Site-archief
As
Anneke Brassinga
.
In mijn boekenkast staat de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ uit 2015. In die bundel staan allerlei gedichten die door bekende Nederlandse vrouwen zijn gekozen als ware het dat zo’n gedicht zo’n vrouw aan het huilen maakt. Nu kun je je afvragen of dat echt zo is, je kan ook denken dat zo’n gedicht een speciale betekenis heeft voor degene die het gedicht heeft gekozen. Een van de vrouwen die een gedicht koos is schrijfster Marjan Berk (1932). Zij koos het gedicht ‘As’ van Anneke Brassinga (1948) die oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Wachtwoorden’ Verzamelde, herziene gedichten 1987-2003 uit 2005. De reden dat Marjan Berk koos voor dit gedicht vind ik dan heel grappig: het geeft een overzicht van wat ons in dit leven te wachten staat, met keiharde conclusie en een goeie grap aan het eind , daar ga ik voor. Aldus Marjan Berk. Reden genoeg om dit gedicht met jullie te delen.
.
As
.
Als ruimte is de tijd van afscheid naar terugkeer, als
tijd nadert nabijheid, alsnog op ons voorloopt,
als wij stilstaan bij elkaar, jij in winter- ik
in zomertijd, als ooit weer als destijds
.
als een vliegend tapijt de tijd
oprolt al die ruimte: as,
verbrande turf.
.
Ongehoord! poëziewedstrijd 2020
Nieuwe editie
.
Stichting Ongehoord! komt terug. Na in 2019 alleen een (zeer succesvol) podium te hebben georganiseerd in de Jacobustuin zal er in 2020 opnieuw een poëzie- of gedichtenwedstrijd worden georganiseerd. De Ongehoord! poëziewedstrijd beleefde haar eerste editie in 2012 en beleefde haar voorlopig laatste editie in 2017. Door allerlei ontwikkelingen en bestuurswisselingen lag deze wedstrijd in 2018 en 2019 stil.
Maar er is dus goed nieuws! Volgend jaar is er opnieuw de mogelijkheid om het felbegeerde beeldje (de eerste prijs van deze wedstrijd) te bemachtigen door mee te doen. De voorwaarden en het thema zullen medio januari (rond de Dag van de poëzie) worden bekend gemaakt op de website van stichting Ongehoord! en op dit blog.
Prijswinnaars van deze wedstrijd zijn:
2012: Hervé Deleu
2013: Anneke Wasscher
2014: Alja Spaan
2015: Gerard Scharn
2016: Hein van der Schoot
2017: Gijs Smit
.
Wil jij je naam aan dit rijtje toevoegen hou dan de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com en/of dit blog in de gaten. Uiteraard zullen we bij de start van deze wedstrijd de publiciteit zoeken en er volop ruchtbaarheid aan geven. Om je alvast een beetje in de sfeer te brengen heb ik een gedicht van de eerste (Vlaamse) winnaar van deze wedstrijd uitgekozen. Het is niet het gedicht waarmee Hervé in 2012 won, dat kun je hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/12/verslag-van-een-prijsuitreiking/ maar een gedicht uit zijn in 2013 verschenen bundel ‘De geur van de maan’ getiteld ‘Tango’.
.
Tango
.
Ze strijkt gracieus haar haren strak,
glimmend veld in ravenzwart,
siddert als een espenblad
wanneer haar kleed haar lijf omvat.
.
Ijdel glijdt z’haar schoenen in,
de hak als fallus opgericht,
staccato stampt ze putten in
’t parket dat kraakt als een gedicht.
.
Hij leidt haar dwingend in het rond,
zij is het vuur, hij is de lont,
hun lijnen smelten tot één romp
die wentelt tot de passie komt.
.
Hun blikken haken elkaar vast,
’t begeren in haar schoot gevat,
door ’t overrijpe breekt de bast,
zij wordt een vrucht in eigen nat.
.
