Site-archief
Nummer 9
MUGzine
.
In september komt alweer de 9e editie van MUGzine uit, het kleinste maar allerleukste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen met opnieuw hoogwaardige poëzie en interessante illustraties. We kunnen al een paar namen noemen van dichters die met hun poëzie in nummer 9 vertegenwoordigd zullen zijn. Dat zijn uit Vlaanderen de dichter Mark van Tongele en uit Rotterdam de dichter Anouk Smies. Andere namen volgen snel. Uiteraard staat er in #9 een gloednieuwe Luule.
Zoals je misschien al weet is MUGzine gratis digitaal te lezen via https://mugzines.nl/ maar maken we voor de liefhebbers ook een papieren editie. Van elke editie worden 100 exemplaren op papier gedrukt. Als je deze wilt ontvangen via de post kun je donateur worden. Vanaf € 20,- per jaar ontvang je alle 5 de nummers van 2021.
MUGzine is een samenwerking van https://poetryaffairs.nl/, https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en BRRT.Graphic.Design.
Om je alvast warm te maken voor het nieuwe nummer hier een gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele (1956). Deze Vlaamse dichter uit Mechelen moest zijn studie geneeskunde afbreken door een zwaar ongeluk waardoor hij tijdelijk in coma lag. Van Tongele kiest na zijn herstel voor de poëzie en schrijft in december 1984 in een ‘Open brief aan een dichter’ (in het tijdschrift Yang) over digitale poëzie in een maatschappij die beheerst zou worden door de nieuwe technologie. Hij had dus al een vooruitziende blik in een tijdvak waarin de hele digitalisering nog moest beginnen.
In 1980 debuteert hij met de bundel ‘Over leven en dood’ waarna nog vele bundels zullen volgen.
In een interview in Poëziekrant (juli-augustus 2018) zegt hij zelf over zijn poëzie: “Voor mij maakt elke bundel deel uit van mijn ‘symfonie’: motieven allerlei duiken telkens opnieuw overal op in mijn werk. Meer dan het inhoudelijke gaat het om de klank en het ritme van woorden, regels, gedichten, bundels. Het is een spel, leuk omdat er niets moet, alles mag, een poging tot het neutraliseren van de zwaartekracht, o de dood, maar ook de zon, het licht, blij zijn hart en geest vrijmaken.”
Uit zijn bundel ‘Lichtspraak’ uit 2008 komt het gedicht ‘Een tongeldoosje’.
.
Een tongeldoosje
.
Openluchting: vanille-
bloesem, flammé, ja-
woorden, doodsrookver-
drijvers, moedersuiker,
hagelslag en muisjes,
stofgoud, gloeikous,
springzaad, zeejoechee,
levantijnen en sta-oppers,
sterrenzilverrichellopers,
wolkenspiegels, wimpelheil,
engelkruid en toverschijn,
vervoering, mer à boire,
château-neuf-du-mark
.
Eddy’s verstrooiing
Anton Korteweg
.
Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.
Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.
In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.
Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.
.
Eddy’s verstrooiing
(voor P.P.
‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo
verstrooie men as.’
Chinese wijsheid
.
Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,
gekromde regenjas met wapperende panden,
als boos tegen de storm optornend op een hoefpad
een man uitzaaiend, en daarachter wij,
.
een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen
met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,
want Eddy was een te benijden echte
dichter geweest, steeds goed omringd, morsige
door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en
hardlijvige vriendachtigen, – dat volk
woei de dichter toen in de gezichten.
.
We nipten daarna in De Hommelhof
zijn as van haar en huid, eigen en andermans,
en dachten bedremmeld die Eddy.
.
Ik was er trouwens niet bij
maar zie het weer duidelijk voor me.
.
grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou
Alles uit
Hans Hagen
.
In 2012 gaf uitgeverij Querido de bundel ‘Hoe angst klinkt’ van Hans Hagen uit. Hans Hagen (1955) ken ik al heel lang, hij schrijft kinderverhalen waarvoor hij vele griffels heeft mogen ontvangen, maar ook Vlag en Wimpels en in 2008 de Woutertje Pieterse prijs. Samen met Monique Hagen (zijn echtgenote) publiceerde hij een aantal dichtbundels en zijn werk is in vele talen vertaald.
