Site-archief

Zomer in Rotterdam

Frans Vogel (1935-2016)

.

Op 11 maart zou de Rotterdamse kunstenaar/dichter Frans Vogel 81 zijn geworden. Hij haalde het net niet. Op 19 februari overleed hij in Rotterdam. Vogel werd ooit bestempeld als het Rotterdamse antwoord op zelfkantschrijver Charles Bukowski, wat mij betreft een prima reden om hier een gedicht van hem te plaatsen.

In 2015 werd, naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag, nog een tentoonstelling ingericht in Galerie Wind op het Noordereiland in Rotterdam. Onder de titel ‘Ken zó in Boijmans’ vierde de galerie het leven van de dichter en beeldend kunstenaar. Van Frans Vogel was ook enige tijd de dichtregel ‘Jong begeerd, oud afgedaan’ te vinden op een vuilniswagen van de Roteb.

Uit ‘Passionate’ uit 1996 het gedicht ‘Zomer in Rotterdam’.

 

Zomer in Rotterdam.
.
Nou de stad van gloeiend beton is,
doorklief je het beste nog de Maas
per watertaxi: langs je kanis
strijkt dan een briesje – vlindergeraas.
.
De ‘stuur’ koerst aan op Hotel New York,
waar je van boord stapt naar het terras
om te gaan lunchen met knife   fork:
top is ’t leven, ’t ligt waterpas.
.
Tink’lende glazen, een schaterlach.
Scheepshondgeblaf, heel in de verte.
Een heli- chopt retour zo ie kwam.
.
Wijl de havens rondom met hun pracht
je niets doen dan wereldofferte:
profiteer – zomer in Rotterdam!
.
.
fransvogel
Met dank aan http://www.dbnl.org

Vogels

Bert Schierbeek

.

Bert Schierbeek (1918-1996) was een van de dichters die aan de wieg stonden van de Vijftigers beweging. Hij was behalve dichter ook schrijver, essayist en toneelschrijver In Twente geboren groeide hij op in Groningen en studeerde hij in Amsterdam.

In 1946 sloot hij zich aan bij de Cobra-groep, die voornamelijk bestond uit beeldend kunstenaars en werd hij redacteur van het tijdschrift Het Woord. Schierbeek verzette zich tegen traditioneel taalgebruik en literaire patronen. In 1951 publiceerde hij ‘Het boek Ik’, dat wordt beschouwd als het eerste Nederlandse experimentele prozaboek. De breuk met de traditie was compleet. De roman lijkt opgebouwd te zijn zonder verhaallijn en uit niet meer dan associaties van woorden en gedachten te bestaan.

Hij werkte samen met Lucebert en Karel Appel en hij won verschillende literaire prijzen zoals de Henriette Roland Holst-prijs in 1960, de Herman Gorterprijs in 1978 en de Constantijn Huygensprijs in 1991.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Vlucht van de vogel’ uit 1996 het titelgedicht.

.

Vlucht van de vogel
.

soms op een vleugje wind

soms in een storm

vliegen zij op

een wolk van vogels

voor de zon

.

welke dromen

bevliegen de vogels

dat zij zich

lichtvaardig

in zoveel lucht

begeven

.

vogels

 

Het gedicht Vlucht van de vogel is ook aangebracht op de gevel van een school aan de Jac. P. Thijsselaan in Oegstgeest
schierbeekMet dank aan Wikipedia.

 

 

Goodnight Elisabeth

Counting Crows

.Ik heb al vaker op dit blog songteksten behandeld omdat ze ofwel poëtisch van aard waren of omdat de uitvoering in mijn oren poëtisch van karakter was. Een nummer dat in zekere zin aan beide voorwaarden voldoet is het nummer ‘Goodnight Elisabeth’ van de Counting Crows. Dit nummer staat op het album ‘Recovering the satellites’ uit 1996. Adam Duritz schreef dit lied voor een meisje waar hij iets mee had toen de Counting Crows bekend werden en hij op tournee moest zonder haar. Ze stopten hun relatie voor de tour en toen hij terug naar huis kwam voor kerstmis wilde hij haar laten weten dat ze altijd een plaatsje in zijn hart zou hebben. De zinnen  “I’ll wait for you in Baton Rouge, and I’ll miss you down in New Orleans” verwijst naar de plaatsen die ze op hun tournee aandeden en waar hij aan haar dacht terwijl hij wilde dat ze bij hem was.

