Site-archief
Je slaapt
Ted van Lieshout
.
In tijden van onrust en onzekerheid is het altijd goed om een bundel als ‘Gedichten voor het hart’ troostende woorden uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie uit 2006, in huis te hebben. Want als het om kunst, cultuur, literatuur en poëzie gaat, is de druk hoog. Zo werd er deze week bij de tweede kamer geprotesteerd tegen de voorgenomen verhoging van de BTW van 9% naar 21% op theaterbezoek, sportabonnementen en boeken. Dus ook op poëziebundels.
Een van de pleitbezorgers tegen de verhoging en woordvoerders op de journaals en in de kranten was schrijver, dichter, scenarist, illustrator, grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar Ted van Lieshout (1955). En in de bundel ‘Gedichten voor het hart’ is een gedicht van zijn hand opgenomen getiteld ‘Je slaapt’. Dit gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Jij bent mijn mooiste landschap’ uit 2003.
.
Je slaapt
.
Je slaapt zo dicht bij de dood. Ik moet het donker in
en horen dat je ademhaalt, zien dat je borst zacht
op en neer blijft gaan, bang als ik ben om je
te verliezen aan het niet meer wakker worden.
.
Hoe meer ik van je houd, hoe verder weg moet ik
om je niet te breken. Maar als je slaapt kom ik
terug,
zit bij je, stil, klaar om je wakker te wurgen als je
lucht durft over te slaan of je verslikt in een
ademtocht.
.
De luwte van het late middaguur
Lut de Block
.
In een kringloopwinkel in Brugge (ja ik kom daar nogal eens, soms hebben ze een hele aardige collectie poëzie van vroeger en nu zoals ook daar in Brugge) kocht ik een aantal dichtbundels. Een van die bundels was van een dichter Lut De Block (1952) uit Vlaanderen. Ze studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk.
Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd. In de Special van MUGzine die begin 2024 in de Poëzieweek verscheen, is zij opgenomen als dichter. De reden was toen dat ze, net als de andere dichters in de Special, een relatie had met het bibliotheekwerk (zij was werkzaam in de bibliotheek van Gent). Nu heb ik dus de bundel ‘De luwte van het late middaguur’ in bezit, uit 2002 met een door Lut handgeschreven opdracht voorin uit 2006.
Op de achterflap staat over deze bundel te lezen: “Deze bundel exploreert het volledige leven. Er staan talrijke atmosferische gedichten in, die soms een broeierige, sterk erotisch geladen sfeer oproepen en altijd zijn neergeslagen in een taal zonder omwegen, vol passie, recht voor zijn raap, zij het nooit eenduidig of eendimensionaal.” In het titelgedicht dat ik uitkoos is dit alles aanwezig.
.
Het gebeurt. In de luwte van het late middaguur
als de dag zich ontdoet van haar hitsige kleren
en een vrouw zich opent. Het wordt windstil en
later want de tijd en de dingen gaan door. Het leven
beweegt. Zijn stem wrenst, zijn geur schraapt
haar bedwelmend uiteen. Hoe het nu verder moet
weet niemand, maar dat ze verder moet weet zij alleen.
.
Vrouw in de ruit
Ingrid de Kok
.
De Zuid Afrikaanse dichter Ingrid de Kok (1951) is niet zo bekend in Nederland. Naast auteur en dichter is ze verbonden aan de Universiteit van Kaapstad als universitair hoofddocent extramurale studies. Ze is vooral bekend als de schrijfster van het gedicht ‘woman and children first‘, een gedicht over vrouwen en kinderen die als eerste gewond raken, maar altijd als laatste worden verzorgd. Daarnaast is ze lid van PEN International, een wereldwijde vereniging van schrijvers, opgericht in Londen in 1921 om vriendschap en intellectuele samenwerking tussen schrijvers overal te bevorderen, met autonome International PEN-centra in meer dan 100 landen.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘Familiar Ground’ en tussen 1977 en 2006 werden de gedichten van De Kok gepubliceerd in talloze Zuid-Afrikaanse literaire tijdschriften, waaronder Upstream , Sesame , Staffrider , Contrast , New Contrast , New Coin en Carapace . Af en toe verschenen er ook gedichten, vertaald in het Afrikaans , in verschillende Zuid-Afrikaanse Afrikaanse kranten. In 2005 was ze als dichter te gast op het 36ste Poetry International festival in Rotterdam. Op de website van Poetry International zijn een aantal van haar gedichten vertaald door Robert Dorsman te lezen.