Synchroon bewegen ze hun lijf,
uit elke vezel druipt het geil,
de tango geeft hen lust en pijn
tot ’t eind hen rukt
uit hun verzadigd zijn…
.
Schaars licht
Hans Sleutelaar
.
De in 1935 geboren Rotterdamse schrijver en dichter Hans Sleutelaar groeide op met literatuur . In zijn ouderlijk huis was van 1957 tot 1959 het redactiesecretariaat van het literaire blad Gard Sivik gevestigd, daarna (tot 1964) in het souterrain van dat huis aan de Rotterdamse Essenburgsingel. Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Met de Zestigers wordt een literaire beweging in Nederland uit de jaren zestig aangeduid.
De Vijftigers en de Cobra streefde naar vrijheid. Esthetische conventies en traditionele lyriek diende te wijken voor de persoonlijk expressie. In de poëzie werd gestreefd naar vernieuwing door taalexperiment, waarin de spontane creativiteit voorgesteld werd. De Zestigers kwamen als reactie hierop met een neorealistische stroming, waarin de realiteit als vorm van kunst werd gepresenteerd. Zij waren fel gekant tegen de ‘verbale experimenteerkunst van de Vijftigers’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten.
Hans Sleutelaar werkte onder andere als junior copywriter, als freelance tekstschrijver, als medewerker van de Haagse Post en als hoofdredacteur van uitgeverij Boelen. Hij heeft van 1985 tot 2000 een eigen uitgeverij gehad en woonde “als ambteloos pennenvoerder” in Normandië. Na een verblijf in Thailand, keerde hij terug in zijn geboortestad.
Het oeuvre van Sleutelaar is klein. Hij debuteerde met de bundel ‘Schaars licht’ in 1979 waarna in 2004 ‘Vermiste stad; Rotterdamse kwatrijnen’ verscheen en in 2015 ‘Wollt ihr die totale Poesie? korte en zeer korte gedichten. De titel van deze laatste bundel is genomen van het gelijknamige gedicht uit 1965 dat in ‘Schaars licht’ is opgenomen.
Uit zijn debuutbundel het gedicht in twee delen ‘Sturen’ uit 1963.
.
Sturen
.
1
.
Land. Land. Land.
Een continent,
niet zonder naslagwerken
en concurrentie.
.
We constateren
en rekenen regelmatig af.
.
Autoradio: American Forces Network.
.
Minuten en kilometers
worden gebruikt
om te sturen.
.
Voornamelijk om te sturen.
.
2
.
De snelheid doet ons goed.
.
Wij passeren
met een gezonde arrogantie
automobilisten en andere voorbijgangers.
.
De generiek is deel van een grotere
generiek. die deel is van een grotere.
.
De snelheid levert meer data,
meer inside information.
.
De sjouwers van de Grève
Rutebeuf
.
De Franse dichter Rutebeuf ( of Rustebeuf) werd waarschijnlijk geboren in Troyes, hoofdstad van Champagne. Rutebeuf (1230 – ca. 1285) werkte hij als jongleur of beroepsdichter in Parijs. Zijn beschermheren waren Alfons van Poitiers en Karel van Anjou, twee broers van Lodewijk IX de Heilige. Rutebeuf legde zijn naam uit als ‘rude boeuf’of ‘hard zwoegende os’ (voor middeleeuwers is schrijven ploegen met de pen). Zijn omvangrijke oeuvre telt veertienduizend verzen. Het omvat zesenvijftig werken van uiteenlopende aard. Er zijn fabliaux of boerden, koddige vertellingen in verzen ( zoals Le Dit de l’herberie, Frère Denise, La Vengeance de Charlot le juif), klaagdichten (Pauvreté Rutebeuf, Le Mariage Rutebeuf, Complainte Rutebeuf), satiren (Le Dit de l’université, Le Dit des béguines), een oproep tot een kruistocht (Complainte d’outre-mer), heiligenlevens (La Vie de sainte Marie l’Égyptienne) en een mysteriespel over een pact met de duivel (Le Miracle de Théophile). Rutebeuf hekelt de clerus en zet zich vooral af tegen de bedelorden die aan de universiteit leerstoelen opeisen. Anderzijds leeft hij mee met de gewone man. De eeuwige klachten over zijn eigen armoe zijn wellicht karikaturale overdrijvingen van een broodschrijver. Zijn poëzie is virtuoos, volks van toon en melodieus van klank.