Duritz gebruikt vaak de namen van bestaande personen in zijn liedjes, hoewel hij ze ook soms iets veranderd. De Elisabeth in dit liedje heet in werkelijkheid Betsy. Zij komt ook terug in het nummer uit 1999 met de titel “I wish I was a girl”. In dat nummer zingt hij over haar: “I wish for all the world that I could say, Hey, Elisabeth, you know I’m doing all right these days.”

.

Goodnight Elisabeth

I was wasted in the afternoon
waiting on a train
I woke up in pieces and elisabeth had disappeared again
I wish you where inside of me
I hope that you’re ok
I hope your resting quietly
I just wanted to say

(Chorus)

Good, Goodnight elisabeth
Goodnight elisabeth, Goodnight
Good, Goodnight elisabeth
Goodnight elisabeth, goodnight

We couldn’t all be cowboys
some of us are clowns
some of us are dancers on the midway
we roam from town to town
I hope that everybody can find a little flame
me, I say my prayers,
then I just light myself on fire
and I walk out on the wire once again
and I say

(Chorus)

I will wait for you in Baton Rouge
I’ll miss you down in New Orleans
I’ll wait for you while she slips in something comfortable
and I’ll miss you when I’m slipping in between
if you wrap yourself in daffodils
I will wrap myself in pain
and if you’re the queen of California
baby I am the king of the rain
and I say

Good, Goodnight elisabeth
Goodnight elisabeth, Goodnight
Goodnight elisabeth
The moon and satellites

Wouldnt you fall down on me now
Wouldnt you fall down on me now
come,come fall down on me now
Wouldnt you fall down on me

cause I’m all alone, you ain’t comming home
you just settel down down down in to bone
Yeah I said I’m all alone you aint comming home
we just settel down down down in to bone

.

CC

Ik denk…

Bert Schierbeek

.

Bert Schierbeek (1918 – 1996) was één van de dichters die aan de wieg stond van de beweging die wij kennen als de Vijftigers. Schierbeek was een alleskunner, hij schreef romans,  verhalen, toneelstukken, essays en gedichten, al was het onderscheid tussen de verscheidene vormen niet altijd even duidelijk. In 1986 publiceerde hij de bundel ‘De deur’ en uit die bundel komt onderstaand gedicht.

.

Ik denk…

.

ik denk

als het regent

laat ze niet nat worden

.

en als het stormt

vat ze geen kou

.

en ik denk ook

dat dat denken

niet helpt

.

want je wordt nooit meer

nat noch vat je kou

.

want het regent

noch waait ooit

meer voor jou

.

The Rain Room Is Unveiled At The Curve Inside The Barbican Centre

Slapende minnaars

Aleksander Leontjev

.

De Russische dichter Aleksander Leontjev (1970) werd geboren in Leningrad, volgde een toneelopleiding en werkte als auteur en regisseur in de provincie. Daarnaast werkte hij o.a. als brievenbesteller, conciërge en bibliothecaris. Woonachtig in Volgograd debuteerde hij in 1993 met zijn eerste gedichten in het Russische literaire magazine Zvesda. In dat zelfde jaar debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Seizoenen’ gevolgd in 1996 met de bundel ‘Cicade’ die in Rusland werd betiteld als “Het grootste poëzie evenement van het jaar”.  Zijn oeuvre kent inmiddels honderden, veelal klassiek vorm gegeven gedichten met sterk persoonlijke accenten.

.

Slapende minnaars

.

I

Je slaapt nog niet, zo komt mij voor.

Zolang de doodsadem nog doolt

Langs buitengrenzen van je droom

Waarin je binnenzweeft – je hoofd

Naar onderen, je ziel omhoog –

Kan ik jou zien, maar dring niet door.

.

We dromen niet hetzelfde. Hecht

Verstrengeld, net als in het echt,

In lakens, zijn we in de nacht

niet langer op elkaar gericht.

Het is de vraag of je met recht

Aan iemand toebehoort. Slaap zacht.

.

II

Soms gaan de minnaars eerder heen

Dan dat ze afscheid nemen, heel

Diep dromend, hulpeloos. Toch heeft

De nacht nog hoop dat hij de twee,

Verkleefd, verbinden kan: hij geeft

Traag mee. Alleen is iedereen.

.

Slaap zacht, klinkt het cicadenkoor.