In de nieuwe bundel ‘Breuk in de horizon’ een bloemlezing over verzet, samengesteld door Antjie Krog, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Vrouw in de ruit’. Naast dit gedicht zijn er gedichten opgenomen van onder andere Alfred Schaffer, Koleka Putuma, Adrienne Rich, Yehouda Amichai, Nathan Trantraal, Wislawa Szymborska, Remco Campert, Lieke Marsman, Adam Zagajewski, Derek Walcott, Ingrid Jonker en Radna Fabias. Het gedicht ‘Vrouw in de ruit’ verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Seasonal Fires’ selected poems uit 2006. De vertaling is van Anneke Brassinga.
.
Vrouw in de ruit
.
Ik ben niet de vrouw in de trein
die je hand tussen haar benen schuift
en dan uit het raam kijkt.
.
Ik ben niet de vrouw met het henna haar
op straat in de stad, die geen woord zegt
maar wenkt, je mee wenkt.
.
Evenmin ben ik de vrouw in de ruit
die kijkt naar jou die naar haar kijkt
en de ruit raakt beslagen.
.
Noch ben ik de vrouw die bij jou ligt
terwijl jij de namen roept van voorbije liefdes
zoals je ook deze roepen zult.
.
Noch ben ik de vrouw in het donker
wier stilte de meteoor is
aan de hemel van jouw gepraat.
.
Die vrouw:
voorovergebogen, jou biedend haar geslacht
als een bol knoflook, zonder te vragen;
die ene zonder vingerafdrukken,
zich verschuilend in de talisman van jouwbescherming
die ene, omstuwd door fotografen
afdrukkend haar lenige lach, haar huid:
die vrouw.
.
Ik sta aan de kant en bezie haar,
vlam, weduwmaagd, op je brandstapel.
Acrobaat vallend in een vangnet van as,
in de vlammen druipt van haar mond de was,
haar wenkbrauwen schilferen af,
uit haar geslacht laten piepkleine spiegeltjes los.
.
Jouw vrouw, nichtje, zus, tweeling.
Jij wilt dat ze brandt, veraf, stemmeloos.
Ik wil redden, en uitrukken, haar tong.
.
Ontmoeting met Joseph Brodsky
Peter Du Gardijn
.
In de bundel ‘Onder de dieren’ van Peter Du Gardijn uit 2007, staat het gedicht ‘Ontmoeting met Joseph Brodsky’. In het kader van dichters over dichters leek me dit een geschikt gedicht. Joseph Brodsky (1940-1996) was een Russische dichter. Peter Du Gardijn (1963) publiceerde onder meer verhalen en gedichten in De Revisor , Tirade , Bunker Hill , De Tweede Ronde , Terras en De Gids. In 2006 debuteerde hij met de roman Nachtzwemmen. Een jaar later volgde zijn eerste dichtbundel, ‘Onder de dieren’. Pas in 2014 zou een tweede dichtbundel het licht zien getiteld ‘Wat huid is’. Bij deze twee dichtbundels is het vooralsnog gebleven.
Wil je meer gedichten van Peter Du Gardijn lezen, ga dan naar de website van uitgeverij van Oorschot. Hieronder het gedicht van zijn hand over Joseph Brodsky.
.
Ontmoeting met Joseph Brodsky
.
Een ontheemde met een sproetroestig gezicht
nooit gezwicht voor het lot van de worm.
Ritmisch kraste zijn stem steeds over het papier
in gespannen eendracht met de vorm.
.
Ik zag hem op een kade in Rotterdam, getij
dat zich vrij zong als een organische harmonica.
Tot hij de herfstkreet bitter van de havik sneed!
