Site-archief

Eik

Anneke Brassinga

.

In mijn tuin staan twee enorme eikenbomen. Of eigenlijk staat 1 in mijn tuin en 1 in de tuin van de buurman. Maar hun eikels en bladeren die ze in deze herfst afschudden zorgen ervoor dat ik een hele dag bezig ben met het ruimen van bladeren, takken en eikels om het pad en de directe omgeving een beetje bereikbaar te houden. Dichter Anneke Brassinga (1948) heeft in haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014 een mooi gedicht gepubliceerd over de Eik. Toen ik dat gedicht las wist ik meteen dat ik dat hier wilde plaatsen in dit seizoen waar ik, maar jullie ongetwijfeld ook, genieten van de prachtige kleuren en af en toe zuchten onder de enorme hoeveelheid bladeren die deze majestueuze bomen laten vallen in de herfst.

.

Eik

.

Stug loof uit kromme takken barstend, quercus robur,

wát u zegt! – meer heb ik niet te geef behalve schaduw,

als wolkendek ontbreekt. Dus hou uw mond,

.

tenzij u eikels vreten wou; ze vallen

straks na eerste kou. Mijn jas? Ik zou beschaamd zijn

u zo ruig doorgroeid te zien, vol mos.

.

En blijf ook af van al dat tere schemerweefsel

ondergronds, het treurt nog om Dodona

waar ik op rotsen stond en ruisend met mijn

.

doorwaaid blad uw god het woord gaf.

Licht was daar lavend vuur. Wat komt is duister:

ik voorspel mijzelf een stomme boom in windstille

.

verstuiving.

.

 

Een verjaardagsgedicht

Ted Kooser

.

Voor mij is een dichtbundel vorm en inhoud maar ook vormgeving. Aan een slecht vormgegeven dichtbundel, hoe mooi de poëzie erin ook is, kan ik me echt ergeren. Een dichtbundel, vind ik, is een kunstwerkje in taal en waarom zou je dat verpakken in een slechte verpakking? Er zijn dichtbundels waar je op het eerste oog van denk; mwah. Dat gaat zeker op voor de bundel ‘Licht!’ Het museum van de poëzie, 125 dichters uit meer dan vijftig landen. Gekozen door Amnesty International en samengesteld door Daan Bronkhorst uit 2014.

De bundel is klein maar dat hoeft absoluut geen bezwaar te zijn, voorzien van een harde kaft, ook al niks mis mee, maar de foto op de voorkant, het teveel aan informatie op de omslag en de wat obligate foto doen af aan de inhoud; 125 gedichten over licht van allerlei dichters van over de hele wereld.

Gedichten van Nobelprijswinnaars, literaire sterren en vervolgde schrijvers en dichters. Zoals het gedicht ‘Een verjaardagsgedicht’ van dichter Ted Kooser (1939) Poet Laureate in de Verenigde Staten van 2004 -2006 en winnaar van onder andere de Pulitzerprijs. Ik koos dit gedicht omdat vandaag mijn oudste dochter jarig is.

.

Een verjaardagsgedicht

.

Net na het ochtendgloren, de zon staat

met haar zware rode hoofd

in een ijzeren kraag van bomen,

wachtend tot er iemand komt

met zijn emmer

voor het schuimig witte licht

en daarna een lange dag in de weide.

Ook ik besteed mijn dagen grazend

smullend van ieder groen moment

tot de duisternis roept

en ik met de anderen

de nacht in wandel

zwaaiend met de kleine tinnen bel

van mijn naam

.

Een kwiek sexfestijn

Johnny the Selfkicker

.

Soms heb je van die dagen dat je wel even een opkikkertje kan gebruiken. Voor mij werkt dan vaak het lezen van een gedicht of, nog beter, het kijken en luisteren naar een dichter die voordraagt. Een dichter die mij altijd een zetje de goede richting in duwt met zijn voordracht is Johnny van Doorn of Johnny the Selfkicker (1944 – 1991). Kijk maar eens op YOUtube naar zijn performances, die zijn van een geweldige kwaliteit.

Maar om te lezen zijn ze ook zeer te genieten, zoals het gedicht ‘Een kwiek sexfestijn’ uit de bundel ‘Droom vrijuit’ alle gedichten uit 2014.

