uncovered Plus uit 1981 verklaarde O’Connor dat het nummer enige tijd daarvoor was geschreven. In 2014 vertelde ze The Guardian dat ze van streek was nadat ze een verhaal had gelezen over een man die was overleden toen de winkel die hij was binnengegaan om een broodje te kopen, was opgeblazen door een IRA- bom.
Het nummer staat bekend om zijn lange altsaxofoonsolo, gespeeld door Wesley Magoogan. Tijdens een tournee door het Verenigd Koninkrijk in november en december 1980 ter ondersteuning van haar album, werd O’Connor ondersteund door de toen nog onbekende band Duran Duran , en in zijn autobiografie verklaarde John Taylor, bassist van de band dat ‘Will You?’ het het hoogtepunt” van O’Connors set was, en hij noemde Magoogans solo “het emotionele hoogtepunt van de show”.
Behalve die prachtige solo is ook de tekst van dit nummer heel poëtisch en voor veel mensen waarschijnlijk heel herkenbaar. Voor mij in de jaren ’80 in ieder geval.
.
Will you?
.
You drink your coffee,I sip my tea,And we’re sitting here, playing so cool,Thinking, ‘What will be, will be.’And it’s getting kind of late now,Oh, I wonder if you’ll stay now,Stay now, stay now, stay now,Or will you just politely say ‘Goodnight’?
.I move a little closer to you,Not knowing quite what to do and I’mFeeling all fingers and thumbs,I spill my tea, oh silly me,It’s getting kind of late now,I wonder if you’ll stay now,Stay now, stay now, stay now,Or will you just politely say ‘Goodnight’?
.And then we touch, much too much,This moment has been waiting for a long, long time,Makes me shiver,Makes me quiver,This moment I am so unsure,This moment I have waited for,Well is it something you’ve been waiting for,Waiting for too?
.Take off your eyes,Bare your soul,Gather me to you and make me whole,Tell me your secrets,Sing me the song,Sing it to me in the silent tongue.
.It’s getting kind of late now,I wonder if you’ll stay now,Stay now, stay now, stay now,Or will you just politely say ‘Goodnight’?
.
Verzameling
Annelies van Dyck
.
De Vlaamse dichter Annelies Van Dyck (1980)volgde les bij de eerste stadsdichter van Gent, Roel Richelieu van Londersele en daarna bij dichter Peter Mangel Schots. Ze publiceerde gedichten in Op Ruwe Planken, in de scheurkalender van de Sprekende Ezels 2020, Meander en op Het Gezeefde Gedicht waar ze ook de 3e Zeef Poëzieprijs won voor haar debuutbundel ‘We doen alsof het helpt’ uit 2022.



