In 2015 verscheen bij uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep ‘De tuin van de Franse poëzie’ een canon in 100 gedichten. In deze bundel staat Franse poëzie van dichters die leefden tussen de 9e eeuw en nu. Uit deze bundel het gedicht ‘De sjouwers van de Grève’ van dichter Rutebeuf in een vertaling van Paul Claes en in het originele Frans. Dit gedicht gaat over Parijse schooiers. Op de place de Grève (‘Zandplein’) bij de Seine, waar nu het stadhuis staat, boden ze hun diensten aan als sjouwers van per boot aangebrachte goederen. De witte vliegen aan het slot zijn sneeuwvlokken. Het beeld komt al voor in Rutebeufs gedicht ‘La Griesche d’Yver’ (De ellende van de winter) en loopt vooruit op Guido Gezelles gedicht ‘Wintermuggen’.
.
De sjouwers van de Grève
.
Sjouwers, het einde is nabij:
De blaren vallen van de bomen
En jullie vinden geen kledij
Om aan de vrieskou te ontkomen.
Een wambuis of een warme pij
Daar kun je enkel maar van dromen.
Al loop je ’s zomers nog zo blij,
De winter biedt geen onderkomen.
Je schoeisel is van smeervet vrij:
Je hebt je voet tot zool genomen.
De zwarte vliegen zijn voorbij,
De witte zullen weldra komen.
.
Li Diz des Ribaux de Greive
.
Ribaut, or estes vos a point:
Li aubre despoillent lor branches,
Et vos n’aveiz de robe point,
Si en avreiz froit a voz hanches.
Queil vos fussent or li porpoint
Et li seurquot forrei a manches.
Vos aleiz en estei si joint
Et en yver aleiz si cranche.
Vostre soleir n’ont mestier d’oint:
Vos faites de vos talons planches.
Les noires mouches vos ont point,
Or vos repoinderont les blanches.
.
Met dank aan athenaeum.nl
Papieren veulens
Hanneke van Eijken
.
Op 24 juni trad dichter Hanneke van Eijken op bij het podium van de stichting Ongehoord! in café Faas in Rotterdam tijdens Route du Nord. Hanneke was toen nog een onbekende en niet gepubliceerde dichter (geen bundel) maar ik herinner me van dat optreden dat ze veel indruk maakte. Haar poëzie was somber maar, zoals ik schreef in het verslag van die middag, ze wist haar publiek er van te overtuigen dat ze zelf een heel opgeruimd karakter had.
In 2012 verscheen haar debuutbundel en deze werd gelijk bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2015, en genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2014. Ingmar Heytze schreef in het Algemeen Dagblad het volgende over deze bundel: “Het is poëzie waar je als lezer zowel met je hoofd als je hart goed bij kunt, zonder dat je het gevoel krijgt dat er iets van het mysterie van de taal en de wereld verloren gaat. De dichter Herman de Coninck schreef ooit dat hij de poëzie zou willen populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven. Dat is precies wat Hanneke van Eijken doet.”
Uit haar debuutbundel koos ik het gedicht ‘Waar we krabben vingen’.
.
Waar we krabben vingen
.
In dit dorp woont een handvol meisjes
op hoge benen
staan ze aan de haven, standvastig
staren ze over de kustlijn
.
meisjes met een zeemanshart
weten zich niet te kleden
ze hijsen zich in grote hemden
ze wapperen
als vlaggen op de dijk
hun blanke kinnen glimmen
.
ze vangen krabben
met wollen draadjes
ze zwemmen je hoofd in, ankeren
in de bodem van je schedel
ze varen zelden uit
.