.

Een kwiek sexfestijn

.

Achteraf bekeken heb

Ik het toch te

Bont gemaakt:

Van zo’n 50 (mijn

Huis instormende)

Handtekening-

Jaagsters heb ik

Er 12 van

Ontmaagd &

Op 4 ervan

Rugpuncties &

Hartinjekties

Verricht &

1 ervan

Vergiftigd

Met opdiumde

Rivaten & een

Stevige Spaanse

Vlieg, –

Na dit kwieke-

SexFestijn

Week ik mijn

Roofdgeschuurd

Geslachtsorgaan

Schoon onder de

Heetwaterstralen

Van een

Homofiel getint

Badgebouw,

Alwaar ik blind

Van Penisnijd

Met een haastig

Getrokken aard-

Appelmes een

Teelbal aan

Het lichaam

Van een sex-

Rivaal ontruk…

De terugslag

Komt zwaarder aan

Dan ik had ge-

Dacht:

Uitgeblust val ik

Neer op mijn

Doorgezakte

Legerstede &

Als mokers slaat

Een treiterende

Christelijke

Marsmuziek

Door mijn

Gefolterd

Brein &

Mijn darminven-

Taris raakt

Danig in

De war, –

Mijn dagelijkse

Portie gezuurde

Mosselen kots

Ik rap de

Dakgoot in &

Door een chro-

Nisch gebrek

Aan proteïnen

Is mijn potentie

Ondermijnd &

Geërgerd speel

Ik een spelletje

Russische Rou-

Lette:

Maar helaas

Zonder succes &

Dit bedroeft

Mij zeer

.

De duinen door

Anneke Brassinga

.

Soms kun je door het lezen van een gedicht op ideeën gebracht worden. Als lezer of als dichter. Het kan de toon zijn van een gedicht, het woordgebruik, het thema of de manier van verwoorden die je als dichter kan inspireren. Maar het lezen van een gedicht kan je ook de inspiratie geven als lezer, of als persoon om iets met de leeservaring te doen.

Dat laatste had ik na het lezen van het gedicht ‘De duinen door’ van Anneke Brassinga, in haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014. In dit gedicht staan verschillende zaken genoemd die ik herken wanneer ik door de duinen loop of (meestal) fiets. De duinen bevinden zich op een paar minuten fietsen van mijn huis en de manier waarop Anneke Brassinga heeft geschreven, en waarop ik het las, maakte dat ik meteen erop uit wilde gaan met de fiets. En hoewel er geen sprake was van hoogstaand lentezonlicht maar wel van laagstaand herfstzonlicht, heb ik meteen de daad maar bij het woord gevoegd.

.

De duinen door

.

Waar hoogstaand lentezonlicht wordt gekelderd

naar het van droogte knisperende wortelbroed

langs kronk’lend asfaltlint, raast beschonken

rijwiel over messcherp priemende spooktakken

die satanisch springen vanuit huivend kruinendak-

in het voorbijgaan giechelvonkt hun hoon: lek

is de liefdesband en nimmermeer plakken.

.

 

Klucht

Nina Cassian

.

Nina Cassian ( pseudoniem van Renée Annie Cassian-Mătăsaru, 1924-2014 ) was een Roemeense dichter, kinderboekenschrijver, vertaler, journalist, pianist en componist en filmcriticus.

Na de publicatie in 1947 van haar nogal surrealistische debuutbundel ‘La Scara 1/1′ (Schaal 1:1) werd ze aangevallen omdat ze poëzie schreef die tegen de geest van het door de Sovjet-Unie gedomineerde Roemenië inging. Onder druk van de autoriteiten schreef ze enkele jaren agitprop-poëzie, maar keerde gaandeweg terug naar haar ware roeping. Ze publiceerde een reeks poëziebundels die haar op de voorgrond van de Roemeense literatuur brachten.

In 1985 verhuisde ze voor een baan in het onderwijs naar de Verenigde Staten. Terwijl ze in de Verenigde Staten was, werd een bevriende schrijver op gepakt door de Securitate, de geheime dienst van Ceaușescu en doodgeslagen,. Omdat hij dagboeken met onder meer satirische gedichten van Cassian bezat besloot ze niet meer terug te gaan naar Roemenië. Een paar jaar later kreeg Cassian permanent asiel en New York City werd haar thuis voor de rest van haar leven.

