Site-archief
Heimwee naar mijn dochter
Robert Anker
..
In mijn boekenkast staat de dikke bundel van Robert Anker met de titel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’. Al bladerend stuitte ik op het intrigerende gedicht ‘Heimwee naar mijn dochter’. Het is zo’n gedicht van Robert Anker dat je een paar keer moet lezen om een idee te krijgen wat hij nu eigenlijk wil zeggen.
Volgens mij gaat het over het proces van loslaten, terug vinden in uniciteit en het gemis aan hoe het was. Wat je er ook in leest, het is een prachtig gedicht door de bijna hypnotiserende toon en taal van het gedicht maar zeker ook door het weglaten van elke vorm van interpunctie.
.
Heimwee naar mijn dochter
.
Nu je terug bent want nu ik mijn dochter
terug heb want nu je terug bent gekomen
(waar was je wie ben je en wat was je)
maar nu je terug bent nu heb ik je zo
verloren en heb ik mij zo beschadigd
aan jouw aanwezigheid zonder jezelf
nu je schrille gestalte in volle emotie
verdween mis ik je dochter maar rijm je
met mij voor een leven naar voren
nu je terug bent en nu ik je zo
terug heb en liefheb omdat ik je mis.
.
Waarover zal ik zingen
Jan Hanlo
.
Jan Hanlo kennen we natuurlijk allemaal van zijn gedichten ‘Mus’ en ‘Oote’. Beide bijzondere gedichten (over de laatste werden zelfs kamervragen gesteld) in een typische Hanlo stijl. Jan Hanlo schreef echter ook zeer toegankelijke en mooie poëzie, denk bijvoorbeeld aan ‘Zo denk ik dat ook jij bent’ en ‘Ik noem je bloemen’, beide intieme liefdesgedichten. Ook ‘Waarover zal ik zingen’ is zo’n voorbeeld. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.
.
Waarover zal ik zingen
.
Waarover zal ik zingen
over regenjassen over het lover van geboomte
of zal ik van de liefde zingen
Waarover zal ik zingen over vliegmachines
blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht
of zal ik zingen over de liefde
Over auto’s over steden en historie
of zal ik zingen over de liefde
Over vele vreemde dingen
over de gewone
of zal ik zingen over de liefde
Over bloemen over water
over mooie dingen of wat droevig is
of zal ik zingen over de liefde
Over tabak en vriendschap
over geur en wijn
over schepen zeilen meeuwen over ellende
over de ouderdom over de jeugd
of zal ik over de liefde zingen
.
Rien Vroegindeweij
Liefdesgedicht
.
In 2015 was hij nog jurylid van de Ongehoord! Poëziewedstrijd (ook in 2016 is er weer een wedstrijd, nog inzenden tot en met 31 mei 2016: https://stichtingongehoord.com/2016/03/03/ongehoord-gedichtenwedstrijd-2016/) en in oktober stond ik nog samen met hem bij dichtsalon ’t Kapelletje, maar Rien Vroegindeweij is toch vooral bekend als dichter.
Rien Vroegindeweij (1944) is dichter en (toneel)schrijver uit Rotterdam (geboren Middelharnis). Hij beschreef de stad en haar culturele leven in de dagbladen Het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad, NRC Handelsblad en vele tijdschriften. In 2006 ontving hij van de stad Rotterdam de Erasmusspeld en in 2007 won hij de Anna Blaman Prijs.
Vroegindeweij schreef naast 10 poëziebundels proza, toneelstukken, een film en hij stelde verschillende bundels samen. Uit zijn bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973 het liefdesgedicht ‘Herinnering’.
.
Herinnering
.
Jij was bij een oefening van het Rode Kruis
Gewonde en ik zag je eerste hulpeloze blikken
Bracht ik jou of mezelf toen aan het schrikken
Want we waren jong en mooi en ontzettend kuis
.
Ik droeg je in mijn armen. Dichtbij het huis
Voelde ik toen je kleine borsten, warm en teder
In het veld legde ik je zachtjes neder
Op een bed van bladeren en opende je kruis
.
Het was voor ons beiden de eerste keer
’t Ging een beetje moeilijk en zonder genot
Sterren zag ik, heel laag bij de grond
.