De minnaars slapen, laat ze maar,

Als kinderen, onschuldig door

De slaap en droom vereend, zozeer

Dat ze op aarde nu niet meer

Bestaan, onnodig voor elkaar.

.

Leontiev

Foto: Pieter Vandermeer
Met dank aan http://www.poetryinternationalweb.net/ en Spiegel van de Russische poëzie

Men mag er niet aan denken

Paul Bogaert

.

Paul Bogaert (1968) is een Vlaams dichter. Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde tot nu toe vijf gedichtenbundels. In 1996 debuteerde hij met de bundel ‘Welkom Hygiëne’. In 2008 schreef hij het Gedichtendagessay (Verwondingen).  In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be/ zijn de gedichten van drie bundels integraal te lezen. Uit de bundel ‘Circulaire systemen’ uit 2002 het gedicht ‘Men mag er niet aan denken’.

.

Men mag er niet aan denken
dat het herbegint.
Men is op versnelling uit.
Men oefent in afwachting een uitspraak
of men staart zo een detail aan
dat het irritant wordt.
Niemand ontsnapt
aan gewenning.
Zelfs voor wie er niet aan went,
is hetzelfde nooit genoeg.

.

PB circulaire

 

paul bogaert

Alleen als ik zonder liefde was

Joseph Brodsky

 

Vandaag een gedicht van in de Sovjet Unie geboren dichter Joseph Brodsky (1940 – 1996), gewoon omdat ik er zin in had.

.

Kerstromance

Alleen als ik zonder de liefde was

Er vaart in weemoed onverklaarbaar
temidden van beton en stenen
een nachtelijk scheepje licht en wendbaar,
uit `t Alexanderpark verschenen,
een bars, eenzelvig nachtlantaarntje_
een gele roos die niemand plantte_
bóven zijn teerbeminden vaart het,
ònder passanten.

 

Josef_Brodsky_crop

Uit: De herfstkreet van de havik

Over de zomer

Leonard Nolens

.

De zomer is in alle hevigheid aangebroken, de mussen vallen dood van het dak, het is peentjes zweten en voor poëzie heeft al helemaal niemand interesse in de zinderende hitte. Het is zaak verkoeling zoeken te zoeken. Voor die enkeling die verkoeling zoekt in poëzie een gedicht van Leonard Nolens over de zomer.

.

Zomeravond

 .

Weer niets gedaan.
En weer was alles vergeefs vandaag.

.

Ik zocht een verre plek om onder de mensen te blijven.
Een zuivere merel heeft zich daarnet in mijn oren geknoopt
En langzaam zijn de ogen van een vrouw over me heen gegaan
Als veel lauw water ’s avonds van een zomerregen.

.

En slapende paren, mijn ouders misschien, hebben vandaag gehoopt
Op mij, en sloom en treuzelend zijn zij uit mij opgestaan
Als kinderen ’s ochtends voor ze naar beneden gaan
Om er te spelen met de wijzers van de klok.

.

Weer niets gedaan.
Dan dit geluk dat mij wordt aangedaan.

.

Great summer sunset

 

Uit: Tweedracht, 1996

Brodsky

Joseph Brodsky ( 1940 – 1996)

.

Van de Russische dichters vandaag de dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd geboren in een Joods Russische familie in Leningrad. De familie Brodsky overleefde tijdens de tweede Wereldoorlog het beleg van Leningrad. Joseph werd vernoemd naar de Sovjet dictator Joseph Stalin. Na vele baantjes en zichzelf Engels en Pools te hebben geleerd, schreef Brodsky eind jaren vijftig zijn eerste gedichten. Vanaf 1960 publiceerde hij gedichten en vertaald werk in literaire tijdschriften. Na een schijnproces in 1963 waarin hij van parasitisme werd beschuldigd werd hij veroordeeld tot 5 jaar dwangarbeid. Het proces veroorzaakte veel ophef onder dichters in de Sovjet Unie en in het Westen. Onder andere Jean-Paul Sartre zette zich in voor zijn zaak. Na anderhalf jaar werd hij vrijgelaten en in 1972 werd hij uitgewezen. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten waar hij de rest van zijn leven zou wonen.In 1977 kreeg hij het Amerikaans staatsburgerschap en in 1987 de Nobelprijs voor de Literatuur. Na de val van het communisme wilde Brodsky niet terug naar Rusland.