Veel van haar werk werd zowel in het Roemeens als in het Engels gepubliceerd. Na haar gedwongen emigratie werd ze verbannen uit de literaire annalen van Roemenië tot de ineenstorting van de dictatuur van Ceausescu.

In 2013 verscheen ‘Voor de prijs van mijn mond’ bij het Poëziecentrum met hedendaagse poëzie uit Roemenië. Uit deze bundel het gedicht ‘Klucht’ in een vertaling van Jan H. Mysjkin.

.

Klucht

.

Ik zou graag een keer mijn beenderen schikken

in een andere configuratie,

mijn beenderen die de weg van mijn vlees

versperren, lastige beletsels die

.

het omleggen in de vorm van een vrouw

en een peer, en een zeester voor mijn handen.

Ik zou graag mijn goddeloze beenderen

uitproberen in schema’s allerhande,

.

bijvoorbeeld: de grondvorm van het oerschip,

het doorkijkskelet van de luzerne,

ofwel de stamboom met postume vruchten

die opklimt tot een maagdelijke kern.

.

En ik wil graag ook mijn beenderen plooien

alsof ik geknield aan het bidden toog,

zodat ik hém op een dwaalspoor kan brengen,

de argeloze Paleontoloog.

.

Meer hoef dan voet

Marjolijn van Heemstra

.

Je hebt dichters en je hebt alleskunners of -doeners. Marjolijn van Heemstra (1981) is er een uit de laatste categorie. Ze is naast dichter vooral theatermaker, schrijfster en journalist. Ze is al actief met publiceren sinds 2006 maar in 2009 kwam ze met een theatervoorstelling getiteld ‘Ondervlakte’ en in datzelfde jaar debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’ bij uitgeverij Thomas Rap.

In 2012 won ze met haar debuutbundel de Jo Peters Poëzieprijs. In 2014 kwam haar dichtbundel ‘Meer hoef dan voet’ uit (waaruit het onderstaande titelgedicht is genomen). Ze schrijft naast poëzie romans, columns, een opstel voor De Correspondent (waar ze correspondent ruimtevaart is wat bijzonder is daar ze godsdienstwetenschappen heeft gestudeerd) en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in Das Mag en De revisor.

.

Meer hoef dan voet

.

De hond verspert mij het pad, stokstijf, zijn tong

een roerloze vis tussen zijn tanden, zijn grom

een ondergronds geluid, als door lagen korst

gedempt

.

en ik denk aan de man die zei: We weten niet

waarheen de dieren zijn die zich traag, in duizend,

duizend jaren, onttrokken aan het zicht.

We weten niet over welke rand ze tuimelden,

welke zee het laatste exemplaar verzwolg.

Hij noemde de kieuwslak met vijf platte windingen,

de schrikvogel die liever liep dan vloog,

de majorcahaas, het reuzenhert,

niemand weet met zekerheid in welk bos,

welk veld het reuzenhert verdween.

.

De hond blaft naar mijn sporen,

in de verte zwaait een riem, een mens

die in mij een naaste herkent

maar ik weet wat de hond weet:

er zijn dieren verdwenen

en mijn afdruk is meer hoef

dan voet.

.

 

Vincent van Meenen

Vlaams dichter

.

Vincent Van Meenen (1989) is schrijver van drie romans, theatermaker, maker van audioverhalen voor o.a. KIFKIF en radio Klara en dichter. In 2014 studeerde hij af aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Daarna maakte hij twee jaar theater met vluchtelingen in Athene. In 2012 won hij WriteNow! en in 2016 verscheen zijn debuutroman ‘Licht en geluid’. Sinds 2017 woont en werkt hij in Antwerpen. Als doctoraal onderzoeker is hij verbonden aan Universiteit Antwerpen/Koninklijk Conservatorium en Academie voor Fijne Kunsten Antwerpen.

In het laatste nummer 2021/1 van Het Liegend Konijn staan een zevental gedichten van zijn hand. Hoewel er in dit tijdschrift staat dat hij nog geen dichtbundel heeft gepubliceerd gaf hij samen met wat vrienden al wel een geïllustreerde dichtbundel uit in eigen beheer. Van de 7 gedichten koos ik het laatstee uit zonder titel.