Vogels vlogen over. De oefening was meer
Dan een oefening. ’t Was een komplot
Er vloeide bloed en jij was echt gewond
.
Foto: Helena van der Kraan
Dichter in verzet
Frank Martinus Arion
.
De Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion (1936 – 2015) studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de universiteit van Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en zocht het gezelschap van o.a. Cola Debrot, de toenmalig gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag. Samen met Debrot gaf Arion zijn debuutbundel met poëzie uit in 1957 met de titel ‘Stemmen uit Afrika’.
Hierna richtte hij met nog twee andere een Antilliaans tijdschrift op, ‘Encuentro Antilliano’ (vrij vertaald: Antilliaanse vergadering). In 1973 verscheen ‘Dubbelspel’ zijn eerste roman. Dit werd een groot succes en hij kreeg er de van der Hoogtprijs voor. Het daarmee gewonnen geld gaf hij aan een organisatie tegen Apartheid. Hij was een groot tegenstander van Apartheid en zeer sociaal bevlogen. Toen in 2006 de Campagne Nederland Leest! in de bibliotheken van Nederland werd gelanceerd was ‘Dubbelspel’ de eerste titel in een reeks en van het boek werden er meer dan 700.000 weggegeven aan leden van bibliotheken in Nederland.
In 1992 werd hij tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau verheven. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te willen geven aan de Staat der Nederlanden, omdat hij meende dat Nederland bezig was aan een herkolonisatie van de Antillen, door sanering van de Antilliaanse schulden te koppelen aan meer justitiële controle. Arion was ook erelid van de Haagse Kunstkring.
Uit zijn debuutbundel ‘Stemmen uit Afrika’ het gedicht ‘Eens zijn alle negers’.
.
Eens zijn alle negers
tamtammend uitgevaren
uit hun zwart-ompaalde
negorijen.
.
hun prauwen schoten
over de rivieren,
dwalend door ’t woud.
.
eens, maar eens is ver
en eens is lang geleden.
.
nu gaan zij als karbouwen,
mak geslagen, lam,
beroofd van hun tam-tam
en slepen stenen aan
waar anderen bouwen.
.
Foto: Serge Ligtenberg
Roeping
Gerard Reve
.
Vandaag is het 10 jaar geleden dat ‘volksschrijver’ Gerard Reve (1923 – 2006) overleed in Zulte, Oost Vlaanderen waar hij woonde. Gerard Reve is natuurlijk vooral bekend en beroemd geworden door zijn roman ‘De Avonden’ uit 1947, dat hij aanvankelijk onder het pseudoniem Simon van het Reve publiceerde. Na de derde druk werd zijn volledige naam echte gebruikt en tot 1973 publiceerde hij onder de naam Gerard Kornelis van het Reve. In de loop van 1973 werd het echter Gerard Reve en bij Koninklijk besluit werd dit ook zijn burgerlijke naam.
Gerard Reve schreef behalve verhalen, toneelwerken, brieven, toespraken en romans ook poëzie. Zijn debuut als schrijver was als dichter in 1940 met de poëziebundel ‘Terugkeer’ dat hij in 1993 in eigen beheer als facsimile opnieuw uitgaf in een oplage van 500 stuks.
Misschien wel één van zijn mooiste en bekende gedichten is het gedicht ‘Roeping’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.
.
Roeping
.
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.
.
Ik word als jij
Jan Pieter Guépin
.
Er zijn veel dichters. Heel veel dichters. Als je bloemlezingen bekijkt dan staan er soms dichters in van eeuwen her. Dat betekent dat het arsenaal aan dichters voor iemand die over poëzie schrijft (zoals ik) enorm is. Dat is één van de redenen dat ik, een tijd geleden alweer, begonnen ben met de rubriek (bijna) vergeten dichters. Veel van de dichters die heden te dage niet meer gelezen worden zijn namelijk nog steeds zeer goed leesbaar.
Een goed voorbeeld van zo’n (bijna) vergeten dichter is wat mij betreft J.P. Guépin (1929 – 2006). Tijdens zijn studie klassieke letteren aan de universiteit van Amsterdam was hij redacteur van het studentenweekblad Propria Cures. Hij promoveerde op een onderwerp uit de Griekse godsdienstgeschiedenis: De tragische paradox.
