Site-archief

Poëziekalender 2025

Joke van Leeuwen

.

Begin deze maand maakte ik al bekend dat een gedicht van mij is opgenomen in de Poëziekalender 2025 met als thema ‘Liever de liefde’. En toen schreef ik al dat naast mijn gedicht nog 300 dichters zijn opgenomen met een gedicht. Om nog maar eens wat reclame te maken voor dit mooie initiatief van Plint, wil ik hier graag nog een gedicht uit deze kalender plaatsen.

Dit keer het gedicht ‘Dat we’ van Joke van Leeuwen (1952) uit de bundel ‘Grijp de dag aan’ uit 2013 (het gedicht staat op 6 mei 2025).

.

Dat we

.

Dat we eerst

dat jij begint te

en dat ik dan

dat ik dan zo

en dat jij dan

zo erlangs en

dat ik jou dan

dat ik dan zo

dat we

terwijl buiten

wij hierbinnen

dat we daarna

wij dan daarna

dat we

ooo

.

 

Blind gepakt

Florence Tonk

.

Vandaag ben ik opnieuw voor één van mijn boekenkasten met poëziebundels gaan staan en heb ik, met mijn ogen dicht, een bundel gepakt. Dit keer is dat de ’32ste Nacht van de Poëzie’ uit 2014. Vervolgens heb ik de bundel opnieuw zonder te kijken geopend en kwam ik bij het gedicht ‘(Voor H.)’ van Florence Tonk (1970) terecht.

Florence Tonk is naast Amerikanist, zelfstandig journalist, redacteur en docent aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Ze schreef enkele romans en debuteerde in 2006 met de bundel ‘Anders komen de wolven‘. In 2013 volgde haar tweede dichtbundel ‘Rijgen’ en in 2021 haar tot nu toe laatste dichtbundel ‘Half Heel’.

In tegenstelling tot veel van de andere gedichten in deze bundel staat bij het gedicht ‘(Voor H.)’ niet vermeld uit welke bundel dit gedicht is genomen.

.

(Voor H.)

.

Kras in mij

zo hard

dat het nog heel lang

zichtbaar blijft.

.
Ik wil door je getekend zijn

een voor, een spoor van jou dat

altijd in me achterblijft

.
Je tilt me op

en fragmenteert, bezeert me

met ondoorgrondelijk goed

kijken en wat geen naam

jurisprudentie kent.

.
Hier ligt mijn huid

bekras me, kerf me;

laat achter wie je bent.

.

Zij komen in de nacht

Corinne Hoex

.

Afgelopen zomer was ik in Namen in België in Musée Félicien Rops (echt een aanrader) waar ik in de lobby een gedicht tegenkwam van dichter Corinne Hoex (1946). Zij is een bekroonde hedendaagse Belgische schrijfster en lid van de Koninklijke Academie voor Franse Taal- en Letterkunde van België. Ze heeft tot nu toe acht fictie- en prozawerken en meer dan twintig poëziewerken gepubliceerd. Hoex heeft verschillende literaire prijzen gewonnen, waaronder de Prix Félix Denayer 2013 ter erkenning van haar oeuvre.

Het gedicht dat ik daar las, ‘Elles viennent dans la nuit’ komt uit de gelijknamige bundel uit 2018 dat ze samen maakte met illustrator Kikie Crêvecœur . In deze bundel staan acht variaties van elk vijf regels, geschreven als een meditatieve litanie die de mysterieuze nachtelijke aankomst suggereert van degenen (zij) van wie we de naam niet kennen, die we verwelkomen en dan verliezen. Terwijl ze uit een duistere vergetelheid tevoorschijn komen, hebben ‘zij’ even toegang tot het licht en smelten vervolgens terug in de oceaan van de nacht. Voor de Nederlandse lezer die het Frans niet of slecht beheerst vertaalde ik het naar ‘Zij komen in de nacht’.

.

Zij komen in de nacht

.

Een zacht geluid van voetstappen

zij komen in de nacht

vanuit deze verloren plek

om hen te omhelzen

hen te verliezen

.