.

Ik ken de wereld niet. Ik ken de dertig

straten rond ons huis, en ik ken jou

een beetje, koffie-theetje, doof het licht.

.

Droom lief, droom lelie-lief, leg af de last,

het dagelijks verdriet. Slaap, slaap een brief.

Doorkruis de tropen, tijd, een eik. Verstuur

een rooksignaal, bericht uit een ommuurd

gebied met reuzenrad, klinkt daar muziek?

.

In schemertinten luister ik verliefd,

verzamel inktvis, echo’s, smeed een lied,

zet lijnen uit, vulkanen, kimono’s.

.

Na de regen

Mark Boog

.

Op Facebook las ik in een bijdrage van dichter Mark Boog dat hij plezierig verrast was dat hij in een verzamelbundel was opgenomen (Gedichten van het nieuwe millennium’ twintig jaar 21e-eeuwse poëzie uit Nederland en Vlaanderen). Tegelijkertijd was hij minder blij met het feit dat ze zijn naam niet goed gespeld hadden (Marc in plaats van Mark).  Voor iemand wiens naam een ei bevat (waar de meest gangbare vorm van die naam met eij wordt geschreven, een herkenbare irritatie.

Alle reden voor mij om een gedicht van Mark Boog te delen (elke aanleiding is er een nietwaar). Boog (1970) is dichter en romanschrijver. In 1995 debuteerde hij als dichter in het tijdschrift De Appel. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift Mondzeer en de Reuzenkreeft uitgaf.

In 2000 debuteerde Mark Boog met de bundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.

In de derde bloemlezing van Avier (Stichting Literaire Activiteiten Avier) uit 2014 is Mark Boog opgenomen met het gedicht ‘Na de regen’.

.

Na de regen

.

Toen bleek ook de ontheffing ongeldig.

Het was na de regen. We liepen

door de met herfstbladeren gevulde straten.

Alles glom, trots op zijn verdriet,

en onze handen zochten vanzelf onze zakken op.

In elk geval, de termijn was vestreken.

Je knikte, meer in het algemeen dan naar mij,

en de lucht barstte open, zon wrong zich

door majestueus grijs de grommende wolken,

sloeg met stomheid het plaveisel, ons,

gedierte dat scharrelde zonder vergunning.

We zwegen, keken omlaag, maakten iets kapot.

.

 

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

Gedichten voor mannen

Kwukel

.

De gedichten in deze bloemlezing illustreren de stadia van een mannenleven. dat lees ik achterop de bundel ‘Gedichten voor mannen’ uit 2014. Meteen denk ik dat de titel verkeerd gekozen is, het zou moeten zijn ‘Gedichten over mannen’ maar dat is het dus niet. Dat is ook meteen mijn enige bezwaar tegen deze bloemlezing over de eerste verliefdheid, de eerste keer, voetbal en hechte vriendschappen, relaties en ontrouw, vaderschap, ouder worden en de dood.

Samenstellers Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens hebben voor uitgeverij Marmer een aardig overzicht opgesteld van gedichten over allerlei zaken rondom het man zijn. Overigens is er ook een uitgave van diezelfde uitgeverij met de (misleidende) titel ‘Gedichten voor vrouwen’ En denk nu niet dat in de bundel ‘Gedichten voor mannen’ louter mannelijke dichters zijn vertegenwoordigd, er staan ook volop gedichten van vrouwelijke dichters in.

Ik koos in dit geval wel voor een gedicht van een mannelijke dichter en wel voor het gedicht ‘Kwukel’ van Jaap Robben (1984) uit zijn bundel ‘Als iemand ooit mijn botjes vindt’ uit 2012.

.

Kwukel

.

Ik ben niet bijzonder,

daar ben ik aan gewend.

.

Ik kan geen truc

die niemand kent.

.

In de stilte van mijn hoofd

bewaar ik geen geheim

dat mij de moeite maakt.

.

Voor mij bestaat zelfs geen recept

omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

.

Misschien moet ik maar hopen

dat een mensenhand na duizend jaar

een paar botjes van me vindt en zegt:

‘Ik weet niet wat het is geweest,

maar dit was zo te zien

een heel bijzonder beest.’

.