Guépin was dan ook een groot pleitbezorger van de Neolatijnse poëzie, waarvan hij veel vertalingen maakte. De Neolatijnse poëzie zijn gedichten die zijn geschreven in het Latijn in de periode vanaf de renaissance.
In het gedicht’Ik word als jij’ komt deze voorliefde niet zozeer naar voren. Het gedicht komt uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1984.
.
Ik word als jij
.
‘ik word als jij, we gaan elkaar vertrouwen,
kom bij me, kijk naar mij, ik naar jou,
mijn armen om je schouders, jij de jouwe,
ik voel hoe jij, jij hoe ik van je hou.’
.
‘Ik word als jij, als we in elkaar vergroeien,
ik proef mijn zoen, jouw zoen is nu mijn zoen,
mijn hand jouw buik, jouw buik mijn hand doet gloeien,
wat ik ook doe met jou zal jij weer doen.’
.
Nu woest maar kalm, dan opgewonden klaar,
gefluister, schreeuwen, en doodstil een poosje,
heel knus als lepeltjes in een klein doosje.
.
Zo gaan we op in elkaar,
wij met zijn tweeën weten hoe dat kan:
de man wordt telkens vrouw, de vrouw wordt man.
.
Kater
Froukje van der Ploeg
.
De dichter/vormgeefster Froukje van der Ploeg (1974) studeerde audiovisuele vormgeving aan de Kunst academie St. Joost in Breda en de opleiding van schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2005 ontving ze de Hollands Maandblad poëziebeurs en in 2006 debuteerde ze met de bundel ‘Kater’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Haar tweede bundel ‘Zover’ verscheen in 2013.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Verlenging’.
.
Verlenging
.
Op het terras werkt een langzame jongen
honden vliegen hysterisch langs, meeuwen
worden bootjes op het water naast de opblaasboot
van de meisjes met de vlechten
.
Dames praten hun voeten in nog warm zand
duwen ijsstokjes weg onder hun hand
De zandjongen haalt de bedden weg
bepaalt niet meer de sluitingstijd van de zon
.
Waarom je poëzie moet lezen
Dan Chelotti
.
Op de website van The Huffington Post las ik een artikel van de dichter Dan Chelotti over de waarde van poëzie en waarom je dagelijks een gedicht zou moeten lezen. Daarom, hier in vertaling en in mijn eigen woorden zijn artikel.
.
Waarom je poëzie moet lezen?
Lees poëzie om elke keer dat je gestopt bent om te kijken naar de vallende regen bij het schijnsel van straatlantaarns en je je afvroeg welke woorden daar het best bij zouden passen. Lees poëzie omdat je eenzaam bent en vol verlatingsangst. Lees poëzie als je niet meer eenzaam bent en wikkel je armen en benen om degene die je lief hebt en diegene zal zeggen dat zulke armen en benen nooit verlaten zullen worden. Lees poëzie zodat een deel van je blijft in wat je ziet en wat je ziet blijft bij je.
Lees poëzie omdat de wereld en onze emoties en ideeën altijd ingewikkelder zijn dan dat we willen dat ze zijn. Lees poëzie, omdat de dame naast je in het café niet zal stoppen zonder melodie te neuriën in zichzelf en je een manier moet vinden om haar eenzaamheid te kennen.
Lees poëzie zodat je om gegronde reden een hekel kan hebben aan Gedichtendag op de social media. Lees poëzie omdat de nacht lang is en mensen sterven en deze beide waarheden oneerlijk zijn en je pijn doen opnieuw en opnieuw en meedogenloos zijn.
Lees poëzie, omdat de taal een virus is uit de ruimte die ooit evolueert en elke gedicht de kans op eeuwig leven heeft. Lees poëzie en wees enthousiast over de formele beperkingen in poëzie, omdat, nou ja, wie houdt er niet van om van tijd tot tijd beperkt te worden?
Lees poëzie in plaats van eindeloos naar haar profielfoto te staren, zo vaak dat wanneer je Facebook opent automatisch haar pagina opent; lees poëzie zodat ze elke ‘zij’ in elk gedicht wordt. Lees poëzie omdat je weet dat wachten op dat waar je op wacht, alleen maar beter wordt wanneer het eenmaal komt.