Conditionnel présent
Et alors
.
Max Greyson (1988) is een Belgische dichter, prozaschrijver en spoken word-performer uit Antwerpen. Daarnaast is hij actief binnen het literair collectief Eigen Wolk Eerst en theatermaker verbonden aan Un-Label, een van de enige inclusieve, interdisciplinaire, internationale dans- en muziektheaterensembles in Europa.
In 2015 werd hij tweede bij het Nederlands kampioenschap Poetry slam. Jurylid van die editie Ilja Leonard Pfeijffer, bracht hem in contact met de Arbeiderspers waar hij debuteerde met de bundel ‘Waanzin went niet’. In 2019 gevolgd door de bundel ‘Et alors’ waarvoor hij een stimuleringsbeurs van het Vlaams Fonds voor de Letteren ontving.
Wat meteen opvalt aan deze bijzondere bundel is dat alle gedichten (op 2 na namelijk ‘Moedertaal I’ en ‘Moedertaal II’) een Franse titel hebben maar in het Nederlands zijn geschreven. Op de achterflap van de bundel staat daarover geschreven: “In sommige opzichten is Ét als’ de talige ontmanteling van een gewest en zijn geschiedenis, van een dichter en zijn taal. Hier zoekt iemand een moedertaal, balancerend op de raaklijn van het Frans en het Nederlands.”
In de bundel veel liefdespoëzie en dat de liefde niet altijd gemakkelijk is blijkt uit ‘Conditioneel présent’.
.
Conditionnel présent
.
We nemen zelden nog de tijd
om een gesprek achterstevoren te voeren
.
Te beginnen bij de conclusie
hoe ingewikkeld het is om zal en zou
van elkaar te onderscheiden
.
De argumenten te weerleggen
voor ze zijn aangevoerd
.
Tot slot een stelling op te werpen
die ook een vraag zou kunnen zijn
.
Anti-stress poëzie
Deborah Alma
.
Ik kende het begrip Bibliotherapie in algemene zin; een therapie waarbij gebruikgemaakt wordt van geschreven teksten zoals zelfhulpboeken, handleidingen, romans en prentenboeken om mensen van alle leeftijden te helpen met hun psychische en fysieke problemen. Al bij de oude Grieken was het bekend dat literatuur zowel psychologisch als spiritueel belangrijk was, en zij plaatsten boven hun bibliotheken dan ook een bord met het opschrift “Plaats ter genezing van de ziel“. Bij bibliotherapie kiest men lectuur uit als therapeutisch hulpmiddel bij medische en psychiatrische behandeling. Dit gerichte lezen als begeleiding bij de oplossing van persoonlijke problemen wordt bijvoorbeeld ook aangewend in ziekenhuizen. (bron”Wikipedia).
Dat poëzie in dit rijtje ook thuis hoort daar getuigt het boek van Sarah waarover ik gisteren schreef van; poëzie om een traumatische ervaring mee te verwerken. In Engeland vond ik een dichtbundel uit 2015 over dit onderwerp met de veelzeggende titel ‘The Emergency Poet’ An Anti-Stress Poetry Anthology.
‘The Emergency Poet’ werd samengesteld door dichter en schrijver Deborah Alma. In haar voorwoord schrijft ze dat ze een oude ambulance kocht uit 1970 en daarmee naar ziekenhuizen, tehuizen, evenementen, bibliotheken, scholen en festival reisde voor poëzie therapie en vriendelijke conversatie. De mensen die ze daar trof waren vaak op zoek naar raad en een emotionele oppepper. Deborah alma hielp ze met het vinden gedichten om de geest op te vrolijken, te troosten en te helpen omgaan met alle druk van de moderne tijd.
De bundel is opgedeeld in verschillende hoofdstukken met thema’s als ‘Voor dagen wanneer de wereld even te veel voor je is’, Pluk de dag’, ‘Liefde’, Óuder worden’, ‘Hoop’, ‘Over verdriet’ en ‘Moed en Inspiratie’. Alle gedichten in dit boek zijn door haar uitgetest en in de praktijk gebracht en hun nut is bewezen. Tijd voor een Nederlandse hertaling of editie met gedichten van Nederlandstalige dichters.