Ze komen in de nacht

trekken zich los van de vergetelheid

het verliezen,

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Een zacht geluid van stappen

trekt zich los van de vergetelheid

de adem ingehouden

om het te omarmen

het te verliezen.

.

De ingehouden adem,

de herinnering aan de nacht

het verliezen

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Hun naam,

hoe hun naam,

een zacht geluid van stappen,

vanuit deze verloren plek

het verlies omarmen

.

Ze komen in de nacht

een zacht geluid van stappen

het verliezen

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Vanaf deze verloren plek

komen ze in de vergetelheid

een licht geluid van voetstappen

ze te omarmen

ze te verliezen

.

Een licht geluid van voetstappen

de adem van de nacht

het verliezen

het opnieuw verliezen

het verlies omarmen

.

Hoe heter hoe beter

Els Moors

.

De Vlaamse dichter en schrijver Els Moors ( 1976) woont en werkt in Brussel. Haar met lof overladen poëziedebuut ‘Er hangt een hoge lucht boven ons’ uit 2009 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Bij het balanseer verscheen in 2013 de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’. Deze bundel werd bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs 2015 en met de Prijs Letterkunde van de provincie West Vlaanderen. De bundel werd ook vertaald naar het Frans. In 2015 verscheen bij Brueterich Press de naar het Duits vertaalde bundel ‘Lieder vom pferd über Bord’.

Moors is onder meer docent Creative Writing in Brussel, Antwerpen en Arnhem ArtEZ en redacteur van het literaire tijdschrift “nY”. Sinds 2016 is zij een van de Nederlandstalige dichters in de poule van het ambitieuze, Europese poëzieproject ‘Versopolis’. Ook was zij van 2018-2020 Dichter des vaderlands van België. De gedichten die ze ambtshalve schreef, zijn gebundeld in ‘Knalpatronen’, waarin de gedichten ook in het Frans en Duits zijn opgenomen, en soms in het Arabisch en Afrikaans.

Uit deze bundel ‘Knalpatronen’ uit 2020 nam ik het gedicht ‘Hoe heter hoe beter’.

.

Hoe heter hoe beter: klimaatlied

.
auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat
hoe heter hoe beter
en ja ook op straat
zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)

.

                                                                                                                                         Foto: Guy Kokken

Stuurloos in Seattle

Wout Waanders

.

Jaren voordat Wout Waanders debuteerde met zijn alom geprezen dichtbundel ‘Parkplan’ (2020) werden al gedichten van zijn hand opgenomen bloemlezingen en literaire en poëziemagazines en -tijdschriften. MEST magazine, De Titaan, Extaze, Kluger Hans, allerlei magazines zagen dat hier een talent zich aandiende. Ook wij van MUGzine hadden dat door en in 2022 verschenen een drietal gedichten van hem in MUGzine editie 13.

Tegenwoordig houdt Waanders zich bezig met poëzie in proefschriften. Een van de eerste keren dat Wout Waanders van zich liet horen was in de bundel ‘Liegen op een hoger plan’ De beste gedichten uit de Turing gedichtenwedstrijd 2014 (na een publicatie in 2012 en 2013). In deze bundel staat het gedicht ‘Stuurloos in Seattle’. Toen ik de titel las moest ik meteen denken aan de film ‘Sleepless in Seattle’met Meg Ryan en Tom Hanks. Ik denk dat Wout hiernaar knipoogt in het gedicht al is de strekking wezenlijk anders dan de inhoud van de film.

.

stuurloos in seattle

.

de rook trekt naar andere plaatsen

dan waar we rijden.

.

we gaan langzaam langs de pluimen.

jay luistert enkel nog naar de autoradio,

.

niet naar mijn repeterende vragen, waarheen,

wat we hier willen bereiken.

.

waarom we de stad in moeten nemen

wat mijn rol is in dit verhaal

.

maar al mijn zinnen beslaan tegen het raam

en op grunge trekt jay de leasewagen

.

langzaam door de buitenwijken heen.

geknepen ogen, een landheer

.

met een mokkend paard. manen

die niets meer van donkere oorlogen moeten hebben.