Zo was hij al opgestegen voor zijn dood,
.
in het rococo kolken van zijn sigarettenrook.
Heel de wereld omgesmeed tot miniatuur,
landschap van taal. En winter, winter! O ja?
.
Was het dan toch Russisch, zangzingend
klank op klank ontsnappen aan Lenins dictatuur?
Poëzie, levenssap helder en wrang als wodka.
.
Blind gepakt
Florence Tonk
.
Vandaag ben ik opnieuw voor één van mijn boekenkasten met poëziebundels gaan staan en heb ik, met mijn ogen dicht, een bundel gepakt. Dit keer is dat de ’32ste Nacht van de Poëzie’ uit 2014. Vervolgens heb ik de bundel opnieuw zonder te kijken geopend en kwam ik bij het gedicht ‘(Voor H.)’ van Florence Tonk (1970) terecht.
Florence Tonk is naast Amerikanist, zelfstandig journalist, redacteur en docent aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Ze schreef enkele romans en debuteerde in 2006 met de bundel ‘Anders komen de wolven‘. In 2013 volgde haar tweede dichtbundel ‘Rijgen’ en in 2021 haar tot nu toe laatste dichtbundel ‘Half Heel’.
In tegenstelling tot veel van de andere gedichten in deze bundel staat bij het gedicht ‘(Voor H.)’ niet vermeld uit welke bundel dit gedicht is genomen.
.
(Voor H.)
.
Kras in mij
zo hard
dat het nog heel lang
zichtbaar blijft.
.
Ik wil door je getekend zijn
een voor, een spoor van jou dat
altijd in me achterblijft
.
Je tilt me op
en fragmenteert, bezeert me
met ondoorgrondelijk goed
kijken en wat geen naam
jurisprudentie kent.
.
Hier ligt mijn huid
bekras me, kerf me;
laat achter wie je bent.
.
Beheer
Victor Vroomkoning
.
Victor Vroomkoning, pseudoniem van Walter van de Laar (1938) is een Nederlands dichter. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was lange tijd werkzaam in het onderwijs. Zijn werk werd regelmatig onderscheiden. Zo won hij in 1983 de Pablo Nerudaprijs en in 2006 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen.
Toen ik op mijn blog wat aan het rondzoeken was (ik doe dat soms omdat er al zoveel opstaat en veel ervan kan ik me niet meer herinneren) viel me op dat Victor Vroomkning een dichter is met een brede interesse. Of het nou gaat om een erotisch gedicht, een gedicht over vuilniszakken, of een gedicht over een vlinderstruik (de Buddléia), Victor Vroomkoning weet er iets bijzonders over te dichten.
Daar wil ik vandaag weer iets aan toevoegen. In de bundel ‘Ommezien, gedichten 2008-1983’ staat een bijzonder poëtisch gecomponeerd en talig gedicht getiteld ‘Beheer’. Een gedicht dat je twee keer moet lezen om het helemaal te doorgronden maar van een grote schoonheid.
.
Beheer
.
Hoe ik met het houden
van ouders begon,
toen ik mij kwijt was
in een kind.
.
Tweemaal ouder werden zij
mijn oudste kinderen.
.
Zwakker wordend sterkten zij
in mij aan totdat zij ademden
als in hun eerste albums.
.
Hoe ik hun levens afstof,
restaureer, hun klein museum
conserveer.
.
Hoe ik verouder tot grijze wees
van onvergankelijke ouders.
.
Hoe het nooit ophoudt
toen te worden.
.
Poëzie in de ruimte
Ada Limón
.
De maan is misschien wel het onderwerp geweest van evenveel gedichten als er sterren aan de hemel zijn. Maar zijn koude neef, Europa – een van de grootste van de vele manen die rond Jupiter cirkelen, het zijn er maar liefst 95 – krijgt in literaire kringen iets minder aandacht.