De meeste gedichten in deze bundel zijn van Engelse of Engelstalige dichters maar er staat ook (vertaalde) poëzie in van onder andere Miroslav Holub, Fernando Pessoa, Thich Nhat Hanh en Rainer Maria Rilke. Een aantal van de opgenomen gedichten is heel bekend en zelfs beroemd maar vele zijn ( voor mij) onbekend. Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Getting Older’ van Elaine Feinstein (1930 – 2019) een Engels dichter met grote affiniteit voor de Russische dichters van de vorige en deze eeuw. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Collected poems and translations’ uit 2002.
.
Getting Older
.
The first surprise: I like it.
Whatever happens now, some things
that used to terrify have not:
.
I didn’t die young, for instance. or lose
my only love. My three children
never had to run away from anyone.
.
Don’t tell me this gratitude is complacent.
We all approach the edge of the same blackness
which for me is silent.
.
Knowing as much sharpens
my delight in january freesia,
hot coffee, winter sunlight. So we say
.
as we lie close on some gentle occasion:
every day won from such
darkness is a celebration.
.
Einde
Luuk Gruwez
.
De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez (1953) debuteerde in 1973 met de dichtbundel ‘Stofzuigergedichten’ waarna vele bundels volgden. De poëzie van Luuk Gruwez wordt weleens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Luuk Gruwez voegt aan deze vorm van romantiek altijd een stuk (zelf)ironie toe. In zijn recentere werk wordt zijn poëzie verhalender en breder.
In 2015 verscheen de bundel ‘Garderobe’ een keuze uit al zijn gedichten. Poëzie uit zeven bundels is in deze bloemlezing gebundeld. Van ‘De feestelijke verliezer’ (1985, bekroond met de Dirk Martensprijs) tot ‘Lagerwal’ uit 2008. Uit deze mooie bundel koos ik het gedicht ‘Einde’ uit de ‘Feestelijke verliezer’.
.
Einde
.
Niemand zal met mij verdwijnen,
wanneer ik straks mijn einde vind.
De wereld mag na mij wel blijven,
alleen: ik ging nooit graag alleen.
.
En dat ook dan een duivenklets
nog op mijn oude dakraam ploft
waaronder vreemde lijven woelen
in liefdes melodieus rumoer,
.
of dat, al liet ik niemand na,
het ernstig loensen van een kind
met druipneus en een uilenbril
voorgoed aan mij voorbij zal gaan,
.
ik tel dit alles niet zozeer,
bedwelm al wie mijn kist wil volgen
met fleurige ontbindingswalm.
Alleen: ik ging nooit graag alleen.
.
Dichter op verzoek
Hans van Waarsenburg
.
Enige tijd geleden vroeg ik mijn lezers om voorstellen te doen van namen van dichters die ze graag eens zouden lezen op dit blog onder het mom van ‘Dichter op verzoek’. Magda Haan vroeg toen om Hans van Waarsenburg en dan met name iets uit zijn bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’. De van oorsprong Brabantse dichter en literatuurcriticus Hans van Waarsenburg (1943 – 2015) woonde en werkte het grootste deel van zijn leven (sinds 1966) in Maastricht. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘Gedichten’ en in 1974 ontving hij voor zijn bundel ‘Vergrijzing’ de Jan Campert-prijs. Naast poëzie schreef van Waarsenburg ook kinderboeken.
De bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’ uit 1983 is een verzamelbundel met gedichten uit de periode 1973 – 1983. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Natte doek op daglicht’ dat eerder in de bundel ‘Zeeschappen’ uit 1981 verscheen.
Natte doek op daglicht
We komen van ver
Carmien Michels
.
De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.
Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.
.
Liefdessonnet XI
.
Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach
.
Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos
.
Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen
.
En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*
.

