.

ik wil weten waar we zitten op de lijn

tussen verdwalen en precies de weg kennen

.

maar ik vraag niks meer. de rook trekt zoals de antwoorden

langzaam om ons heen.

.

Roosterpoëzie

Norbert De Beule

.

Tijdens mijn bezoek aan de Permeke bibliotheek in Antwerpen viel mijn oog op een rooster naast een boom op het plein waaraan de bibliotheek ligt. Het bleek geen gewoon rooster maar een rooster met daarin een gedicht van Norbert De Beule (1957). Toen ik verder keek bleken er meer van dit soort roosters op het plein te liggen. De gedichten zijn geplaatst bij de heraanleg van het De Coninckplein. Antwerpen Boekenstad selecteerde regels uit de boomgedichten van het stadsdichtersproject ‘Bomenstad’ van Peter Holvoet-Hanssen.

Norbert De Beule debuteerde als dichter  in 1987 met de dichtbundel ‘Rockoco’, een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan. Hierna volgde verschillende bundels als ‘Yelle!’ (2003), ‘Ebdiep’ (2006), ‘Boekhouder van het Rusteloze’ (2009) en ‘Tri ti tiii’ (2013) welke werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Ook schreef De Beule meerdere poëzieprogramma’s voor scholen.

Op het Coninckplein in Antwerpen staat dus een gedicht van hem zonder titel (al lijkt het ‘de populier’ te heten als ik de plek op Straatpoëzie.nl geloven mag).

.

De populier waarop

de beroemdste glimlach

doordringt verzamelde

maar liefst tweehonderd

jaarringen die de boom

van binnenuit verlichtten

vandaar die groteske

uitstraling

.

IJslandse dichter

Eva Rún Snorradóttir

.

Tijdens de opening van Poetry International traden verschillende internationale dichters op. Een van hen was de IJslandse dichter Eva Rún Snorradóttir (1982). Zij is theaterkunstenaar en schrijver. Sinds 2009 werkt ze met onafhankelijke theatergroepen, veelal met een groep van drie vrouwen, genaamd Kviss búmm bang. Ze reisden veel met hun “Extended life” optredens. Eva Rún publiceerde in 2013 haar eerste poëziebundel.

In haar geschriften onderzoekt ze twee dingen in het bijzonder: ten eerste hetero-normaliteit en de performativiteit van het dagelijks leven, en ten tweede de ervaringen van meisjes en vrouwen, van vriendschap, seks en de algemene onrust in het leven. Haar vierde boek, ‘Homo Romantic’, verscheen in het najaar van 2021. Ze geeft les en mentor aan de IJslandse Kunstacademie en schrijft nu een theaterstuk voor de Stadsschouwburg van Reykjavík. 

In het gedicht ‘In een door mensen gemaakte samenleving’ belicht Eva Rún Snorradóttir het lesbisch ouderschap en partnerschap.  Dit gedicht, met een Maístjarnan Award bekroond, komt uit de collectie ‘Seeds that Impregnate the Darkness’ van 2018 .

.

In een door mensen gemaakte samenleving

.

Twee vrouwen zitten op een bankje in een kantoor aan de rand van de hoofdstad. Tegenover hen, achter een bureau, zit een oudere man in een witte jas. Een kaart met de binnentopografie van de vagina is achter hem op de muur geplakt. Onderweg hadden ze ruzie gehad met de taxichauffeur. Hij bestuurde al dertig jaar een taxi en vond dat het het beste was om de route langs de kust te nemen, zoals hij altijd had gedaan. We zijn te laat om een ​​baby te maken, te laat om beleefd en respectvol te zijn tegenover een carrière van dertig jaar.

De vagina aan de muur herinnert hen aan een afspraak in een ander kantoor met een andere oudere man. Hij zat ook achter een bureau, de Indiase ambassadeur in IJsland. Om een ​​visum te krijgen, moesten ze hem uitleggen hoe twee vrouwen seks hadden. Hij was oprecht nieuwsgierig en uit zijn stem sprak oprecht medeleven en bezorgdheid.