‘hoe angst klinkt’ bevat 50 gedichten in 3500 woorden en 5 tinten blauw (volgens de achterflap). Veel pareltjes maar het gedicht ‘alles uit’ trof mij meteen en daarom vandaag dit gedicht op dit blog.
.
alles uit
.
ik beschrijf je het liefst
van onder tot boven
lichte streken
krullen en strepen
kuiten en dijen
achter en voor
als je opzij
nog beter erbij
borst en buik
lippen getuit
ik beschrijf je het liefst
als alles uit
.
Het derde oog
Jolanda Oudijk
.
In het begin van mijn dichters ‘loopbaan’ deed ik geregeld mee aan allerlei poëziewedstrijden. Ik heb er in een paar jaar tijd ook een aantal gewonnen (waaronder de allereerste waaraan ik meedeed van de Stichting Literaire Activiteiten Zwolle). In mijn enthousiasme begreep ik toen nog niet dat er verschil zat in verschillende wedstrijden. Er waren natuurlijk de poëziewedstrijden waar een goede jury opzat en waar kwaliteit het criterium was.
Maar er werden ook wedstrijden georganiseerd waar de deelnemers zich van te voren moesten vastleggen op het afnemen van minimaal drie bundels met daarin de ‘genomineerden en de prijswinnaar. Een aardig verdienmodel maar voor de beginnend dichter ook een leuke manier om in een (verzamel)bundel een keer gepubliceerd te worden.
Inmiddels doe ik nog slechts heel af en toe aan een poëziewedstrijd mee (eigenlijk sinds ik zelf en daarna met Ongehoord! begonnen ben met het organiseren van een poëziewedstrijd). In 2008 deed ik nietsvermoedend mee aan de Strellus Poëzie Prijs waarbij de bundel ‘Het derde oog’ werd gepubliceerd met als ondertitel ‘Verzamelde gedichten van Nederlandse en Belgische auteurs’. Een flinke ondertitel voor het gegeven dat er deelnemers aan deze ‘wedstrijd’ waren uit beide landen.
Bladerend in deze bundel kwam ik een aardig gedicht tegen van een mij onbekende dichter Jolanda Oudijk. Zij deed mee met het gedicht ‘Autosuggestie’.
.
Autosuggestie
.
praat ze zichzelf
handsfree
zingt ze een eigen wijsje
of mee met de radio
.
nee, ze vloekt hardop
lippenstift bloedt
op een bijtende mond
.
multiple choice
het zout op haar lippen
a. chips
b. zeewater
c. tranen
.
wat valt er te kiezen
met het vermoeden:
zijn hart is geen cabriolet
.
De opgevouwen leugen
Alja Spaan
.
In het kader van de vakantiepoëzie ga ik de komende weken regelmatig gedichten plaatsen van dichters die ik zeer waardeer. Zonder heel veel verdere informatie dan de bundel waaruit ik het gedicht nam en het jaar van uitgave. Vandaag wil ik daarmee beginnen en als eerste koos ik voor de dichter en collega bij en voorzitter van Meander Alja Spaan.
In 2011 verscheen van haar hand de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ met als ondertitel brieven en gedichten voor en over W. Deze brieven en gedichten zijn geschreven in de periode 2008-2011 en de bundel verscheen bij Alja’s eigen uitgeverij Atelier9en40.
Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘the folded lie’.
.
the folded lie
.
Ik vind een berichtje terug over schrijven over niets
Dat kan ik, zegt hij maar ik weet het nog niet zo
.
Zeker, de hele dag vergaat in druilerige regen en een
Verveling bekruipt me, bijna zoals vroeger toen
.
Ik lang onder de bessenstruiken wachtte tot ik gevonden
Zou worden, een stem die tot tien telde en dan het
.
Langgerekte ‘ik kom‘ en dan toch die onzekerheid en
De angst achtergelaten te worden zoals nu, niet
.
Wetend wat er komen moet behalve wat daadkracht
En vertoon, komma’s achter kromme zinnen nog die
.
Niets verhullend terugkomend vanonder zware takken
Rijp fruit dragen tot het geplukt wordt
.
Tattoo
Luuk Gruwez
.