Lees poëzie omdat niemand ooit zoveel heeft liefgehad of gekwetst is door de liefde als jij. Natuurlijk voel je je zo, poëzie begrijpt dat. Lees poëzie omdat de overblijfselen van een wereld die je kende, je dagelijks overvallen en de huizen en de wegen van het verleden, helaas, gevangenen zijn van elk jaar.
Lees poëzie zodat je zinnen van je geliefde dichters kunt stelen en gebruiken. Poëzie is de ware fictie. Lees poëzie zodat je nooit meer over de betekenis van poëzie hoeft te praten omdat poëzie zich niet laat omschrijven. Lees poëzie omdat politieke en ecologische realiteit je laten huilen en poëzie kan helpen. Poëzie kan helpen. Lees poëzie omdat het geen antwoorden geeft, geen advies, geen genezing maar begrip, liefde en timing.
Lees poëzie want de wereld is meer dan een stapel feiten. Lees poëzie omdat je niet genoeg mysterie in je leven kunt hebben en je wilt nog meer mysterieuzer (lees: aantrekkelijker) worden dan je al bent. Lees poëzie omdat je gedichten in je hebt die moeten worden geschreven.
Lees poëzie omdat het gevoel dat vogels, verlichte ramen, nieuwe schoenen, in de buitenlucht lopen, donuts, lippenstift, verse perziken, cocktails en kussen in de regen, je geven, een gevoel is dat je nooit wilt verliezen, maar dat zal gebeuren, en het enige dat je er tegen kunt doen is beter op te letten als dat gevoel zich opnieuw manifesteert.
Het gevoel komt en het gaat, was het zo mooi als het zou kunnen zijn? Het leven is kort vrienden. Maar poëzie maakt dat het leven langer duurt. Dat is zo, echt waar.
.
Het originele artikel lees je op: http://www.huffingtonpost.com/dan-chelotti-/why-read-poetry_b_5227554.html
Dan Chelotti publiceerde ‘ x ‘ (McSweeney’s, 2013) en ‘The Eights’ (Poetry Society of America, 2006). Zijn gedichten zijn daarnaast gepubliceerd in ‘Fence’, ‘Boston Review’ ,’jubilat’, en verschillende andere magazines. Hij is assistent Professor bij de faculteit Engels bij het Elms College in west Massachusetts.
Hans Tentije
Verzamelbundel
.
Uit de verzamelbundel van Arie Boomsma “met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ een gedicht van de dichter Hans Tentije. Voor mij was Tentije nog een onbekende dichter vandaar dat ik op zoek ging naar wat informatie over hem. En die heb ik gevonden.
Hans Tentije (1944, pseudoniem van Johann Krämer) werkte als docent Nederlands, maar wilde eigenlijk schrijver en dichter worden. De eerste gedichten die Tentije schreef hadden een politieke inslag. Eind jaren zestig heerste de gedachte onder jongeren dat alles zou veranderen. Toen dat niet gebeurde heerste er teleurstelling, een zeker cynisme. Dit cynisme kwam terug in Tentijes vroegere werk. Zijn latere gedichten benadrukken meer de avontuurlijke kant van het leven.
Oorspronkelijk uit de bundel ‘Uit zoveel duisternis’ uit 2006 een titelloos gedicht.
.
Jezelf het zwijgen opleggen, ernaar verlangend
niets meer te hoven zeggen, vanwege
het verwarrende, het onuitsprekelijke – opstaan en zonder echt
afscheid te nemen uit elkaar gaan, het ogenblik
waarop je het dorp verlaat, je wereld van herinneringen
met je meesleept, om je gezicht te begraven
in bont, in een wilde, onkambare vacht, op zoek
naar warmte, naar lijfgoed, naar liefde
en het schunnige daaronder, het leven valt niet te vermurwen-
je toekomst is al verleden, is pijn
die nooit overgaat maar toch is geweken
.
Foto: Marion Krämer
.
Meer informatie over Hans Tentije op: http://www.deharmonie.nl/auteur/auteurdetail.asp?id=63


