Ballingschap is een centraal thema in Brodsky’s poëzie, naast isolement van de mens in het algemeen. Een ander thema dat telkens terugkeert in zijn werk, is de relatie tussen dichter en maatschappij: Brodsky benadrukt telkens de kracht van de literatuur, die naar zijn mening in staat is het publiek positief te beïnvloeden en de cultuur en de taal waarvan zij deel uitmaakt, in sterke mate te vormen. Hij was van mening dat de westerse literaire traditie deels verantwoordelijk is voor het overwinnen van de grote rampen van de twintigste eeuw, zoals het nazisme, het communisme en de beide wereldoorlogen.

Uit ‘Triton’ uit 1998, in een vertaling van M. Zeeman het gedicht’Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië’

.

Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië

.

Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd

was naar Australië. Van ver maar doodgemoedereerd

kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat

en het gedoe met je flat, je weet hoe dat gaat,

’t is helaas niet in het centrum, maar wel dicht bij zee,

vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt weer mee,

dikke enkels, ‘En ik ben mijn slippers kwijt’

klonk het zakelijk, om niet te zeggen, zuur.

En ineens gierde de hoor ‘Adelaide! Adelaide!’,

en bulderde, beukte, alsof er tegen de muur

een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.

Toch is dit stukken beter dan ingeblikte as,

dan het document waarop een sterfdatum staat-

je echoënde norse stem die praat en praat

en de poging om je voor te doen als spook

.

voor ’t eerst sinds jij bent opgegaan in rook.

.

Joseph Brodsky portrait

 

Met dank aan ‘Spiegel van de Russische poëzie’ en Wikipedia.

Jan Maria de Willebois

Vandaag 90 jaar

.

Van José Boersma kreeg ik drie dichtbundels te lezen van de, mij onbekende, dichter Jan Maria de Willebois.  Deze dichter wordt vandaag 90 jaar dus ik had een goede reden om juist vandaag iets over zijn werk te schrijven.

De drie bundeltjes met de titels ‘een bloem van licht’, ‘Maar voort gaan, hoog, de reigers’ en Waar stille snaren spannen tot een harpbegin’ zijn alle drie uitgegeven bij Memini in respectievelijk 1998, 1996 en 2003.

Op de achterkant van de drie mooi uitgegeven bundels een kort stukje over de dichter.

Jan Maria de Willebois is geboren in 1924 te Hintham, studeerde sociale wetenschappen, is gehuwd met Lysbeth van der Does de Willebois-Bruining (die de illustraties verzorgde voor de bundels) en heeft twee zonen (aan wie de tweede bundel is opgedragen). Omstreeks zijn 23ste jaar begon hij , in gesprek met zichzelf, spontaan gedichten te schrijven. Heel veel later besloot hij tot publiceren (1996).

.

De poëzie van de Willebois is heel herkenbaar in vorm. De meeste van zijn gedichten bestaan uit gedichten van 4 strofen met twee strofen van 4 regels en twee strofen van 3 regels met als rijmschema abab cdcd efe ghg.

De onderwerpen zijn veelal de zoektocht naar zichzelf, de ander en de dimensies van het leven. Sommige zouden zijn poëzie wat ouderwets noemen maar dat hoeft zeker geen negatieve connotatie te zijn. Hier spreekt een man die het leven niet voor als van zelf sprekend aanneemt, een man die vragen stelt en op zoek naar de antwoorden deze soms wel, soms niet vindt. Voor de liefhebbers van rijmende poëzie zeker een aanrader, juist omdat steeds heel mooi in ritme wordt gedicht, muzikaal en met gebruikmaking van ‘mooie woorden’.

Uit de bundel ‘Maar voort gaan, hoog, de reigers’ het gedicht ‘Elevatie’.

.

Elevatie

.

“L ‘arbre, ce prêtre qui loue, transsubstantie…’ (anoniem, 14 eeuw)

.

Hoog ben ik, als alle bomen.

Adem mijn top

de hemel, waar de winden komen

in en neem ze op.

.

en leid ze naar de stille vaten

van mijn wortelnet

in alle dingen, – doen en laten,

kiezen en verzet:

.

de geestdrift zelf te verwerken,

breken tot bestaan

in vruchten om wat leeft te sterken:

.

de zon bied ik ze aan.

Ik kan niet meer dan ik kan leven.

En meer dan dat kan ik niet geven.

.

foto bundels