Tatoeages zijn wonderlijke dingen. Ötzi, de ijsmummie uit de Alpen, die zo’n 5350 jaar geleden leefde, had zo’n 61 tatoeëringen. Er zijn tatoeages op Egyptische mummies gevonden, die van 2000 voor Christus dateren. Ook de Oekokprinses (mummie uit de 3e tot de 5e eeuw voor de jaartelling) gevonden in Rusland, droeg tatoeages. In de klassieken wordt er gerefereerd aan tatoeages bij de oude Grieken, de Germanen en nog meer volkeren.
Tot enkele decennia geleden werden tatoeages in Nederland vooral gedragen door zeelieden en soldaten en vrijwel niet door vrouwen. Tegenwoordig hebben meer mensen tatoeages, zowel mannen als vrouwen. Soms lijkt het er weleens op dat er meer mensen met tatoeages zijn dan zonder. Ook bij de bekende Nederlanders en vooral ook de professionele voetballers zijn tatoeages niet meer weg te denken.
Over de literaire of poëzie tatoeage schreef ik al in 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/04/05/tattoo-you/ . In de jaren nadien werden deze tatoeages met literaire of poëtische verwijzingen alleen maar populairder. Het was dan ook onvermijdelijk dat dichters zich met deze vorm van lichaamsversiering gingen sieren en erover begonnen te dichten.
Zoals Luuk Gruwez, de Vlaamse dichter, prozaïst en essayist, in de bundel ‘Bakermat’ uit 2008. Zijn gedicht ‘Tattoo’ zoals tatoeages in toenemende mate genoemd worden geeft een kritisch beeld van de getatoeëerde mens.
.
Tattoo
.
Een na een trokken ze hun kleren uit,
vol schaamte voor wat, amper vod of lomp,
misschien maar beter kon verstookt. Of ook omdat
zij zelf in naakte ikken dreigde te verstikken:
.
snikheet was het die dag. Maar eens
ontbloot ontstonden stilaan grote grijze kiltes,
zoals die een septemberavond soms ontstaan:
eerste dressuur voor najaar en winter
wanneer de kwade hond kan komen.
.
En zij begonnen elkaar liefdevol te verven,
zo vlijtig als maar kon, op borst, op bil en overal,
alsof zij moesten uitgewist. Tattoo na tattoo
brachten zij aan. Tot zij, compleet uit zicht
verdwenen, opgelucht weer adem kregen.
.
Je werkt nu zelfstandig
Paul Bogaert
.
Ik zal niet beweren dat dichters alwetend zijn (dat zijn ze namelijk niet) maar soms lees ik een gedicht en dan twijfel ik, heel even. Lezend in de bundel ‘de Slalom soft’ uit 2009, van de Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) kwam ik het gedicht ‘Je werkt nu zelfstandig’ tegen. Het lijkt alsof verschillende regels regelracht verwijzen naar de huidige werksituatie van veel mensen die gedwongen thuis werken “wie lange tijd niets inzingt, zakt weg” en “Je profileert ondertussen door veel te bestellen”, dat laatste waarschijnlijk meer onbewust dan bewust. Uiteraard gaat dit gedicht over hoe je als mens en gebruiker van internet en computersystemen gevolgd wordt (en geleefd) maar met een schuin oog gaat dit gedicht over veel mensen in hun huidige situatie.
Paul Bogaert studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELCOME HYGIENE’ waarvoor hij de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant 1997 kreeg. Hij schreef ook het gedichtendagessay 2008 (Verwondingen). Zijn eerste drie dichtbundels staan integraal op zijn website https://www.paulbogaert.be/gedichten/bundels/.
In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010. Uit deze bundel dus het gedicht ‘Je werkt nu zelfstandig’.
.
Je werkt nu zelfstandig
.
Je werkt nu zelfstandig en uit eigen beweging
aan je gegevens en zodoende word je levenslang
met de database intiem,
door de input beroest en door scores gekust.
Je verbetert/bevestigt wat afwijkt
als dat wordt gevraagd.
Wie niets gelooft of
wie lange tijd niets inzingt,
zakt weg.
Je profileert ondertussen door veel te bestellen.
Je kunt jezelf onmogelijk als dood aanvinken.
Er is een persoonlijk invulveld voor twijfels.
.
Voor waar genomen
Inge Boulonois
.
Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.
Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.
De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/
Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.
.