Van achter zijn bureau beschrijft de man in de laboratoriumjas met precieze gebaren hoe de ovulatie voor vrouwen is. Zijn hand hing alsof hij een belletje vasthield, terwijl zijn vingers een vleugel in de lucht vormden. Een geluid uit zijn lippen, griezelig. Ze vragen zich af of hij voor alle vrouwen hetzelfde geluid maakt, maar vergeten het te vragen omdat een van hen achter een schermpje moet gaan en zich vanaf haar middel moet uitkleden.

.

Kalashnikov en poëzie

Michail Timofejevitsj Kalashnikov

.

Ik weet niet precies meer waar ik het hoorde , ik denk op de radio, maar de uitvinder van het Kalashnikov machinegeweer, Michail Timofejevitsj Kalashnikov (1919-2013) had naast het feit dat hij militair was en dus het beroemdste (of beruchtste) machinegeweer aller tijden had uitgevonden, ook nog een andere passie namelijk dichten. Wanneer ik zoiets hoor dan kan ik niet wachten om op zoek te gaan naar feiten en, natuurlijk, poëzie van zo iemand.

Kalashnikov werd door de ontwikkeling van zijn machinegeweer (er zijn er inmiddels ruim 80 miljoen van gemaakt) in 1949 beroemd in de voormalige Sovjet Unie. Als je de lijst met ordes, medailles en prijzen ziet op zijn Wikipediapagina dan duizelt het je al snel. Een gedicht vinden van deze man is moeilijker zo bleek. Uiteindelijk heb ik via Reddit een bericht van iemand gevonden waarin stond dat in het boek dat Kalashnikov over zijn machinegeweer schreef (samen met Elena Joly) getiteld ‘The gun that changed the world’, een gedicht van hem stond. Een gedicht zonder titel dat ik toch de moeite waard vond om hier te delen.

 

Ik heb alles zorgvuldig afgewogen,
In het leven ben ik alle steun kwijt,
Mijn hart klopt niet meer goed,
Mijn hele lichaam is gevoelloos en strak.

.

Ze vertellen me dat de slee buiten staat
om me naar het kerkhof te brengen.
Ik ben als een man die dood en begraven is.
Alles om me heen stort in.

.

Nog een lente

30 dichters gekozen door Meander

.

Meandermagazine, het literair e-magazine voor Nederlandstalige poëzie, kennen we natuurlijk allemaal. Sinds een paar jaar ben ik als bestuurslid verbonden aan deze mooie stichting. Dat Meander al sinds 1995, toen Rob de Vos zijn internetclubje voor amateurschrijvers oprichtte, is waarschijnlijk minder bekend. Meander bestaat dan ook volgend jaar 30 jaar.

In 2010 werd door uitgeverij P de bundel ‘Nog een lente’ 30 dichters gekozen door Meander, uitgegeven. Op de binnenflap staat te lezen: “30 beginnende dichters, waaronder ook al iets bekendere namen als Sylvie Marie, Bo Vanluchene, Yerna Van den Driessche en Maarten Inghels, laten u proeven wat u in de toekomst van hen mag verwachten”. Ik vind dit bijzonder want van de dichter Bo Vanluchene  had ik nog niet gehoord en een aantal andere namen in deze bundel zijn inmiddels niet alleen doorgebroken maar ook zeer bekend en gewaardeerd zoals Ellen Deckwitz, Frouke Arns, Vicky Francken, Lies van Gasse, Lieke Marsman, Delphine Lecompte en David Troch.

De bundel werd samengesteld door Silvie Marie, Jeroen Dera, Bouke Vlierhuis en Elly Woltjes. Het is mooi om te zien dat de bundeling van ‘Wat maakt een gedicht goed?’ uit 2023 in een traditie staat van publicaties door Meander van kwalitatief goede boeken.

Uiteraard wil ik een gedicht hier delen van een van de 30 dichters. Mijn keuze is gevallen op een gedicht van Dennis Gaens getiteld ‘Het einde van de ladder’. Dennis Gaens (1982) is schrijver, radiomaker en docent. Hij debuteerde in 2010 met de dichtbundel ‘ik en mijn mensen’ (genomineerd voor de C. Buddingh-prijs). Zijn tweede bundel, ‘schering en inslag’ (2013) werd genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs en de J.C. Bloem-prijs. In 2014 begon hij de literaire podcast Ondercast. Daarvoor maakte hij samen met Oscar Wyers het literaire zine Kutgitaar. Hij geeft les bij Creative Writing op ArtEZ en is uitgever en redacteur bij Literair Productiehuis Wintertuin. Gaens trad op bij onder andere Lowlands, Crossing Border, De nacht van de poëzie, Oerol en Geen Daden Maar Woorden.