Tot nu. Op verzoek van NASA heeft de Amerikaanse dichter Ada Limón (1976) een gedicht van 21 regels geschreven, ‘In Praise of Mystery: A Poem for Europa’, dat helemaal naar zijn interplanetaire muze zal reizen. De Space Administration zal het gedicht mee laten reizen op de Europa Clipper , een onbemand ruimtevaartuig dat in de herfst van 2024 in de baan van Jupiter zal worden gelanceerd om wetenschappelijke observaties uit te voeren. Leuk weetje: iedereen heeft ook de mogelijkheid om een naam toe te voegen aan de ‘boodschap in een fles’ op de website van NASA, die samen met het gedicht van Limón in het ruimtevaartuig zal worden geëtst.
De Clipper zal een afstand van 3,5 miljard kilometer afleggen en in 2030 op zijn bestemming aankomen. Wetenschappers geloven dat zich onder het ijskoude oppervlak van Europa water bevindt, en mogelijk de omstandigheden om leven mogelijk te maken. Limón zinspeelt hierop in haar vrije vers en schrijft: “En het is niet de duisternis die ons verenigt, niet de koude afstand van de ruimte, maar het offer van water, elke druppel regen.”
Ada Limón werd in 2022 door de Librarian of Congress uitgeroepen tot de 24e Poet Laureate van de Verenigde Staten . Dit maakte haar de eerste Latina die Poet Laureate (zeg maar dichter des vaderlands) van de Verenigde Staten werd. Limón debuteerde in 2005 met de bundel ‘Lucky Wreck’ welke door Jean Valentine (Poet Laureate van 2008-2010) gekozen als winnaar van de Autumn House Poetry Prize in 2005, terwijl haar tweede bundel ‘This Big Fake World’ , de winnaar werd van de Pearl Poetry Prize in 2006.
.
In Praise of Mystery: A Poem for Europa
.
Arching under the night sky inky
with black expansiveness, we point
to the planets we know, we
.
pin quick wishes on stars. From earth,
we read the sky as if it is an unerring book
of the universe, expert and evident.
.
Still, there are mysteries below our sky:
the whale song, the songbird singing
its call in the bough of a wind-shaken tree.
.
We are creatures of constant awe,
curious at beauty, at leaf and blossom,
at grief and pleasure, sun and shadow.
.
And it is not darkness that unites us,
not the cold distance of space, but
the offering of water, each drop of rain,
.
each rivulet, each pulse, each vein.
O second moon, we, too, are made
of water, of vast and beckoning seas.
.
We, too, are made of wonders, of great
and ordinary loves, of small invisible worlds,
of a need to call out through the dark.
.
De kamsalamander
Harry Man
.
Via een herinnering op Facebook die Odile Schmidt met mij deelde 7 jaar geleden werd ik herinnerd aan een optreden van de Engelse dichter Harry Man (1982). Ik heb destijds een blogbericht gewijd aan deze dichter en bladerend door het internet kwam ik vertaalde gedichten van deze dichter tegen op de website tijdschriftterras.nl
Harry Man is dichter en auteur van de bundels ‘Lift’ (2014) en ‘Finders Keepers’ (2016). Voor ‘Lift’ won hij de Bridges of Struga Award. Zijn debuut geeft blijk van een speelse nieuwsgierigheid naar hedendaagse fenomenen, van sciencefiction tot social media en ruimtevaart tot computerspellen. In ‘Finders Keepers’ staan bedreigde diersoorten centraal en verkent de dichter de levens van wilde dieren in de moderne westerse wereld. Voor deze bundel werkte hij samen met kunstenares en illustrator Sophie Gainsley. De gedichten op Terras zijn vertaald door Jeske van der Velden (1987).
Van de website nam ik het gedicht ‘De kamsalamander’ dat werd genomen uit zijn bundel ‘Finders Keepers’.
.
De kamsalamander
.
Armen langszij gleed ik door het leven na uitkomst,
krauwde zandribbels in de koele bries van de kreek,
leerde denken in de kleuren van je droom.
.
Met het paramedisch instinct van hernieuwde liefde
vouw ik een dak van halmen voor onze kroost,
leg watersluiers af, kwikdruppeltjes regen
.
onder de bouwlampen, schietmotten ook.
Alles waaraan ik behoefte had was
wat zwemruimte, een theoretisch ander leven.
.
