.

Het einde van de ladder

.

bij gebrek aan windmolens

vechten we met ladders,

dat lijkt er nog een beetje op.

.

in onze gestreken shirts van de ramones en sex pistols

vechten we met slordig afgemeten glazen goedkope wijn

en een enkele opmerking

met gevoel voor richting

.

je vraagt een kind dat een boom beklimt

toch ook niet: ‘En dan?’

.

aan het einde van de ladder

zit precies en niet meer dan dat

.

Na de liefde

Dirk von Petersdorff

.

In mijn fotoalbums op mijn telefoon kwam ik een foto tegen die ik nam in 2018, in Stuttgart – Europaviertel, in de Stattbibliothek aldaar. Ik was daar met een groep mensen allen werkzaam in bibliotheken in Nederland en tijdens een rondleiding was ik op zoek naar de poëziecollectie. Blijkbaar was ik getroffen door een omslag en vervolgens een gedicht dat ik in een bundel las dat ik er een foto van nam. Het gaat hier om het gedicht ‘Nach der Liebe’ van de dichter Dirk von Petersdorff uit de bundel ‘Die liebenden Deutschen’645 entflammte Gedichte aus 400 Jahren.

De Duitse literatuurwetenschapper, schrijver en dichter Dirk von Petersdorff (1966) woont hij in Jena , waar hij werkt als hoogleraar moderne Duitse literatuur aan de Friedrich Schiller Universiteit. Na het Liliencron-lectoraat (1999) en het poëzielectoraat Mainz (2009) bekleedde hij in 2013 samen met Hans Magnus Enzensberger (1929-2022) het poëzielectoraat Tübingen.

Von Petersdorff presenteert in zijn essays en poëzie een alternatief voor een manier van denken die wetten formuleert van Schiller tot Adorno en enkele esthetische uitdrukkingen tot “de enige legitieme antwoorden op de hedendaagse situatie” verklaart. Dit ontleent hij aan Hegels lezingen over esthetiek: Er wordt aangenomen dat er geen vastigheid meer bestaat in de beschrijving van de wereld die bindend is voor alle leden van een samenleving, en dat kunst geen objectieve inhoud meer kent en daarom gebruik kan maken van alle gebieden van het leven en verschijnselen. Dergelijke kunst (en dus ook poëzie) kan alles vertegenwoordigen “waarin de mens het vermogen heeft om thuis te zijn” (Hegel).

Ik heb me afgevraagd of wat Von Petersdorff beschrijft ook opgaat voor zijn eigen poëzie. Daarom hier het gedicht in het Duits en in mijn vertaling. Oordeel zelf zou ik zeggen.

 

Na de liefde

Jij op het balkon, ik kijk naar je
zo heerlijk loom,
omdat alles
is veranderd.
Lang t-shirt,
dat op de dij valt,
waar de huid begint,
is de wereld,
zachte aandriften,
ik lig daar en rook –
licht in de holte van je hals,
dat is het ook.
En ik zie het
Vezelwolken drijven rond
uit het niets
alles mag blijven.
Jij op het balkon,
rook in het ongewisse –
pols fladdert
hier waar ik woon.

 

Nach der Liebe

.
Du auf dem Balkon, ich seh dir zu
so selig-matt,
weil alles
sich geändert hat.
Langes T-Shirt,
das am Schenkel fällt,
wo die Hautbeginnt,
ist die Welt,
Sanfte Triebe,
ich lieg da und rauch –
Licht in der Halsmulde,
das ist es auch.
Und ich seh
Faserwolken treiben
out of the blue
alles kan bleiben.
Du auf dem Balkon,
Rauch in der Schwebe –
Puls flattert nach
hier wo ich lebe.

.